التوبة
At-Tawba
God Suffices Me
Kwijting, van de zijde van God en Zijn gezant, jegens hen onder de associeerders met wie jullie een pact gesloten hadden.
براه من الله ورسوله الي الذين عهدتم من المشركين
Wees dus rondtrekkend op de aarde gedurende vier maanden,
فسيحوا في الارض اربعه اشهر
en weet dat jullie God niet tot onmacht zullen brengen, en dat God hen die verloochenen met schaamte bedekt.
واعلموا انكم غير معجزي الله وان الله مخزي الكفرين
En een afkondiging van God en Zijn gezant aan de mensen, op de dag van de Grote Convergentie van de hadj: God is vrij van de associeerders, evenals Zijn gezant.
واذن من الله ورسوله الي الناس يوم الحج الاكبر ان الله بري من المشركين ورسوله
Als jullie dus terugkeren, is dat beter voor jullie;
فان تبتم فهو خير لكم
maar als jullie de rug toekeren, weet dat jullie God niet tot onmacht zullen brengen.
وان توليتم فاعلموا انكم غير معجزي الله
En kondig hen die verloochend hebben een schrijnende pijn aan – behalve hen onder de associeerders met wie jullie een pact gesloten hebben, die jullie daarna in niets in de steek gelaten hebben en niemand tegen jullie hebben gesteund: voltooi jegens hen hun pact tot zijn termijn,
وبشر الذين كفروا بعذاب اليم الا الذين عهدتم من المشركين ثم لم ينقصوكم شيا ولم يظهروا عليكم احدا فاتموا اليهم عهدهم الي مدتهم
want God houdt van hen die zich behoeden.
ان الله يحب المتقين
Wanneer de onschendbare maanden afgelopen zijn, dood de associeerders overal waar jullie hen vinden; grijp hen, beleger hen, en stel jullie voor hen op bij elk observatiepunt.
فاذا انسلخ الاشهر الحرم فاقتلوا المشركين حيث وجدتموهم وخذوهم واحصروهم واقعدوا لهم كل مرصد
Maar als zij terugkeren, het Contact onderhouden en de zuivere vrijgevigheid geven, laat hun dan de weg vrij,
فان تابوا واقاموا الصلوه واتوا الزكوه فخلوا سبيلهم
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
En als een van de associeerders je om asiel vraagt, verleen hem asiel, totdat hij het woord van God hoort, breng hem dan naar zijn veilige plaats.
وان احد من المشركين استجارك فاجره حتي يسمع كلم الله ثم ابلغه مامنه
Dat, omdat zij een volk zijn dat niet weet.
ذلك بانهم قوم لا يعلمون
Hoe zou er voor de associeerders een pact kunnen zijn bij God en bij Zijn gezant – behalve voor hen met wie jullie een pact gesloten hebben nabij de onschendbare plaats van neerwerping? Zolang zij zich rechtop houden jegens jullie, houd jullie rechtop jegens hen,
كيف يكون للمشركين عهد عند الله وعند رسوله الا الذين عهدتم عند المسجد الحرام فما استقموا لكم فاستقيموا لهم
want God houdt van hen die zich behoeden.
ان الله يحب المتقين
Hoe dan? Als zij de overhand over jullie kregen, zouden zij ten aanzien van jullie geen verwantschapsschakel en geen waarborg respecteren.
كيف وان يظهروا عليكم لا يرقبوا فيكم الا ولا ذمه
Zij stellen jullie tevreden met hun monden, terwijl hun kernen weigeren; en de meesten van hen zijn grensoverschrijders.
يرضونكم بافوههم وتابي قلوبهم واكثرهم فسقون
Zij hebben, met de tekenen van God, een povere prijs gekocht, en zij hebben Zijn weg versperd.
اشتروا بايت الله ثمنا قليلا فصدوا عن سبيله
Hoe slecht is wat zij deden!
انهم سا ما كانوا يعملون
Zij respecteren, ten aanzien van een gelovende, geen verwantschapsschakel en geen waarborg.
لا يرقبون في مومن الا ولا ذمه
En dat zijn de agressors.
واوليك هم المعتدون
Als zij terugkeren, het Contact onderhouden en de zuivere vrijgevigheid geven, dan zijn zij jullie broers in de Wet.
فان تابوا واقاموا الصلوه واتوا الزكوه فاخونكم في الدين
En Wij zetten de tekenen uiteen voor een volk dat weet.
ونفصل الايت لقوم يعلمون
Maar als zij hun eden schenden na hun pact, en jullie Wet te lijf gaan, bevecht dan de leidsmannen van de verloochening,
وان نكثوا ايمنهم من بعد عهدهم وطعنوا في دينكم فقتلوا ايمه الكفر
want zij hebben geen geldige eden – misschien zullen zij ophouden.
انهم لا ايمن لهم لعلهم ينتهون
Zullen jullie dan geen volk bevechten dat zijn eden geschonden heeft, dat het voornemen had de gezant te verdrijven, en dat jullie als eerste aangevallen heeft? Zouden jullie hen duchten?
الا تقتلون قوما نكثوا ايمنهم وهموا باخراج الرسول وهم بدوكم اول مره اتخشونهم
God heeft er meer recht op dat jullie Hem duchten, als jullie gelovenden zijn.
فالله احق ان تخشوه ان كنتم مومنين
Bevecht hen: God zal hun pijn opleggen door jullie handen, hen met schaamte bedekken, jullie helpen tegen hen, de borsten van een gelovend volk genezen, en de woede van hun kernen wegnemen.
قتلوهم يعذبهم الله بايديكم ويخزهم وينصركم عليهم ويشف صدور قوم مومنين ويذهب غيظ قلوبهم
En God keert met mildheid terug naar wie het Hem behaagt.
ويتوب الله علي من يشا
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
Of dachten jullie dat jullie gelaten zouden worden, zonder dat God nog onderscheiden had wie van jullie gestreden hebben en, buiten God, Zijn gezant en de gelovenden, geen enkele vertrouweling hebben genomen?
ام حسبتم ان تتركوا ولما يعلم الله الذين جهدوا منكم ولم يتخذوا من دون الله ولا رسوله ولا المومنين وليجه
En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.
والله خبير بما تعملون
Het komt de associeerders niet toe de plaatsen van neerwerping van God te bevolken, terwijl zij tegen zichzelf getuigen van de verloochening.
ما كان للمشركين ان يعمروا مسجد الله شهدين علي انفسهم بالكفر
Dat zijn zij wier werken zijn ingestort, en die eeuwig in het Vuur verblijven.
اوليك حبطت اعملهم وفي النار هم خلدون
De plaatsen van neerwerping van God bevolkt slechts wie in God en in de Laatste Dag geloofd heeft, het Contact onderhouden heeft, de zuivere vrijgevigheid gegeven heeft, en niemand dan God alleen geducht heeft – het kan zijn dat zij tot hen behoren die zich laten leiden.
