يونس
Yunus
The Abode of Peace
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Alif. Lam. Ra.
الر
Dit zijn de tekenen van de Schrift vol wijsheid.
تلك ءايت الكتب الحكيم
Is het dan bevreemdend voor de mensen dat Wij aan een man onder hen hebben geopenbaard: “Waarschuw de mensen,
اكان للناس عجبا ان اوحينا الى رجل منهم ان انذر الناس
en kondig aan hen die geloofd hebben aan dat zij, bij hun Voogd, een zekere stap van waarachtigheid hebben”?
وبشر الذين ءامنوا ان لهم قدم صدق عند ربهم
Zij die verloochenen, zeggen: “Dat is voorzeker een klaarblijkelijke begoocheling.”
قال الكفرون ان هذا لسحر مبين
Jullie Voogd is gewis God, die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen, daarna Zich op het Bouwwerk heeft gevestigd.
ان ربكم الله الذي خلق السموت والارض في ستة ايام ثم استوى على العرش
Hij regelt het Bevel.
يدبر الامر
Geen voorspreker behalve na Zijn toestemming.
ما من شفيع الا من بعد اذنه
Dat is God, jullie Voogd.
ذلكم الله ربكم
Gehoorzaam Hem dus.
فاعبدوه
Herinneren jullie je dan niet?
افلا تذكرون
Naar Hem zal jullie terugkeer zijn, van jullie allen.
اليه مرجعكم جميعا
Belofte van God, in alle waarheid.
وعد الله حقا
Hij is het die de schepping begint, en haar daarna opnieuw maakt, om hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht met billijkheid te vergelden.
انه يبدوا الخلق ثم يعيده ليجزي الذين ءامنوا وعملوا الصلحت بالقسط
Wat betreft hen die verloochend hebben, zij zullen een drank van kokend water hebben en een schrijnende pijn, omdat zij verloochend hebben.
والذين كفروا لهم شراب من حميم وعذاب اليم بما كانوا يكفرون
Hij is het die van de zon een helderheid heeft gemaakt en van de maan een licht, en Hij heeft voor haar stations vastgesteld, opdat jullie het aantal van de jaren en de berekening kennen.
هو الذي جعل الشمس ضياء والقمر نورا وقدره منازل لتعلموا عدد السنين والحساب
God heeft dat slechts in alle waarheid geschapen.
ما خلق الله ذلك الا بالحق
Hij zet de tekenen uiteen voor een volk dat weet.
يفصل الءايت لقوم يعلمون
In de afwisseling van de nacht en de dag, en in wat God in de hemelen en op de aarde heeft geschapen, zijn er voorzeker tekenen voor een volk dat zich behoedt.
ان في اختلف اليل والنهار وما خلق الله في السموت والارض لءايت لقوم يتقون
Gewis, zij die niet op Onze ontmoeting hopen, die zich tevredenstelden met het leven hienieden en daarin gerustheid vonden, en zij die onbekommerd zijn over Onze tekenen – dat zijn zij wier toevlucht het Vuur zal zijn, voor wat zij verwierven.
ان الذين لا يرجون لقاءنا ورضوا بالحيوة الدنيا واطمانوا بها والذين هم عن ءايتنا غفلون اوليك ماوىهم النار بما كانوا يكسبون
Gewis, zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, hun Voogd leidt hen vanwege hun geloof.
ان الذين ءامنوا وعملوا الصلحت يهديهم ربهم بايمنهم
Onder hen zullen de rivieren stromen, in de tuinen van de weldaad.
تجري من تحتهم الانهر في جنت النعيم
Hun uitroep daar zal zijn: “Glorie zij U, o God!”
دعوىهم فيها سبحنك اللهم
En hun groet daar zal zijn: “Vrede”.
وتحيتهم فيها سلم
En als laatste zal hun uitroep zijn: “Lof zij God, Voogd van alle wezens.”
وءاخر دعوىهم ان الحمد لله رب العلمين
En als God voor de mensen het kwaad verhaastte zoals zij het goede trachten te verhaasten, zou hun termijn hun reeds zijn geregeld.
ولو يعجل الله للناس الشر استعجالهم بالخير لقضي اليهم اجلهم
Wij laten dus hen die niet op Onze ontmoeting hopen achter in hun mateloosheid, waarin zij rondtasten.
فنذر الذين لا يرجون لقاءنا في طغينهم يعمهون
En wanneer de schade de mens treft, roept hij Ons aan, op de zij liggend, zittend of staand;
واذا مس الانسن الضر دعانا لجنبه او قاعدا او قايما
daarna, wanneer Wij hem van zijn schade hebben verlicht, vervolgt hij zijn pad alsof hij Ons nooit had aangeroepen met betrekking tot een schade die hem had getroffen.
فلما كشفنا عنه ضره مر كان لم يدعنا الى ضر مسه
Zo werden voor de buitensporigen de daden die zij verrichtten verfraaid.
