البقرة
Al-Baqara
Guidance for Those Who Guard Themselves
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Alif. Lam. Mim.
الم
Dit is de Schrift: geen twijfel mogelijk,
ذلك الكتب لا ريب
daarin, leiding voor hen die zich behoeden, hen die geloven ook al ontgaat het hun zintuigen, het Contact onderhouden, en uitgeven van datgene waarvan Wij hen voorzien hebben,
فيه هدى للمتقين الذين يومنون بالغيب ويقيمون الصلوة ومما رزقنهم ينفقون
en zij die geloven in wat op jou neergedaald is en in wat vóór jou neergedaald is, en die de zekerheid van het laatste leven bezitten – dat zijn zij die op een leiding van hun Voogd zijn,
والذين يومنون بما انزل اليك وما انزل من قبلك وبالءاخرة هم يوقنون اوليك على هدى من ربهم
en dat zijn zij die slagen.
واوليك هم المفلحون
Zij die verloochenen, gewis is het voor hen gelijk of jij hen waarschuwt of jij hen niet waarschuwt: zij geloven niet.
ان الذين كفروا سواء عليهم ءانذرتهم ام لم تنذرهم لا يومنون
God heeft hun kernen en hun gehoor verzegeld,
ختم الله على قلوبهم وعلى سمعهم
en op hun gezichtsvermogen, wat het overdekt;
وعلى ابصرهم غشوة
en zij zullen een ontzaglijke pijn hebben.
ولهم عذاب عظيم
En onder de mensen zijn er die zeggen: “Wij geloven in God en in de Laatste Dag”, terwijl zij geen gelovenden zijn.
ومن الناس من يقول ءامنا بالله وباليوم الءاخر وما هم بمومنين
Zij trachten God en hen die geloofd hebben te misleiden,
يخدعون الله والذين ءامنوا
maar zij misleiden slechts zichzelf, zonder het te voelen.
وما يخدعون الا انفسهم وما يشعرون
Er is in hun kernen een ziekte,
في قلوبهم مرض
en God heeft hen in ziekte doen toenemen;
فزادهم الله مرضا
en zij zullen een schrijnende pijn hebben, omdat zij gelogen hebben.
ولهم عذاب اليم بما كانوا يكذبون
En wanneer men tot hen zegt: “Zaai geen bederf op de aarde”, zeggen zij: “Wij saneren slechts.”
واذا قيل لهم لا تفسدوا في الارض قالوا انما نحن مصلحون
Is het niet zo: zij zijn gewis de bedervers; maar zij voelen het niet.
الا انهم هم المفسدون ولكن لا يشعرون
En wanneer men tot hen zegt: “Geloof zoals de mensen geloofd hebben”, zeggen zij: “Zouden wij geloven zoals de dwazen geloofd hebben?”
واذا قيل لهم ءامنوا كما ءامن الناس قالوا انومن كما ءامن السفهاء
Is het niet zo: zij zijn gewis de dwazen; maar zij weten het niet.
الا انهم هم السفهاء ولكن لا يعلمون
En wanneer zij hen ontmoeten die geloofd hebben, zeggen zij: “Wij hebben geloofd”;
واذا لقوا الذين ءامنوا قالوا ءامنا
en wanneer zij met hun afleiders alleen zijn, zeggen zij: “Wij zijn gewis met jullie, wij honen slechts.”
واذا خلوا الى شيطينهم قالوا انا معكم انما نحن مستهزءون
God hoont hen, en laat hen hun mateloosheid verlengen, waarin zij rondtasten.
الله يستهزي بهم ويمدهم في طغينهم يعمهون
Dat zijn zij die de dwaling gekocht hebben tegen de prijs van de leiding; hun handel is dus niet winstgevend geweest, en zij lieten zich niet leiden.
اوليك الذين اشتروا الضللة بالهدى فما ربحت تجرتهم وما كانوا مهتدين
Hun voorbeeld is dat van iemand die een vuur ontsteekt; wanneer hij beschenen heeft wat hem omgeeft,
مثلهم كمثل الذي استوقد نارا فلما اضاءت ما حوله
neemt God hun licht weg en laat hen in duisternissen waarin zij niets meer helder zien.
ذهب الله بنورهم وتركهم في ظلمت لا يبصرون
Doof, stom, blind, zij keren dus niet terug.
صم بكم عمي فهم لا يرجعون
Of als een stortregen uit de hemel, waarin duisternissen, donder en bliksem zijn:
او كصيب من السماء فيه ظلمت ورعد وبرق
zij steken hun vingers in hun oren, vanwege de bliksemschicht, op hun hoede voor de dood.
يجعلون اصبعهم في ءاذانهم من الصوعق حذر الموت
God omsingelt hen die verloochenen volkomen.
والله محيط بالكفرين
De bliksem is op het punt hun gezichtsvermogen te ontrukken.
يكاد البرق يخطف ابصرهم
Telkens wanneer hij hen beschijnt, lopen zij;
كلما اضاء لهم مشوا فيه
en zodra het over hen donker wordt, blijven zij roerloos staan.
واذا اظلم عليهم قاموا
En indien het God behaagd had, zou Hij zeker hun gehoor en hun gezichtsvermogen hebben weggenomen.
ولو شاء الله لذهب بسمعهم وابصرهم
God is gewis tot alles in staat.
ان الله على كل شىء قدير
O mensen! Gehoorzaam jullie Voogd, die jullie geschapen heeft, jullie en hen die jullie zijn voorgegaan, misschien zullen jullie je behoeden,
يايها الناس اعبدوا ربكم الذي خلقكم والذين من قبلكم لعلكم تتقون
Hij die voor jullie van de aarde een legerstede gemaakt heeft, en van de hemel een bouwsel, en die uit de hemel een water heeft doen neerdalen, waardoor Hij vruchten naar buiten heeft gebracht als leeftocht voor jullie.
الذي جعل لكم الارض فرشا والسماء بناء وانزل من السماء ماء فاخرج به من الثمرت رزقا لكم
Wijs dus aan God geen rivalen toe, terwijl jullie weten.
فلا تجعلوا لله اندادا وانتم تعلمون
En indien jullie twijfelen aan wat Wij op Onze gehoorzame hebben doen neerdalen, breng dan een soera bij die er soortgelijk aan is,
وان كنتم في ريب مما نزلنا على عبدنا فاتوا بسورة من مثله
en roep jullie getuigen, buiten God, indien jullie waarachtig zijn.
وادعوا شهداءكم من دون الله ان كنتم صدقين
Indien jullie het niet doen – en jullie zullen het nooit doen – behoed jullie dan voor het Vuur, waarvan de brandstof de mensen en de stenen zijn,
فان لم تفعلوا ولن تفعلوا فاتقوا النار التي وقودها الناس والحجارة
bereid voor hen die verloochenen.
اعدت للكفرين
En kondig hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht aan dat zij tuinen zullen hebben waaronder de rivieren stromen.
وبشر الذين ءامنوا وعملوا الصلحت ان لهم جنت تجري من تحتها الانهر
Telkens wanneer zij daar van een vrucht als leeftocht voorzien worden, zeggen zij: “Dit is waarvan wij voorheen voorzien zijn”;
كلما رزقوا منها من ثمرة رزقا قالوا هذا الذي رزقنا من قبل
en men brengt het hun, gelijkend.
واتوا به متشبها
En zij zullen daar gereinigde echtgenoten hebben,
ولهم فيها ازوج مطهرة
en zij blijven daar eeuwig.
وهم فيها خلدون
God voelt gewis geen schaamte om een voorbeeld te vermenigvuldigen, al is het dat van een mug of van nog meer.
ان الله لا يستحي ان يضرب مثلا ما بعوضة فما فوقها
Wat hen betreft die geloofd hebben, zij weten dat het de waarheid van hun Voogd is;
فاما الذين ءامنوا فيعلمون انه الحق من ربهم
en wat hen betreft die verloochenen, zij zeggen: “Wat heeft God met dit voorbeeld gewild?”
واما الذين كفروا فيقولون ماذا اراد الله بهذا مثلا
Hij doet daarmee velen dwalen, en leidt daarmee velen;
يضل به كثيرا ويهدي به كثيرا
en Hij doet daarmee slechts de grensoverschrijders dwalen, zij die het pact van God verbreken na de plechtige verbintenis die eraan bindt, doorsnijden wat God bevolen heeft te verbinden, en bederf zaaien op de aarde.
وما يضل به الا الفسقين الذين ينقضون عهد الله من بعد ميثقه ويقطعون ما امر الله به ان يوصل ويفسدون في الارض
Dat zijn de verliezers.
اوليك هم الخسرون
Hoe kunnen jullie God verloochenen, terwijl jullie dood waren en Hij jullie heeft doen leven; vervolgens zal Hij jullie doen sterven,
كيف تكفرون بالله وكنتم اموتا فاحيكم ثم يميتكم
vervolgens zal Hij jullie weer leven geven, vervolgens zal het tot Hem zijn dat jullie teruggebracht worden?
ثم يحييكم ثم اليه ترجعون
Hij is het die voor jullie alles geschapen heeft wat op de aarde is,
هو الذي خلق لكم ما في الارض جميعا
vervolgens richtte Hij Zich naar de hemel, en Hij heeft ze tot zeven hemelen vormgegeven;
ثم استوى الى السماء فسوىهن سبع سموت
en Hij is Alwetend over alles.
وهو بكل شىء عليم
En toen jouw Voogd tot de Gemachtigden zei: “Ik ga op de aarde een opvolger plaatsen.”
واذ قال ربك للمليكة اني جاعل في الارض خليفة
Zij zeiden: “Gaat U daar iemand plaatsen die er bederf zal zaaien en bloed zal vergieten, terwijl wij U glorifiëren door U te loven en Uw heiligheid afkondigen?”
قالوا اتجعل فيها من يفسد فيها ويسفك الدماء ونحن نسبح بحمدك ونقدس لك
Hij zei: “Ik weet gewis wat jullie niet weten.”
قال اني اعلم ما لا تعلمون
En Hij leerde Adam alle eigenschappen, vervolgens legde Hij ze aan de Gemachtigden voor, en zei: “Bericht Mij over de eigenschappen van dezen, indien jullie waarachtig zijn.”
وعلم ءادم الاسماء كلها ثم عرضهم على المليكة فقال انبوني باسماء هولاء ان كنتم صدقين
Zij zeiden: “Glorie zij U! Wij hebben geen weten behalve wat U ons geleerd hebt; gewis bent U het, de Alwetende, de Wijze.”
قالوا سبحنك لا علم لنا الا ما علمتنا انك انت العليم الحكيم
Hij zei: “O Adam! Bericht hen over hun eigenschappen.”
قال يادم انبيهم باسمايهم
En toen hij hen over hun eigenschappen bericht had, zei Hij: “Heb Ik jullie niet gezegd dat Ik ken wat de zintuigen ontgaat in de hemelen en op de aarde, en dat Ik weet wat jullie zichtbaar maken en wat jullie verzwegen?”
فلما انباهم باسمايهم قال الم اقل لكم اني اعلم غيب السموت والارض واعلم ما تبدون وما كنتم تكتمون
En toen Wij tot de Gemachtigden zeiden: “Werp jullie neer voor Adam”, wierpen zij zich neer,
واذ قلنا للمليكة اسجدوا لءادم فسجدوا
behalve Iblis: hij weigerde, zwol op van hoogmoed, en behoorde tot hen die verloochenen.
الا ابليس ابى واستكبر وكان من الكفرين
En Wij zeiden: “O Adam! Woon, jij en jouw echtgenoot, in de Tuin, en eet ervan, in alle gemak, waar het jullie zal behagen,
وقلنا يادم اسكن انت وزوجك الجنة وكلا منها رغدا حيث شيتما
maar nader niet tot deze boom, anders zouden jullie tot de onrechtvaardigen behoren.”
ولا تقربا هذه الشجرة فتكونا من الظلمين
Maar de Afleider deed hen daaruit wegglijden, en deed hen uitgaan uit de toestand waarin zij zich bevonden;
فازلهما الشيطن عنها فاخرجهما مما كانا فيه
en Wij zeiden: “Daal neer,
وقلنا اهبطوا
vijanden van elkaar,
بعضكم لبعض عدو
en jullie zullen op de aarde een haven en een genieting voor een tijd hebben.”
ولكم في الارض مستقر ومتع الى حين
Vervolgens ontving Adam van zijn Voogd woorden, en Hij keerde met mildheid tot hem terug.
فتلقى ءادم من ربه كلمت فتاب عليه
Hij is gewis Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
انه هو التواب الرحيم
Wij zeiden: “Daal ervan neer, allen tezamen;
قلنا اهبطوا منها جميعا
vervolgens, indien een leiding van Mijn kant tot jullie komt, wie Mijn leiding volgt – geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
فاما ياتينكم مني هدى فمن تبع هداي فلا خوف عليهم ولا هم يحزنون
En zij die verloochenen en Onze tekenen ontkennen – dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.”
والذين كفروا وكذبوا بايتنا اوليك اصحب النار هم فيها خلدون
O zonen van Israël! Herinner jullie Mijn weldaad, waarmee Ik jullie overladen heb, en wees trouw aan Mijn pact, Ik zal trouw zijn aan dat van jullie; en Mij moeten jullie eerbiedigen.
يبني اسرءيل اذكروا نعمتي التي انعمت عليكم واوفوا بعهدي اوف بعهدكم وايي فارهبون
En geloof in wat Ik heb doen neerdalen, bevestigend wat bij jullie is, en wees niet de eersten om het te verloochenen;
وءامنوا بما انزلت مصدقا لما معكم ولا تكونوا اول كافر به
en koop niet, met Mijn tekenen, een schamele prijs; en voor Mij moeten jullie je behoeden.
ولا تشتروا بايتي ثمنا قليلا وايي فاتقون
En bekleed de waarheid niet met het valse, en verzwijg de waarheid niet, terwijl jullie weten.
ولا تلبسوا الحق بالبطل وتكتموا الحق وانتم تعلمون
En onderhoud het Contact, en geef de zuivere vrijgevigheid,
واقيموا الصلوة وءاتوا الزكوة
en kniel met hen die knielen.
واركعوا مع الركعين
Bevelen jullie de mensen de deugd, jullie zelf vergetend, terwijl jullie de Schrift voordragen?
اتامرون الناس بالبر وتنسون انفسكم وانتم تتلون الكتب
Redeneren jullie dan niet?
افلا تعقلون
En zoek bijstand in het geduld en het Contact:
واستعينوا بالصبر والصلوة
dat is voorzeker zwaar, behalve voor de nederigen, zij die vermoeden dat zij hun Voogd zullen ontmoeten, en dat het tot Hem is dat zij terugkeren.
وانها لكبيرة الا على الخشعين الذين يظنون انهم ملقوا ربهم وانهم اليه رجعون
O zonen van Israël! Herinner jullie Mijn weldaad, waarmee Ik jullie overladen heb, en dat Ik jullie boven alle wezens bevoordeeld heb.
