الانفال
Al-Anfal
What Gives You Life
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Zij vragen je naar de overschotten.
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَنفَالِ
Zeg: “De overschotten komen toe aan God en aan de gezant.
قُلِ ٱلْأَنفَالُ لِلَّهِ وَٱلرَّسُولِ
Behoed jullie dus voor God, en maak gezond wat tussen jullie is,
فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَصْلِحُوا۟ ذَاتَ بَيْنِكُمْ
en voeg jullie naar God en naar Zijn gezant, als jullie gelovenden zijn.”
وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
De gelovenden zijn slechts zij wier kernen beven wanneer God in herinnering wordt gebracht, en wier geloof toeneemt wanneer Zijn tekenen hun worden voorgedragen, en die lastgeving verlenen aan hun Voogd,
إِنَّمَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ إِذَا ذُكِرَ ٱللَّهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ وَإِذَا تُلِيَتْ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتُهُۥ زَادَتْهُمْ إِيمَٰنًۭا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ
die het Contact onderhouden, en die uitgeven van datgene waarvan Wij hen voorzien hebben – dat zijn de echte gelovenden.
ٱلَّذِينَ يُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقْنَٰهُمْ يُنفِقُونَ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّۭا
Zij hebben graden bij hun Voogd, een vergeving, en een edelmoedige leeftocht.
لَّهُمْ دَرَجَٰتٌ عِندَ رَبِّهِمْ وَمَغْفِرَةٌۭ وَرِزْقٌۭ كَرِيمٌۭ
Zoals toen jouw Voogd je uit je huis naar buiten bracht in alle waarheid, terwijl een fractie van de gelovenden er voorzeker afkeer van had, met jou debatterend over de waarheid nadat zij zich had vertoond, alsof men hen naar de dood voerde, terwijl zij toekeken.
كَمَآ أَخْرَجَكَ رَبُّكَ مِنۢ بَيْتِكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّ فَرِيقًۭا مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ لَكَٰرِهُونَ يُجَٰدِلُونَكَ فِى ٱلْحَقِّ بَعْدَمَا تَبَيَّنَ كَأَنَّمَا يُسَاقُونَ إِلَى ٱلْمَوْتِ وَهُمْ يَنظُرُونَ
En toen God jullie beloofde dat een van de twee groepen aan jullie zou zijn, terwijl jullie eraan hechtten dat het degene zou zijn die zonder wapens was.
وَإِذْ يَعِدُكُمُ ٱللَّهُ إِحْدَى ٱلطَّآئِفَتَيْنِ أَنَّهَا لَكُمْ وَتَوَدُّونَ أَنَّ غَيْرَ ذَاتِ ٱلشَّوْكَةِ تَكُونُ لَكُمْ
Maar God wilde, door Zijn woorden, de waarheid bewaarheiden en hen die verloochenen tot op het laatste overblijfsel afsnijden, om de waarheid te bewaarheiden en het valse ijdel te maken, ook al hadden de afgezonderden er afschuw van.
وَيُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُحِقَّ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَٰتِهِۦ وَيَقْطَعَ دَابِرَ ٱلْكَٰفِرِينَ لِيُحِقَّ ٱلْحَقَّ وَيُبْطِلَ ٱلْبَٰطِلَ وَلَوْ كَرِهَ ٱلْمُجْرِمُونَ
Toen jullie jullie Voogd te hulp riepen, en Hij jullie antwoordde: “Ik versterk jullie met duizend Gemachtigden, in een rij.”
إِذْ تَسْتَغِيثُونَ رَبَّكُمْ فَٱسْتَجَابَ لَكُمْ أَنِّى مُمِدُّكُم بِأَلْفٍۢ مِّنَ ٱلْمَلَٰٓئِكَةِ مُرْدِفِينَ
En God maakte er slechts een gelukkige aankondiging van, en opdat jullie kernen er gerustheid in vinden.
وَمَا جَعَلَهُ ٱللَّهُ إِلَّا بُشْرَىٰ وَلِتَطْمَئِنَّ بِهِۦ قُلُوبُكُمْ
Welnu, de hulp komt slechts bij God vandaan,
وَمَا ٱلنَّصْرُ إِلَّا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ
want God is Almachtig, Wijs.
إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Toen Hij maakte dat de sluimering jullie overviel, als een veiligheid van Hem, en uit de hemel een water op jullie deed neerdalen, om jullie ermee te reinigen, de bezoedeling van de Afleider van jullie weg te nemen, jullie kernen te binden, en jullie passen ermee te verstevigen.