كذلك زين للمسرفين ما كانوا يعملون
Wij hebben de generaties vernietigd die jullie zijn voorgegaan, zodra zij onrecht pleegden, hoewel hun gezanten tot hen gekomen waren met de duidelijke bewijzen;
ولقد اهلكنا القرون من قبلكم لما ظلموا وجاءتهم رسلهم بالبينت
maar zij waren niet bereid te geloven.
وما كانوا ليومنوا
Zo vergelden Wij het volk van de afgezonderden.
كذلك نجزي القوم المجرمين
Daarna hebben Wij van jullie opvolgers gemaakt op de aarde, na hen, om te kijken hoe jullie zouden handelen.
ثم جعلنكم خليف في الارض من بعدهم لننظر كيف تعملون
En wanneer Onze tekenen hun worden voorgedragen, volkomen uitdrukkelijk, zeggen zij die niet op Onze ontmoeting hopen: “Breng een andere Lezing dan deze, of verander haar.”
واذا تتلى عليهم ءاياتنا بينت قال الذين لا يرجون لقاءنا ايت بقرءان غير هذا او بدله
Zeg: “Het komt mij niet toe haar op eigen gezag te veranderen;
قل ما يكون لي ان ابدله من تلقاي نفسي
ik volg slechts wat mij geopenbaard wordt.
ان اتبع الا ما يوحى الى
Ik vrees gewis, als ik ongehoorzaam ben aan mijn Voogd, de pijn van een ontzaglijke dag.”
اني اخاف ان عصيت ربي عذاب يوم عظيم
Zeg: “Als het God had behaagd, zou ik haar jullie niet hebben voorgedragen, en Hij zou jullie er geen idee van hebben gegeven.
قل لو شاء الله ما تلوته عليكم ولا ادرىكم به
Ik heb nochtans een heel leven onder jullie doorgebracht, voor haar.
فقد لبثت فيكم عمرا من قبله
Redeneren jullie dan niet?”
افلا تعقلون
Wie is dan onrechtvaardiger dan wie een leugen tegen God verzint, of Zijn tekenen ontkent?
فمن اظلم ممن افترى على الله كذبا او كذب بايته
De afgezonderden slagen gewis niet.
انه لا يفلح المجرمون
En zij gehoorzamen, buiten God, aan wat hun noch schaadt noch baat, en zij zeggen: “Dit zijn onze voorsprekers bij God.”
ويعبدون من دون الله ما لا يضرهم ولا ينفعهم ويقولون هولاء شفعونا عند الله
Zeg: “Berichten jullie God over wat Hij niet weet in de hemelen noch op de aarde?”
قل اتنبون الله بما لا يعلم في السموت ولا في الارض
Glorie zij Hem, en Hij staat ver boven wat zij met Hem associëren.
سبحنه وتعلى عما يشركون
De mensen vormden slechts één gemeenschap, daarna liepen zij uiteen.
وما كان الناس الا امة وحدة فاختلفوا
En zonder een voorafgaand woord van jouw Voogd zou er reeds tussen hen beslist zijn over datgene waarin zij uiteenlopen.
ولولا كلمة سبقت من ربك لقضي بينهم فيما فيه يختلفون
En zij zeggen: “Waarom heeft men hem geen teken van zijn Voogd doen neerdalen!”
ويقولون لولا انزل عليه ءاية من ربه
Zeg: “Wat de zintuigen ontgaat behoort slechts aan God toe.
فقل انما الغيب لله
Wacht dus:
فانتظروا
ik behoor gewis, met jullie, tot hen die wachten.”
اني معكم من المنتظرين
En wanneer Wij de mensen een welwillendheid doen proeven na een schade die hen had getroffen, zie, dan complotteren zij tegen Onze tekenen.
واذا اذقنا الناس رحمة من بعد ضراء مستهم اذا لهم مكر في ءاياتنا
Zeg: “God is sneller in complot.”
قل الله اسرع مكرا
Onze gezondenen leggen gewis schriftelijk vast wat jullie complotteren.
ان رسلنا يكتبون ما تمكرون
Hij is het die jullie het vasteland en de zee doet doorkruisen,
هو الذي يسيركم في البر والبحر
totdat, wanneer jullie in het vaartuig zijn en het met hen vaart met een goede wind, en zij zich erover verheugen, een hevige wind het aanvalt, de deining hun van overal komt, en zij vermoeden dat zij omsingeld zijn – dan roepen zij God aan, Hem uitsluitend de Wet toewijdend: “Als U ons hiervan redt, zullen wij voorzeker behoren tot de dankbaren.”
حتى اذا كنتم في الفلك وجرين بهم بريح طيبة وفرحوا بها جاءتها ريح عاصف وجاءهم الموج من كل مكان وظنوا انهم احيط بهم دعوا الله مخلصين له الدين لين انجيتنا من هذه لنكونن من الشكرين
Maar zodra Hij hen heeft gered, zie, dan plegen zij afpersingen op aarde, zonder recht.