انما يعمر مسجد الله من امن بالله واليوم الاخر واقام الصلوه واتي الزكوه ولم يخش الا الله فعسي اوليك ان يكونوا من المهتدين
Hebben jullie het laven van hen die de hadj verrichten en het bevolken van de onschendbare plaats van neerwerping het equivalent gemaakt van hem die in God en in de Laatste Dag geloofd heeft, en die gestreden heeft op de weg van God?
اجعلتم سقايه الحاج وعماره المسجد الحرام كمن امن بالله واليوم الاخر وجهد في سبيل الله
Zij zijn niet gelijk bij God.
لا يستون عند الله
En God leidt het onrechtvaardige volk niet.
والله لا يهدي القوم الظلمين
Zij die geloofd hebben, die geëmigreerd zijn en die gestreden hebben op de weg van God, met hun bezittingen en hun Zelf, hebben een ontzaglijker graad bij God,
الذين امنوا وهاجروا وجهدوا في سبيل الله بامولهم وانفسهم اعظم درجه عند الله
en dezen zijn de zegevierenden.
واوليك هم الفايزون
Hun Voogd kondigt hun een welwillendheid van Hem aan, een instemming, en tuinen waar zij een weldaad zullen hebben die zich handhaaft, om er eeuwig te blijven, voor immer;
يبشرهم ربهم برحمه منه ورضون وجنت لهم فيها نعيم مقيم خلدين فيها ابدا
want bij God is een ontzaglijke beloning.
ان الله عنده اجر عظيم
O jullie die geloofd hebben! Neem jullie vaders en jullie broers niet tot bondgenoten, als zij de verloochening liever hebben dan het geloof.
يايها الذين امنوا لا تتخذوا اباكم واخونكم اوليا ان استحبوا الكفر علي الايمن
En wie van jullie hen tot bondgenoten neemt, dat zijn de onrechtvaardigen.
ومن يتولهم منكم فاوليك هم الظلمون
Zeg: “Als jullie vaders, jullie zonen, jullie broers, jullie echtgenoten, jullie huisgenoten, de bezittingen die jullie verworven hebben, een handel waarvan jullie de teruggang duchten, en woningen waarmee jullie tevreden zijn, jullie dierbaarder zijn dan God, dan Zijn gezant, en dan de strijd op Zijn weg, blijf dan in afwachting, totdat God Zijn bevel laat komen.”
قل ان كان اباوكم وابناوكم واخونكم وازوجكم وعشيرتكم وامول اقترفتموها وتجره تخشون كسادها ومسكن ترضونها احب اليكم من الله ورسوله وجهاد في سبيله فتربصوا حتي ياتي الله بامره
En God leidt het volk van de grensoverschrijders niet.
والله لا يهدي القوم الفسقين
God heeft jullie gewis geholpen op vele plaatsen, en op de dag van Hoenain, toen jullie grote aantal jullie verblindde, maar het jullie van geen nut was, en de aarde, ondanks haar uitgestrektheid, jullie te nauw werd; daarna keerden jullie de rug toe, vluchtend.
لقد نصركم الله في مواطن كثيره ويوم حنين اذ اعجبتكم كثرتكم فلم تغن عنكم شيا وضاقت عليكم الارض بما رحبت ثم وليتم مدبرين
Daarna deed God Zijn kalmte neerdalen op Zijn gezant en op de gelovenden, en deed legers neerdalen die jullie niet zagen, en Hij legde hen die verloochend hadden pijn op.
ثم انزل الله سكينته علي رسوله وعلي المومنين وانزل جنودا لم تروها وعذب الذين كفروا
En dat is de vergelding van hen die verloochenen.
وذلك جزا الكفرين
Daarna keert God met mildheid terug, hierna, naar wie het Hem behaagt.
ثم يتوب الله من بعد ذلك علي من يشا
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والله غفور رحيم
O jullie die geloofd hebben! De associeerders zijn slechts onreinheid: laten zij de onschendbare plaats van neerwerping dus niet meer naderen, na dit jaar.
يايها الذين امنوا انما المشركون نجس فلا يقربوا المسجد الحرام بعد عامهم هذا
En als jullie de benardheid vrezen, zal God jullie verrijken met Zijn gunst, als het Hem behaagt,
وان خفتم عيله فسوف يغنيكم الله من فضله ان شا
want God is Alwetend, Wijs.
ان الله عليم حكيم
Bevecht hen die niet geloven in God noch in de Laatste Dag, die niet als ontzegd beschouwen wat God en Zijn gezant ontzegd hebben, en die zich niet schikken naar de Wet van de waarheid, onder hen aan wie de Schrift gegeven is – totdat zij de oorlogsvergoeding betalen, uit eigen hand, terwijl zij vernederd worden.
قتلوا الذين لا يومنون بالله ولا باليوم الاخر ولا يحرمون ما حرم الله ورسوله ولا يدينون دين الحق من الذين اوتوا الكتب حتي يعطوا الجزيه عن يد وهم صغرون
En de Geheroriënteerden hebben gezegd: “Al-'Oezair is zoon van God”;
وقالت اليهود عزير ابن الله
en de Helpers hebben gezegd: “Al-Masih is zoon van God.”
وقالت النصري المسيح ابن الله
Dat is hun uitspraak, uit hun monden; zij doen de uitspraak na van hen die, vóór hen, verloochend hebben.
ذلك قولهم بافوههم يضهون قول الذين كفروا من قبل
Moge God hen bevechten!
قتلهم الله
Hoe worden zij dan van het spoor gebracht?
اني يوفكون
Zij hebben hun rabbijnen en hun monniken tot meesters genomen buiten God, alsook Al-Masih, zoon van Marjam,
اتخذوا احبارهم ورهبنهم اربابا من دون الله والمسيح ابن مريم
terwijl hun niets anders bevolen was dan een enige godheid te gehoorzamen.
وما امروا الا ليعبدوا الها وحدا
Geen godheid behalve Hij.
لا اله الا هو
Glorie zij Hem, boven wat zij met Hem associëren!
سبحنه عما يشركون
Zij willen het licht van God doven met hun monden, maar God weigert alles, behalve Zijn licht te voltooien, ook al hadden zij die verloochenen er afschuw van.
يريدون ان يطفوا نور الله بافوههم ويابي الله الا ان يتم نوره ولو كره الكفرون
Hij is het die Zijn gezant gezonden heeft met de leiding en de Wet van de waarheid, om haar de overhand te doen krijgen op elke wet, ook al hadden de associeerders er afschuw van.
هو الذي ارسل رسوله بالهدي ودين الحق ليظهره علي الدين كله ولو كره المشركون
O jullie die geloofd hebben! Velen van de rabbijnen en monniken verslinden voorzeker de bezittingen van de mensen door het valse, en versperren de weg van God.