إِذْ يُغَشِّيكُمُ ٱلنُّعَاسَ أَمَنَةًۭ مِّنْهُ وَيُنَزِّلُ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءًۭ لِّيُطَهِّرَكُم بِهِۦ وَيُذْهِبَ عَنكُمْ رِجْزَ ٱلشَّيْطَٰنِ وَلِيَرْبِطَ عَلَىٰ قُلُوبِكُمْ وَيُثَبِّتَ بِهِ ٱلْأَقْدَامَ
Toen jouw Voogd aan de Gemachtigden openbaarde: “Ik ben met jullie; verstevig dus hen die geloofd hebben.
إِذْ يُوحِى رَبُّكَ إِلَى ٱلْمَلَٰٓئِكَةِ أَنِّى مَعَكُمْ فَثَبِّتُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟
Ik zal de ontzetting werpen in de kernen van hen die verloochenen.
سَأُلْقِى فِى قُلُوبِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلرُّعْبَ
Vermenigvuldig dus de gevangenen daarbovenop, en vermenigvuldig onder hen degenen die de grootste ruilwaarde hebben.”
فَٱضْرِبُوا۟ فَوْقَ ٱلْأَعْنَاقِ وَٱضْرِبُوا۟ مِنْهُمْ كُلَّ بَنَانٍۢ
Dat is omdat zij zich in breuk tegen God en Zijn gezant hebben opgesteld.
ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ شَآقُّوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ
En wie zich in breuk opstelt tegen God en Zijn gezant – gewis is God streng in de sanctie.
وَمَن يُشَاقِقِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
Dat is voor jullie: proef het dus!
ذَٰلِكُمْ فَذُوقُوهُ
En voor hen die verloochenen is de pijn van het Vuur weggelegd.
وَأَنَّ لِلْكَٰفِرِينَ عَذَابَ ٱلنَّارِ
O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie hen die verloochenen ontmoeten, in volle aanval, keer hun de rug niet toe.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ زَحْفًۭا فَلَا تُوَلُّوهُمُ ٱلْأَدْبَارَ
En wie hun op die dag de rug toekeert – behalve in een gevechtsmanoeuvre of in hergroepering naar een bataljon – trekt de toorn van God op zich, en zijn toevlucht zal Djahannam zijn.
وَمَن يُوَلِّهِمْ يَوْمَئِذٍۢ دُبُرَهُۥٓ إِلَّا مُتَحَرِّفًۭا لِّقِتَالٍ أَوْ مُتَحَيِّزًا إِلَىٰ فِئَةٍۢ فَقَدْ بَآءَ بِغَضَبٍۢ مِّنَ ٱللَّهِ وَمَأْوَىٰهُ جَهَنَّمُ
En wat een afschuwelijke bestemming!
وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ
Jullie hebben hen dus niet gedood,
فَلَمْ تَقْتُلُوهُمْ
maar God is het die hen gedood heeft.
وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ قَتَلَهُمْ
En jij hebt niet gegooid, toen jij gooide, maar God is het die gegooid heeft,
وَمَا رَمَيْتَ إِذْ رَمَيْتَ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ رَمَىٰ
om de gelovenden op schone wijze op de proef te stellen, van Hem uit,
وَلِيُبْلِىَ ٱلْمُؤْمِنِينَ مِنْهُ بَلَآءً حَسَنًا
want God is de Alhorende, de Alwetende.
إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌۭ
Dat is voor jullie! En God verzwakt de list van hen die verloochenen.
ذَٰلِكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ مُوهِنُ كَيْدِ ٱلْكَٰفِرِينَ
Als jullie de opening zochten, dan is de opening al tot jullie gekomen;
إِن تَسْتَفْتِحُوا۟ فَقَدْ جَآءَكُمُ ٱلْفَتْحُ
en als jullie ophouden, zal het beter voor jullie zijn;
وَإِن تَنتَهُوا۟ فَهُوَ خَيْرٌۭ لَّكُمْ
maar als jullie recidiveren, zullen Wij recidiveren,
وَإِن تَعُودُوا۟ نَعُدْ
en jullie bataljon zal jullie van geen nut zijn, ook al is het talrijk;
وَلَن تُغْنِىَ عَنكُمْ فِئَتُكُمْ شَيْـًۭٔا وَلَوْ كَثُرَتْ
want God is met de gelovenden.
وَأَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلْمُؤْمِنِينَ
O jullie die geloofd hebben! Voeg jullie naar God en naar Zijn gezant,
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ
en keer hem de rug niet toe, terwijl jullie horen.
وَلَا تَوَلَّوْا۟ عَنْهُ وَأَنتُمْ تَسْمَعُونَ
En wees niet als zij die zeggen: “Wij hebben gehoord”, terwijl zij niet horen.
وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ
De slechtsten van de wezens die zich bewegen, bij God, zijn gewis de doven, de stommen, zij die niet redeneren.
إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلصُّمُّ ٱلْبُكْمُ ٱلَّذِينَ لَا يَعْقِلُونَ
En als God in hen enig goed had geweten, zou Hij hen zeker hebben laten horen;
وَلَوْ عَلِمَ ٱللَّهُ فِيهِمْ خَيْرًۭا لَّأَسْمَعَهُمْ
en zelfs als Hij hen had laten horen, zouden zij de rug hebben toegekeerd, zich onttrekkend.
وَلَوْ أَسْمَعَهُمْ لَتَوَلَّوا۟ وَّهُم مُّعْرِضُونَ
O jullie die geloofd hebben! Antwoord God en de gezant, wanneer hij jullie roept tot wat jullie doet leven,
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱسْتَجِيبُوا۟ لِلَّهِ وَلِلرَّسُولِ إِذَا دَعَاكُمْ لِمَا يُحْيِيكُمْ
en weet dat God Zich tussen de mens en zijn kern plaatst, en dat het tot Hem is dat jullie verzameld zullen worden.
وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَحُولُ بَيْنَ ٱلْمَرْءِ وَقَلْبِهِۦ وَأَنَّهُۥٓ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ
En behoed jullie voor een beproeving die niet alleen hen onder jullie zal overkomen die het onrecht hebben bedreven,
وَٱتَّقُوا۟ فِتْنَةًۭ لَّا تُصِيبَنَّ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنكُمْ خَآصَّةًۭ
en weet dat God streng is in de sanctie.
وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
En herinner jullie toen jullie weinig in aantal waren, tot zwakte gebracht op de aarde, vrezend dat de mensen jullie zouden wegvoeren; toen heeft Hij jullie toevlucht verleend, jullie gesterkt met Zijn hulp, en jullie voorzien van goede dingen – misschien zullen jullie dankbaar zijn.
وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ أَنتُمْ قَلِيلٌۭ مُّسْتَضْعَفُونَ فِى ٱلْأَرْضِ تَخَافُونَ أَن يَتَخَطَّفَكُمُ ٱلنَّاسُ فَـَٔاوَىٰكُمْ وَأَيَّدَكُم بِنَصْرِهِۦ وَرَزَقَكُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَٰتِ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
O jullie die geloofd hebben! Verraad God en de gezant niet, en verraad jullie toevertrouwde deposito's niet, terwijl jullie weten.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَخُونُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ وَتَخُونُوٓا۟ أَمَٰنَٰتِكُمْ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ
En weet dat jullie bezittingen en jullie kinderen slechts een beproeving zijn, en dat er bij God een ontzaglijke beloning is.
وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَآ أَمْوَٰلُكُمْ وَأَوْلَٰدُكُمْ فِتْنَةٌۭ وَأَنَّ ٱللَّهَ عِندَهُۥٓ أَجْرٌ عَظِيمٌۭ
O jullie die geloofd hebben! Als jullie je behoeden voor God, zal Hij jullie een Onderscheid verlenen, voor jullie jullie slechte daden bedekken, en jullie vergeven.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِن تَتَّقُوا۟ ٱللَّهَ يَجْعَل لَّكُمْ فُرْقَانًۭا وَيُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ
En God bezit de ontzaglijke gunst.
وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ
En toen zij die verloochenen tegen jou complotteerden, om je te immobiliseren, te doden of te verdrijven.
وَإِذْ يَمْكُرُ بِكَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِيُثْبِتُوكَ أَوْ يَقْتُلُوكَ أَوْ يُخْرِجُوكَ
En zij complotteerden, en God complotteerde,
وَيَمْكُرُونَ وَيَمْكُرُ ٱللَّهُ
en God is de voortreffelijkste van hen die complotteren.