فلما انجىهم اذا هم يبغون في الارض بغير الحق
O mensen! Jullie afpersing valt slechts op jullie zelf terug,
يايها الناس انما بغيكم على انفسكم
genieting van het leven hienieden;
متع الحيوة الدنيا
daarna zal jullie terugkeer naar Ons zijn, en Wij zullen jullie berichten over wat jullie deden.
ثم الينا مرجعكم فننبيكم بما كنتم تعملون
Het voorbeeld van het leven hienieden is dat van een water dat Wij uit de hemel doen neerdalen, en dat zich vermengt
انما مثل الحيوة الدنيا كماء انزلنه من السماء فاختلط
met de plantengroei van de aarde, waarvan de mensen en het vee eten,
به نبات الارض مما ياكل الناس والانعم
totdat, wanneer de aarde haar vergulding heeft aangenomen en zich heeft verfraaid, en de lieden van deze aarde vermoeden dat zij haar beheersen, Ons bevel haar bereikt, 's nachts of overdag, en Wij ervan een geoogste aarde maken, alsof zij de dag tevoren geen voorspoed had gekend.
حتى اذا اخذت الارض زخرفها وازينت وظن اهلها انهم قدرون عليها اتىها امرنا ليلا او نهارا فجعلنها حصيدا كان لم تغن بالامس
Zo zetten Wij de tekenen uiteen voor een volk dat nadenkt.
كذلك نفصل الءايت لقوم يتفكرون
God roept op tot het Verblijf van de Vrede, en Hij leidt wie het Hem behaagt naar een rechtlijnig pad.
والله يدعوا الى دار السلم ويهدي من يشاء الى صرط مستقيم
Aan hen die het goede doen komt het schoonste toe, en meer nog;
للذين احسنوا الحسنى وزيادة
noch zwart stof noch vernedering zullen hun gezichten omhullen.
ولا يرهق وجوههم قتر ولا ذلة
Dat zijn de metgezellen van de Tuin,
اوليك اصحب الجنة
zij blijven daar eeuwig.
هم فيها خلدون
Wat betreft hen die slechte daden hebben verworven, de vergelding van een slechte daad zal haar equivalent zijn, en de vernedering zal hen omhullen; zij zullen geen enkele vrijwaring tegen God hebben – alsof hun gezichten waren bedekt met een donker stuk van de nacht.
والذين كسبوا السيات جزاء سيية بمثلها وترهقهم ذلة ما لهم من الله من عاصم كانما اغشيت وجوههم قطعا من اليل مظلما
Dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.
اوليك اصحب النار هم فيها خلدون
En de dag waarop Wij hen allen zullen verzamelen, en dan tot hen die geassocieerd hebben zullen zeggen: “Blijf op jullie plaats, jullie en jullie geassocieerden” – daarna zullen Wij hen van elkaar scheiden,
ويوم نحشرهم جميعا ثم نقول للذين اشركوا مكانكم انتم وشركاوكم فزيلنا بينهم
en hun geassocieerden zullen zeggen: “Niet aan ons gehoorzaamden jullie.”
وقال شركاوهم ما كنتم ايانا تعبدون
God volstaat als getuige tussen ons en jullie: wij waren zeker onbekommerd over jullie gehoorzaamheid.
فكفى بالله شهيدا بيننا وبينكم ان كنا عن عبادتكم لغفلين
Daar zal elk Zelf voordragen wat het eertijds heeft gedaan,
هنالك تبلوا كل نفس ما اسلفت
en zij zullen teruggebracht worden naar God, hun ware naaste Garant,
وردوا الى الله مولىهم الحق
en wat zij verzonnen zal ver van hen zijn afgedwaald.
وضل عنهم ما كانوا يفترون
Zeg: “Wie voorziet jullie vanuit de hemel en de aarde?
قل من يرزقكم من السماء والارض
Of wie bezit het gehoor en het gezichtsvermogen, wie brengt het levende uit het dode naar buiten en het dode uit het levende, en wie regelt het Bevel?”
امن يملك السمع والابصر ومن يخرج الحى من الميت ويخرج الميت من الحى ومن يدبر الامر
Zij zullen zeggen: “God.”
فسيقولون الله
Zeg dan: “Behoeden jullie je dan niet?”
فقل افلا تتقون
Dat is God, jullie ware Voogd.
فذلكم الله ربكم الحق
Na de waarheid, wat is er anders dan de dwaling?
فماذا بعد الحق الا الضلل
Hoe worden jullie dan afgewend?
فانى تصرفون
Zo is het woord van jouw Voogd over de grensoverschrijders bewaarheid: zij geloven niet.
كذلك حقت كلمت ربك على الذين فسقوا انهم لا يومنون
Zeg: “Is er, onder jullie geassocieerden, iemand die de schepping begint en haar daarna opnieuw maakt?”
قل هل من شركايكم من يبدوا الخلق ثم يعيده
Zeg: “God begint de schepping, en maakt haar daarna opnieuw.
قل الله يبدوا الخلق ثم يعيده
Hoe worden jullie dan van het spoor gebracht?”
