الحجرات
Al-Hujurat
The Believers Are But Brothers
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
O jullie die geloofd hebben! Treed niet naar voren vóór God en Zijn gezant.
يايها الذين ءامنوا لا تقدموا بين يدى الله ورسوله
En behoed jullie voor God.
واتقوا الله
God is gewis de Alhorende, de Alwetende.
ان الله سميع عليم
O jullie die geloofd hebben! Verhef jullie stemmen niet boven de stem van de Berichtgever, en spreek hem niet luid toe zoals jullie dat onder elkaar doen, uit vrees dat jullie werken instorten zonder dat jullie het voelen.
يايها الذين ءامنوا لا ترفعوا اصوتكم فوق صوت النبي ولا تجهروا له بالقول كجهر بعضكم لبعض ان تحبط اعملكم وانتم لا تشعرون
Zij die hun stem temperen in aanwezigheid van de gezant van God zijn gewis zij van wie God de kernen heeft onderzocht met het oog op de behoedzaamheid.
ان الذين يغضون اصوتهم عند رسول الله اوليك الذين امتحن الله قلوبهم للتقوى
Zij zullen een vergeving en een ontzaglijke beloning hebben.
لهم مغفرة واجر عظيم
Zij die jou toeroepen van achter de vertrekken, de meesten van hen redeneren niet.
ان الذين ينادونك من وراء الحجرت اكثرهم لا يعقلون
En als zij geduld hadden gehad totdat jij naar hen uitkwam, zou dat beter voor hen zijn geweest.
ولو انهم صبروا حتى تخرج اليهم لكان خيرا لهم
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والله غفور رحيم
O jullie die geloofd hebben! Als een grensoverschrijder jullie een bericht brengt, onderscheid dan duidelijk, uit vrees dat jullie uit onwetendheid een volk aantasten en jullie, om wat jullie gedaan zullen hebben, vol spijt terechtkomen.
يايها الذين ءامنوا ان جاءكم فاسق بنبا فتبينوا ان تصيبوا قوما بجهلة فتصبحوا على ما فعلتم ندمين
En weet dat de gezant van God onder jullie is; als hij zich in veel zaken naar jullie zou voegen, zouden jullie overstelpt zijn.
واعلموا ان فيكم رسول الله لو يطيعكم في كثير من الامر لعنتم
Maar God heeft jullie van het geloof doen houden en het in jullie kernen verfraaid, en Hij heeft jullie een afkeer doen krijgen van de verloochening, de grensoverschrijding en de ongehoorzaamheid.
ولكن الله حبب اليكم الايمن وزينه في قلوبكم وكره اليكم الكفر والفسوق والعصيان
Dezen zijn zij die de rechtschapenheid bezitten, door een gunst en een weldaad van God.
اوليك هم الرشدون فضلا من الله ونعمة
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
En als twee groepen gelovenden elkaar bevechten, verzoen hen.
وان طايفتان من المومنين اقتتلوا فاصلحوا بينهما
Als een van beide groepen afpersing pleegt tegen de andere, bevecht dan degene die de afpersing pleegt totdat zij terugkeert tot het bevel van God.
فان بغت احدىهما على الاخرى فقتلوا التي تبغي حتى تفيء الى امر الله
Als zij daartoe terugkeert, verzoen hen dan met rechtvaardigheid, en wees billijk.
فان فاءت فاصلحوا بينهما بالعدل واقسطوا
God houdt gewis van de billijken.
ان الله يحب المقسطين
De gelovenden zijn slechts broers; verzoen dus jullie beide broers.
انما المومنون اخوة فاصلحوا بين اخويكم
En behoed jullie voor God, misschien zal jullie welwillendheid betoond worden.
واتقوا الله لعلكم ترحمون
O jullie die geloofd hebben! Laat een volk niet spotten met een volk: het kan zijn dat zij beter zijn dan zij; en ook geen vrouwen met vrouwen: het kan zijn dat zij beter zijn dan zij.
يايها الذين ءامنوا لا يسخر قوم من قوم عسى ان يكونوا خيرا منهم ولا نساء من نساء عسى ان يكن خيرا منهن
En kleineer jullie zelf niet met toespelingen, en geef elkaar geen bijnamen.
ولا تلمزوا انفسكم ولا تنابزوا بالالقب
Wat een verfoeilijke eigenschap is de grensoverschrijding, na het geloof!
بيس الاسم الفسوق بعد الايمن
En wie geen berouw toont, dezen zijn de onrechtvaardigen.
ومن لم يتب فاوليك هم الظلمون
O jullie die geloofd hebben! Mijd vele vermoedens.
يايها الذين ءامنوا اجتنبوا كثيرا من الظن
Sommige vermoedens zijn een overtreding.
ان بعض الظن اثم
En spioneer niet.
ولا تجسسوا
En laat niemand van jullie kwaadspreken over een ander.
ولا يغتب بعضكم بعضا
Zou een van jullie graag het vlees van zijn dode broer eten? Jullie zouden er een afkeer van hebben.
ايحب احدكم ان ياكل لحم اخيه ميتا فكرهتموه
En behoed jullie voor God.
واتقوا الله
God is gewis Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
ان الله تواب رحيم
O mensen! Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw, en Wij hebben jullie tot naties en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar herkennen.
يايها الناس انا خلقنكم من ذكر وانثى وجعلنكم شعوبا وقبايل لتعارفوا
De edelste onder jullie is, bij God, gewis de meest behoedzame.
ان اكرمكم عند الله اتقىكم
God is gewis Alwetend, Intiem Kenner.
ان الله عليم خبير
De notabelen hebben gezegd: “Wij hebben geloofd.” Zeg: “Jullie hebben niet geloofd; zeg veeleer: ‘Wij zijn integer geworden tegenover God’, want het geloof is nog niet in jullie kernen binnengekomen.
قالت الاعراب ءامنا قل لم تومنوا ولكن قولوا اسلمنا ولما يدخل الايمن في قلوبكم
En als jullie je voegen naar God en Zijn gezant, zal Hij jullie werken in niets verminderen.
وان تطيعوا الله ورسوله لا يلتكم من اعملكم شيا
God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.”
ان الله غفور رحيم
De gelovenden zijn slechts zij die geloofd hebben in God en in Zijn gezant, daarna niet meer getwijfeld hebben, en die met hun bezittingen en hun Zelf gestreden hebben op de weg van God.
انما المومنون الذين ءامنوا بالله ورسوله ثم لم يرتابوا وجهدوا بامولهم وانفسهم في سبيل الله
Dezen zijn de waarachtigen.
اوليك هم الصدقون
Zeg: “Willen jullie God berichten over jullie Wet, terwijl God weet wat in de hemelen is en wat op de aarde is?
قل اتعلمون الله بدينكم والله يعلم ما في السموت وما في الارض
En God is Alwetend over alles.”
والله بكل شىء عليم
Zij menen jou te begunstigen doordat zij integer zijn geworden tegenover God.
يمنون عليك ان اسلموا
Zeg: “Meen niet mij te begunstigen met jullie integriteit tegenover God.
قل لا تمنوا على اسلمكم
Het is veeleer God die jullie begunstigt doordat Hij jullie naar het geloof geleid heeft, als jullie waarachtig zijn.”
بل الله يمن عليكم ان هدىكم للايمن ان كنتم صدقين
God kent gewis wat de zintuigen ontgaat in de hemelen en op de aarde.
ان الله يعلم غيب السموت والارض
En God is Alziend over wat jullie doen.
والله بصير بما تعملون