يبني اسرءيل اذكروا نعمتي التي انعمت عليكم واني فضلتكم على العلمين
En behoed jullie voor een dag waarop geen Zelf in iets de plaats van een ander Zelf zal innemen, waarop geen voorspraak van hem aanvaard zal worden, waarop geen compensatie van hem genomen zal worden, en waarop zij niet geholpen zullen worden.
واتقوا يوما لا تجزي نفس عن نفس شيا ولا يقبل منها شفعة ولا يوخذ منها عدل ولا هم ينصرون
En toen Wij jullie redden van de clan van Fir'aun, die jullie de kwade pijn toebracht, jullie zonen slachtend en de eerbaarheid van jullie vrouwen aantastend –
واذ نجينكم من ءال فرعون يسومونكم سوء العذاب يذبحون ابناءكم ويستحيون نساءكم
en daar was, van jullie Voogd, wat ontzaglijk beproeft.
وفي ذلكم بلاء من ربكم عظيم
En toen Wij voor jullie de zee spleten, en jullie redden, en de clan van Fir'aun lieten verdrinken, terwijl jullie keken.
واذ فرقنا بكم البحر فانجينكم واغرقنا ءال فرعون وانتم تنظرون
En toen Wij een afspraak met Moesa vaststelden voor veertig nachten; vervolgens hebben jullie het kalf genomen, na hem, en jullie waren onrechtvaardig.
واذ وعدنا موسى اربعين ليلة ثم اتخذتم العجل من بعده وانتم ظلمون
Vervolgens hebben Wij het jullie kwijtgescholden, hierna, misschien zouden jullie dankbaar zijn.
ثم عفونا عنكم من بعد ذلك لعلكم تشكرون
En toen Wij aan Moesa de Schrift gaven
واذ ءاتينا موسى الكتب
en het Onderscheid, misschien zouden jullie je laten leiden.
والفرقان لعلكم تهتدون
En toen Moesa tot zijn volk zei: “O mijn volk! Jullie hebben gewis onrecht gedaan aan jullie zelf door het kalf te nemen; keer dus terug tot Hem die jullie het bestaan gegeven heeft, en dood elkaar,
واذ قال موسى لقومه يقوم انكم ظلمتم انفسكم باتخاذكم العجل فتوبوا الى باريكم فاقتلوا انفسكم
dat is beter voor jullie bij Hem die jullie het bestaan gegeven heeft.”
ذلكم خير لكم عند باريكم
Toen keerde Hij met mildheid tot jullie terug:
فتاب عليكم
Hij is gewis Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
انه هو التواب الرحيم
En toen jullie zeiden: “O Moesa! Wij zullen jou geen krediet verlenen zolang wij God niet openlijk zien”; toen greep de bliksemschicht jullie, terwijl jullie keken.
واذ قلتم يموسى لن نومن لك حتى نرى الله جهرة فاخذتكم الصعقة وانتم تنظرون
Vervolgens hebben Wij jullie opgewekt na jullie dood, misschien zouden jullie dankbaar zijn.
ثم بعثنكم من بعد موتكم لعلكم تشكرون
En Wij hebben de schaduw van de wolk over jullie uitgespreid, en de manna en de kwartels op jullie doen neerdalen:
وظللنا عليكم الغمام وانزلنا عليكم المن والسلوى
“Eet van de goede dingen waarvan Wij jullie voorzien hebben” –
كلوا من طيبت ما رزقنكم
zij hebben geen onrecht aan Ons gedaan, maar het was aan zichzelf dat zij onrecht deden.
وما ظلمونا ولكن كانوا انفسهم يظلمون
En toen Wij zeiden: “Treed binnen in deze stad, eet ervan waar het jullie behaagt, in alle gemak, treed binnen door de poort, jullie neerwerpend, en zeg: Ontlast ons – Wij zullen jullie jullie fouten vergeven,
واذ قلنا ادخلوا هذه القرية فكلوا منها حيث شيتم رغدا وادخلوا الباب سجدا وقولوا حطة نغفر لكم خطيكم
en Wij zullen meer geven aan hen die het goede doen.”
وسنزيد المحسنين
Maar zij die onrechtvaardig waren stelden een andere uitspraak in de plaats van die welke tot hen gezegd was; Wij deden toen op hen die onrechtvaardig geweest waren een bezoedeling uit de hemel neerdalen, omdat zij de grenzen overschreden hadden.
فبدل الذين ظلموا قولا غير الذي قيل لهم فانزلنا على الذين ظلموا رجزا من السماء بما كانوا يفسقون
En toen Moesa iets vroeg om zijn volk te laven; zeiden Wij: “Sla de rots met jouw staf”;
واذ استسقى موسى لقومه فقلنا اضرب بعصاك الحجر
en zie: twaalf bronnen ontsprongen eraan:
فانفجرت منه اثنتا عشرة عينا
elke groep mensen kende haar drinkplaats.
قد علم كل اناس مشربهم
Eet en drink van de leeftocht van God,
كلوا واشربوا من رزق الله
en zaai geen wanorde op de aarde als bedervers.
ولا تعثوا في الارض مفسدين
En toen jullie zeiden: “O Moesa! Wij zullen nooit geduld kunnen hebben met één enkel voedsel; roep dus voor ons jouw Voogd aan, dat Hij voor ons doe uitgaan van wat de aarde doet groeien, van haar groenten, van haar komkommers, van haar knoflook, van haar linzen, en van haar uien.”
واذ قلتم يموسى لن نصبر على طعام وحد فادع لنا ربك يخرج لنا مما تنبت الارض من بقلها وقثايها وفومها وعدسها وبصلها
Hij zei: “Zouden jullie willen nemen wat onmiddellijk is in ruil voor wat beter is?
قال اتستبدلون الذي هو ادنى بالذي هو خير
Daal dus neer naar Egypte, want jullie zullen daar vinden wat jullie gevraagd hebben.”
اهبطوا مصرا فان لكم ما سالتم
En de vernedering en de behoeftigheid werden op hen aangeplakt, en zij liepen de woede van God op.
وضربت عليهم الذلة والمسكنة وباءو بغضب من الله
Dat is omdat zij de tekenen van God verloochenden, en de berichtgevers zonder recht doodden.
ذلك بانهم كانوا يكفرون بايت الله ويقتلون النبين بغير الحق
Dat is omdat zij ongehoorzaam zijn geweest en de grenzen overschreden hebben.
ذلك بما عصوا وكانوا يعتدون
Gewis, zij die geloofd hebben, de Geheroriënteerden, de Helpers en de Aspiranten – wie in God en in de Laatste Dag geloofd heeft, en het deugdelijke werk heeft verricht, hun beloning komt hun toe bij hun Voogd, geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
ان الذين ءامنوا والذين هادوا والنصرى والصبين من ءامن بالله واليوم الءاخر وعمل صلحا فلهم اجرهم عند ربهم ولا خوف عليهم ولا هم يحزنون
En toen Wij jullie plechtige verbintenis namen, en de Berg boven jullie ophieven:
واذ اخذنا ميثقكم ورفعنا فوقكم الطور
“Neem met kracht aan wat Wij jullie gegeven hebben, en herinner jullie wat zich daarin bevindt, misschien zullen jullie je behoeden.”
خذوا ما ءاتينكم بقوة واذكروا ما فيه لعلكم تتقون
Vervolgens hebben jullie hierna de rug toegekeerd;
ثم توليتم من بعد ذلك
en zonder de gunst van God over jullie en Zijn welwillendheid, zouden jullie tot de verliezers hebben behoord.
فلولا فضل الله عليكم ورحمته لكنتم من الخسرين
Jullie hebben gewis degenen onder jullie gekend die de grenzen overschreden hebben ten aanzien van de Rust; Wij zeiden toen tot hen: “Wees teruggedrongen apen.”
ولقد علمتم الذين اعتدوا منكم في السبت فقلنا لهم كونوا قردة خسين
Wij hebben daar een ontradend voorbeeld van gemaakt voor wat eraan voorafging en wat erop volgde, en een aansporing voor hen die zich behoeden.
فجعلنها نكلا لما بين يديها وما خلفها وموعظة للمتقين
En toen Moesa tot zijn volk zei: “God beveelt jullie een koe te slachten.”
واذ قال موسى لقومه ان الله يامركم ان تذبحوا بقرة
Zij zeiden: “Neem jij ons tot voorwerp van hoon?”
قالوا اتتخذنا هزوا
Hij zei: “Ik stel mij onder de egide van God om niet tot de onwetenden te behoren.”
قال اعوذ بالله ان اكون من الجهلين
Zij zeiden: “Roep voor ons jouw Voogd aan, dat Hij ons nader aanduidt wat zij is.”
قالوا ادع لنا ربك يبين لنا ما هي
Hij zei: “Hij zegt dat zij een koe is, niet oud en niet maagdelijk,
قال انه يقول انها بقرة لا فارض ولا بكر
van middelbare leeftijd tussen de twee;
عوان بين ذلك
doe dus wat jullie bevolen is.”
فافعلوا ما تومرون
Zij zeiden: “Roep voor ons jouw Voogd aan, dat Hij ons haar kleur nader aanduidt.”
قالوا ادع لنا ربك يبين لنا ما لونها
Hij zei: “Hij zegt dat zij een gele koe is, van een felle kleur,
قال انه يقول انها بقرة صفراء فاقع لونها
die de blikken verrukt.”
تسر النظرين
Zij zeiden: “Roep voor ons jouw Voogd aan, dat Hij ons nader aanduidt wat zij is: de koeien lijken in onze ogen allemaal op elkaar, en wij zullen voorzeker, indien het God behaagt, behoren tot hen die zich laten leiden.”
قالوا ادع لنا ربك يبين لنا ما هي ان البقر تشبه علينا وانا ان شاء الله لمهتدون
Hij zei: “Hij zegt dat zij een koe is die niet gedwee gemaakt is om de aarde op te lichten, noch om het geploegde land te laven,
قال انه يقول انها بقرة لا ذلول تثير الارض ولا تسقي الحرث
ongedeerd, zonder enige vlek.”
مسلمة لا شية فيها
Zij zeiden: “Nu breng jij de waarheid bij.”
قالوا الن جيت بالحق
Zij slachtten haar toen, nadat zij het bijna niet hadden gedaan.
فذبحوها وما كادوا يفعلون
En toen jullie een Zelf doodden, en jullie het over en weer op elkaar afschoven met betrekking tot hem –
واذ قتلتم نفسا فادرءتم فيها
terwijl God op het punt stond naar buiten te brengen wat jullie verzwegen.
والله مخرج ما كنتم تكتمون
Wij zeiden toen: “Sla hem met een deel van haar”;
فقلنا اضربوه ببعضها
zo geeft God de doden weer leven, en toont Hij jullie Zijn tekenen, misschien zullen jullie redeneren.
كذلك يحي الله الموتى ويريكم ءايته لعلكم تعقلون
Vervolgens zijn jullie kernen hierna verhard, zodat zij zijn als de steen, of nog harder.
ثم قست قلوبكم من بعد ذلك فهي كالحجارة او اشد قسوة
En er zijn voorzeker, onder de stenen, sommige waaruit de rivieren ontspringen;
وان من الحجارة لما يتفجر منه الانهر
en er zijn voorzeker, onder hen, sommige die splijten, en er komt water uit;
وان منها لما يشقق فيخرج منه الماء
en er zijn voorzeker, onder hen, sommige die neerdalen, God duchtend.
وان منها لما يهبط من خشية الله
En God is niet onbekommerd over wat jullie doen.
وما الله بغفل عما تعملون
Begeren jullie dus dat zij jullie krediet verlenen, terwijl een fractie van hen het woord van God hoorde, en het vervolgens verwrong, nadat zij er haar rede op had toegepast, al wetend?
افتطمعون ان يومنوا لكم وقد كان فريق منهم يسمعون كلم الله ثم يحرفونه من بعد ما عقلوه وهم يعلمون
En wanneer zij hen ontmoeten die geloofd hebben, zeggen zij: “Wij hebben geloofd”;
واذا لقوا الذين ءامنوا قالوا ءامنا
en wanneer zij onder elkaar alleen zijn, zeggen zij: “Zullen jullie hun mededelen wat God jullie geopend heeft, opdat zij daarover met jullie een geschil voeren bij jullie Voogd?”
واذا خلا بعضهم الى بعض قالوا اتحدثونهم بما فتح الله عليكم ليحاجوكم به عند ربكم
Redeneren jullie dan niet?
افلا تعقلون
Weten zij dan niet dat God weet wat zij geheimhouden en wat zij bekendmaken?
اولا يعلمون ان الله يعلم ما يسرون وما يعلنون
En onder hen zijn er lieden zonder voorafgaande Schrift, die de Schrift slechts kennen door ijdele wensen,
ومنهم اميون لا يعلمون الكتب الا اماني
en die slechts vermoeden.
وان هم الا يظنون
Wee dus hen die de Schrift met hun handen schrijven, en dan zeggen: “Dit komt van God”, om daarmee een schamele prijs te kopen!
فويل للذين يكتبون الكتب بايديهم ثم يقولون هذا من عند الله ليشتروا به ثمنا قليلا
Wee hen voor wat hun handen geschreven hebben,
فويل لهم مما كتبت ايديهم
en wee hen voor wat zij verwerven!
وويل لهم مما يكسبون
En zij hebben gezegd: “Het Vuur zal ons slechts aanraken gedurende getelde dagen.”
وقالوا لن تمسنا النار الا اياما معدودة
Zeg: “Hebben jullie een pact bij God genomen – God schiet nooit tekort ten aanzien van Zijn pact –,
قل اتخذتم عند الله عهدا فلن يخلف الله عهده
of zeggen jullie over God wat jullie niet weten?”
ام تقولون على الله ما لا تعلمون
Maar jawel: wie een kwade daad verwerft, en zijn fout hem omsingelt – dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.
بلى من كسب سيية واحطت به خطيته فاوليك اصحب النار هم فيها خلدون
En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht – dat zijn de metgezellen van de Tuin, zij blijven daar eeuwig.
والذين ءامنوا وعملوا الصلحت اوليك اصحب الجنة هم فيها خلدون
En toen Wij de plechtige verbintenis van de zonen van Israël namen: “Jullie zullen slechts God gehoorzamen,
واذ اخذنا ميثق بني اسرءيل لا تعبدون الا الله
en weldadigheid jegens de beide ouders, de verwanten, de weeskinderen en de behoeftigen;
وبالولدين احسانا وذي القربى واليتمى والمسكين
en zeg tot de mensen wat schoon is;
وقولوا للناس حسنا
en onderhoud het Contact, en geef de zuivere vrijgevigheid”;
واقيموا الصلوة وءاتوا الزكوة
vervolgens hebben jullie de rug toegekeerd, behalve weinigen van jullie, jullie onttrekkend.