وَٱللَّهُ خَيْرُ ٱلْمَٰكِرِينَ
En wanneer Onze tekenen hun worden voorgedragen, zeggen zij: “Wij hebben goed gehoord; als wij wilden, zouden wij hetzelfde zeggen;
وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتُنَا قَالُوا۟ قَدْ سَمِعْنَا لَوْ نَشَآءُ لَقُلْنَا مِثْلَ هَٰذَآ
dit zijn slechts legenden van de ouden.”
إِنْ هَٰذَآ إِلَّآ أَسَٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ
En toen zij zeiden: “O God! Als dit wel degelijk de waarheid is, afkomstig van U, laat dan stenen uit de hemel op ons regenen, of breng ons een schrijnende pijn.”
وَإِذْ قَالُوا۟ ٱللَّهُمَّ إِن كَانَ هَٰذَا هُوَ ٱلْحَقَّ مِنْ عِندِكَ فَأَمْطِرْ عَلَيْنَا حِجَارَةًۭ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ أَوِ ٱئْتِنَا بِعَذَابٍ أَلِيمٍۢ
Maar het paste God niet hun pijn op te leggen zolang jij onder hen was,
وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُعَذِّبَهُمْ وَأَنتَ فِيهِمْ
en het paste God niet hun pijn op te leggen zolang zij vergeving afsmeekten.
وَمَا كَانَ ٱللَّهُ مُعَذِّبَهُمْ وَهُمْ يَسْتَغْفِرُونَ
En wat hebben zij dan, dat God hun geen pijn oplegt, terwijl zij de onschendbare plaats van neerwerping versperren, zonder er zelfs de bondgenoten van te zijn?
وَمَا لَهُمْ أَلَّا يُعَذِّبَهُمُ ٱللَّهُ وَهُمْ يَصُدُّونَ عَنِ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَمَا كَانُوٓا۟ أَوْلِيَآءَهُۥٓ
Zijn bondgenoten zijn slechts zij die zich behoeden,
إِنْ أَوْلِيَآؤُهُۥٓ إِلَّا ٱلْمُتَّقُونَ
maar de meesten van hen weten het niet.
وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ
En hun Contact, bij het Huis, was slechts een tumult en een versperring.
وَمَا كَانَ صَلَاتُهُمْ عِندَ ٱلْبَيْتِ إِلَّا مُكَآءًۭ وَتَصْدِيَةًۭ
Proef dus de pijn, omdat jullie verloochend hebben.
فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ
Zij die verloochenen geven gewis hun bezittingen uit om de weg van God te versperren.
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ لِيَصُدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ
Zij zullen ze dus uitgeven, en dan zal het voor hen een troosteloosheid worden, en dan zullen zij overwonnen worden.
فَسَيُنفِقُونَهَا ثُمَّ تَكُونُ عَلَيْهِمْ حَسْرَةًۭ ثُمَّ يُغْلَبُونَ
En zij die verloochenen zullen naar Djahannam verzameld worden, opdat God het snode van het goede onderscheidt, het snode, deel op deel, legt, er een opgehoopt geheel van maakt, en het in Djahannam plaatst.
وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِلَىٰ جَهَنَّمَ يُحْشَرُونَ لِيَمِيزَ ٱللَّهُ ٱلْخَبِيثَ مِنَ ٱلطَّيِّبِ وَيَجْعَلَ ٱلْخَبِيثَ بَعْضَهُۥ عَلَىٰ بَعْضٍۢ فَيَرْكُمَهُۥ جَمِيعًۭا فَيَجْعَلَهُۥ فِى جَهَنَّمَ
Dat zijn de verliezers.
أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ
Zeg tot hen die verloochenen: als zij ophouden, zal hun vergeven worden wat al verstreken is;
قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِن يَنتَهُوا۟ يُغْفَرْ لَهُم مَّا قَدْ سَلَفَ
maar als zij recidiveren, heeft de norm van de eersten zich al voltrokken.
وَإِن يَعُودُوا۟ فَقَدْ مَضَتْ سُنَّتُ ٱلْأَوَّلِينَ
En bevecht hen totdat er geen beproeving meer is, en de Wet geheel voor God is.
وَقَٰتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌۭ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ كُلُّهُۥ لِلَّهِ
Maar als zij ophouden, dan is God gewis Alziend ten aanzien van wat zij doen.
فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِمَا يَعْمَلُونَ بَصِيرٌۭ
En als zij de rug toekeren, weet dan dat God jullie naaste Garant is.