فانى توفكون
Zeg: “Is er, onder jullie geassocieerden, iemand die leidt naar de waarheid?”
قل هل من شركايكم من يهدي الى الحق
Zeg: “God leidt naar de waarheid.
قل الله يهدي للحق
Verdient hij die naar de waarheid leidt het meer gevolgd te worden, of hij die zich slechts laat leiden als hij wordt geleid?
افمن يهدي الى الحق احق ان يتبع امن لا يهدي الا ان يهدى
Wat hebben jullie dan? Hoe oordelen jullie?”
فما لكم كيف تحكمون
De meesten van hen volgen slechts een vermoeden;
وما يتبع اكثرهم الا ظنا
maar het vermoeden dient tot niets tegenover de waarheid.
ان الظن لا يغني من الحق شيا
God is gewis Alwetend over wat zij doen.
ان الله عليم بما يفعلون
Deze Lezing was er niet een die buiten God kon worden verzonnen;
وما كان هذا القرءان ان يفترى من دون الله
zij bevestigt integendeel wat haar voorafgaat, en zij zet de Codex uiteen – geen twijfel mogelijk – van de zijde van de Voogd van alle wezens.
ولكن تصديق الذي بين يديه وتفصيل الكتب لا ريب فيه من رب العلمين
Of zullen zij zeggen: “Hij heeft haar verzonnen”?
ام يقولون افترىه
Zeg: “Breng dan een soera soortgelijk aan haar,
قل فاتوا بسورة مثله
en roep wie jullie maar kunnen, buiten God, als jullie waarachtig zijn.”
وادعوا من استطعتم من دون الله ان كنتم صدقين
In werkelijkheid hebben zij ontkend wat zij niet omsingelden door het weten, en waarvan de voorspelling hen nog niet had bereikt.
بل كذبوا بما لم يحيطوا بعلمه ولما ياتهم تاويله
Zo hebben zij die vóór hen waren ontkend.
كذلك كذب الذين من قبلهم
Kijk dus wat het einde van de onrechtvaardigen was.
فانظر كيف كان عقبة الظلمين
En onder hen zijn er die erin geloven, en er zijn er die er niet in geloven;
ومنهم من يومن به ومنهم من لا يومن به
jouw Voogd kent de bedervers het best.
وربك اعلم بالمفسدين
En als zij je ontkennen, zeg dan: “Aan mij mijn werk, aan jullie het werk van jullie; jullie zijn vrij van wat ik doe, en ik ben vrij van wat jullie doen.”
وان كذبوك فقل لي عملي ولكم عملكم انتم بريون مما اعمل وانا بريء مما تعملون
En onder hen zijn er die naar je luisteren –
ومنهم من يستمعون اليك
maar zul jij de doven doen horen, zelfs als zij niet redeneren?
افانت تسمع الصم ولو كانوا لا يعقلون
En onder hen zijn er die naar je kijken –
ومنهم من ينظر اليك
maar zul jij de blinden leiden, zelfs als zij niet helder zien?
افانت تهدي العمي ولو كانوا لا يبصرون
God doet de mensen gewis in niets onrecht;
ان الله لا يظلم الناس شيا
het zijn de mensen die zichzelf onrecht doen.
ولكن الناس انفسهم يظلمون
En op de dag waarop Hij hen zal verzamelen, alsof zij niet meer dan een uur van de dag hadden doorgebracht, zullen zij elkaar onderling herkennen.
ويوم يحشرهم كان لم يلبثوا الا ساعة من النهار يتعارفون بينهم
Zij zijn gewis verliezers, zij die de ontmoeting met God ontkend hebben, en zij lieten zich niet leiden.
قد خسر الذين كذبوا بلقاء الله وما كانوا مهتدين
En hetzij Wij je een deel laten zien van wat Wij hun beloven, hetzij Wij je getrouw in bewaring houden, tot Ons zal hun terugkeer zijn;
واما نرينك بعض الذي نعدهم او نتوفينك فالينا مرجعهم
God is daarna getuige van wat zij doen.
ثم الله شهيد على ما يفعلون
En voor elke gemeenschap, een gezant.
ولكل امة رسول
En toen hun gezant kwam, werd er onder hen met billijkheid beslist, zonder dat zij onrecht ondergingen.
فاذا جاء رسولهم قضي بينهم بالقسط وهم لا يظلمون
En zij zeggen: “Wanneer komt deze belofte, als jullie waarachtig zijn?”
ويقولون متى هذا الوعد ان كنتم صدقين
Zeg: “Ik bezit, voor mijzelf, noch schade noch voordeel, behalve wat God behaagt.
قل لا املك لنفسي ضرا ولا نفعا الا ما شاء الله
Voor elke gemeenschap een termijn.
لكل امة اجل
Wanneer hun termijn aanbreekt, kunnen zij hem geen uur uitstellen,
اذا جاء اجلهم فلا يستخرون ساعة
noch vervroegen.”