ثم توليتم الا قليلا منكم وانتم معرضون
En toen Wij jullie plechtige verbintenis namen: “Jullie zullen jullie bloed niet storten, en jullie niet uit jullie woningen verdrijven”; vervolgens hebben jullie het erkend, en jullie zijn er getuigen van.
واذ اخذنا ميثقكم لا تسفكون دماءكم ولا تخرجون انفسكم من ديركم ثم اقررتم وانتم تشهدون
Vervolgens, daar zijn jullie dan toch, elkaar doodend, en een fractie van jullie eigen lieden uit hun woningen verdrijvend, elkaar tegen hen steunend in de overtreding en de vijandigheid;
ثم انتم هولاء تقتلون انفسكم وتخرجون فريقا منكم من ديرهم تظهرون عليهم بالاثم والعدون
en indien zij als gevangenen bij jullie aankomen, wisselen jullie hen uit, terwijl hun verdrijving jullie ontzegd was.
وان ياتوكم اسرى تفدوهم وهو محرم عليكم اخراجهم
Geloven jullie dus in een deel van de Schrift, en verloochenen jullie een ander deel?
افتومنون ببعض الكتب وتكفرون ببعض
Wat is dus de vergelding van hem onder jullie die zo handelt, behalve de schande in het leven hienieden?
فما جزاء من يفعل ذلك منكم الا خزي في الحيوة الدنيا
En op de Dag van het Verschijnen zullen zij teruggebracht worden naar de strengste pijn.
ويوم القيمة يردون الى اشد العذاب
En God is niet onbekommerd over wat zij doen.
وما الله بغفل عما تعملون
Dat zijn zij die het leven hienieden gekocht hebben tegen de prijs van het laatste leven; de pijn zal hun dus niet verlicht worden, en zij zullen niet geholpen worden.
اوليك الذين اشتروا الحيوة الدنيا بالءاخرة فلا يخفف عنهم العذاب ولا هم ينصرون
Wij hebben gewis aan Moesa de Schrift gegeven, en Wij hebben na hem de gezanten laten volgen.
ولقد ءاتينا موسى الكتب وقفينا من بعده بالرسل
En Wij hebben aan Isa, zoon van Marjam, de duidelijke bewijzen gegeven, en Wij hebben hem versterkt door de heilige Toestroom.
وءاتينا عيسى ابن مريم البينت وايدنه بروح القدس
Telkens wanneer een gezant tot jullie gekomen is met datgene waartoe jullie eigen Zelven niet neigden, zijn jullie dan niet opgezwollen van hoogmoed?
افكلما جاءكم رسول بما لا تهوى انفسكم استكبرتم
Jullie hebben er een fractie van ontkend, en jullie doden een andere.
ففريقا كذبتم وفريقا تقتلون
En zij hebben gezegd: “Onze kernen zijn omhuld”;
وقالوا قلوبنا غلف
nee, God heeft hen vervloekt vanwege hun verloochening, en zij geloven slechts weinig.
بل لعنهم الله بكفرهم فقليلا ما يومنون
En toen een geschrift van God tot hen kwam, bevestigend wat bij hen is – terwijl zij voorheen om de opening vroegen tegen hen die verloochenden –,
ولما جاءهم كتب من عند الله مصدق لما معهم وكانوا من قبل يستفتحون على الذين كفروا
toen dan tot hen kwam wat zij herkenden, verloochenden zij het.
فلما جاءهم ما عرفوا كفروا به
De vervloeking van God is dus over hen die verloochenen.
فلعنة الله على الكفرين
Hoe afschuwelijk is datgene waarmee zij hun eigen Zelf gekocht hebben: verloochenen wat God heeft doen neerdalen, uit afpersing, omdat God van Zijn gunst doet neerdalen op wie het Hem behaagt onder Zijn gehoorzamen!
بيسما اشتروا به انفسهم ان يكفروا بما انزل الله بغيا ان ينزل الله من فضله على من يشاء من عباده
Zij hebben dus woede op woede opgelopen.
فباءو بغضب على غضب
En voor hen die verloochenen, een verlagende pijn.
وللكفرين عذاب مهين
En wanneer men tot hen zegt: “Geloof in wat God heeft doen neerdalen”, zeggen zij: “Wij geloven in wat op ons is neergedaald”; en zij verloochenen wat daarachter ligt,
واذا قيل لهم ءامنوا بما انزل الله قالوا نومن بما انزل علينا ويكفرون بما وراءه
en het is de waarheid, bevestigend wat bij hen is.
وهو الحق مصدقا لما معهم
Zeg: “Waarom hebben jullie dan de berichtgevers van God voorheen gedood, indien jullie gelovenden waren?”
قل فلم تقتلون انبياء الله من قبل ان كنتم مومنين
Moesa is gewis tot jullie gekomen met de duidelijke bewijzen; vervolgens hebben jullie het kalf genomen, na hem, en jullie waren onrechtvaardig.
ولقد جاءكم موسى بالبينت ثم اتخذتم العجل من بعده وانتم ظلمون
En toen Wij jullie plechtige verbintenis namen, en de Berg boven jullie ophieven:
واذ اخذنا ميثقكم ورفعنا فوقكم الطور
“Neem met kracht aan wat Wij jullie gegeven hebben, en luister.”
خذوا ما ءاتينكم بقوة واسمعوا
Zij zeiden: “Wij hebben gehoord en zijn ongehoorzaam geweest”;
قالوا سمعنا وعصينا
en men deed hun kernen het kalf drinken, vanwege hun verloochening.
واشربوا في قلوبهم العجل بكفرهم
Zeg: “Hoe afschuwelijk is wat jullie geloof jullie beveelt, indien jullie gelovenden zijn!”
قل بيسما يامركم به ايمنكم ان كنتم مومنين
Zeg: “Indien het laatste verblijf, bij God, uitsluitend aan jullie toebehoort, met uitsluiting van de mensen, wens dan de dood, indien jullie waarachtig zijn.”
قل ان كانت لكم الدار الءاخرة عند الله خالصة من دون الناس فتمنوا الموت ان كنتم صدقين
Maar zij zullen die nooit wensen, vanwege wat hun handen vooruitgestuurd hebben.
ولن يتمنوه ابدا بما قدمت ايديهم
En God is Alwetend over de onrechtvaardigen.
والله عليم بالظلمين
En je zult hen voorzeker vinden, van alle mensen, als degenen die het meest aan het leven hechten,
ولتجدنهم احرص الناس على حيوة
zelfs meer dan zij die geassocieerd hebben; een van hen zou duizend jaar willen leven,
ومن الذين اشركوا يود احدهم لو يعمر الف سنة
maar dat zou hem in niets van de pijn ontheffen, ook al leefde hij zo lang.
وما هو بمزحزحه من العذاب ان يعمر
God is Alziend over wat zij doen.
والله بصير بما يعملون
Zeg: “Wie een vijand is van Djibril, laat hij weten dat hij het is die het op jouw kern heeft doen neerdalen, met de toestemming van God, bevestigend wat eraan voorafgaat, en als leiding en gelukkige aankondiging voor de gelovenden.”
قل من كان عدوا لجبريل فانه نزله على قلبك باذن الله مصدقا لما بين يديه وهدى وبشرى للمومنين
Wie een vijand is van God, van Zijn Gemachtigden, van Zijn gezanten, van Djibril en van Mikal, laat hij weten dat God gewis de vijand is van hen die verloochenen.
من كان عدوا لله ومليكته ورسله وجبريل وميكىل فان الله عدو للكفرين
Wij hebben gewis duidelijke tekenen naar jou toe doen neerdalen,
ولقد انزلنا اليك ءايت بينت
en alleen de grensoverschrijders verloochenen ze.
وما يكفر بها الا الفسقون
Is het zo dat, telkens wanneer zij een pact sluiten, een fractie van hen het verwerpt?
اوكلما عهدوا عهدا نبذه فريق منهم
De meesten van hen geloven veeleer niet.
بل اكثرهم لا يومنون
En toen een gezant van God tot hen kwam, bevestigend wat bij hen is, heeft een fractie van hen aan wie de Schrift gegeven is de Schrift van God achter hun rug verworpen, alsof zij het niet wisten.
ولما جاءهم رسول من عند الله مصدق لما معهم نبذ فريق من الذين اوتوا الكتب كتب الله وراء ظهورهم كانهم لا يعلمون
En zij hebben gevolgd wat de Afleiders voordroegen over het koningschap van Soelaiman.
واتبعوا ما تتلوا الشيطين على ملك سليمن
Maar Soelaiman heeft nooit verloochend,
وما كفر سليمن
maar het zijn de Afleiders die verloochend hebben, de mensen de begoocheling lerend, evenals wat op de twee koningen te Babel neergedaald is, Haroet en Maroet;
ولكن الشيطين كفروا يعلمون الناس السحر وما انزل على الملكين ببابل هروت ومروت
en die twee leerden niemand iets zonder eerst te zeggen: “Wij zijn slechts een beproeving, verloochen dus niet.”
وما يعلمان من احد حتى يقولا انما نحن فتنة فلا تكفر
Zij leerden er dan van aan wat zij gebruiken om de mens van zijn echtgenoot te scheiden;
فيتعلمون منهما ما يفرقون به بين المرء وزوجه
maar zij schaden daarmee niemand, behalve met de toestemming van God.
وما هم بضارين به من احد الا باذن الله
En zij leren aan wat hun schaadt en hun niet baat.
ويتعلمون ما يضرهم ولا ينفعهم
Zij wisten gewis dat wie het kocht, in het laatste leven geen enkel lot zou hebben.
ولقد علموا لمن اشترىه ما له في الءاخرة من خلق
En hoe afschuwelijk is datgene waartegen zij hun eigen Zelf verkocht hebben, indien zij het geweten hadden!
ولبيس ما شروا به انفسهم لو كانوا يعلمون
En indien zij geloofd hadden en zich behoed hadden, zou een tegenprestatie van God gewis beter zijn geweest, indien zij het geweten hadden.
ولو انهم ءامنوا واتقوا لمثوبة من عند الله خير لو كانوا يعلمون
O jullie die geloofd hebben! Zeg niet “Veracht ons”, maar zeg “Kijk naar ons”, en luister.
يايها الذين ءامنوا لا تقولوا رعنا وقولوا انظرنا واسمعوا
En voor hen die verloochenen, een schrijnende pijn.
وللكفرين عذاب اليم
Zij die verloochenen, onder de lieden van de Schrift, en de associeerders zouden niet willen dat enig goed op jullie neerdaalt van jullie Voogd;
ما يود الذين كفروا من اهل الكتب ولا المشركين ان ينزل عليكم من خير من ربكم
maar God behoudt Zijn welwillendheid voor wie het Hem behaagt.
والله يختص برحمته من يشاء
En God bezit de ontzaglijke gunst.
والله ذو الفضل العظيم
Welk teken Wij ook overschrijven, of doen vergeten, Wij brengen er een beter bij, of een soortgelijk.
ما ننسخ من ءاية او ننسها نات بخير منها او مثلها
Weet jij niet dat God in staat is tot alles?
الم تعلم ان الله على كل شىء قدير
Weet jij niet dat aan God het koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort, en dat jullie, buiten God, noch beschermer noch hulp hebben?
الم تعلم ان الله له ملك السموت والارض وما لكم من دون الله من ولي ولا نصير
Of zouden jullie jullie gezant willen ondervragen zoals Moesa voorheen ondervraagd werd?
ام تريدون ان تسلوا رسولكم كما سيل موسى من قبل
En wie de verloochening in de plaats stelt van het geloof, heeft gewis gedwaald van de rechte weg.
ومن يتبدل الكفر بالايمن فقد ضل سواء السبيل
Velen, onder de lieden van de Schrift, zouden jullie, na jullie geloof, willen terugbrengen tot een verloochening,
ود كثير من اهل الكتب لو يردونكم من بعد ايمنكم كفارا
uit afgunst, van hun eigen kant, nadat de waarheid hun duidelijk geworden is.
حسدا من عند انفسهم من بعد ما تبين لهم الحق
Scheld het dus kwijt en sla de bladzijde om, totdat God Zijn bevel doet komen.
فاعفوا واصفحوا حتى ياتي الله بامره
God is gewis tot alles in staat.
ان الله على كل شىء قدير
En onderhoud het Contact, en geef de zuivere vrijgevigheid.
واقيموا الصلوة وءاتوا الزكوة
En alle goed dat jullie voor jullie zelf vooruitsturen, zullen jullie bij God terugvinden.
وما تقدموا لانفسكم من خير تجدوه عند الله
God is gewis Alziend over wat jullie doen.
ان الله بما تعملون بصير
En zij hebben gezegd: “Niemand zal de Tuin binnengaan, behalve wie tot de Geheroriënteerden of de Helpers behoort.”
وقالوا لن يدخل الجنة الا من كان هودا او نصرى
Dat zijn hun ijdele wensen.
تلك امانيهم
Zeg: “Breng jullie bewijsvoering bij, indien jullie waarachtig zijn.”
قل هاتوا برهنكم ان كنتم صدقين
Maar jawel: wie zijn richting tegenover God integer maakt, terwijl hij het goede doet, heeft zijn beloning bij zijn Voogd; geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
بلى من اسلم وجهه لله وهو محسن فله اجره عند ربه ولا خوف عليهم ولا هم يحزنون
En de Geheroriënteerden hebben gezegd: “De Helpers berusten op niets”; en de Helpers hebben gezegd: “De Geheroriënteerden berusten op niets”; terwijl zij de Schrift voordragen.
وقالت اليهود ليست النصرى على شىء وقالت النصرى ليست اليهود على شىء وهم يتلون الكتب
Zo hebben gezegd zij die niet weten, een uitspraak houdend soortgelijk aan de hunne.
كذلك قال الذين لا يعلمون مثل قولهم
God zal tussen hen oordelen, op de Dag van het Verschijnen, over datgene waarin zij uiteenliepen.
فالله يحكم بينهم يوم القيمة فيما كانوا فيه يختلفون
En wie is dan onrechtvaardiger dan hij die verhindert dat, in de plaatsen van neerwerping van God, Zijn naam in herinnering gebracht wordt, en zich inspant voor hun ontmanteling?
ومن اظلم ممن منع مسجد الله ان يذكر فيها اسمه وسعى في خرابها
Dezen zouden daar slechts vreesachtig binnen moeten treden.
اوليك ما كان لهم ان يدخلوها الا خايفين
Zij hebben, hienieden, een schande,
لهم في الدنيا خزي
en zij zullen, in het laatste leven, een ontzaglijke pijn hebben.
ولهم في الءاخرة عذاب عظيم
En aan God behoren het oosten en het westen toe:
ولله المشرق والمغرب
waarheen jullie je ook wenden, daar is de richting van God.
فاينما تولوا فثم وجه الله
God is gewis Veelomvattend, Alwetend.