يايها الذين امنوا ان كثيرا من الاحبار والرهبان لياكلون امول الناس بالبطل ويصدون عن سبيل الله
En zij die het goud en het zilver oppotten, en ze niet uitgeven op de weg van God – kondig hun een schrijnende pijn aan,
والذين يكنزون الذهب والفضه ولا ينفقونها في سبيل الله فبشرهم بعذاب اليم
op de dag waarop men ze zal verhitten in het vuur van Djahannam, en men daarmee hun voorhoofden, hun flanken en hun ruggen zal schroeien: “Dit is wat jullie voor jullie zelf hebben opgepot; proef dus wat jullie oppotten!”
يوم يحمي عليها في نار جهنم فتكوي بها جباههم وجنوبهم وظهورهم هذا ما كنزتم لانفسكم فذوقوا ما كنتم تكنزون
Gewis is het aantal van de maanden, bij God, twaalf maanden, in de Codex van God, sinds de dag waarop Hij de hemelen en de aarde schiep;
ان عده الشهور عند الله اثنا عشر شهرا في كتب الله يوم خلق السموت والارض
vier ervan zijn onschendbaar.
منها اربعه حرم
Dat is de rechte Wet.
ذلك الدين القيم
Doe jullie zelf dus geen onrecht gedurende deze.
فلا تظلموا فيهن انفسكم
En bevecht de associeerders gedurende alle maanden, zoals zij jullie bevechten gedurende alle maanden,
وقتلوا المشركين كافه كما يقتلونكم كافه
en weet dat God met de behoedzamen is.
واعلموا ان الله مع المتقين
De verdaging is slechts een overmaat aan verloochening: daardoor doen zij die verloochenen dwalen; zij maken het een jaar geoorloofd en maken het een jaar onschendbaar, om het aantal van wat God onschendbaar heeft gemaakt te vertrappen, en zo geoorloofd te maken wat God onschendbaar heeft gemaakt.
انما النسي زياده في الكفر يضل به الذين كفروا يحلونه عاما ويحرمونه عاما ليواطوا عده ما حرم الله فيحلوا ما حرم الله
Het kwaad van hun werken is hun verfraaid.
زين لهم سو اعملهم
En God leidt het volk dat verloochent niet.
والله لا يهدي القوم الكفرين
O jullie die geloofd hebben! Wat hebben jullie, wanneer tot jullie wordt gezegd: “Mobiliseer jullie op de weg van God”, dat jullie je zwaar naar de aarde laten zakken?
يايها الذين امنوا ما لكم اذا قيل لكم انفروا في سبيل الله اثاقلتم الي الارض
Zijn jullie tevreden met het leven hienieden in plaats van het laatste leven?
ارضيتم بالحيوه الدنيا من الاخره
De genieting van het leven hienieden is, vergeleken met het laatste leven, slechts weinig.
فما متع الحيوه الدنيا في الاخره الا قليل
Als jullie je niet mobiliseren, zal Hij jullie een schrijnende pijn opleggen, en jullie door een ander volk vervangen, zonder dat jullie Hem in enig opzicht schaden.
الا تنفروا يعذبكم عذابا اليما ويستبدل قوما غيركم ولا تضروه شيا
En God is tot alles in staat.
والله علي كل شي قدير
Als jullie hem niet helpen, God heeft hem reeds geholpen, toen zij die verloochend hadden hem verdreven, hem, de tweede van twee, toen zij beiden in de grot waren, toen hij tot zijn metgezel zei: “Wees niet bedroefd, God is gewis met ons.”
الا تنصروه فقد نصره الله اذ اخرجه الذين كفروا ثاني اثنين اذ هما في الغار اذ يقول لصحبه لا تحزن ان الله معنا
God deed toen Zijn kalmte op hem neerdalen,
فانزل الله سكينته عليه
en Hij versterkte hem met legers die jullie niet zagen,
وايده بجنود لم تروها
en Hij maakte het woord van hen die verloochend hadden tot het laagste,
وجعل كلمه الذين كفروا السفلي
terwijl het woord van God zelf het hoogste is.
وكلمه الله هي العليا
God is Almachtig, Wijs.
والله عزيز حكيم
Mobiliseer jullie, licht of zwaar, en strijd met jullie bezittingen en jullie Zelf op de weg van God.
انفروا خفافا وثقالا وجهدوا بامولكم وانفسكم في سبيل الله
Dat is beter voor jullie, als jullie wisten.
ذلكم خير لكم ان كنتم تعلمون
Als het een nabije winst en een gematigde reis was geweest, zouden zij je gevolgd hebben; maar de afstand is hun lang voorgekomen.
لو كان عرضا قريبا وسفرا قاصدا لاتبعوك ولكن بعدت عليهم الشقه
En zij zullen bij God zweren: “Als wij gekund hadden, zouden wij met jullie zijn uitgegaan”;
وسيحلفون بالله لو استطعنا لخرجنا معكم
zij vernietigen zichzelf,
يهلكون انفسهم
en God weet dat zij voorzeker leugenaars zijn.
والله يعلم انهم لكذبون
Moge God het jou kwijtschelden! Waarom heb je hun deze toestemming gegeven, voordat voor jou duidelijk zijn geworden zij die de waarheid gezegd hebben, en je de leugenaars zou kennen?
عفا الله عنك لم اذنت لهم حتي يتبين لك الذين صدقوا وتعلم الكذبين
Zij die in God en in de Laatste Dag geloven, vragen je geen toestemming wanneer het erom gaat met hun bezittingen en hun Zelf te strijden.
لا يستذنك الذين يومنون بالله واليوم الاخر ان يجهدوا بامولهم وانفسهم
God is Alwetend over hen die zich behoeden.
والله عليم بالمتقين
Alleen zij die niet in God noch in de Laatste Dag geloven, vragen je toestemming, en hun kernen zijn door twijfel bevangen, zodat zij in hun twijfel aarzelen.
انما يستذنك الذين لا يومنون بالله واليوم الاخر وارتابت قلوبهم فهم في ريبهم يترددون
En als zij hadden willen uitgaan, zouden zij daarvoor een uitrusting hebben bereid;
ولو ارادوا الخروج لاعدوا له عده
maar God had een afkeer ervan dat zij opgewekt zouden worden, en Hij remde hen af, en er werd tot hen gezegd: “Blijf zitten met hen die blijven zitten.”
ولكن كره الله انبعاثهم فثبطهم وقيل اقعدوا مع القعدين
Als zij onder jullie waren uitgegaan, zouden zij slechts jullie ontreddering hebben doen toenemen, en zouden zij heen en weer onder jullie hebben gerend, terwijl zij trachtten jullie de beproeving te doen ondergaan – en er zijn, onder jullie, lieden die naar hen luisteren.
لو خرجوا فيكم ما زادوكم الا خبالا ولاوضعوا خللكم يبغونكم الفتنه وفيكم سمعون لهم
En God is Alwetend over de onrechtvaardigen.