وَإِن تَوَلَّوْا۟ فَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ مَوْلَىٰكُمْ
Wat een uitstekende Garant,
نِعْمَ ٱلْمَوْلَىٰ
en wat een uitstekende Helper!
وَنِعْمَ ٱلنَّصِيرُ
En weet dat, van alles wat jullie als buit nemen, een vijfde toekomt aan God, aan de gezant, aan de verwanten, aan de weeskinderen, aan de behoeftigen, en aan de doorreiziger – als jullie in God geloven en in wat Wij hebben doen neerdalen op Onze gehoorzame, op de dag van het Onderscheid, de dag waarop de twee troepen elkaar ontmoetten.
وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَا غَنِمْتُم مِّن شَىْءٍۢ فَأَنَّ لِلَّهِ خُمُسَهُۥ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ إِن كُنتُمْ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا يَوْمَ ٱلْفُرْقَانِ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ
En God is tot alles in staat.
وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍۢ قَدِيرٌ
Toen jullie op de nabijste rand waren, en zij op de verste rand, en de ruiterij lager was dan jullie.
إِذْ أَنتُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلدُّنْيَا وَهُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلْقُصْوَىٰ وَٱلرَّكْبُ أَسْفَلَ مِنكُمْ
En als jullie een afspraak hadden gemaakt, zouden jullie over die afspraak uiteengelopen zijn;
وَلَوْ تَوَاعَدتُّمْ لَٱخْتَلَفْتُمْ فِى ٱلْمِيعَٰدِ
maar opdat God een bevel tot zijn einde voert dat een voldongen zaak was, opdat wie zich moest vernietigen zich vernietigt op een duidelijk bewijs, en wie moest leven leeft op een duidelijk bewijs.
وَلَٰكِن لِّيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًۭا كَانَ مَفْعُولًۭا لِّيَهْلِكَ مَنْ هَلَكَ عَنۢ بَيِّنَةٍۢ وَيَحْيَىٰ مَنْ حَىَّ عَنۢ بَيِّنَةٍۢ
En voorzeker is God de Alhorende, de Alwetende.
وَإِنَّ ٱللَّهَ لَسَمِيعٌ عَلِيمٌ
Toen God ze je toonde, in je slaap, weinig in aantal –
إِذْ يُرِيكَهُمُ ٱللَّهُ فِى مَنَامِكَ قَلِيلًۭا
en als Hij ze je talrijk had getoond, zouden jullie zeker terrein hebben prijsgegeven, en zouden jullie zeker in twist zijn geraakt over de zaak;
وَلَوْ أَرَىٰكَهُمْ كَثِيرًۭا لَّفَشِلْتُمْ وَلَتَنَٰزَعْتُمْ فِى ٱلْأَمْرِ
maar God heeft alles intact gehouden,
وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ سَلَّمَ
want Hij is Alwetend over de inhoud van de borsten.
إِنَّهُۥ عَلِيمٌۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ
En toen Hij ze jullie toonde, toen jullie elkaar ontmoetten, weinig in aantal in jullie ogen, en Hij jullie weinig in aantal deed lijken in hun ogen, opdat God een bevel tot zijn einde voert dat een voldongen zaak was.
وَإِذْ يُرِيكُمُوهُمْ إِذِ ٱلْتَقَيْتُمْ فِىٓ أَعْيُنِكُمْ قَلِيلًۭا وَيُقَلِّلُكُمْ فِىٓ أَعْيُنِهِمْ لِيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًۭا كَانَ مَفْعُولًۭا
En tot God keren alle zaken terug.
وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ
O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie een bataljon ontmoeten, houd stand, en herinner jullie God overvloedig – misschien zullen jullie slagen.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمْ فِئَةًۭ فَٱثْبُتُوا۟ وَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَثِيرًۭا لَّعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ
En voeg jullie naar God en naar Zijn gezant,
وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ
en treed niet met elkaar in twist, anders zouden jullie terrein prijsgeven en zou jullie elan verdwijnen;
وَلَا تَنَٰزَعُوا۟ فَتَفْشَلُوا۟ وَتَذْهَبَ رِيحُكُمْ
en wees geduldig,
وَٱصْبِرُوٓا۟
want God is met de geduldigen.
إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ
En wees niet als zij die uit hun woningen zijn getrokken uit roes en uit vertoon voor de mensen, en die de weg van God versperren.
وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ خَرَجُوا۟ مِن دِيَٰرِهِم بَطَرًۭا وَرِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ
God omvat volkomen wat zij doen.
وَٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطٌۭ
En toen de Afleider hun hun werken verfraaide, en zei: “Niemand, vandaag, onder de mensen, kan jullie overwinnen, en ik ben gewis voor jullie een buurman die asiel geeft”;
وَإِذْ زَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَٰنُ أَعْمَٰلَهُمْ وَقَالَ لَا غَالِبَ لَكُمُ ٱلْيَوْمَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَإِنِّى جَارٌۭ لَّكُمْ
maar toen de twee bataljons elkaar zagen, week hij terug op zijn hielen, en zei: “Ik ben gewis vrij van jullie; ik zie wat jullie niet zien; ik vrees God.”
فَلَمَّا تَرَآءَتِ ٱلْفِئَتَانِ نَكَصَ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ وَقَالَ إِنِّى بَرِىٓءٌۭ مِّنكُمْ إِنِّىٓ أَرَىٰ مَا لَا تَرَوْنَ إِنِّىٓ أَخَافُ ٱللَّهَ
God is streng in de sanctie.
وَٱللَّهُ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
Toen de huichelaars, en zij wier kernen een ziekte dragen, zeiden: “Hun Wet heeft deze mensen wel bedrogen.”
إِذْ يَقُولُ ٱلْمُنَٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ غَرَّ هَٰٓؤُلَآءِ دِينُهُمْ
Maar wie lastgeving verleent aan God – gewis is God Almachtig, Wijs.
وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌۭ
En als jij zag, wanneer de Gemachtigden hen die verloochend hebben getrouw in bewaring houden,
وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذْ يَتَوَفَّى ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟
hen vermenigvuldigend in hun greep, of zij zich van voren aandienen of vluchtend de rug toekeren: “Proef de pijn van de brand!”
ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ يَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَأَدْبَٰرَهُمْ وَذُوقُوا۟ عَذَابَ ٱلْحَرِيقِ
Dat is voor wat jullie handen vooruitgestuurd hebben; en God doet de onder dwang gehoorzamenden op generlei wijze onrecht.
ذَٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّٰمٍۢ لِّلْعَبِيدِ
Lijkend op het gedrag van de clan van Fir'aun,
كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ
en van hen vóór hen, die de tekenen van God verloochend hebben; God heeft hen toen gegrepen om hun vergrijpen,
وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ فَأَخَذَهُمُ ٱللَّهُ بِذُنُوبِهِمْ
want God is sterk, streng in de sanctie.
إِنَّ ٱللَّهَ قَوِىٌّۭ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
Dat is omdat God nooit een weldaad verandert die Hij aan een volk heeft verleend, voordat dit verandert wat in zichzelf is; en God is de Alhorende, de Alwetende.
ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًۭا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا۟ مَا بِأَنفُسِهِمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌۭ
Lijkend op het gedrag van de clan van Fir'aun,
كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ
en van hen vóór hen, die de tekenen van hun Voogd ontkend hebben; toen hebben Wij hen vernietigd om hun vergrijpen,
وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِ رَبِّهِمْ فَأَهْلَكْنَٰهُم بِذُنُوبِهِمْ
en Wij hebben de clan van Fir'aun laten verdrinken.
وَأَغْرَقْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ
En allen waren onrechtvaardig.
وَكُلٌّۭ كَانُوا۟ ظَٰلِمِينَ
De slechtsten van de wezens die zich bewegen, bij God, zijn gewis zij die verloochend hebben en die dus niet geloven – zij met wie jij een pact hebt aangegaan, en die, elke keer, hun pact verbreken, en die zich niet behoeden.
إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ عَٰهَدتَّ مِنْهُمْ ثُمَّ يَنقُضُونَ عَهْدَهُمْ فِى كُلِّ مَرَّةٍۢ وَهُمْ لَا يَتَّقُونَ
Als jij hen dus verrast in de oorlog, verstrooi door hen hen die hen volgen, misschien zullen zij zich herinneren.
فَإِمَّا تَثْقَفَنَّهُمْ فِى ٱلْحَرْبِ فَشَرِّدْ بِهِم مَّنْ خَلْفَهُمْ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ
En als jij van een volk verraad vreest, zeg het op jegens hen, op voet van gelijkheid,
وَإِمَّا تَخَافَنَّ مِن قَوْمٍ خِيَانَةًۭ فَٱنۢبِذْ إِلَيْهِمْ عَلَىٰ سَوَآءٍ
want God houdt niet van de verraders.