ان الله وسع عليم
En zij hebben gezegd: “God heeft Zich een kind toegeschreven.”
وقالوا اتخذ الله ولدا
Glorie zij Hem!
سبحنه
Aan Hem behoort veeleer toe wat in de hemelen en op de aarde is;
بل له ما في السموت والارض
allen zijn Hem toegewijd.
كل له قنتون
Schepper zonder precedent van de hemelen en de aarde.
بديع السموت والارض
Wanneer Hij iets decreteert, zegt Hij er slechts tegen: “Wees”,
واذا قضى امرا فانما يقول له كن
en het is.
فيكون
En zij die niet weten hebben gezegd: “Waarom spreekt God niet tot ons, of waarom komt een teken niet tot ons!”
وقال الذين لا يعلمون لولا يكلمنا الله او تاتينا ءاية
Zo hebben zij die vóór hen waren gezegd, een uitspraak houdend soortgelijk aan de hunne;
كذلك قال الذين من قبلهم مثل قولهم
hun kernen lijken op elkaar.
تشبهت قلوبهم
Wij hebben gewis de tekenen duidelijk gemaakt voor een volk dat de zekerheid heeft.
قد بينا الءايت لقوم يوقنون
Wij hebben jou gezonden, in alle waarheid, als aankondiger en waarschuwer,
انا ارسلنك بالحق بشيرا ونذيرا
en jij zult niet ondervraagd worden over de metgezellen van de Gloeioven.
ولا تسل عن اصحب الجحيم
En noch de Geheroriënteerden noch de Helpers zullen ooit tevreden over jou zijn, zolang jij hun leer niet volgt.
ولن ترضى عنك اليهود ولا النصرى حتى تتبع ملتهم
Zeg: “De leiding van God, dat is de leiding.”
قل ان هدى الله هو الهدى
En indien jij hun emoties zou volgen, na wat jou van het weten gekomen is, zou jij, tegen God, noch beschermer noch hulp hebben.
ولين اتبعت اهواءهم بعد الذي جاءك من العلم ما لك من الله من ولي ولا نصير
Zij aan wie Wij de Schrift gegeven hebben, en die haar voordragen zoals zij voorgedragen moet worden, dat zijn zij die erin geloven.
الذين ءاتينهم الكتب يتلونه حق تلاوته اوليك يومنون به
En wie haar verloochent – dat zijn de verliezers.
ومن يكفر به فاوليك هم الخسرون
O zonen van Israël! Herinner jullie Mijn weldaad, waarmee Ik jullie overladen heb, en dat Ik jullie boven alle wezens bevoordeeld heb.
يبني اسرءيل اذكروا نعمتي التي انعمت عليكم واني فضلتكم على العلمين
En behoed jullie voor een dag waarop geen Zelf in iets de plaats van een ander Zelf zal innemen, waarop geen compensatie van hem aanvaard zal worden, waarop geen voorspraak hem zal baten, en waarop zij niet geholpen zullen worden.
واتقوا يوما لا تجزي نفس عن نفس شيا ولا يقبل منها عدل ولا تنفعها شفعة ولا هم ينصرون
En toen de Voogd van Ibrahim hem beproefde met woorden, die hij voltooide.
واذ ابتلى ابرهم ربه بكلمت فاتمهن
Hij zei: “Ik zal gewis van jou een leidsman voor de mensen maken.”
قال اني جاعلك للناس اماما
Hij zei: “En onder mijn nageslacht?”
قال ومن ذريتي
Hij zei: “Mijn pact valt niet toe aan de onrechtvaardigen.”
قال لا ينال عهدي الظلمين
En toen Wij van het Huis, voor de mensen, een plaats van terugkeer en een veiligheid gemaakt hebben; en zij namen, van de standplaats van Ibrahim, een plaats van het Contact.
واذ جعلنا البيت مثابة للناس وامنا واتخذوا من مقام ابرهم مصلى
En Wij hebben Ibrahim en Isma'il door een pact verbonden: “Reinig Mijn Huis voor hen die er verkeren, hen die er verblijven, en hen die in dienst knielen en zich in hulde neerwerpen.”
وعهدنا الى ابرهم واسمعيل ان طهرا بيتي للطايفين والعكفين والركع السجود
En toen Ibrahim zei: “Mijn Voogd, maak hiervan een veilig oord, en voorzie de lieden ervan van vruchten, zij onder hen die in God en in de Laatste Dag geloven.”
واذ قال ابرهم رب اجعل هذا بلدا ءامنا وارزق اهله من الثمرت من ءامن منهم بالله واليوم الءاخر
Hij zei: “En wie verloochent, hem verleen Ik een korte genieting, vervolgens drijf Ik hem in het nauw naar de pijn van het Vuur.”
قال ومن كفر فامتعه قليلا ثم اضطره الى عذاب النار
En wat een afschuwelijke bestemming!
وبيس المصير
En toen Ibrahim de fundamenten van het Huis optrok, met Isma'il:
واذ يرفع ابرهم القواعد من البيت واسمعيل
“Onze Voogd, aanvaard dit van ons; gewis bent U het, de Alhorende, de Alwetende.
ربنا تقبل منا انك انت السميع العليم
Onze Voogd, maak ons beiden tot integeren tegenover U, en, uit onze nageslacht, een gemeenschap integer tegenover U.
ربنا واجعلنا مسلمين لك ومن ذريتنا امة مسلمة لك
En toon ons onze weldadige praktijken.
وارنا مناسكنا
En keer met mildheid tot ons terug.
وتب علينا
Gewis bent U het, Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
انك انت التواب الرحيم
Onze Voogd, en wek onder hen een gezant op, uit hen voortgekomen, die hun Uw tekenen voordraagt, hun de Schrift en de wijsheid leert, en hen zuivert.
ربنا وابعث فيهم رسولا منهم يتلوا عليهم ءايتك ويعلمهم الكتب والحكمة ويزكيهم
Gewis bent U het, de Almachtige, de Wijze.”
انك انت العزيز الحكيم
En wie maakt zich dan los van de leer van Ibrahim, behalve hij die zijn eigen Zelf dwaas maakt?
ومن يرغب عن ملة ابرهم الا من سفه نفسه
Wij hebben hem gewis hienieden uitgekozen,
ولقد اصطفينه في الدنيا
en in het laatste leven zal hij voorzeker behoren tot hen die deugdelijk zijn.
وانه في الءاخرة لمن الصلحين
Toen zijn Voogd tot hem zei: “Wees integer tegenover Mij”;
اذ قال له ربه اسلم
zei hij: “Ik ben integer tegenover de Voogd van alle wezens.”
قال اسلمت لرب العلمين
En Ibrahim gaf zijn zonen daarvan de aanbeveling,
ووصى بها ابرهم بنيه
evenals Ja'qoeb: “O mijn zonen! God heeft voor jullie deze Wet uitgekozen; sterf dus slechts integer tegenover Hem.”
ويعقوب يبني ان الله اصطفى لكم الدين فلا تموتن الا وانتم مسلمون
Of waren jullie getuigen, toen de dood zich aandiende bij Ja'qoeb, toen hij tot zijn zonen zei: “Wie zullen jullie gehoorzamen na mij?”
ام كنتم شهداء اذ حضر يعقوب الموت اذ قال لبنيه ما تعبدون من بعدي
Zij zeiden: “Wij zullen jouw godheid gehoorzamen, de godheid van jouw voorouders, Ibrahim, Isma'il en Ishaq, een enige godheid, en wij zijn integer tegenover Hem.”
قالوا نعبد الهك واله ءابايك ابرهم واسمعيل واسحق الها وحدا ونحن له مسلمون
Dat is een gemeenschap die reeds voorbijgegaan is:
تلك امة قد خلت
aan haar wat zij verworven heeft,
لها ما كسبت
en aan jullie wat jullie verworven hebben;
ولكم ما كسبتم
en jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij deden.
ولا تسلون عما كانوا يعملون
En zij hebben gezegd: “Wees Geheroriënteerden of Helpers, dan zullen jullie je laten leiden.”
وقالوا كونوا هودا او نصرى تهتدوا
Zeg: “Nee, veeleer de leer van Ibrahim, geheel op God gericht”,
قل بل ملة ابرهم حنيفا
en hij behoorde niet tot hen die associëren.
وما كان من المشركين
Zeg: “Wij geloven in God, in wat op ons neergedaald is, in wat op Ibrahim, Isma'il, Ishaq, Ja'qoeb en de geslachtslijnen neergedaald is, en in wat aan Moesa en aan Isa gegeven is, en in wat aan de berichtgevers gegeven is, van hun Voogd; wij maken geen enkel verschil tussen hen, en wij zijn integer tegenover Hem.”
قولوا ءامنا بالله وما انزل الينا وما انزل الى ابرهم واسمعيل واسحق ويعقوب والاسباط وما اوتي موسى وعيسى وما اوتي النبيون من ربهم لا نفرق بين احد منهم ونحن له مسلمون
Indien zij geloven in datgene waarin jullie geloofd hebben, dan laten zij zich leiden;
فان ءامنوا بمثل ما ءامنتم به فقد اهتدوا
en indien zij de rug toekeren, dan zijn zij slechts in een breuk;
وان تولوا فانما هم في شقاق
God zal jou binnenkort volstaan tegen hen:
فسيكفيكهم الله
en Hij is de Alhorende, de Alwetende.
وهو السميع العليم
De verf van God –
صبغة الله
en wie verft beter dan God? –
ومن احسن من الله صبغة
en aan Hem gehoorzamen wij.
ونحن له عبدون
Zeg: “Voeren jullie met ons een geschil over God, terwijl Hij onze Voogd en jullie Voogd is? Aan ons onze werken, aan jullie jullie werken;
قل اتحاجوننا في الله وهو ربنا وربكم ولنا اعملنا ولكم اعملكم
en wij wijden ons uitsluitend aan Hem toe.”
ونحن له مخلصون
Of zeggen jullie: “Ibrahim, Isma'il, Ishaq, Ja'qoeb en de geslachtslijnen waren Geheroriënteerden of Helpers”?
ام تقولون ان ابرهم واسمعيل واسحق ويعقوب والاسباط كانوا هودا او نصرى
Zeg: “Zijn jullie het die het best weten, of God?”
قل ءانتم اعلم ام الله
En wie is dan onrechtvaardiger dan hij die een getuigenis verzwijgt dat hij bij zich heeft, afkomstig van God?
ومن اظلم ممن كتم شهدة عنده من الله
En God is niet onbekommerd over wat jullie doen.
وما الله بغفل عما تعملون
Dat is een gemeenschap die reeds voorbijgegaan is:
تلك امة قد خلت
aan haar wat zij verworven heeft,
لها ما كسبت
en aan jullie wat jullie verworven hebben;
ولكم ما كسبتم
en jullie zullen niet ondervraagd worden over wat zij deden.
ولا تسلون عما كانوا يعملون
De dwazen, onder de mensen, zullen zeggen: “Wat heeft hen afgewend van hun trefpunt, datgene waarop zij stonden?”
سيقول السفهاء من الناس ما ولىهم عن قبلتهم التي كانوا عليها
Zeg: “Aan God behoren het oosten en het westen toe;
قل لله المشرق والمغرب
Hij leidt wie het Hem behaagt naar een rechtlijnig pad.”
يهدي من يشاء الى صرط مستقيم
En zo hebben Wij van jullie een voorbeeldige gemeenschap gemaakt,
وكذلك جعلنكم امة وسطا
opdat jullie getuigen zijn tegen de mensen, en de gezant getuige is tegen jullie.
لتكونوا شهداء على الناس ويكون الرسول عليكم شهيدا
En Wij hadden het trefpunt, datgene waarop jij stond, slechts geplaatst om te onderscheiden wie de gezant volgt van wie zich op zijn hielen omdraait.
وما جعلنا القبلة التي كنت عليها الا لنعلم من يتبع الرسول ممن ينقلب على عقبيه
Dit was gewis zwaar, behalve voor hen die God geleid heeft.
وان كانت لكبيرة الا على الذين هدى الله
En het past God niet dat Hij jullie geloof laat vervliegen.
وما كان الله ليضيع ايمنكم
God is voorzeker, jegens de mensen, vol goedheid, Welwillend.
ان الله بالناس لرءوف رحيم
Wij zullen gewis jouw gezicht zich alle kanten op zien keren in de hemel; Wij zullen jou dus voorzeker tot koers een trefpunt geven dat jou tevredenstelt.
قد نرى تقلب وجهك في السماء فلنولينك قبلة ترضىها
Zet dus koers naar de onschendbare plaats van neerwerping,
فول وجهك شطر المسجد الحرام
en waar jullie ook zijn, zet koers daarheen.
وحيث ما كنتم فولوا وجوهكم شطره
En zij aan wie de Schrift gegeven is weten voorzeker dat het de waarheid is van hun Voogd.
وان الذين اوتوا الكتب ليعلمون انه الحق من ربهم
En God is niet onbekommerd over wat zij doen.
وما الله بغفل عما يعملون
En zelfs als jij elk teken zou brengen aan hen aan wie de Schrift gegeven is, zouden zij jouw trefpunt niet volgen.
ولين اتيت الذين اوتوا الكتب بكل ءاية ما تبعوا قبلتك
En jij zult hun trefpunt niet volgen;
وما انت بتابع قبلتهم
en de enen volgen ook niet het trefpunt van de anderen.
وما بعضهم بتابع قبلة بعض
En indien jij hun emoties zou volgen, na wat jou van het weten gekomen is, zou jij dan voorzeker tot de onrechtvaardigen behoren.
ولين اتبعت اهواءهم من بعد ما جاءك من العلم انك اذا لمن الظلمين
Zij aan wie Wij de Schrift gegeven hebben herkennen het zoals zij hun eigen zonen herkennen,
الذين ءاتينهم الكتب يعرفونه كما يعرفون ابناءهم
en een fractie van hen verzwijgt voorzeker de waarheid, al wetend.
وان فريقا منهم ليكتمون الحق وهم يعلمون
De waarheid komt van jouw Voogd;
الحق من ربك
behoor dus nooit tot hen die in controverse treden.
فلا تكونن من الممترين
En ieder heeft een richting die hem tot koers is gegeven; ga elkaar dus voor in het voortreffelijkste.
ولكل وجهة هو موليها فاستبقوا الخيرت
Waar jullie ook zijn, God zal jullie allen terugbrengen.
اين ما تكونوا يات بكم الله جميعا
God is gewis tot alles in staat.
ان الله على كل شىء قدير
En vanwaar je ook naar buiten treedt, zet koers naar de onschendbare plaats van neerwerping:
ومن حيث خرجت فول وجهك شطر المسجد الحرام
voorzeker is dit de waarheid afkomstig van je Voogd.
وانه للحق من ربك
En God is niet onbekommerd over wat jullie doen.