والله عليم بالظلمين
Zij hadden gewis eerder de beproeving gezocht, en hadden voor jou de zaken in alle richtingen omgekeerd, totdat de waarheid kwam en het bevel van God onbedekt was, ondanks hun afkeer.
لقد ابتغوا الفتنه من قبل وقلبوا لك الامور حتي جا الحق وظهر امر الله وهم كرهون
En onder hen is er een die zegt: “Verleen mij toestemming, en stel mij niet bloot aan de beproeving.”
ومنهم من يقول ايذن لي ولا تفتني
Is het niet in de beproeving dat zij reeds zijn gevallen?
الا في الفتنه سقطوا
En Djahannam omsingelt voorzeker hen die verloochenen.
وان جهنم لمحيطه بالكفرين
Als jou een goed overkomt, mishaagt het hen,
ان تصبك حسنه تسوهم
en als jou een tegenslag overkomt, zeggen zij: “Wij hadden reeds onze voorzorgen genomen” – en zij keren de rug toe, geheel verheugd.
وان تصبك مصيبه يقولوا قد اخذنا امرنا من قبل ويتولوا وهم فرحون
Zeg: “Ons zal niets overkomen, behalve wat God voor ons heeft voorgeschreven;
قل لن يصيبنا الا ما كتب الله لنا
Hij is onze naaste Garant.
هو مولينا
En aan God moeten de gelovenden lastgeving verlenen.”
وعلي الله فليتوكل المومنون
Zeg: “Verwachten jullie ten aanzien van ons slechts een van de twee schoonste?
قل هل تربصون بنا الا احدي الحسنيين
En wij, wij verwachten ten aanzien van jullie dat God over jullie een pijn doet komen, van Hem uit, of door onze handen.
ونحن نتربص بكم ان يصيبكم الله بعذاب من عنده او بايدينا
Blijf dus in afwachting,
فتربصوا
want wij zijn, met jullie, in afwachting.”
انا معكم متربصون
Zeg: “Besteed, gewillig of node, het zal van jullie niet aanvaard worden,
قل انفقوا طوعا او كرها لن يتقبل منكم
want jullie zijn een volk van grensoverschrijders.”
انكم كنتم قوما فسقين
En niets heeft hen verhinderd hun uitgaven aanvaard te zien, behalve dat zij God en Zijn gezant hebben verloochend, dat zij slechts met luiheid tot het Contact komen, en slechts node uitgeven.
وما منعهم ان تقبل منهم نفقتهم الا انهم كفروا بالله وبرسوله ولا ياتون الصلوه الا وهم كسالي ولا ينفقون الا وهم كرهون
Laat hun bezittingen noch hun kinderen jou dus verblinden.
فلا تعجبك امولهم ولا اولدهم
God wil daarmee slechts hun pijn opleggen in het leven hienieden, en dat hun Zelf ontsnapt terwijl zij verloochenen.
انما يريد الله ليعذبهم بها في الحيوه الدنيا وتزهق انفسهم وهم كفرون
En zij zweren bij God dat zij voorzeker van jullie zijn, terwijl zij niet van jullie zijn; maar het zijn lieden die bang zijn.
ويحلفون بالله انهم لمنكم وما هم منكم ولكنهم قوم يفرقون
Als zij een wijkplaats vonden, grotten of een onderaardse gang, zouden zij zich daarheen wenden, terwijl zij op hol slaan.
لو يجدون ملجا او مغرت او مدخلا لولوا اليه وهم يجمحون
En onder hen zijn er die jou bij zinspeling kleineren over de liefdadigheden: als hun ervan wordt toegekend, zijn zij tevreden; en als hun ervan niet wordt toegekend, zie, dan zijn zij vertoornd.
ومنهم من يلمزك في الصدقت فان اعطوا منها رضوا وان لم يعطوا منها اذا هم يسخطون
En als zij zich veeleer tevredengesteld hadden met wat God en Zijn gezant hun hadden gegeven, en hadden gezegd: “God volstaat voor ons; God zal ons verlenen van Zijn gunst, en Zijn gezant ook;
ولو انهم رضوا ما اتيهم الله ورسوله وقالوا حسبنا الله سيوتينا الله من فضله ورسوله
want tot God wenden wij ons met vurigheid.”
انا الي الله رغبون
De liefdadigheden zijn slechts bestemd voor de armen, de behoeftigen, zij die zich ermee bezighouden, zij wier kernen verenigd zijn, zij die onder de last van een schuld staan, de door een onvoorziene uitgave in schulden geraakten, op de weg van God, en de doorreiziger – het is een verplichting van God.
انما الصدقت للفقرا والمسكين والعملين عليها والمولفه قلوبهم وفي الرقاب والغرمين وفي سبيل الله وابن السبيل فريضه من الله
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
En onder hen zijn er die de Berichtgever lastigvallen en zeggen: “Hij is helemaal oor.”
ومنهم الذين يوذون النبي ويقولون هو اذن
Zeg: “Een oor van goed voor jullie: hij gelooft in God, hij geeft krediet aan de gelovenden, en hij is een welwillendheid voor wie van jullie geloofd hebben.”
قل اذن خير لكم يومن بالله ويومن للمومنين ورحمه للذين امنوا منكم
En zij die de gezant van God lastigvallen, zullen een schrijnende pijn hebben.
والذين يوذون رسول الله لهم عذاب اليم
Zij zweren jullie bij God, om jullie tevreden te stellen; maar God en Zijn gezant hebben meer recht erop dat zij Hem trachten tevreden te stellen, als zij gelovenden zijn.
يحلفون بالله لكم ليرضوكم والله ورسوله احق ان يرضوه ان كانوا مومنين
Weten zij niet dat wie zich vijandig verzet tegen God en Zijn gezant, het vuur van Djahannam zal hebben, waarin hij eeuwig zal blijven?
الم يعلموا انه من يحادد الله ورسوله فان له نار جهنم خلدا فيها
Dat is de ontzaglijke schande.
ذلك الخزي العظيم
De huichelaars zijn wantrouwig bij het idee dat er een soera over hen neerdaalt, die hen zou berichten over wat in hun kernen is.
يحذر المنفقون ان تنزل عليهم سوره تنبيهم بما في قلوبهم
Zeg: “Hoon maar!
قل استهزوا
God zal gewis in het volle licht naar buiten brengen waarvoor jullie wantrouwig zijn.”
ان الله مخرج ما تحذرون
En als je hen ondervraagt, zullen zij voorzeker zeggen: “Wij deden niets dan ons onderdompelen en spelen.”
ولين سالتهم ليقولن انما كنا نخوض ونلعب
Zeg: “Is het met God, Zijn tekenen en Zijn gezant dat jullie hoonden?”
قل ابالله وايته ورسوله كنتم تستهزون
Verontschuldig jullie niet:
لا تعتذروا
jullie hebben verloochend na jullie geloof.