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْخَآئِنِينَ
En denk vooral niet dat zij die verloochenen een voorsprong hebben genomen,
وَلَا يَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَبَقُوٓا۟
want zij kunnen Hem niet tot onmacht brengen.
إِنَّهُمْ لَا يُعْجِزُونَ
En bereid, tegen hen, alles toe wat jullie kunnen aan kracht en aan paarden die gereedgehouden worden voor het gevecht,
وَأَعِدُّوا۟ لَهُم مَّا ٱسْتَطَعْتُم مِّن قُوَّةٍۢ وَمِن رِّبَاطِ ٱلْخَيْلِ
om daarmee eerbied in te boezemen aan de vijand van God en aan jullie vijand, alsook aan anderen, buiten hen, die jullie niet kennen:
تُرْهِبُونَ بِهِۦ عَدُوَّ ٱللَّهِ وَعَدُوَّكُمْ وَءَاخَرِينَ مِن دُونِهِمْ لَا تَعْلَمُونَهُمُ
God, Hij, kent hen.
ٱللَّهُ يَعْلَمُهُمْ
En alles wat jullie uitgeven op de weg van God zal jullie getrouw worden teruggegeven, en jullie zullen geen onrecht ondergaan.
وَمَا تُنفِقُوا۟ مِن شَىْءٍۢ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ
En als zij neigen naar de vrede, neig ook jij ernaar, en verleen lastgeving aan God,
وَإِن جَنَحُوا۟ لِلسَّلْمِ فَٱجْنَحْ لَهَا وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ
want Hij is het, de Alhorende, de Alwetende.
إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ
En als zij je willen misleiden, dan volstaat God voor jou.
وَإِن يُرِيدُوٓا۟ أَن يَخْدَعُوكَ فَإِنَّ حَسْبَكَ ٱللَّهُ
Hij is het die jou gesterkt heeft met Zijn hulp en met de gelovenden, en die hun kernen verzoend heeft.
هُوَ ٱلَّذِىٓ أَيَّدَكَ بِنَصْرِهِۦ وَبِٱلْمُؤْمِنِينَ وَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ
Had jij alles uitgegeven wat op de aarde is, dan had jij hun kernen niet verzoend,
لَوْ أَنفَقْتَ مَا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًۭا مَّآ أَلَّفْتَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ
maar God is het die hen verzoend heeft,
وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ أَلَّفَ بَيْنَهُمْ
want Hij is Almachtig, Wijs.
إِنَّهُۥ عَزِيزٌ حَكِيمٌۭ
O Berichtgever! God volstaat voor jou,
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَسْبُكَ ٱللَّهُ
voor jou en voor hen onder de gelovenden die je volgen.
وَمَنِ ٱتَّبَعَكَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ
O Berichtgever! Zet de gelovenden aan tot het gevecht.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَرِّضِ ٱلْمُؤْمِنِينَ عَلَى ٱلْقِتَالِ
Als er onder jullie twintig geduldige mensen zijn, zullen zij tweehonderd overwinnen;
إِن يَكُن مِّنكُمْ عِشْرُونَ صَٰبِرُونَ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ
en als er honderd onder jullie zijn, zullen zij duizend overwinnen van hen die verloochenen, want zij zijn een volk dat niet begrijpt.
وَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌۭ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفًۭا مِّنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِأَنَّهُمْ قَوْمٌۭ لَّا يَفْقَهُونَ
Nu heeft God jullie verlicht en Hij heeft geweten dat er in jullie een zwakte was.
ٱلْـَٰٔنَ خَفَّفَ ٱللَّهُ عَنكُمْ وَعَلِمَ أَنَّ فِيكُمْ ضَعْفًۭا
Als er dus honderd onder jullie zijn, geduldig, zullen zij tweehonderd overwinnen;
فَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌۭ صَابِرَةٌۭ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ
en als er duizend onder jullie zijn, zullen zij tweeduizend overwinnen, met toestemming van God.
وَإِن يَكُن مِّنكُمْ أَلْفٌۭ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفَيْنِ بِإِذْنِ ٱللَّهِ
God is met de geduldigen.
وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ
Het kwam een berichtgever niet toe gevangenen te hebben, zolang hij de aarde niet volledig bedwongen had.