وما الله بغفل عما تعملون
En vanwaar je ook naar buiten treedt, zet koers naar de onschendbare plaats van neerwerping,
ومن حيث خرجت فول وجهك شطر المسجد الحرام
en waar jullie ook zijn, zet koers daarheen, opdat de mensen geen enkel argument tegen jullie hebben – behalve zij onder hen die onrechtvaardig zijn; duch hen dus niet, maar duch Mij –
وحيث ما كنتم فولوا وجوهكم شطره ليلا يكون للناس عليكم حجة الا الذين ظلموا منهم فلا تخشوهم واخشوني
en opdat Ik Mijn weldaad aan jullie voltooi, en misschien zullen jullie je laten leiden,
ولاتم نعمتي عليكم ولعلكم تهتدون
zoals Wij onder jullie een gezant gezonden hebben, uit jullie voortgekomen, die jullie Onze tekenen voordraagt, jullie zuivert, jullie de Schrift en de wijsheid leert, en jullie leert wat jullie niet wisten. Herinner jullie Mij dus, Ik zal Mij jullie herinneren; wees Mij dankbaar, en verloochen Mij niet.
كما ارسلنا فيكم رسولا منكم يتلوا عليكم ءايتنا ويزكيكم ويعلمكم الكتب والحكمة ويعلمكم ما لم تكونوا تعلمون فاذكروني اذكركم واشكروا لي ولا تكفرون
O jullie die geloofd hebben! Zoek bijstand in het geduld en het Contact:
يايها الذين ءامنوا استعينوا بالصبر والصلوة
God is gewis met de geduldigen.
ان الله مع الصبرين
En zeg niet van hen die gedood worden op de weg van God dat zij dood zijn.
ولا تقولوا لمن يقتل في سبيل الله اموت
Nee, zij zijn levend, maar jullie voelen het niet.
بل احياء ولكن لا تشعرون
En Wij zullen jullie voorzeker op de proef stellen met een weinig vrees en honger, en met een vermindering van bezittingen, van het Zelf en van vruchten;
ولنبلونكم بشىء من الخوف والجوع ونقص من الامول والانفس والثمرت
en breng het goede nieuws aan de geduldigen, zij die, wanneer een ongeluk hun overkomt, zeggen: “Wij zijn gewis van God, en tot Hem keren wij terug.”
وبشر الصبرين الذين اذا اصبتهم مصيبة قالوا انا لله وانا اليه رجعون
Dat zijn zij op wie contacten van hun Voogd rusten, en een welwillendheid,
اوليك عليهم صلوت من ربهم ورحمة
en dat zijn zij die zich laten leiden.
واوليك هم المهتدون
Safa en Marwa behoren gewis tot de waarneembare bakens van God.
ان الصفا والمروة من شعاير الله
Wie de hadj van het Huis verricht of de oemra verricht, geen verwijt tegen hem om ze rond te gaan.
فمن حج البيت او اعتمر فلا جناح عليه ان يطوف بهما
En wie uit vrije wil het goede doet – God is gewis Dankbaar, Alwetend.
ومن تطوع خيرا فان الله شاكر عليم
Gewis, zij die verzwijgen wat Wij aan duidelijke bewijzen en aan leiding hebben doen neerdalen, nadat Wij het voor de mensen duidelijk hebben gemaakt in de Schrift – dat zijn zij die God vervloekt, en die vervloekt worden door hen die vervloeken,
ان الذين يكتمون ما انزلنا من البينت والهدى من بعد ما بينه للناس في الكتب اوليك يلعنهم الله ويلعنهم اللعنون
behalve zij die terugkeren, zich saneren en verhelderen: dat zijn zij tot wie Ik met mildheid terugkeer; Ik ben Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
الا الذين تابوا واصلحوا وبينوا فاوليك اتوب عليهم وانا التواب الرحيم
Gewis, zij die verloochenen en sterven terwijl zij verloochenen – dat zijn zij op wie de vervloeking van God, van de Gemachtigden en van de mensen rust, allen tezamen, waarin zij eeuwig zullen blijven;
ان الذين كفروا وماتوا وهم كفار اوليك عليهم لعنة الله والمليكة والناس اجمعين خلدين فيها
de pijn zal hun niet verlicht worden, en hun zal geen uitstel verleend worden.
لا يخفف عنهم العذاب ولا هم ينظرون
En jullie godheid is een enige godheid;
والهكم اله وحد
geen godheid behalve Hij,
لا اله الا هو
de Alwelwillende, de Welwillende.
الرحمن الرحيم
Voorzeker zijn er, in de schepping van de hemelen en de aarde, in de afwisseling van de nacht en de dag, in het vaartuig dat over zee vaart, geladen met wat de mensen nuttig is, in het water dat God uit de hemel doet neerdalen en waarmee Hij de aarde weer leven geeft na haar dood, waarop Hij elke soort wezen dat zich beweegt verspreidt, in de verscheidenheid van de winden, en in de wolk die tussen de hemel en de aarde onderworpen is – tekenen voor een volk dat redeneert.
ان في خلق السموت والارض واختلف اليل والنهار والفلك التي تجري في البحر بما ينفع الناس وما انزل الله من السماء من ماء فاحيا به الارض بعد موتها وبث فيها من كل دابة وتصريف الريح والسحاب المسخر بين السماء والارض لءايت لقوم يعقلون
En onder de mensen zijn er die, buiten God, rivalen nemen, van wie zij houden zoals men van God houdt;
ومن الناس من يتخذ من دون الله اندادا يحبونهم كحب الله
maar zij die geloofd hebben zijn nog intenser in de liefde voor God.
والذين ءامنوا اشد حبا لله
En indien de onrechtvaardigen zagen, wanneer zij de pijn zullen zien, dat de kracht in haar geheel aan God toebehoort, en dat God streng is in de pijn –
ولو يرى الذين ظلموا اذ يرون العذاب ان القوة لله جميعا وان الله شديد العذاب
Wanneer zij die gevolgd werden zich van hen die hen gevolgd hebben vrij verklaren, en zij de pijn zullen zien, en de schakels tussen hen verbroken zullen worden.
اذ تبرا الذين اتبعوا من الذين اتبعوا وراوا العذاب وتقطعت بهم الاسباب
En zij die gevolgd hebben zullen zeggen: “Indien wij toch een revanche hadden, zouden wij ons van hen vrij verklaren zoals zij zich van ons vrij hebben verklaard.”
وقال الذين اتبعوا لو ان لنا كرة فنتبرا منهم كما تبرءوا منا
Zo toont God hun hun werken, als ontredderingen voor hen,
كذلك يريهم الله اعملهم حسرت عليهم
en zij zullen nooit uit het Vuur naar buiten treden.
وما هم بخرجين من النار
O mensen! Eet van wat op de aarde is, van wat geoorloofd en goed is,
يايها الناس كلوا مما في الارض حللا طيبا
en volg de passen van de Afleider niet:
ولا تتبعوا خطوت الشيطن
hij is gewis voor jullie een klaarblijkelijke vijand.
انه لكم عدو مبين
Hij beveelt jullie slechts het kwaad en de schanddaad, en over God te zeggen wat jullie niet weten.
انما يامركم بالسوء والفحشاء وان تقولوا على الله ما لا تعلمون
En wanneer men hun zegt: “Volg wat God heeft doen neerdalen”, zeggen zij: “Nee, wij volgen datgene waarbij wij onze voorouders aangetroffen hebben.”
واذا قيل لهم اتبعوا ما انزل الله قالوا بل نتبع ما الفينا عليه ءاباءنا
Wat! Ook al redeneerden hun voorouders in niets en lieten zij zich niet leiden?
اولو كان ءاباوهم لا يعقلون شيا ولا يهتدون
En het voorbeeld van hen die verloochenen is dat van iemand die roept tot wat niets hoort dan oproep en geschreeuw.
ومثل الذين كفروا كمثل الذي ينعق بما لا يسمع الا دعاء ونداء
Doof, stom, blind: zij redeneren dus niet.
صم بكم عمي فهم لا يعقلون
O jullie die geloofd hebben! Eet van de goede dingen waarvan Wij jullie hebben voorzien, en wees dankbaar jegens God, indien het Hem is die jullie gehoorzamen.
يايها الذين ءامنوا كلوا من طيبت ما رزقنكم واشكروا لله ان كنتم اياه تعبدون
Hij heeft jullie slechts het dode dier, het bloed, het varkensvlees, en wat aan een ander dan God is opgedragen ontzegd.
انما حرم عليكم الميتة والدم ولحم الخنزير وما اهل به لغير الله
Maar wie daartoe gedwongen wordt, zonder opstandig te zijn en zonder de grenzen te overschrijden, op hem rust geen overtreding.
فمن اضطر غير باغ ولا عاد فلا اثم عليه
God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
Gewis, zij die verzwijgen wat God aan de Schrift heeft doen neerdalen, en daarmee een schamele prijs kopen – dat zijn zij die in hun buik niets dan het Vuur doorslikken; God zal op de Dag van het Verschijnen het woord niet tot hen richten, en zal hen niet zuiveren,
ان الذين يكتمون ما انزل الله من الكتب ويشترون به ثمنا قليلا اوليك ما ياكلون في بطونهم الا النار ولا يكلمهم الله يوم القيمة ولا يزكيهم
en zij zullen een schrijnende pijn hebben.
ولهم عذاب اليم
Dat zijn zij die de dwaling hebben gekocht tegen de prijs van de leiding, en de pijn tegen de prijs van de vergeving. Wat maakt hen toch zo volhardend tegenover het Vuur!
اوليك الذين اشتروا الضللة بالهدى والعذاب بالمغفرة فما اصبرهم على النار
Dat is omdat God de Schrift in alle waarheid heeft doen neerdalen,
ذلك بان الله نزل الكتب بالحق
en zij die uiteenlopen over de Schrift zijn voorzeker in een verre breuk.
وان الذين اختلفوا في الكتب لفي شقاق بعيد
De deugd bestaat er niet in jullie gezichten naar het oosten of het westen te wenden,
ليس البر ان تولوا وجوهكم قبل المشرق والمغرب
maar de deugd, dat is hij die in God gelooft, in de Laatste Dag, in de Gemachtigden, in de Schrift en in de berichtgevers, en die van zijn bezittingen geeft, ondanks zijn liefde ervoor, aan de verwanten, de weeskinderen, de behoeftigen, de doorreiziger, hen die vragen, en om hen te bevrijden die onder de last van een schuld staan, die het Contact onderhoudt en de zuivere vrijgevigheid geeft,
ولكن البر من ءامن بالله واليوم الءاخر والمليكة والكتب والنبين وءاتى المال على حبه ذوي القربى واليتمى والمسكين وابن السبيل والسايلين وفي الرقاب واقام الصلوة وءاتى الزكوة
zij die trouw zijn aan hun pact wanneer zij een pact hebben gesloten,
والموفون بعهدهم اذا عهدوا
en de geduldigen in de tegenspoed, de schade, en op het moment van het geweld:
والصبرين في الباساء والضراء وحين الباس
dat zijn zij die waarachtig zijn geweest,
اوليك الذين صدقوا
en dat zijn zij die zich behoeden.
واوليك هم المتقون
O jullie die geloofd hebben! Het onderzoek is jullie voorgeschreven inzake de gedoden:
يايها الذين ءامنوا كتب عليكم القصاص في القتلى
de onafhankelijke met de onafhankelijke, de gehoorzame met de gehoorzame, en de vrouw met de vrouw.
الحر بالحر والعبد بالعبد والانثى بالانثى
Maar voor hem aan wie zijn broer iets kwijtscheldt: een vervolging volgens het naar gebruik erkende, en een afwikkeling met goede gratie.
فمن عفي له من اخيه شىء فاتباع بالمعروف واداء اليه باحسن
Dat is een verlichting van jullie Voogd, en een welwillendheid.
ذلك تخفيف من ربكم ورحمة
En wie daarna aanvalt zal een schrijnende pijn hebben.
فمن اعتدى بعد ذلك فله عذاب اليم
En jullie hebben, in het onderzoek, een leven, o houders van intelligentie, misschien zullen jullie je behoeden.
ولكم في القصاص حيوة ياولي الالبب لعلكم تتقون
Het is jullie voorgeschreven, wanneer de dood zich aan een van jullie aandient, indien hij een bezit nalaat,
كتب عليكم اذا حضر احدكم الموت ان ترك خيرا
het testament ten gunste van de twee ouders en de verwanten, volgens het naar gebruik erkende:
الوصية للولدين والاقربين بالمعروف
een plicht voor hen die zich behoeden.
حقا على المتقين
En wie het wijzigt nadat hij het heeft gehoord, de overtreding daarvan rust slechts op hen die het wijzigen.
فمن بدله بعدما سمعه فانما اثمه على الذين يبدلونه
God is gewis de Alhorende, de Alwetende.
ان الله سميع عليم
Maar wie van een erflater een partijdigheid of een overtreding vreest, en hen verzoent, op hem rust geen overtreding.
فمن خاف من موص جنفا او اثما فاصلح بينهم فلا اثم عليه
God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
O jullie die geloofd hebben! De onthouding is jullie voorgeschreven, zoals zij voorgeschreven is aan hen die vóór jullie waren, misschien zullen jullie je behoeden, gedurende getelde dagen.
يايها الذين ءامنوا كتب عليكم الصيام كما كتب على الذين من قبلكم لعلكم تتقون اياما معدودت
En wie van jullie ziek is, of op reis, dan een aantal andere dagen;
فمن كان منكم مريضا او على سفر فعدة من ايام اخر
en voor hen die er het vermogen toe hebben, een compensatie, het voedsel van een behoeftige.
وعلى الذين يطيقونه فدية طعام مسكين
En wie uit vrije wil het goede doet, dat is beter voor hem;
فمن تطوع خيرا فهو خير له
en dat jullie je onthouden is beter voor jullie, indien jullie wisten.
وان تصوموا خير لكم ان كنتم تعلمون
De maand van verkoeling, die waarin deze Lezing is neergedaald, leiding voor de mensen, en duidelijke bewijzen van de leiding en van het Onderscheid.
شهر رمضان الذي انزل فيه القرءان هدى للناس وبينت من الهدى والفرقان
Wie van jullie getuige is van het begin van deze maand, onthoude zich ervan;
فمن شهد منكم الشهر فليصمه
en wie ziek is, of op reis, dan een aantal andere dagen.
ومن كان مريضا او على سفر فعدة من ايام اخر
God wil voor jullie het gemak, Hij wil voor jullie niet de moeilijkheid,
يريد الله بكم اليسر ولا يريد بكم العسر
en dat jullie het aantal dagen vol maken, en dat jullie de grootheid van God afkondigen omdat Hij jullie heeft geleid, misschien zullen jullie dankbaar zijn.
ولتكملوا العدة ولتكبروا الله على ما هدىكم ولعلكم تشكرون
En wanneer Mijn gehoorzamen je over Mij ondervragen, Ik ben nabij:
واذا سالك عبادي عني فاني قريب
Ik antwoord op de oproep van hem die Mij roept, wanneer hij Mij roept.