قد كفرتم بعد ايمنكم
Als men het een groep onder jullie kwijtscheldt, zal een andere groep pijn worden opgelegd, omdat zij afgezonderden zijn geweest.
ان نعف عن طايفه منكم نعذب طايفه بانهم كانوا مجرمين
De huichelaars, mannen en vrouwen, zijn van elkaar: zij bevelen het afgekeurde en verbieden het erkende, en zij sluiten hun handen; zij hebben God vergeten, en Hij heeft hen vergeten.
المنفقون والمنفقت بعضهم من بعض يامرون بالمنكر وينهون عن المعروف ويقبضون ايديهم نسوا الله فنسيهم
De huichelaars zijn gewis de grensoverschrijders.
ان المنفقين هم الفسقون
God heeft de huichelaars, mannen en vrouwen, en hen die verloochenen, het vuur van Djahannam beloofd, waarin zij eeuwig zullen blijven.
وعد الله المنفقين والمنفقت والكفار نار جهنم خلدين فيها
Dat volstaat voor hen.
هي حسبهم
En God heeft hen vervloekt,
ولعنهم الله
en zij zullen een pijn hebben die zich handhaaft.
ولهم عذاب مقيم
Zoals zij die jullie zijn voorgegaan: zij overtroffen jullie in kracht, zij hadden meer bezittingen en kinderen; zij hebben genoten van hun lot, en jullie hebben genoten van jullie lot zoals zij die jullie zijn voorgegaan van hun lot hebben genoten, en jullie hebben je ondergedompeld zoals zij zich hebben ondergedompeld.
كالذين من قبلكم كانوا اشد منكم قوه واكثر امولا واولدا فاستمتعوا بخلقهم فاستمتعتم بخلقكم كما استمتع الذين من قبلكم بخلقهم وخضتم كالذي خاضوا
Dat zijn zij wier werken zijn ingestort, hienieden en in het laatste leven;
اوليك حبطت اعملهم في الدنيا والاخره
en dat zijn de verliezers.
واوليك هم الخسرون
Heeft het hen niet bereikt, het bericht over hen die vóór hen waren: het volk van Noeh, de Aad, de Thamoed, het volk van Ibrahim, de metgezellen van Madjan, en de omvergeworpen steden?
الم ياتهم نبا الذين من قبلهم قوم نوح وعاد وثمود وقوم ابرهيم واصحب مدين والموتفكت
Hun gezanten waren tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen.
اتتهم رسلهم بالبينت
En God zou hun geen onrecht doen;
فما كان الله ليظلمهم
maar aan zichzelf deden zij onrecht.
ولكن كانوا انفسهم يظلمون
En de gelovenden en de gelovende vrouwen zijn bondgenoten van elkaar:
والمومنون والمومنت بعضهم اوليا بعض
zij bevelen het erkende en verbieden het afgekeurde, zij onderhouden het Contact, geven de zuivere vrijgevigheid, en voegen zich naar God en Zijn gezant.
يامرون بالمعروف وينهون عن المنكر ويقيمون الصلوه ويوتون الزكوه ويطيعون الله ورسوله
Dat zijn zij aan wie God weldra welwillendheid zal doen,
اوليك سيرحمهم الله
want God is Almachtig, Wijs.
ان الله عزيز حكيم
God heeft de gelovenden en de gelovende vrouwen tuinen beloofd waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, en goede woningen in de Tuinen van de bestendigheid;
وعد الله المومنين والمومنت جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها ومسكن طيبه في جنت عدن
en een instemming van God is nog groter.
ورضون من الله اكبر
Dat is de ontzaglijke triomf.
ذلك هو الفوز العظيم
O Berichtgever! Strijd tegen hen die verloochenen en de huichelaars, en wees standvastig jegens hen.
يايها النبي جهد الكفار والمنفقين واغلظ عليهم
En hun toevlucht zal Djahannam zijn,
وماويهم جهنم
en wat een afschuwelijke bestemming!
وبيس المصير
Zij zweren bij God dat zij niets hebben gezegd;
يحلفون بالله ما قالوا
en toch hebben zij gewis het woord van de verloochening gezegd, en zij hebben verloochend nadat zij integer waren tegenover God, en zij hadden het voornemen tot wat hun niet is toegevallen.
ولقد قالوا كلمه الكفر وكفروا بعد اسلمهم وهموا بما لم ينالوا
Zij nemen slechts kwalijk dat God en Zijn gezant hen van Zijn gunst hebben verrijkt.
وما نقموا الا ان اغنيهم الله ورسوله من فضله
Als zij terugkeren, zal dat beter voor hen zijn;
فان يتوبوا يك خيرا لهم
maar als zij de rug toekeren, zal God hun een schrijnende pijn opleggen, hienieden en in het laatste leven,
وان يتولوا يعذبهم الله عذابا اليما في الدنيا والاخره
en zij zullen op aarde noch beschermer noch hulp hebben.
وما لهم في الارض من ولي ولا نصير
En onder hen zijn er die een pact met God hebben gesloten: “Als Hij ons geeft van Zijn gunst, zullen wij voorzeker liefdadigheid bedrijven, en zullen wij voorzeker behoren tot hen die deugdelijk zijn.”
ومنهم من عهد الله لين اتينا من فضله لنصدقن ولنكونن من الصلحين
Maar toen Hij hun van Zijn gunst had gegeven, toonden zij zich er gierig mee en keerden de rug toe, terwijl zij zich onttrokken.
فلما اتيهم من فضله بخلوا به وتولوا وهم معرضون
Hij liet daarop een huichelarij volgen in hun kernen, tot de dag waarop zij Hem zullen ontmoeten, omdat zij God tekort hebben gedaan in wat zij Hem hadden beloofd, en omdat zij gelogen hebben.
فاعقبهم نفاقا في قلوبهم الي يوم يلقونه بما اخلفوا الله ما وعدوه وبما كانوا يكذبون
Weten zij niet dat God hun geheim en hun heimelijk beraad kent, en dat God Degene is die ten volle weet wat de zintuigen ontgaat?
الم يعلموا ان الله يعلم سرهم ونجويهم وان الله علم الغيوب
Zij die bij zinspeling kleineren de gelovenden die uit vrije wil liefdadigheid bedrijven, en die spotten met hen die niets dan hun inspanning te geven hebben – God spot met hen,
الذين يلمزون المطوعين من المومنين في الصدقت والذين لا يجدون الا جهدهم فيسخرون منهم سخر الله منهم
en zij zullen een schrijnende pijn hebben.
ولهم عذاب اليم
Of je voor hen vergiffenis afsmeekt of niet –
استغفر لهم او لا تستغفر لهم
zelfs als je zeventig keer voor hen vergiffenis afsmeekte, God zal hun nooit vergeven.
ان تستغفر لهم سبعين مره فلن يغفر الله لهم
Het is omdat zij God en Zijn gezant hebben verloochend.