ولا يستقدمون
Zeg: “Zien jullie het? Als Zijn pijn jullie 's nachts of overdag overkomt, wat zouden de afgezonderden ervan willen verhaasten?
قل ارءيتم ان اتىكم عذابه بيتا او نهارا ماذا يستعجل منه المجرمون
Is het dan pas wanneer zij is overkomen dat jullie erin geloven?
اثم اذا ما وقع ءامنتم به
Nu?! Terwijl jullie haar probeerden te verhaasten!”
ءالن وقد كنتم به تستعجلون
Vervolgens zal er gezegd worden tot hen die onrecht hebben begaan: “Proef de pijn van de eeuwigheid;
ثم قيل للذين ظلموا ذوقوا عذاب الخلد
worden jullie anders vergolden dan naar wat jullie verwierven?”
هل تجزون الا بما كنتم تكسبون
En zij vragen jou om bericht: “Is het werkelijk waar?”
ويستنبونك احق هو
Zeg: “Ja, bij mijn Voogd! Het is voorzeker waar, en jullie zullen Hem niet tot onmacht kunnen brengen.”
قل اي وربي انه لحق وما انتم بمعجزين
En als elk onrechtvaardig Zelf alles bezat wat op aarde is, zou het zich ermee vrijkopen.
ولو ان لكل نفس ظلمت ما في الارض لافتدت به
En zij zullen hun spijt geheimhouden bij het zien van de pijn, en er zal onder hen met billijkheid beslist worden, zonder dat zij onrecht ondergaan.
واسروا الندامة لما راوا العذاب وقضي بينهم بالقسط وهم لا يظلمون
Is het niet zo: aan God behoort toe wat in de hemelen en op de aarde is.
الا ان لله ما في السموت والارض
Is het niet zo: de belofte van God is waar;
الا ان وعد الله حق
maar de meesten van hen weten het niet.
ولكن اكثرهم لا يعلمون
Hij is het die doet leven en doet sterven,
هو يحي ويميت
en tot Hem zullen jullie teruggebracht worden.
واليه ترجعون
O mensen! Een vermaning is tot jullie gekomen van jullie Voogd, een genezing voor wat in de borsten is, een leiding en een welwillendheid voor de gelovenden.
يايها الناس قد جاءتكم موعظة من ربكم وشفاء لما في الصدور وهدى ورحمة للمومنين
Zeg: “Het is door de gunst van God en door Zijn welwillendheid – dat zij zich daarover verheugen!
قل بفضل الله وبرحمته فبذلك فليفرحوا
Het is beter dan wat zij vergaren.”
هو خير مما يجمعون
Zeg: “Zien jullie het? Wat God voor jullie heeft doen neerdalen als leeftocht, daarvan hebben jullie een ontzegd deel en een geoorloofd deel gemaakt” –
قل ارءيتم ما انزل الله لكم من رزق فجعلتم منه حراما وحللا
zeg: “Is het God die het jullie heeft toegestaan, of verzinnen jullie het tegen God?”
قل ءالله اذن لكم ام على الله تفترون
Wat zullen zij die de leugen tegen God verzinnen, op de Dag van het Verschijnen, vermoeden?
وما ظن الذين يفترون على الله الكذب يوم القيمة
God bezit voorzeker een gunst jegens de mensen,
ان الله لذو فضل على الناس
maar de meesten onder hen zijn niet dankbaar.
ولكن اكثرهم لا يشكرون
Jij bevindt je in geen enkele situatie, je draagt geen enkele Lezing voor die ervan voortkomt, jullie verrichten geen enkele handeling, zonder dat Wij getuige van jullie zijn op het moment waarop jullie je eraan wijden.
وما تكون في شان وما تتلوا منه من قرءان ولا تعملون من عمل الا كنا عليكم شهودا اذ تفيضون فيه
Niets is voor jouw Voogd onbereikbaar, al is het het gewicht van een deeltje op aarde of in de hemel,
وما يعزب عن ربك من مثقال ذرة في الارض ولا في السماء
niets kleiners en niets groters dat niet in een uitdrukkelijk register staat.
ولا اصغر من ذلك ولا اكبر الا في كتب مبين
Is het niet zo: de bondgenoten van God, geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn,
الا ان اولياء الله لا خوف عليهم ولا هم يحزنون
zij die geloofd hebben en zich behoedden.
الذين ءامنوا وكانوا يتقون
Voor hen is de blijde aankondiging, in het leven hienieden en in het laatste leven.
لهم البشرى في الحيوة الدنيا وفي الءاخرة
Geen verandering aan de woorden van God.
لا تبديل لكلمت الله
Dat is de ontzaglijke triomf.
ذلك هو الفوز العظيم
En laat hun uitspraak je niet bedroeven:
ولا يحزنك قولهم
gewis behoort de macht geheel aan God toe.
ان العزة لله جميعا
Hij is de Alhorende, de Alwetende.