اجيب دعوة الداع اذا دعان
Laten zij dus op Mijn oproep antwoorden, en laten zij in Mij geloven, misschien zullen zij de rechtschapenheid bereiken.
فليستجيبوا لي وليومنوا بي لعلهم يرشدون
De intimiteit met jullie vrouwen is voor jullie geoorloofd gemaakt, in de nacht van de onthouding:
احل لكم ليلة الصيام الرفث الى نسايكم
zij zijn een kleed voor jullie, en jullie zijn een kleed voor hen.
هن لباس لكم وانتم لباس لهن
God wist dat jullie jezelf verraadden; Hij is toen met mildheid tot jullie teruggekeerd, en Hij heeft het jullie kwijtgescholden.
علم الله انكم كنتم تختانون انفسكم فتاب عليكم وعفا عنكم
Verenig jullie nu dus met hen,
فالن بشروهن
en zoek wat God voor jullie heeft voorgeschreven.
وابتغوا ما كتب الله لكم
En eet en drink totdat de witte draad voor jullie te onderscheiden is van de zwarte draad van de dageraad,
وكلوا واشربوا حتى يتبين لكم الخيط الابيض من الخيط الاسود من الفجر
voltooi dan de onthouding tot de nacht.
ثم اتموا الصيام الى اليل
En verenig jullie niet met hen, terwijl jullie vertoeven in de plaatsen van neerwerping.
ولا تبشروهن وانتم عكفون في المسجد
Dat zijn de grenzen van God,
تلك حدود الله
nader ze dus niet.
فلا تقربوها
Zo maakt God Zijn tekenen duidelijk voor de mensen, misschien zullen zij zich behoeden.
كذلك يبين الله ءايته للناس لعلهم يتقون
En verslind jullie bezittingen niet onder elkaar door het valse, en bied ze niet aan de rechters aan om door de overtreding een deel van de bezittingen van de mensen te verslinden, terwijl jullie weten.
ولا تاكلوا امولكم بينكم بالبطل وتدلوا بها الى الحكام لتاكلوا فريقا من امول الناس بالاثم وانتم تعلمون
Zij ondervragen je over de openbare afkondigingen.
يسلونك عن الاهلة
Zeg: “Zij zijn vastgestelde afspraken voor de mensen, en voor de hadj.
قل هي موقيت للناس والحج
En de deugd bestaat er niet in naar de huizen te komen via hun rug,
وليس البر بان تاتوا البيوت من ظهورها
maar de deugd, dat is hij die zich behoedt.
ولكن البر من اتقى
Kom dus naar de huizen via hun deuren,
واتوا البيوت من ابوبها
en behoed jullie voor God, misschien zullen jullie slagen.”
واتقوا الله لعلكم تفلحون
En vecht, op de weg van God, tegen hen die tegen jullie vechten, maar val niet aan:
وقتلوا في سبيل الله الذين يقتلونكم ولا تعتدوا
gewis houdt God niet van de aanvallers.
ان الله لا يحب المعتدين
En dood hen waar jullie hen ook betrappen, en verdrijf hen vanwaar zij jullie hebben verdreven:
واقتلوهم حيث ثقفتموهم واخرجوهم من حيث اخرجوكم
de beproeving is strenger dan de moord.
والفتنة اشد من القتل
En vecht niet tegen hen nabij de onschendbare plaats van neerwerping, voordat zij daar tegen jullie vechten;
ولا تقتلوهم عند المسجد الحرام حتى يقتلوكم فيه
maar indien zij tegen jullie vechten, dood hen dan:
فان قتلوكم فاقتلوهم
zo is de vergelding van hen die verloochenen.
كذلك جزاء الكفرين
Maar indien zij ophouden, dan is God gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
فان انتهوا فان الله غفور رحيم
En vecht tegen hen totdat er geen beproeving meer is, en de Wet voor God is;
وقتلوهم حتى لا تكون فتنة ويكون الدين لله
en indien zij ophouden, dan geen vijandigheid, behalve jegens de onrechtvaardigen.
فان انتهوا فلا عدون الا على الظلمين
De onschendbare maand voor de onschendbare maand, en voor de onschendbare dingen, een onderzoek.
الشهر الحرام بالشهر الحرام والحرمت قصاص
Wie jullie heeft aangevallen, val hem aan in de mate van zijn aanval tegen jullie,
فمن اعتدى عليكم فاعتدوا عليه بمثل ما اعتدى عليكم
en behoed jullie voor God, en weet dat God met hen is die zich behoeden.
واتقوا الله واعلموا ان الله مع المتقين
En geef uit op de weg van God, maar werp wat jullie in de hand houden niet in de vernietiging; en doe het goede:
وانفقوا في سبيل الله ولا تلقوا بايديكم الى التهلكة واحسنوا
God houdt van hen die het goede doen.
ان الله يحب المحسنين
En voltooi de hadj en de oemra voor God.
واتموا الحج والعمرة لله
En indien jullie belemmerd worden, dan wat gemakkelijk te vinden is als gave.
فان احصرتم فما استيسر من الهدي
En scheer jullie hoofden niet voordat de gave haar plaats van aflevering heeft bereikt;
ولا تحلقوا رءوسكم حتى يبلغ الهدي محله
en wie van jullie ziek is, of lijdt aan hinder aan het hoofd, dan een compensatie door een onthouding, een liefdadigheid, of een weldadige praktijk.
فمن كان منكم مريضا او به اذى من راسه ففدية من صيام او صدقة او نسك
En zodra jullie in veiligheid zijn, wie van de oemra geniet tot de hadj, dan wat gemakkelijk te vinden is als gave.
فاذا امنتم فمن تمتع بالعمرة الى الحج فما استيسر من الهدي
En wie er de middelen niet toe vindt, dan een onthouding van drie dagen tijdens de hadj, en zeven zodra jullie teruggekeerd zijn: dat zijn tien volle dagen.
فمن لم يجد فصيام ثلثة ايام في الحج وسبعة اذا رجعتم تلك عشرة كاملة
Dat, voor hem wiens familie niet aanwezig is bij de onschendbare plaats van neerwerping.
ذلك لمن لم يكن اهله حاضري المسجد الحرام
En behoed jullie voor God, en weet dat God streng is in de sanctie.
واتقوا الله واعلموا ان الله شديد العقاب
De hadj wordt gehouden in bekende maanden.
الحج اشهر معلومت
Wie zich daarin voor de hadj verbindt, dan geen obsceniteit, geen grensoverschrijding, en geen debat tijdens de hadj.
فمن فرض فيهن الحج فلا رفث ولا فسوق ولا جدال في الحج
En welk goed jullie ook doen, God kent het.
وما تفعلوا من خير يعلمه الله
En neem jullie voorraad mee;
وتزودوا
want de voortreffelijkste van de voorraden is de behoedzaamheid.
فان خير الزاد التقوى
En behoed jullie voor Mij, o houders van intelligentie.
واتقون ياولي الالبب
Geen verwijt tegen jullie om een gunst van jullie Voogd te zoeken.
ليس عليكم جناح ان تبتغوا فضلا من ربكم
En wanneer jullie vanaf Arafat uitstromen, herinner jullie God nabij het onschendbare waarneembare baken,
فاذا افضتم من عرفت فاذكروا الله عند المشعر الحرام
en herinner jullie Hem, zoals Hij jullie heeft geleid, terwijl jullie voordien tot de dwalenden behoorden.
واذكروه كما هدىكم وان كنتم من قبله لمن الضالين
Stroom dan uit vanwaar de mensen uitstromen,
ثم افيضوا من حيث افاض الناس
en smeek om de vergeving van God.
واستغفروا الله
God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله غفور رحيم
En wanneer jullie je weldadige praktijken hebben afgerond, herinner jullie God zoals jullie je jullie voorouders herinneren, of met een nog intensere herinnering.
فاذا قضيتم منسككم فاذكروا الله كذكركم ءاباءكم او اشد ذكرا
En onder de mensen is er een die zegt: “Onze Voogd, geef ons hienieden” – en hij zal in het laatste leven geen enkel lot hebben.
فمن الناس من يقول ربنا ءاتنا في الدنيا وما له في الءاخرة من خلق
En onder hen is er een die zegt: “Onze Voogd, geef ons een schoon deel hienieden, en een schoon deel in het laatste leven, en behoed ons voor de pijn van het Vuur.”
ومنهم من يقول ربنا ءاتنا في الدنيا حسنة وفي الءاخرة حسنة وقنا عذاب النار
Dat zijn zij die een aandeel hebben van wat zij hebben verworven.
اوليك لهم نصيب مما كسبوا
God is snel in de rekening.
والله سريع الحساب
En herinner jullie God gedurende getelde dagen.
واذكروا الله في ايام معدودت
En wie zich haast in twee dagen, op hem rust geen overtreding;
فمن تعجل في يومين فلا اثم عليه
en wie draalt, op hem rust geen overtreding, voor hem die zich behoedt.
ومن تاخر فلا اثم عليه لمن اتقى
En behoed jullie voor God, en weet dat het tot Hem is dat jullie verzameld zullen worden.
واتقوا الله واعلموا انكم اليه تحشرون
En onder de mensen is er een wiens uitspraak, over het leven hienieden, je verblindt, en die God tot getuige neemt van wat in zijn kern is, terwijl hij de meest verbeten van de twistzoekers is.
ومن الناس من يعجبك قوله في الحيوة الدنيا ويشهد الله على ما في قلبه وهو الد الخصام
En wanneer hij de rug toekeert, spant hij zich op de aarde in om er bederf te zaaien, en om de akker en het nageslacht te vernietigen.
واذا تولى سعى في الارض ليفسد فيها ويهلك الحرث والنسل
God houdt niet van het bederf.
والله لا يحب الفساد
En wanneer men hem zegt: “Behoed je voor God”, grijpt de macht hem in de overtreding; Djahannam volstaat dus voor hem.
واذا قيل له اتق الله اخذته العزة بالاثم فحسبه جهنم
En wat een afschuwelijke legerstede!
ولبيس المهاد
En onder de mensen is er een die zijn eigen Zelf verkoopt, de instemming van God zoekend.
ومن الناس من يشري نفسه ابتغاء مرضات الله
God is vol goedheid jegens Zijn gehoorzamen.
والله رءوف بالعباد
O jullie die geloofd hebben! Treed binnen in de vrede, in totaliteit,
يايها الذين ءامنوا ادخلوا في السلم كافة
en volg de passen van de Afleider niet:
ولا تتبعوا خطوت الشيطن
hij is gewis voor jullie een klaarblijkelijke vijand.
انه لكم عدو مبين
En indien jullie wankelen nadat de duidelijke bewijzen tot jullie zijn gekomen, weet dan dat God Almachtig is, Wijs.
فان زللتم من بعد ما جاءتكم البينت فاعلموا ان الله عزيز حكيم
Wachten zij op niets anders dan dat God tot hen komt in baldakijnen van wolken,
هل ينظرون الا ان ياتيهم الله في ظلل من الغمام
met de Gemachtigden, en dat de zaak beslist wordt?
والمليكة وقضي الامر
En tot God keren alle zaken terug.
والى الله ترجع الامور
Vraag de zonen van Israël hoeveel duidelijke tekenen Wij hun hebben gegeven.
سل بني اسرءيل كم ءاتينهم من ءاية بينة
En wie de weldaad van God wijzigt nadat zij tot hem is gekomen – God is gewis streng in de sanctie.
ومن يبدل نعمة الله من بعد ما جاءته فان الله شديد العقاب
Het leven hienieden is verfraaid voor hen die verloochenen, en zij spotten met hen die geloofd hebben;
زين للذين كفروا الحيوة الدنيا ويسخرون من الذين ءامنوا
maar zij die zich behoeden zullen boven hen staan, op de Dag van het Verschijnen.
والذين اتقوا فوقهم يوم القيمة
En God voorziet wie het Hem behaagt, zonder te tellen.
والله يرزق من يشاء بغير حساب
De mensen vormden één enkele gemeenschap; God wekte toen de berichtgevers op, aankondigers en waarschuwers, en deed met hen de Schrift neerdalen, in alle waarheid, opdat zij oordeelt tussen de mensen over datgene waarin zij uiteenliepen.
كان الناس امة وحدة فبعث الله النبين مبشرين ومنذرين وانزل معهم الكتب بالحق ليحكم بين الناس فيما اختلفوا فيه
En alleen zij aan wie zij gegeven werd liepen daarin uiteen,
وما اختلف فيه الا الذين اوتوه
nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen, uit afpersing onder elkaar.
من بعد ما جاءتهم البينت بغيا بينهم
God heeft toen hen die geloofd hebben geleid naar de waarheid waarover zij uiteenliepen, met Zijn toestemming.
فهدى الله الذين ءامنوا لما اختلفوا فيه من الحق باذنه
En God leidt wie het Hem behaagt naar een rechtlijnig pad.
والله يهدي من يشاء الى صرط مستقيم
Of dachten jullie de Tuin binnen te gaan, terwijl het equivalent van wat zij hebben gekend die voor jullie voorbijgegaan zijn nog niet tot jullie is gekomen? De tegenspoed en de schade hebben hen getroffen, en zij werden zo geschokt dat de gezant en zij die met hem geloofd hadden zeiden: “Wanneer dan het ontzet van God?”
ام حسبتم ان تدخلوا الجنة ولما ياتكم مثل الذين خلوا من قبلكم مستهم الباساء والضراء وزلزلوا حتى يقول الرسول والذين ءامنوا معه متى نصر الله
Is het niet zo: het ontzet van God is gewis nabij!
الا ان نصر الله قريب
Zij ondervragen je: wat moeten zij uitgeven?
يسلونك ماذا ينفقون
Zeg: “Wat jullie aan goeds uitgeven komt toe aan de twee ouders, de verwanten, de weeskinderen, de behoeftigen, en de doorreiziger.
قل ما انفقتم من خير فللولدين والاقربين واليتمى والمسكين وابن السبيل
En welk goed jullie ook doen, God is er gewis Alwetend over.”
وما تفعلوا من خير فان الله به عليم
Het gevecht is jullie voorgeschreven, terwijl jullie er een afkeer van hebben.
كتب عليكم القتال وهو كره لكم
En het kan zijn dat jullie een afkeer hebben van iets, terwijl het een goed voor jullie is;
وعسى ان تكرهوا شيا وهو خير لكم
en het kan zijn dat jullie van iets houden, terwijl het een kwaad voor jullie is.
وعسى ان تحبوا شيا وهو شر لكم
God weet,
والله يعلم
en jullie weten niet.
وانتم لا تعلمون
Zij ondervragen je over de onschendbare maand, over het gevecht dat daarin zou plaatsvinden.