ذلك بانهم كفروا بالله ورسوله
En God leidt het volk van de grensoverschrijders niet.
والله لا يهدي القوم الفسقين
Zij die achtergelaten werden, verheugden zich dat zij waren blijven zitten, afzijdig van de gezant van God, en het was hun een afkeer met hun bezittingen en hun Zelf te strijden op de weg van God, en zij zeiden: “Mobiliseer jullie niet in de hitte.”
فرح المخلفون بمقعدهم خلف رسول الله وكرهوا ان يجهدوا بامولهم وانفسهم في سبيل الله وقالوا لا تنفروا في الحر
Zeg: “Het vuur van Djahannam is nog intenser in hitte” – als zij het begrepen!
قل نار جهنم اشد حرا لو كانوا يفقهون
Laat hen dus weinig lachen, en veel huilen, als vergelding voor wat zij verwierven.
فليضحكوا قليلا وليبكوا كثيرا جزا بما كانوا يكسبون
Als God je terugbrengt naar een groep van hen, en zij je toestemming vragen om uit te gaan, zeg dan: “Jullie zullen nooit met mij uitgaan, en jullie zullen met mij geen enkele vijand bevechten,
فان رجعك الله الي طايفه منهم فاستذنوك للخروج فقل لن تخرجوا معي ابدا ولن تقتلوا معي عدوا
want jullie hebben je tevredengesteld met te blijven zitten, de eerste keer;
انكم رضيتم بالقعود اول مره
blijf dus zitten met hen die achterblijven.”
فاقعدوا مع الخلفين
En wees nooit in contact met iemand van hen die sterft, en handhaaf je niet voor zijn begrafenis,
ولا تصل علي احد منهم مات ابدا ولا تقم علي قبره
want zij hebben God en Zijn gezant verloochend, en zijn gestorven als grensoverschrijders.
انهم كفروا بالله ورسوله وماتوا وهم فسقون
En laat hun bezittingen en hun kinderen jou niet verblinden.
ولا تعجبك امولهم واولدهم
God wil daarmee slechts hun pijn opleggen hienieden, en dat hun Zelf ontsnapt terwijl zij verloochenen.
انما يريد الله ان يعذبهم بها في الدنيا وتزهق انفسهم وهم كفرون
En wanneer een soera is neergedaald: “Geloof in God, en strijd met Zijn gezant”, vragen zij onder hen die de middelen hebben je toestemming, en zeggen: “Laat ons zijn met hen die blijven zitten.”
واذا انزلت سوره ان امنوا بالله وجهدوا مع رسوله استذنك اولوا الطول منهم وقالوا ذرنا نكن مع القعدين
Zij hebben zich tevredengesteld met te zijn met hen die achterblijven,
رضوا بان يكونوا مع الخوالف
en een stempel is op hun kernen aangebracht, zodat zij niet begrijpen.
وطبع علي قلوبهم فهم لا يفقهون
Maar de gezant, en zij die met hem geloofd hebben, hebben met hun bezittingen en hun Zelf gestreden,
لكن الرسول والذين امنوا معه جهدوا بامولهم وانفسهم
en dat zijn zij aan wie het goede toekomt,
واوليك لهم الخيرت
en dat zijn zij die slagen.
واوليك هم المفلحون
God heeft hun tuinen bereid waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven.
اعد الله لهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها
Dat is de ontzaglijke triomf.
ذلك الفوز العظيم
En zij die zich verontschuldigden, onder de notabelen, zijn gekomen opdat hun toestemming zou worden verleend, terwijl zij die tegen God en Zijn gezant hebben gelogen zijn blijven zitten.
وجا المعذرون من الاعراب ليوذن لهم وقعد الذين كذبوا الله ورسوله
Een schrijnende pijn zal hen overkomen die onder hen verloochend hebben.
سيصيب الذين كفروا منهم عذاب اليم
Er is geen bezwaar voor de zwakken, noch voor de zieken, noch voor hen die niets vinden om uit te geven, mits zij oprecht zijn tegenover God en Zijn gezant.
ليس علي الضعفا ولا علي المرضي ولا علي الذين لا يجدون ما ينفقون حرج اذا نصحوا لله ورسوله
Geen weg tegen hen die het goede doen.
ما علي المحسنين من سبيل
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والله غفور رحيم
Noch tegen hen die, tot jou gekomen opdat je hen zou vervoeren, en tot wie je zei: “Ik vind niets om jullie te vervoeren”,
ولا علي الذين اذا ما اتوك لتحملهم قلت لا اجد ما احملكم عليه
en die weer vertrokken, met ogen overvloeiend van tranen, bedroefd niets te vinden om uit te geven.
تولوا واعينهم تفيض من الدمع حزنا الا يجدوا ما ينفقون
De weg staat slechts open tegen hen die je toestemming vragen terwijl zij rijk zijn.
انما السبيل علي الذين يستذنونك وهم اغنيا
Zij hebben zich tevredengesteld met te zijn met hen die achterblijven,
رضوا بان يكونوا مع الخوالف
en God heeft een stempel op hun kernen aangebracht, zodat zij niet weten.
وطبع الله علي قلوبهم فهم لا يعلمون
Zij zullen zich bij jullie verontschuldigen, wanneer jullie naar hen zijn teruggekeerd.
يعتذرون اليكم اذا رجعتم اليهم
Zeg: “Verontschuldig jullie niet, wij zullen jullie geen krediet geven.
قل لا تعتذروا لن نومن لكم
God heeft ons reeds bericht over jullie tijdingen.
قد نبانا الله من اخباركم
En God zal jullie werk zien, evenals Zijn gezant,
وسيري الله عملكم ورسوله
daarna zullen jullie teruggebracht worden naar Hem die weet wat de zintuigen ontgaat en het geattesteerde, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.”
ثم تردون الي علم الغيب والشهده فينبيكم بما كنتم تعملون
Zij zullen jullie bij God zweren, zodra jullie rechtsomkeert naar hen hebben gemaakt, opdat jullie je aan hen onttrekken.
سيحلفون بالله لكم اذا انقلبتم اليهم لتعرضوا عنهم
Onttrek jullie dus aan hen,
فاعرضوا عنهم
want zij zijn slijk,
انهم رجس
en hun toevlucht zal Djahannam zijn,
وماويهم جهنم
als vergelding voor wat zij verwierven.
جزا بما كانوا يكسبون
Zij zweren jullie, opdat jullie tevreden zullen zijn met hen; maar als jullie tevreden waren met hen, zou God gewis niet tevreden zijn met het volk van de grensoverschrijders.
يحلفون لكم لترضوا عنهم فان ترضوا عنهم فان الله لا يرضي عن القوم الفسقين
De notabelen zijn nog intenser in de verloochening en de huichelarij, en zij verdienen het des te meer de grenzen niet te kennen van wat God op Zijn gezant heeft doen neerdalen.