هو السميع العليم
Is het niet zo: aan God behoort toe wie in de hemelen is en wie op de aarde is;
الا ان لله من في السموت ومن في الارض
wat volgen dan zij die buiten God geassocieerden aanroepen?
وما يتبع الذين يدعون من دون الله شركاء
Zij volgen slechts het vermoeden,
ان يتبعون الا الظن
en zij doen niets dan gissen.
وان هم الا يخرصون
Hij is het die voor jullie de nacht gemaakt heeft opdat jullie erin rusten, en de dag om er helder te zien.
هو الذي جعل لكم اليل لتسكنوا فيه والنهار مبصرا
Voorzeker zijn daarin tekenen voor een volk dat hoort.
ان في ذلك لءايت لقوم يسمعون
Zij zeggen: “God heeft Zich een kind toegeschreven.”
قالوا اتخذ الله ولدا
Glorie zij Hem!
سبحنه
Hij is de Rijke.
هو الغني
Aan Hem behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
له ما في السموت وما في الارض
Jullie hebben hiervoor geen enkel gezag.
ان عندكم من سلطن بهذا
Zullen jullie over God zeggen wat jullie niet weten?
اتقولون على الله ما لا تعلمون
Zeg: “Gewis slagen zij die de leugen tegen God verzinnen niet.”
قل ان الذين يفترون على الله الكذب لا يفلحون
Genot hienieden,
متع في الدنيا
vervolgens zal hun terugkeer tot Ons zijn; vervolgens zullen Wij hen de strenge pijn laten proeven, omdat zij verloochend hebben.
ثم الينا مرجعهم ثم نذيقهم العذاب الشديد بما كانوا يكفرون
En draag hun het bericht over Noeh voor, toen hij tot zijn volk zei: “O mijn volk! Als mijn aanwezigheid onder jullie en mijn herinnering aan de tekenen van God jullie zwaar vallen, dan is het aan God dat ik lastgeving verleen.
واتل عليهم نبا نوح اذ قال لقومه يقوم ان كان كبر عليكم مقامي وتذكيري بايت الله فعلى الله توكلت
Breng dan jullie plan en jullie geassocieerden bijeen,
فاجمعوا امركم وشركاءكم
laat jullie plan voor jullie niet langer iets nevelachtigs blijven,
ثم لا يكن امركم عليكم غمة
voer het vervolgens tegen mij uit, en verleen mij geen uitstel.
ثم اقضوا الى ولا تنظرون
Als jullie de rug toekeren, heb ik jullie geen enkele beloning gevraagd;
فان توليتم فما سالتكم من اجر
mijn beloning ligt slechts bij God,
ان اجري الا على الله
en mij is bevolen om tot de integeren tegenover God te behoren.”
وامرت ان اكون من المسلمين
Maar zij ontkenden hem; Wij redden hem, en wie met hem in het vaartuig waren, en Wij maakten hen tot opvolgers,
فكذبوه فنجينه ومن معه في الفلك وجعلنهم خليف
en Wij deden hen verdrinken die Onze tekenen ontkend hadden.
واغرقنا الذين كذبوا بايتنا
Kijk dan wat het einde was van hen die gewaarschuwd werden.
فانظر كيف كان عقبة المنذرين
Vervolgens, na hem, wekten Wij gezanten op tot hun volken; zij brachten hun de duidelijke bewijzen, maar zij waren niet bereid te geloven in wat zij eerst ontkend hadden.
ثم بعثنا من بعده رسلا الى قومهم فجاءوهم بالبينت فما كانوا ليومنوا بما كذبوا به من قبل
Zo zetten Wij een stempel op de kernen van hen die de grenzen overschrijden.
كذلك نطبع على قلوب المعتدين
Vervolgens, na hen, wekten Wij Moesa en Haroen op tot Fir'aun en zijn hof, met Onze tekenen; maar zij zwollen op van hoogmoed en waren een volk van afgezonderden.
ثم بعثنا من بعدهم موسى وهرون الى فرعون وملايه بايتنا فاستكبروا وكانوا قوما مجرمين
Toen de waarheid van Onze zijde tot hen kwam, zeiden zij: “Dit is voorzeker een klaarblijkelijke begoocheling.”
فلما جاءهم الحق من عندنا قالوا ان هذا لسحر مبين
Moesa zei: “Zeggen jullie dit van de waarheid, nadat zij tot jullie gekomen is?
قال موسى اتقولون للحق لما جاءكم
Is dat begoocheling?
اسحر هذا
Welnu, de begoochelaars slagen niet.”
ولا يفلح السحرون
Zij zeiden: “Ben je tot ons gekomen om ons af te leiden van datgene waarbij wij onze voorouders aantroffen, en opdat de grootheid op aarde aan jullie beiden toekomt? Wij zullen jullie beiden geen krediet geven.”
قالوا اجيتنا لتلفتنا عما وجدنا عليه ءاباءنا وتكون لكما الكبرياء في الارض وما نحن لكما بمومنين
En Fir'aun zei: “Breng mij elke geleerde begoochelaar.”