يسلونك عن الشهر الحرام قتال فيه
Zeg: “Daarin vechten is ernstig;
قل قتال فيه كبير
maar de weg van God versperren, Hem verloochenen, de toegang tot de onschendbare plaats van neerwerping versperren, en haar lieden eruit verdrijven, is nog ernstiger bij God;
وصد عن سبيل الله وكفر به والمسجد الحرام واخراج اهله منه اكبر عند الله
en de beproeving is ernstiger dan de moord.
والفتنة اكبر من القتل
En zij zullen niet ophouden tegen jullie te vechten totdat zij jullie van jullie Wet hebben doen afzien, indien zij kunnen.
ولا يزالون يقتلونكم حتى يردوكم عن دينكم ان استطعوا
En wie van jullie van zijn Wet afziet, en sterft terwijl hij verloochent – dat zijn zij wier werken zijn ingestort, hienieden en in het laatste leven,
ومن يرتدد منكم عن دينه فيمت وهو كافر فاوليك حبطت اعملهم في الدنيا والءاخرة
en dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.”
واوليك اصحب النار هم فيها خلدون
Gewis, zij die geloofd hebben, zij die geëmigreerd zijn en gestreden hebben op de weg van God – dat zijn zij die hopen op de welwillendheid van God.
ان الذين ءامنوا والذين هاجروا وجهدوا في سبيل الله اوليك يرجون رحمت الله
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والله غفور رحيم
Zij ondervragen je over de wijn en de kansspelen.
يسلونك عن الخمر والميسر
Zeg: “Er is in beide een grote overtreding, en voordelen voor de mensen;
قل فيهما اثم كبير ومنفع للناس
maar hun overtreding is groter dan hun voordeel.”
واثمهما اكبر من نفعهما
En zij ondervragen je: wat moeten zij uitgeven? Zeg: “Het overtollige.”
ويسلونك ماذا ينفقون قل العفو
Zo maakt God jullie de tekenen duidelijk, misschien zullen jullie nadenken over het hienieden en over het laatste leven.
كذلك يبين الله لكم الءايت لعلكم تتفكرون في الدنيا والءاخرة
En zij ondervragen je over de weeskinderen. Zeg: “Hun situatie saneren is een goed;
ويسلونك عن اليتمى قل اصلاح لهم خير
en indien jullie jullie zaken met de hunne vermengen, dan zijn zij jullie broers.
وان تخالطوهم فاخونكم
God onderscheidt de bederver van hem die saneert.
والله يعلم المفسد من المصلح
En had het God behaagd, dan zou Hij jullie hebben overweldigd.
ولو شاء الله لاعنتكم
God is gewis Almachtig, Wijs.”
ان الله عزيز حكيم
En trouw niet met de vrouwen die associëren, totdat zij geloven;
ولا تنكحوا المشركت حتى يومن
en een gelovende gehoorzame vrouw is gewis beter dan een vrouw die associeert, ook al verblindt deze jullie.
ولامة مومنة خير من مشركة ولو اعجبتكم
En geef niet ten huwelijk aan hen die associëren, totdat zij geloven;
ولا تنكحوا المشركين حتى يومنوا
en een gelovende gehoorzame man is gewis beter dan een man die associeert, ook al verblindt deze jullie.
ولعبد مومن خير من مشرك ولو اعجبكم
Dat zijn zij die roepen naar het Vuur,
اوليك يدعون الى النار
terwijl God roept naar de Tuin en de vergeving, met Zijn toestemming,
والله يدعوا الى الجنة والمغفرة باذنه
en Hij maakt Zijn tekenen duidelijk voor de mensen, misschien zullen zij zich herinneren.
ويبين ءايته للناس لعلهم يتذكرون
En zij ondervragen je over de menstruatie. Zeg: “Het is een hinder;
ويسلونك عن المحيض قل هو اذى
houd jullie dus afzijdig van de vrouwen tijdens de menstruatie,
فاعتزلوا النساء في المحيض
en nader hen niet totdat zij niet meer gehinderd zijn.
ولا تقربوهن حتى يطهرن
En zodra zij het niet meer zijn, verenig jullie met hen daar waar God het jullie heeft bevolen.
فاذا تطهرن فاتوهن من حيث امركم الله
God houdt van hen die terugkeren, en Hij houdt van hen die zich rein houden.”
ان الله يحب التوبين ويحب المتطهرين
Jullie vrouwen zijn voor jullie een akker; verenig jullie dus met jullie akker zoals het jullie behaagt,
نساوكم حرث لكم فاتوا حرثكم انى شيتم
en stuur voor jullie zelf vooruit;
وقدموا لانفسكم
en behoed jullie voor God,
واتقوا الله
en weet dat jullie Hem zullen ontmoeten.
واعلموا انكم ملقوه
En kondig het goede nieuws aan de gelovenden aan.
وبشر المومنين
En maak God, in jullie eden, niet tot een voorwendsel dat jullie naar believen gebruiken,
ولا تجعلوا الله عرضة لايمنكم
om te getuigen dat jullie deugdzaam zijn, dat jullie je behoeden, en dat jullie de mensen verzoenen.
ان تبروا وتتقوا وتصلحوا بين الناس
God is de Alhorende, de Alwetende.
والله سميع عليم
God zal jullie niet grijpen om de nietigheid in jullie eden,
لا يواخذكم الله باللغو في ايمنكم
maar Hij zal jullie grijpen om wat jullie kernen hebben verworven.
ولكن يواخذكم بما كسبت قلوبكم
God is Zeer Vergevensgezind, Lankmoedig.
والله غفور حليم
Voor hen die een eed afleggen zich van hun vrouwen afzijdig te houden, vier maanden van afwachting;
للذين يولون من نسايهم تربص اربعة اشهر
en indien zij thuiskeren, dan is God gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
فان فاءو فان الله غفور رحيم
En indien zij vastbesloten zijn tot de verstoting, dan is God gewis de Alhorende, de Alwetende.
وان عزموا الطلق فان الله سميع عليم
En de verstoten vrouwen blijven in afwachting gedurende drie cycli;
والمطلقت يتربصن بانفسهن ثلثة قروء
en het is hun niet geoorloofd te verzwijgen wat God in hun baarmoeders heeft geschapen, indien zij in God en in de Laatste Dag geloven.
ولا يحل لهن ان يكتمن ما خلق الله في ارحامهن ان كن يومن بالله واليوم الءاخر
En hun gemalen hebben meer recht om hen gedurende deze periode terug te brengen, indien zij een verzoening willen.
وبعولتهن احق بردهن في ذلك ان ارادوا اصلحا
En zij hebben rechten die equivalent zijn aan hun verplichtingen, volgens het naar gebruik erkende;
ولهن مثل الذي عليهن بالمعروف
en de mannen hebben, over hen, een graad.
وللرجال عليهن درجة
God is Almachtig, Wijs.
والله عزيز حكيم
De verstoting, dat is tweemaal.
الطلق مرتان
Dan, hetzij een terugneming volgens het naar gebruik erkende, hetzij een bevrijding met goede gratie.
فامساك بمعروف او تسريح باحسن
En het is jullie niet geoorloofd iets terug te nemen van wat jullie hun hebben gegeven, behalve indien beiden vrezen de grenzen van God niet te onderhouden.
ولا يحل لكم ان تاخذوا مما ءاتيتموهن شيا الا ان يخافا الا يقيما حدود الله
En indien jullie vrezen dat zij de grenzen van God niet onderhouden, geen verwijt tegen hen beiden voor datgene waarmee zij zich vrijkoopt.
فان خفتم الا يقيما حدود الله فلا جناح عليهما فيما افتدت به
Dat zijn de grenzen van God,
تلك حدود الله
overschrijd ze dus niet.
فلا تعتدوها
En wie de grenzen van God overschrijdt – dat zijn de onrechtvaardigen.
ومن يتعد حدود الله فاوليك هم الظلمون
Indien hij haar verstoot, dan is zij hem hierna niet meer geoorloofd, totdat zij met een andere echtgenoot dan hij trouwt.
فان طلقها فلا تحل له من بعد حتى تنكح زوجا غيره
En indien deze haar verstoot, geen verwijt tegen hen beiden om weer aan te knopen, indien zij vermoeden dat zij de grenzen van God zullen onderhouden.
فان طلقها فلا جناح عليهما ان يتراجعا ان ظنا ان يقيما حدود الله
En dat zijn de grenzen van God, die Hij duidelijk maakt voor een volk dat weet.
وتلك حدود الله يبينها لقوم يعلمون
En wanneer jullie de vrouwen verstoten, en zij hun termijn bereiken, houd ze dan volgens het naar gebruik erkende, of bevrijd ze volgens het naar gebruik erkende;
واذا طلقتم النساء فبلغن اجلهن فامسكوهن بمعروف او سرحوهن بمعروف
en houd ze niet om te schaden, om aan te vallen.
ولا تمسكوهن ضرارا لتعتدوا
En wie dit doet, heeft onrecht gedaan aan zichzelf.
ومن يفعل ذلك فقد ظلم نفسه
En neem de tekenen van God niet tot voorwerp van hoon.
ولا تتخذوا ءايت الله هزوا
En herinner jullie de weldaad van God over jullie, en ook wat Hij over jullie aan de Schrift en de wijsheid heeft doen neerdalen, waarmee Hij jullie vermaant.
واذكروا نعمت الله عليكم وما انزل عليكم من الكتب والحكمة يعظكم به
En behoed jullie voor God,
واتقوا الله
en weet dat God Alwetend is over alles.
واعلموا ان الله بكل شىء عليم
En wanneer jullie de vrouwen verstoten, en zij hun termijn bereiken, belet hen niet met hun echtgenoten te trouwen, zodra er tussen hen een wederzijdse instemming is volgens het naar gebruik erkende.
واذا طلقتم النساء فبلغن اجلهن فلا تعضلوهن ان ينكحن ازوجهن اذا ترضوا بينهم بالمعروف
Dat is waartoe vermaand wordt wie van jullie in God en in de Laatste Dag gelooft.
ذلك يوعظ به من كان منكم يومن بالله واليوم الءاخر
Dit is zuiverder voor jullie, en reiner.
ذلكم ازكى لكم واطهر
God weet, en jullie weten niet.
والله يعلم وانتم لا تعلمون
En de moeders nemen de volledige zorg voor hun kinderen op zich, twee volle jaarkringen,
والولدت يرضعن اولدهن حولين كاملين
voor wie deze volledige zorg wil voltooien.
لمن اراد ان يتم الرضاعة
En op hem aan wie het kind is geboren rust de plicht te voorzien in hun leeftocht en hun kleding, volgens het naar gebruik erkende.
وعلى المولود له رزقهن وكسوتهن بالمعروف
Geen Zelf wordt belast boven zijn vermogen.
لا تكلف نفس الا وسعها
Dat geen moeder schade ondergaat vanwege haar kind, noch hij aan wie het kind is geboren, vanwege zijn kind.
لا تضار ولدة بولدها ولا مولود له بولده
En op de erfgenaam rust hetzelfde.
وعلى الوارث مثل ذلك
En indien zij een spening willen, uit wederzijdse instemming onder hen en na overleg, geen verwijt tegen hen beiden.
فان ارادا فصالا عن تراض منهما وتشاور فلا جناح عليهما
En indien jullie jullie kinderen in volledige zorg willen laten nemen, geen verwijt tegen jullie, zodra jullie overdragen wat jullie te geven hebben, volgens het naar gebruik erkende.
وان اردتم ان تسترضعوا اولدكم فلا جناح عليكم اذا سلمتم ما ءاتيتم بالمعروف
En behoed jullie voor God,
واتقوا الله
en weet dat God Alziend is over wat jullie doen.
واعلموا ان الله بما تعملون بصير
En zij onder jullie die getrouw in bewaring gehouden worden terwijl zij echtgenoten achterlaten, deze blijven in afwachting gedurende vier maanden en tien;
والذين يتوفون منكم ويذرون ازوجا يتربصن بانفسهن اربعة اشهر وعشرا
en zodra zij hun termijn bereiken, geen verwijt tegen jullie voor wat zij uit zichzelf doen volgens het naar gebruik erkende.
فاذا بلغن اجلهن فلا جناح عليكم فيما فعلن في انفسهن بالمعروف
En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.
والله بما تعملون خبير
En geen verwijt tegen jullie, in wat jullie laten doorschemeren als huwelijksaanzoek aan de vrouwen, of in jullie zelf herbergen.
ولا جناح عليكم فيما عرضتم به من خطبة النساء او اكننتم في انفسكم
God weet dat jullie aan hen zullen denken; maar beloof hun niets in het geheim,
علم الله انكم ستذكرونهن ولكن لا تواعدوهن سرا
behalve een erkende uitspraak te zeggen.
الا ان تقولوا قولا معروفا
En sluit het huwelijkscontract niet voordat het document zijn termijn bereikt.
ولا تعزموا عقدة النكاح حتى يبلغ الكتب اجله
En weet dat God weet wat in jullie Zelven is; wees dus waakzaam jegens Hem.
واعلموا ان الله يعلم ما في انفسكم فاحذروه
En weet dat God Zeer Vergevensgezind is, Lankmoedig.
واعلموا ان الله غفور حليم
Geen verwijt tegen jullie, indien jullie de vrouwen verstoten zolang jullie hen niet hebben aangeraakt, of voor hen geen verplichting hebben bedongen.
لا جناح عليكم ان طلقتم النساء ما لم تمسوهن او تفرضوا لهن فريضة
En geef hun een genieting – de welgestelde naar zijn maat, en de bescheiden naar zijn maat – een genieting volgens het naar gebruik erkende:
ومتعوهن على الموسع قدره وعلى المقتر قدره متعا بالمعروف
een plicht voor hen die het goede doen.
حقا على المحسنين
En indien jullie hen verstoten voordat jullie hen hebben aangeraakt, terwijl jullie hun een verplichting hebben bedongen, de helft van wat jullie hebben bedongen, behalve indien zij het kwijtschelden, of indien hij in wiens handen het huwelijkscontract zich bevindt het kwijtscheldt.
وان طلقتموهن من قبل ان تمسوهن وقد فرضتم لهن فريضة فنصف ما فرضتم الا ان يعفون او يعفوا الذي بيده عقدة النكاح
En de kwijtschelding, dat is dichter bij de behoedzaamheid.
وان تعفوا اقرب للتقوى
En vergeet de gunst onder elkaar niet.
ولا تنسوا الفضل بينكم
God is gewis Alziend over wat jullie doen.
ان الله بما تعملون بصير
Bewaar de Contacten, en ook het meest volmaakte Contact, en houd jullie staande voor God, toegewijd.
حفظوا على الصلوت والصلوة الوسطى وقوموا لله قنتين
En indien jullie vrezen, dan te voet of bereden;
فان خفتم فرجالا او ركبانا
en zodra jullie in veiligheid zijn, herinner jullie God zoals Hij jullie heeft geleerd wat jullie niet wisten.
