المطففين
Al-Mutaffifin
Woe to the Defrauders
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Wee de bedriegers, die, wanneer zij voor zichzelf door de mensen laten meten, eisen dat men hun getrouw de maat geeft, en die, wanneer zij meten of wegen voor zichzelf, verlies veroorzaken.
وَيْلٌۭ لِّلْمُطَفِّفِينَ ٱلَّذِينَ إِذَا ٱكْتَالُوا۟ عَلَى ٱلنَّاسِ يَسْتَوْفُونَ وَإِذَا كَالُوهُمْ أَو وَّزَنُوهُمْ يُخْسِرُونَ
Vermoeden dezen niet dat zij opgewekt zullen worden voor een ontzaglijke Dag, de Dag waarop de mensen rechtop zullen staan voor de Voogd van alle wezens?
أَلَا يَظُنُّ أُو۟لَٰٓئِكَ أَنَّهُم مَّبْعُوثُونَ لِيَوْمٍ عَظِيمٍۢ يَوْمَ يَقُومُ ٱلنَّاسُ لِرَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
Geenszins! Het register van de verdorvenen is voorzeker in de Siddjin.
كَلَّآ إِنَّ كِتَٰبَ ٱلْفُجَّارِ لَفِى سِجِّينٍۢ
En wie zal jou een idee geven van wat de Siddjin is? Een genummerd register.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا سِجِّينٌۭ كِتَٰبٌۭ مَّرْقُومٌۭ
Wee, op die dag, hen die ontkennen, hen die de Vervaldag ontkennen.
وَيْلٌۭ يَوْمَئِذٍۢ لِّلْمُكَذِّبِينَ ٱلَّذِينَ يُكَذِّبُونَ بِيَوْمِ ٱلدِّينِ
En alleen wie de grenzen overschrijdt, een overtreder, ontkent hem; wanneer Onze tekenen hem voorgedragen worden, zegt hij: “Legenden van de ouden!”
وَمَا يُكَذِّبُ بِهِۦٓ إِلَّا كُلُّ مُعْتَدٍ أَثِيمٍ إِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِ ءَايَٰتُنَا قَالَ أَسَٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ
Geenszins! Het is veeleer dat wat zij verworven hadden hun kernen met roest heeft bedekt.
كَلَّا بَلْ رَانَ عَلَىٰ قُلُوبِهِم مَّا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ
Geenszins! Die dag zullen zij voorzeker van hun Voogd afgeschermd zijn.
كَلَّآ إِنَّهُمْ عَن رَّبِّهِمْ يَوْمَئِذٍۢ لَّمَحْجُوبُونَ
Daarna zullen zij voorzeker in de Gloeioven branden.
ثُمَّ إِنَّهُمْ لَصَالُوا۟ ٱلْجَحِيمِ
Dan zal er gezegd worden: “Dit is wat jullie ontkenden.”
ثُمَّ يُقَالُ هَٰذَا ٱلَّذِى كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ
Geenszins! Het register van de deugdzamen is voorzeker in de Illijjoen.
كَلَّآ إِنَّ كِتَٰبَ ٱلْأَبْرَارِ لَفِى عِلِّيِّينَ
En wie zal jou een idee geven van wat de Illijjoen is? Een genummerd register, waarvan de nabijgebrachten getuigen.
وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا عِلِّيُّونَ كِتَٰبٌۭ مَّرْقُومٌۭ يَشْهَدُهُ ٱلْمُقَرَّبُونَ
Voorzeker zullen de deugdzamen in een weldaad zijn, op praalbedden, zij zullen kijken; jij zult op hun gezichten de glans van de weldaad herkennen; zij zullen gelaafd worden met een verzegelde nektar, waarvan het zegel van muskus is.
إِنَّ ٱلْأَبْرَارَ لَفِى نَعِيمٍ عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ يَنظُرُونَ تَعْرِفُ فِى وُجُوهِهِمْ نَضْرَةَ ٱلنَّعِيمِ يُسْقَوْنَ مِن رَّحِيقٍۢ مَّخْتُومٍ خِتَٰمُهُۥ مِسْكٌۭ
En laten daarvoor wedijveren zij die wedijveren.
وَفِى ذَٰلِكَ فَلْيَتَنَافَسِ ٱلْمُتَنَٰفِسُونَ
En zijn mengsel is van Tasnim, een bron waaruit de nabijgebrachten drinken.
وَمِزَاجُهُۥ مِن تَسْنِيمٍ عَيْنًۭا يَشْرَبُ بِهَا ٱلْمُقَرَّبُونَ
De afgezonderden lachten om hen die geloofd hebben, en wanneer zij langs hen kwamen, knipoogden zij naar elkaar, en wanneer zij zich naar de hunnen keerden, keerden zij zich genietend, en wanneer zij hen zagen, zeiden zij: “Dezen zijn voorzeker dwalenden”, terwijl zij niet als bewaarders over hen gezonden zijn.
إِنَّ ٱلَّذِينَ أَجْرَمُوا۟ كَانُوا۟ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يَضْحَكُونَ وَإِذَا مَرُّوا۟ بِهِمْ يَتَغَامَزُونَ وَإِذَا ٱنقَلَبُوٓا۟ إِلَىٰٓ أَهْلِهِمُ ٱنقَلَبُوا۟ فَكِهِينَ وَإِذَا رَأَوْهُمْ قَالُوٓا۟ إِنَّ هَٰٓؤُلَآءِ لَضَآلُّونَ وَمَآ أُرْسِلُوا۟ عَلَيْهِمْ حَٰفِظِينَ
Vandaag dus lachen zij die geloofd hebben om hen die verloochenen, op de praalbedden.
فَٱلْيَوْمَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنَ ٱلْكُفَّارِ يَضْحَكُونَ عَلَى ٱلْأَرَآئِكِ
Zij kijken: hebben zij die verloochenen de vergelding ontvangen van wat zij deden?
يَنظُرُونَ هَلْ ثُوِّبَ ٱلْكُفَّارُ مَا كَانُوا۟ يَفْعَلُونَ