وقال فرعون ايتوني بكل سحر عليم
Toen de begoochelaars kwamen, zei Moesa tot hen: “Werp wat jullie te werpen hebben.”
فلما جاء السحرة قال لهم موسى القوا ما انتم ملقون
Toen zij geworpen hadden, zei Moesa: “Wat jullie gebracht hebben is de begoocheling;
فلما القوا قال موسى ما جيتم به السحر
God zal het ijdel maken.
ان الله سيبطله
God maakt het werk van de bedervers gewis niet deugdelijk.”
ان الله لا يصلح عمل المفسدين
En God bewaarheidt de waarheid door Zijn woorden, ook al zouden de afgezonderden er afschuw van hebben.
ويحق الله الحق بكلمته ولو كره المجرمون
Niemand gaf krediet aan Moesa, behalve een nageslacht van zijn volk, uit vrees voor Fir'aun en voor hun hof, dat hij hen zou beproeven.
فما ءامن لموسى الا ذرية من قومه على خوف من فرعون وملايهم ان يفتنهم
En Fir'aun was voorzeker hooggeplaatst op aarde,
وان فرعون لعال في الارض
en hij behoorde voorzeker tot de buitensporigen.
وانه لمن المسرفين
En Moesa zei: “O mijn volk, als jullie in God geloven, verleen Hem dan lastgeving, als jullie integer zijn tegenover God.”
وقال موسى يقوم ان كنتم ءامنتم بالله فعليه توكلوا ان كنتم مسلمين
Zij zeiden: “Het is aan God dat wij lastgeving verlenen.
فقالوا على الله توكلنا
Onze Voogd, maak ons niet tot een beproeving voor het onrechtvaardige volk,
ربنا لا تجعلنا فتنة للقوم الظلمين
en red ons, door Uw welwillendheid, van het volk dat verloochent.”
ونجنا برحمتك من القوم الكفرين
En Wij openbaarden aan Moesa en aan zijn broer: “Vestig voor jullie volk, in Egypte, huizen; maak van jullie huizen een trefpunt; en onderhoud het Contact.”
واوحينا الى موسى واخيه ان تبوءا لقومكما بمصر بيوتا واجعلوا بيوتكم قبلة واقيموا الصلوة
En kondig het goede nieuws aan de gelovenden aan.
وبشر المومنين
En Moesa zei: “Onze Voogd, U hebt aan Fir'aun en zijn hof tooi en bezittingen gegeven in het leven hienieden,
وقال موسى ربنا انك ءاتيت فرعون وملاه زينة وامولا في الحيوة الدنيا
onze Voogd, opdat zij doen dwalen, ver van Uw weg.
ربنا ليضلوا عن سبيلك
Onze Voogd, wis hun bezittingen uit en vernauw hun kernen, opdat zij niet geloven voordat zij de schrijnende pijn zien.”
ربنا اطمس على امولهم واشدد على قلوبهم فلا يومنوا حتى يروا العذاب الاليم
Hij zei: “Er is geantwoord op jullie aanroeping; houd jullie dan rechtop, jullie beiden,
قال قد اجيبت دعوتكما فاستقيما
en volg niet de weg van hen die niet weten.”
ولا تتبعان سبيل الذين لا يعلمون
En Wij deden de zonen van Israël de zee oversteken; Fir'aun en zijn legers achtervolgden hen uit afpersing en vijandigheid,
وجوزنا ببني اسرءيل البحر فاتبعهم فرعون وجنوده بغيا وعدوا
totdat hij, toen de verdrinking hem inhaalde, zei: “Ik geloof dat er geen godheid is behalve Hij in wie de zonen van Israël geloofd hebben, en ik behoor tot de integeren tegenover God.”
حتى اذا ادركه الغرق قال ءامنت انه لا اله الا الذي ءامنت به بنوا اسرءيل وانا من المسلمين
“Nu?! Terwijl je tevoren ongehoorzaam bent geweest, en tot de bedervers behoorde!
ءالن وقد عصيت قبل وكنت من المفسدين
Vandaag dan redden Wij je wat je lichaam betreft, opdat je een teken zou zijn voor wie na jou komen.”
فاليوم ننجيك ببدنك لتكون لمن خلفك ءاية
Maar vele mensen zijn voorzeker onbekommerd over Onze tekenen.
وان كثيرا من الناس عن ءايتنا لغفلون
Wij hebben de zonen van Israël gevestigd in een vestiging van waarachtigheid, en Wij hebben hen voorzien van goede dingen; zij liepen pas uiteen nadat het weten tot hen gekomen was.
ولقد بوانا بني اسرءيل مبوا صدق ورزقنهم من الطيبت فما اختلفوا حتى جاءهم العلم
Jouw Voogd zal gewis tussen hen beslissen, op de Dag van het Verschijnen, over datgene waarin zij uiteenliepen.