مَا كَانَ لِنَبِىٍّ أَن يَكُونَ لَهُۥٓ أَسْرَىٰ حَتَّىٰ يُثْخِنَ فِى ٱلْأَرْضِ
Jullie wilden de vergankelijke goederen van hienieden,
تُرِيدُونَ عَرَضَ ٱلدُّنْيَا
terwijl God het laatste leven wil.
وَٱللَّهُ يُرِيدُ ٱلْءَاخِرَةَ
God is Almachtig, Wijs.
وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌۭ
Was er niet een voorgaand register van God geweest, dan zou een ontzaglijke pijn jullie geraakt hebben om wat jullie genomen hebben.
لَّوْلَا كِتَٰبٌۭ مِّنَ ٱللَّهِ سَبَقَ لَمَسَّكُمْ فِيمَآ أَخَذْتُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌۭ
Eet dus van wat jullie als buit genomen hebben, van wat geoorloofd en goed is,
فَكُلُوا۟ مِمَّا غَنِمْتُمْ حَلَٰلًۭا طَيِّبًۭا
en behoed jullie voor God,
وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌۭ رَّحِيمٌۭ
O Berichtgever! Zeg tot hen onder de gevangenen die in jullie handen zijn: “Als God in jullie kernen enig goed kent, zal Hij jullie iets beters geven dan wat van jullie genomen is, en Hij zal jullie vergeven.”
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ قُل لِّمَن فِىٓ أَيْدِيكُم مِّنَ ٱلْأَسْرَىٰٓ إِن يَعْلَمِ ٱللَّهُ فِى قُلُوبِكُمْ خَيْرًۭا يُؤْتِكُمْ خَيْرًۭا مِّمَّآ أُخِذَ مِنكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وَٱللَّهُ غَفُورٌۭ رَّحِيمٌۭ
En als zij je willen verraden, hebben zij God al eerder verraden, en Hij heeft jou macht over hen gegeven.
وَإِن يُرِيدُوا۟ خِيَانَتَكَ فَقَدْ خَانُوا۟ ٱللَّهَ مِن قَبْلُ فَأَمْكَنَ مِنْهُمْ
En God is Alwetend, Wijs.
وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ
Gewis, zij die geloofd hebben, die geëmigreerd zijn, en die met hun bezittingen en hun Zelf gestreden hebben op de weg van God, alsook zij die onthaald en geholpen hebben – dat zijn zij die elkaars bondgenoten zijn.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَٰٓئِكَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍۢ
En zij die geloofd hebben zonder te emigreren – jullie hebben, ten aanzien van hun bescherming, geen enkele verantwoordelijkheid, totdat zij emigreren.
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَمْ يُهَاجِرُوا۟ مَا لَكُم مِّن وَلَٰيَتِهِم مِّن شَىْءٍ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا۟
En als zij jullie om hulp vragen in naam van de Wet, rust de hulp op jullie, behalve tegen een volk tussen wie en jullie een plechtige verbintenis bestaat.
وَإِنِ ٱسْتَنصَرُوكُمْ فِى ٱلدِّينِ فَعَلَيْكُمُ ٱلنَّصْرُ إِلَّا عَلَىٰ قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَٰقٌۭ
En God is Alziend over wat jullie doen.
وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌۭ
En zij die verloochenen zijn elkaars bondgenoten.
وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ
Als jullie het niet doen, zal er een beproeving op aarde zijn, en een groot bederf.
إِلَّا تَفْعَلُوهُ تَكُن فِتْنَةٌۭ فِى ٱلْأَرْضِ وَفَسَادٌۭ كَبِيرٌۭ
En zij die geloofd hebben, die geëmigreerd zijn, en die gestreden hebben op de weg van God, alsook zij die onthaald en geholpen hebben – dat zijn de echte gelovenden.
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّۭا
Zij hebben een vergeving en een edelmoedige leeftocht.
لَّهُم مَّغْفِرَةٌۭ وَرِزْقٌۭ كَرِيمٌۭ
En zij die daarna geloofd hebben, geëmigreerd zijn en met jullie gestreden hebben – dat zijn degenen die tot jullie behoren.
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنۢ بَعْدُ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ مَعَكُمْ فَأُو۟لَٰٓئِكَ مِنكُمْ
En de houders van verwantschapsschakels staan elkaar nader volgens de Codex van God,
وَأُو۟لُوا۟ ٱلْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍۢ فِى كِتَٰبِ ٱللَّهِ
want God is Alwetend over alles.
إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