الاعراب اشد كفرا ونفاقا واجدر الا يعلموا حدود ما انزل الله علي رسوله
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
En onder de notabelen zijn er die wat zij uitgeven houden voor een gedwongen last, en die voor jullie de omslagen van het lot verwachten.
ومن الاعراب من يتخذ ما ينفق مغرما ويتربص بكم الدواير
Over hen, de kringloop van het kwaad.
عليهم دايره السو
God is de Alhorende, de Alwetende.
والله سميع عليم
En onder de notabelen zijn er die in God en in de Laatste Dag geloven, en die wat zij uitgeven houden voor een middel tot nadering bij God en de bezoeken van de gezant.
ومن الاعراب من يومن بالله واليوم الاخر ويتخذ ما ينفق قربت عند الله وصلوت الرسول
Is het niet zo: het is voor hen gewis een nadering.
الا انها قربه لهم
God zal hen in Zijn welwillendheid doen binnengaan,
سيدخلهم الله في رحمته
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
En de allereerste voorlopers, onder de emigranten en de Hulpgenoten, en zij die hen volgden terwijl zij het goede deden – God is tevreden over hen, en zij zijn tevreden over Hem;
والسبقون الاولون من المهجرين والانصار والذين اتبعوهم باحسن رضي الله عنهم ورضوا عنه
Hij heeft hun tuinen bereid waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor immer.
واعد لهم جنت تجري تحتها الانهر خلدين فيها ابدا
Dat is de ontzaglijke triomf.
ذلك الفوز العظيم
En onder de notabelen die jullie omringen, zijn er huichelaars,
وممن حولكم من الاعراب منفقون
evenals, onder de lieden van de Hoofdstad, sommigen verhard in de huichelarij die jij niet kent:
ومن اهل المدينه مردوا علي النفاق لا تعلمهم
Wij, Wij kennen hen.
نحن نعلمهم
Wij zullen hun tweemaal pijn opleggen, daarna zullen zij teruggebracht worden naar een ontzaglijke pijn.
سنعذبهم مرتين ثم يردون الي عذاب عظيم
En anderen hebben hun vergrijpen erkend, na een deugdelijk werk met een ander, slecht werk te hebben vermengd; het kan zijn dat God met mildheid naar hen terugkeert,
واخرون اعترفوا بذنوبهم خلطوا عملا صلحا واخر سييا عسي الله ان يتوب عليهم
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
Neem van hun bezittingen een liefdadigheid die hen reinigt en doet groeien, en wees in contact met hen,
خذ من امولهم صدقه تطهرهم وتزكيهم بها وصل عليهم
want jouw contacten zijn een kalmte voor hen.
ان صلوتك سكن لهم
God is de Alhorende, de Alwetende.
والله سميع عليم
Weten zij niet dat God, Hij, het berouw van Zijn gehoorzamen verwelkomt en de liefdadigheden aanneemt, en dat God, Hij, Degene is die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend?
الم يعلموا ان الله هو يقبل التوبه عن عباده وياخذ الصدقت وان الله هو التواب الرحيم
En zeg: “Handel; God zal jullie werk zien, evenals Zijn gezant en de gelovenden,
وقل اعملوا فسيري الله عملكم ورسوله والمومنون
en jullie zullen teruggebracht worden naar Hem die weet wat de zintuigen ontgaat en het geattesteerde, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.”
وستردون الي علم الغيب والشهده فينبيكم بما كنتم تعملون
En anderen zijn in afwachting gesteld van het bevel van God: ofwel zal Hij hun pijn opleggen, ofwel zal Hij met mildheid naar hen terugkeren.
واخرون مرجون لامر الله اما يعذبهم واما يتوب عليهم
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
En zij die een plaats van neerwerping hebben genomen om te schaden, uit verloochening, door scheuring onder de gelovenden, en als uitkijkpost voor hem die voorheen oorlog had gevoerd tegen God en Zijn gezant –
والذين اتخذوا مسجدا ضرارا وكفرا وتفريقا بين المومنين وارصادا لمن حارب الله ورسوله من قبل
zij zullen voorzeker zweren: “Wij wilden slechts het beste”;
وليحلفن ان اردنا الا الحسني
en God getuigt dat zij voorzeker leugenaars zijn.
والله يشهد انهم لكذبون
Handhaaf je er nooit.
لا تقم فيه ابدا
Een plaats van neerwerping gegrondvest op de behoedzaamheid, vanaf de eerste dag, heeft veel meer recht erop dat jij je erin handhaaft.
لمسجد اسس علي التقوي من اول يوم احق ان تقوم فيه
Daarin bevinden zich mannen die ervan houden zich te reinigen.
فيه رجال يحبون ان يتطهروا
God houdt van hen die zich reinigen.
والله يحب المطهرين
Is hij wiens gebouw is gegrondvest op de behoedzaamheid voor God en op Zijn instemming dan beter, of hij wiens gebouw is gegrondvest op de rand van een ravijn dat op afbrokkelen staat, dat dan met hem afbrokkelt in het vuur van Djahannam?
افمن اسس بنينه علي تقوي من الله ورضون خير ام من اسس بنينه علي شفا جرف هار فانهار به في نار جهنم
En God leidt het onrechtvaardige volk niet.
والله لا يهدي القوم الظلمين
Het gebouw dat zij hebben gebouwd blijft een twijfel in hun kernen, tenzij hun kernen in stukken breken.
لا يزال بنينهم الذي بنوا ريبه في قلوبهم الا ان تقطع قلوبهم
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
God heeft gewis van de gelovenden hun Zelf en hun bezittingen gekocht, in ruil voor de Tuin die hun toekomt.
ان الله اشتري من المومنين انفسهم وامولهم بان لهم الجنه
Zij vechten op de weg van God, doden en worden gedood – het is een belofte die op Hem rust, in alle waarheid, in de Taurah, de Indjil en deze Lezing.
يقتلون في سبيل الله فيقتلون ويقتلون وعدا عليه حقا في التوريه والانجيل والقران
En wie is getrouwer aan zijn pact dan God?
ومن اوفي بعهده من الله
Jubel dus over de verkoop die jullie met Hem hebben gesloten,
فاستبشروا ببيعكم الذي بايعتم به
en dat is de ontzaglijke triomf.
وذلك هو الفوز العظيم
Zij die terugkeren, die gehoorzamen, die loven, die rondtrekken, die knielen, die zich neerwerpen, die het erkende bevelen en het afgekeurde verbieden, en die de grenzen van God bewaren –
التيبون العبدون الحمدون السيحون الركعون السجدون الامرون بالمعروف والناهون عن المنكر والحفظون لحدود الله
en kondig het goede nieuws aan de gelovenden aan.
وبشر المومنين
Het kwam de Berichtgever niet toe, noch hen die geloofd hebben, vergiffenis af te smeken voor de associeerders, ook al waren het verwanten, zodra het hun duidelijk gebleken is dat zij de metgezellen van de Gloeioven zijn.