ان ربك يقضي بينهم يوم القيمة فيما كانوا فيه يختلفون
Als je in verlegenheid bent over wat Wij tot je hebben doen neerdalen, ondervraag dan hen die de Schrift lezen vóór jou.
فان كنت في شك مما انزلنا اليك فسل الذين يقرءون الكتب من قبلك
De waarheid is gewis tot je gekomen van jouw Voogd;
لقد جاءك الحق من ربك
behoor dus nooit tot hen die in controverse treden.
فلا تكونن من الممترين
En behoor niet tot hen die de tekenen van God ontkend hebben, dan zou je tot de verliezers behoren.
ولا تكونن من الذين كذبوا بايت الله فتكون من الخسرين
Zij over wie het woord van jouw Voogd bewaarheid is, zullen niet geloven, ook al kwam elk teken tot hen, totdat zij de schrijnende pijn zien.
ان الذين حقت عليهم كلمت ربك لا يومنون ولو جاءتهم كل ءاية حتى يروا العذاب الاليم
Waarom is er geen stad geweest die geloofd heeft en wie haar geloof ten voordele strekte – behalve het volk van Joenoes! Toen zij geloofden, verlichtten Wij hen van de pijn van de schande in het leven hienieden, en Wij verleenden hun genieting voor een tijd.
فلولا كانت قرية ءامنت فنفعها ايمنها الا قوم يونس لما ءامنوا كشفنا عنهم عذاب الخزي في الحيوة الدنيا ومتعنهم الى حين
En als het jouw Voogd behaagd had, zouden allen die op aarde zijn geloofd hebben, absoluut allen.
ولو شاء ربك لءامن من في الارض كلهم جميعا
Ben jij het die de mensen zou dwingen gelovenden te worden?
افانت تكره الناس حتى يكونوا مومنين
Het komt aan geen enkel Zelf toe te geloven, behalve met de toestemming van God,
وما كان لنفس ان تومن الا باذن الله
en Hij legt het slijk op hen die niet redeneren.
ويجعل الرجس على الذين لا يعقلون
Zeg: “Kijk naar wat in de hemelen en op de aarde is” – maar waartoe dienen de tekenen en de waarschuwingen voor een volk dat niet gelooft?
قل انظروا ماذا في السموت والارض وما تغني الءايت والنذر عن قوم لا يومنون
Wat wachten zij dan anders af dan het equivalent van de dagen van hen die vóór hen zijn voorbijgegaan?
فهل ينتظرون الا مثل ايام الذين خلوا من قبلهم
Zeg: “Wacht dan, ik behoor gewis, met jullie, tot hen die wachten.”
قل فانتظروا اني معكم من المنتظرين
Vervolgens redden Wij Onze gezanten, en zij die geloofd hebben – zo;
ثم ننجي رسلنا والذين ءامنوا كذلك
het is een plicht voor Ons de gelovenden te redden.
حقا علينا ننج المومنين
Zeg: “O mensen! Als jullie in verlegenheid zijn over mijn Wet, gehoorzaam ik niet hen die jullie buiten God gehoorzamen,
قل يايها الناس ان كنتم في شك من ديني فلا اعبد الذين تعبدون من دون الله
maar ik gehoorzaam God, die jullie getrouw in bewaring zal houden.
ولكن اعبد الله الذي يتوفىكم
En mij is bevolen om tot de gelovenden te behoren,
وامرت ان اكون من المومنين
en: ‘Houd je richting op de Wet, geheel op God gericht,
وان اقم وجهك للدين حنيفا
en behoor nooit tot hen die associëren.’”
ولا تكونن من المشركين
En roep buiten God niet aan wat je niet ten voordele strekt en je niet schaadt;
ولا تدع من دون الله ما لا ينفعك ولا يضرك
als je het deed, zou je gewis dan tot de onrechtvaardigen behoren.
فان فعلت فانك اذا من الظلمين
En als God je met schade raakt, kan niemand je ervan verlichten dan Hij;
وان يمسسك الله بضر فلا كاشف له الا هو
en als Hij het goede voor je wil, kan niemand Zijn gunst herroepen.
وان يردك بخير فلا راد لفضله
Hij laat haar toevallen aan wie het Hem behaagt onder Zijn gehoorzamen.
يصيب به من يشاء من عباده
Hij is de Zeer Vergevensgezinde, de Welwillende.
وهو الغفور الرحيم
Zeg: “O mensen! De waarheid is tot jullie gekomen van jullie Voogd;
قل يايها الناس قد جاءكم الحق من ربكم
wie zich laat leiden, laat zich dus slechts voor zichzelf leiden,
فمن اهتدى فانما يهتدي لنفسه
en wie dwaalt, dwaalt slechts tegen zichzelf.
ومن ضل فانما يضل عليها
En ik ben voor jullie geen lasthebber.”
وما انا عليكم بوكيل
En volg wat je geopenbaard wordt, en wees geduldig totdat God oordeelt.
واتبع ما يوحى اليك واصبر حتى يحكم الله
Hij is de voortreffelijkste van de rechters.
وهو خير الحكمين