ما كان للنبي والذين امنوا ان يستغفروا للمشركين ولو كانوا اولي قربي من بعد ما تبين لهم انهم اصحب الجحيم
En Ibrahim smeekte voor zijn vader slechts vergiffenis af vanwege een belofte die hij hem had gedaan;
وما كان استغفار ابرهيم لابيه الا عن موعده وعدها اياه
maar toen het hem duidelijk werd dat hij een vijand van God was, verklaarde hij zich vrij van hem.
فلما تبين له انه عدو لله تبرا منه
Ibrahim was voorzeker vol zuchten, lankmoedig.
ان ابرهيم لاوه حليم
Het past God niet een volk te doen dwalen nadat Hij het heeft geleid, zonder het eerst te hebben uitgelegd waarvoor het zich moet behoeden,
وما كان الله ليضل قوما بعد اذ هديهم حتي يبين لهم ما يتقون
want God is Alwetend over alles.
ان الله بكل شي عليم
Aan God behoort gewis het koningschap van de hemelen en de aarde;
ان الله له ملك السموت والارض
Hij doet leven en doet sterven.
يحي ويميت
En jullie hebben, buiten God, noch beschermer noch hulp.
وما لكم من دون الله من ولي ولا نصير
God is gewis met mildheid teruggekeerd naar de Berichtgever, de emigranten en de Hulpgenoten, die hem hebben gevolgd in het uur van de moeilijkheid, nadat de kernen van een fractie van hen bijna waren afgeweken; daarna is Hij met mildheid naar hen teruggekeerd – Hij is, jegens hen, vol goedheid, Welwillend – en naar de drie die waren achtergelaten,
لقد تاب الله علي النبي والمهجرين والانصار الذين اتبعوه في ساعه العسره من بعد ما كاد يزيغ قلوب فريق منهم ثم تاب عليهم انه بهم روف رحيم وعلي الثلثه الذين خلفوا
totdat de aarde hun nauw was geworden ondanks haar uitgestrektheid, hun Zelf zelf hun nauw was geworden, en zij hadden vermoed dat er geen wijkplaats tegen God is behalve naar Hem – toen keerde Hij met mildheid naar hen terug, opdat zij terugkeren,
حتي اذا ضاقت عليهم الارض بما رحبت وضاقت عليهم انفسهم وظنوا ان لا ملجا من الله الا اليه ثم تاب عليهم ليتوبوا
want God, Hij, is Degene die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
ان الله هو التواب الرحيم
O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God, en wees met de waarachtigen.
يايها الذين امنوا اتقوا الله وكونوا مع الصدقين
Het kwam de lieden van de Hoofdstad niet toe, noch de notabelen die hen omringen, achter te blijven, ver van de gezant van God, noch hun eigen Zelf boven het zijne te verkiezen.
ما كان لاهل المدينه ومن حولهم من الاعراب ان يتخلفوا عن رسول الله ولا يرغبوا بانفسهم عن نفسه
Dat komt doordat hun geen dorst, geen vermoeidheid, geen schaarste overkomt op de weg van God, en zij geen plaats betreden die hen die verloochenen ergert, en hun geen winst op een vijand toevalt, zonder dat hun daarvoor een deugdelijk werk wordt ingeschreven;
ذلك بانهم لا يصيبهم ظما ولا نصب ولا مخمصه في سبيل الله ولا يطون موطيا يغيظ الكفار ولا ينالون من عدو نيلا الا كتب لهم به عمل صلح
want God laat de beloning van hen die het goede doen niet vervliegen.
ان الله لا يضيع اجر المحسنين
En zij geven geen enkele uitgave uit, klein of groot, zij bezetten de doorgang van geen enkel dal, zonder dat het hun wordt ingeschreven,
ولا ينفقون نفقه صغيره ولا كبيره ولا يقطعون واديا الا كتب لهم
opdat God hen vergeldt naar het schoonste van wat zij deden.
ليجزيهم الله احسن ما كانوا يعملون
Het kwam de gelovenden niet toe zich allen tezamen te mobiliseren.
وما كان المومنون لينفروا كافه
Waarom heeft zich dan niet, uit elke fractie van hen, een groep gemobiliseerd, opdat zij zich verdiepen in wat zij van de Wet begrijpen, en opdat zij hun volk waarschuwen bij hun terugkeer naar hen, misschien zullen zij waakzaam zijn?
فلولا نفر من كل فرقه منهم طايفه ليتفقهوا في الدين ولينذروا قومهم اذا رجعوا اليهم لعلهم يحذرون
O jullie die geloofd hebben! Bevecht hen van de verloochenaars die dicht bij jullie zijn, en laat hen in jullie standvastigheid vinden.
يايها الذين امنوا قتلوا الذين يلونكم من الكفار وليجدوا فيكم غلظه
En weet dat God met de behoedzamen is.
واعلموا ان الله مع المتقين
En wanneer een soera is neergedaald, is er onder hen een die zegt: “Wie van jullie heeft deze soera in geloof doen toenemen?”
واذا ما انزلت سوره فمنهم من يقول ايكم زادته هذه ايمنا
Wat betreft zij die geloofd hebben, zij heeft hen in geloof doen toenemen, en zij jubelen erover.
فاما الذين امنوا فزادتهم ايمنا وهم يستبشرون
Maar wat betreft zij in wier kernen een ziekte zit, zij heeft een slijk toegevoegd aan hun slijk, en zij zijn gestorven terwijl zij verloochenden.
واما الذين في قلوبهم مرض فزادتهم رجسا الي رجسهم وماتوا وهم كفرون
Zien zij dan niet dat zij elk jaar op de proef worden gesteld, een of twee keer? Daarna keren zij niet terug, en zij herinneren zich niet.
اولا يرون انهم يفتنون في كل عام مره او مرتين ثم لا يتوبون ولا هم يذكرون
En wanneer een soera is neergedaald, kijken zij elkaar aan: “Ziet iemand jullie?” Daarna glippen zij weg.
واذا ما انزلت سوره نظر بعضهم الي بعض هل يريكم من احد ثم انصرفوا
God heeft hun kernen afgewend, omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
صرف الله قلوبهم بانهم قوم لا يفقهون
Gewis is een gezant tot jullie gekomen, voortgekomen uit jullie zelf; het valt hem zwaar dat jullie terneergedrukt zijn,
لقد جاكم رسول من انفسكم عزيز عليه ما عنتم
begaan met jullie,
حريص عليكم
vol goedheid, welwillend jegens de gelovenden.
بالمومنين روف رحيم
Als zij de rug toekeren, zeg dan: “God volstaat voor mij;
فان تولوا فقل حسبي الله
geen godheid behalve Hij;
لا اله الا هو
aan Hem verleen ik lastgeving,
عليه توكلت
en Hij is de Voogd van het ontzaglijke Bouwwerk.”
وهو رب العرش العظيم