فاذا امنتم فاذكروا الله كما علمكم ما لم تكونوا تعلمون
En zij onder jullie die getrouw in bewaring gehouden worden terwijl zij echtgenoten achterlaten – een aanbeveling ten gunste van hun echtgenoten: een genieting tot de jaarkring, zonder verdrijving;
والذين يتوفون منكم ويذرون ازوجا وصية لازوجهم متعا الى الحول غير اخراج
maar indien zij naar buiten treden, geen verwijt tegen jullie voor wat zij uit zichzelf doen, in het naar gebruik erkende.
فان خرجن فلا جناح عليكم في ما فعلن في انفسهن من معروف
God is Almachtig, Wijs.
والله عزيز حكيم
En voor de verstoten vrouwen, een genieting volgens het naar gebruik erkende:
وللمطلقت متع بالمعروف
een plicht voor hen die zich behoeden.
حقا على المتقين
Zo maakt God jullie Zijn tekenen duidelijk, misschien zullen jullie redeneren.
كذلك يبين الله لكم ءايته لعلكم تعقلون
Heb je hen niet gezien die uit hun woningen naar buiten zijn getreden, bij duizenden, waakzaam tegenover de dood? God zei hun toen: “Sterf”; daarna gaf Hij hun weer leven.
الم تر الى الذين خرجوا من ديرهم وهم الوف حذر الموت فقال لهم الله موتوا ثم احيهم
God bezit voorzeker een gunst jegens de mensen,
ان الله لذو فضل على الناس
maar de meeste mensen zijn niet dankbaar.
ولكن اكثر الناس لا يشكرون
En vecht op de weg van God, en weet dat God de Alhorende, de Alwetende is.
وقتلوا في سبيل الله واعلموا ان الله سميع عليم
Wie zal God dan een schone lening geven, die Hij hem vele malen zal verdubbelen?
من ذا الذي يقرض الله قرضا حسنا فيضعفه له اضعافا كثيرة
God vernauwt en breidt uit,
والله يقبض ويبصط
en tot Hem zullen jullie teruggebracht worden.
واليه ترجعون
Heb je het hof niet gezien, onder de zonen van Israël, na Moesa, toen zij tegen een berichtgever die de hunne was zeiden: “Wek voor ons een koning op, opdat wij vechten op de weg van God”?
الم تر الى الملا من بني اسرءيل من بعد موسى اذ قالوا لنبي لهم ابعث لنا ملكا نقتل في سبيل الله
Hij zei: “Zou het kunnen dat, indien het gevecht jullie voorgeschreven werd, jullie niet vechten?”
قال هل عسيتم ان كتب عليكم القتال الا تقتلوا
Zij zeiden: “En wat zouden wij hebben om niet te vechten op de weg van God, terwijl wij uit onze woningen en van onze zonen zijn verdreven?”
قالوا وما لنا الا نقتل في سبيل الله وقد اخرجنا من ديرنا وابناينا
Maar toen het gevecht hun voorgeschreven werd, keerden zij de rug toe, behalve weinigen van hen.
فلما كتب عليهم القتال تولوا الا قليلا منهم
En God is Alwetend over de onrechtvaardigen.
والله عليم بالظلمين
En hun berichtgever zei hun: “God heeft jullie gewis Taloet tot koning opgewekt.”
وقال لهم نبيهم ان الله قد بعث لكم طالوت ملكا
Zij zeiden: “Hoe zou hij het koningschap over ons hebben, terwijl wij daar meer recht op hebben dan hij, en hem geen welstand aan bezittingen is gegeven?”
قالوا انى يكون له الملك علينا ونحن احق بالملك منه ولم يوت سعة من المال
Hij zei: “God heeft hem gewis boven jullie gekozen, en hem doen toenemen in omvang van weten en van gestel.”
قال ان الله اصطفىه عليكم وزاده بسطة في العلم والجسم
God geeft Zijn koningschap aan wie het Hem behaagt.
والله يوتي ملكه من يشاء
God is Veelomvattend, Alwetend.
والله وسع عليم
En hun berichtgever zei hun: “Het teken van zijn koningschap zal zijn dat de kist tot jullie komt, waarin een kalmering van jullie Voogd is, en een overblijfsel van wat de clan van Moesa en de clan van Haroen hebben nagelaten, gedragen door de Gemachtigden.”
وقال لهم نبيهم ان ءاية ملكه ان ياتيكم التابوت فيه سكينة من ربكم وبقية مما ترك ءال موسى وءال هرون تحمله المليكة
Voorzeker is daarin een teken voor jullie, indien jullie gelovenden zijn.
ان في ذلك لءاية لكم ان كنتم مومنين
Toen Taloet met de legers vertrok, zei hij: “God zal jullie op de proef stellen met een rivier: wie ervan drinkt is niet van de mijnen, en wie er zich niet mee voedt is gewis van de mijnen – behalve hij die er een teug van in zijn hand schept.”
فلما فصل طالوت بالجنود قال ان الله مبتليكم بنهر فمن شرب منه فليس مني ومن لم يطعمه فانه مني الا من اغترف غرفة بيده
Zij dronken ervan, behalve weinigen van hen.
فشربوا منه الا قليلا منهم
Daarna, toen hij en zij die met hem geloofd hadden de rivier waren overgestoken, zeiden zij: “Wij hebben vandaag geen enkele kracht tegen Djaloet en zijn legers.”
فلما جاوزه هو والذين ءامنوا معه قالوا لا طاقة لنا اليوم بجالوت وجنوده
Zij die vermoedden dat zij God zouden ontmoeten zeiden: “Hoeveel weinig talrijke bataljons hebben grote bataljons overwonnen, met de toestemming van God!”
قال الذين يظنون انهم ملقوا الله كم من فية قليلة غلبت فية كثيرة باذن الله
God is met de geduldigen.
والله مع الصبرين
En toen zij zich opstelden tegenover Djaloet en zijn legers, zeiden zij: “Onze Voogd, overstroom ons met geduld, maak onze passen standvastig, en help ons tegen het volk dat verloochent”; zij joegen hen toen op de vlucht, met de toestemming van God,
ولما برزوا لجالوت وجنوده قالوا ربنا افرغ علينا صبرا وثبت اقدامنا وانصرنا على القوم الكفرين فهزموهم باذن الله
en Dawoed doodde Djaloet; God gaf hem het koningschap en de wijsheid, en leerde hem wat het Hem behaagde.
وقتل داود جالوت وءاتىه الله الملك والحكمة وعلمه مما يشاء
En indien God de mensen niet de een door de ander terugdreef, zou de aarde gewis overgeleverd zijn aan het bederf;
ولولا دفع الله الناس بعضهم ببعض لفسدت الارض
maar God bezit een gunst jegens alle wezens.
ولكن الله ذو فضل على العلمين
Dat zijn de tekenen van God, die Wij jou voordragen in alle waarheid,
تلك ءايت الله نتلوها عليك بالحق
en jij behoort voorzeker tot de gezondenen.
وانك لمن المرسلين
Dat zijn de gezanten:
تلك الرسل
Wij hebben de enen boven de anderen begunstigd.
فضلنا بعضهم على بعض
Onder hen zijn er tot wie God gesproken heeft,
منهم من كلم الله
en Hij heeft anderen in graden verheven.
ورفع بعضهم درجت
En Wij hebben aan Isa, zoon van Marjam, de duidelijke bewijzen gegeven, en Wij hebben hem versterkt door de heilige Toestroom.
وءاتينا عيسى ابن مريم البينت وايدنه بروح القدس
En had het God behaagd, dan zouden zij die na hen kwamen elkaar niet hebben gedood, nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen;
ولو شاء الله ما اقتتل الذين من بعدهم من بعد ما جاءتهم البينت
maar zij liepen uiteen:
ولكن اختلفوا
onder hen zijn er die geloofden, en er zijn er die verloochenden.
فمنهم من ءامن ومنهم من كفر
En had het God behaagd, dan zouden zij elkaar niet hebben gedood;
ولو شاء الله ما اقتتلوا
maar God doet wat Hij wil.
ولكن الله يفعل ما يريد
O jullie die geloofd hebben! Geef uit van datgene waarvan Wij jullie hebben voorzien, voordat er een dag komt waarop er geen koop, geen vriendschap en geen voorspraak zal zijn.
يايها الذين ءامنوا انفقوا مما رزقنكم من قبل ان ياتي يوم لا بيع فيه ولا خلة ولا شفعة
En zij die verloochenen – dat zijn de onrechtvaardigen.
والكفرون هم الظلمون
God, geen godheid behalve Hij,
الله لا اله الا هو
de Levende, Hij die door Zichzelf bestaat.
الحى القيوم
Noch sluimering noch slaap grijpen Hem.
لا تاخذه سنة ولا نوم
Aan Hem behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
له ما في السموت وما في الارض
Wie doet dan voorspraak bij Hem, behalve met Zijn toestemming?
من ذا الذي يشفع عنده الا باذنه
Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is,
يعلم ما بين ايديهم وما خلفهم
en zij omvatten niets van Zijn weten, behalve voor zover het Hem behaagt.
ولا يحيطون بشىء من علمه الا بما شاء
En Zijn Zetel breidt zich uit over de hemelen en de aarde,
وسع كرسيه السموت والارض
en hun bewaring valt Hem in niets zwaar.
ولا يوده حفظهما
Hij is de Allerhoogste, de Ontzaglijke.
وهو العلي العظيم
Geen dwang in de Wet:
لا اكراه في الدين
de rechtschapenheid heeft zich onderscheiden van het dolen.
قد تبين الرشد من الغى
Wie de Mateloze verloochent en in God gelooft heeft zich stevig gehecht aan het veiligste hengsel, dat nooit breekt.
فمن يكفر بالطغوت ويومن بالله فقد استمسك بالعروة الوثقى لا انفصام لها
God is de Alhorende, de Alwetende.
والله سميع عليم
God is de beschermer van hen die geloofd hebben, Hij doet hen uit de duisternissen naar het licht naar buiten treden.
الله ولي الذين ءامنوا يخرجهم من الظلمت الى النور
En zij die verloochenen, hun bondgenoten zijn de Mateloze, die hen uit het licht naar de duisternissen doet naar buiten treden.
والذين كفروا اولياوهم الطغوت يخرجونهم من النور الى الظلمت
Dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.
اوليك اصحب النار هم فيها خلدون
Heb je hem niet gezien die met Ibrahim een geschil had over zijn Voogd, omdat God hem het koningschap had gegeven? Toen Ibrahim zei: “Mijn Voogd is Hij die doet leven en doet sterven”,
الم تر الى الذي حاج ابرهم في ربه ان ءاتىه الله الملك اذ قال ابرهم ربي الذي يحي ويميت
zei hij: “Ik, ik doe leven en ik doe sterven.”
قال انا احي واميت
Ibrahim zei: “God laat gewis de zon uit het oosten komen; laat haar dus uit het westen komen”; hij die verloochende bleef toen met onsamenhangende woorden achter.
قال ابرهم فان الله ياتي بالشمس من المشرق فات بها من المغرب فبهت الذي كفر
En God leidt het onrechtvaardige volk niet.
والله لا يهدي القوم الظلمين
Of zoals hij die langskwam bij een stad die leeg was ondanks haar gebouwen.
او كالذي مر على قرية وهي خاوية على عروشها
Hij zei: “Hoe zal God haar weer leven geven, na haar dood?” God deed hem toen sterven, honderd jaren lang, daarna wekte Hij hem op.
قال انى يحي هذه الله بعد موتها فاماته الله ماية عام ثم بعثه
Hij zei: “Hoeveel tijd heb je doorgebracht?”
قال كم لبثت
Hij zei: “Ik heb een dag doorgebracht, of een deel van een dag.”
قال لبثت يوما او بعض يوم
Hij zei: “Nee, je hebt honderd jaren doorgebracht.
قال بل لبثت ماية عام
Kijk dus naar je voedsel en je drank: zij hebben niet gewacht;
فانظر الى طعامك وشرابك لم يتسنه
en kijk naar je ezel –
وانظر الى حمارك
en opdat Wij van jou een teken voor de mensen maken.
ولنجعلك ءاية للناس
En kijk naar de beenderen, hoe Wij ze ontvouwen, en ze daarna met vlees bekleden.”
وانظر الى العظام كيف ننشزها ثم نكسوها لحما
Toen het hem duidelijk was geworden, zei hij: “Ik weet dat God in staat is tot alles.”
فلما تبين له قال اعلم ان الله على كل شىء قدير
En toen Ibrahim zei: “Mijn Voogd, toon mij hoe U de doden weer leven geeft.”
واذ قال ابرهم رب ارني كيف تحي الموتى
Hij zei: “Geloof je dan niet?”
قال اولم تومن
Hij zei: “Jawel, maar het is opdat mijn kern gerustheid vindt.”
قال بلى ولكن ليطمين قلبي
Hij zei: “Neem dan vier vogels, tem ze bij je, plaats vervolgens, op elke berg, een deel van hen, roep hen vervolgens: zij zullen tot je komen, zich voortspoedend.
قال فخذ اربعة من الطير فصرهن اليك ثم اجعل على كل جبل منهن جزءا ثم ادعهن ياتينك سعيا
En weet dat God Almachtig, Wijs is.”
واعلم ان الله عزيز حكيم
Het voorbeeld van hen die hun bezittingen uitgeven op de weg van God is dat van een korrel die zeven aren doet ontspruiten,
مثل الذين ينفقون امولهم في سبيل الله كمثل حبة انبتت سبع سنابل
waarbij elke aar honderd korrels telt.
في كل سنبلة ماية حبة
God verdubbelt voor wie het Hem behaagt.
والله يضعف لمن يشاء
God is Veelomvattend, Alwetend.
والله وسع عليم
Zij die hun bezittingen uitgeven op de weg van God, en vervolgens niet laten gelden wat zij hebben uitgegeven, noch schaden, hebben hun beloning bij hun Voogd; geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
الذين ينفقون امولهم في سبيل الله ثم لا يتبعون ما انفقوا منا ولا اذى لهم اجرهم عند ربهم ولا خوف عليهم ولا هم يحزنون
Een erkende uitspraak en een vergeving zijn beter dan liefdadigheid gevolgd door hinder.
قول معروف ومغفرة خير من صدقة يتبعها اذى
God is Rijk, Lankmoedig.
والله غني حليم
O jullie die geloofd hebben! Maak jullie liefdadigheden niet vergeefs door ze te laten gelden en te schaden, zoals hij die zijn bezit uitgeeft uit vertoon voor de mensen, en niet gelooft in God noch in de Laatste Dag.
يايها الذين ءامنوا لا تبطلوا صدقتكم بالمن والاذى كالذي ينفق ماله رياء الناس ولا يومن بالله واليوم الءاخر
Zijn voorbeeld is dat van een gladde rots bedekt met aarde: een stortregen overkomt hem, en laat hem kaal achter.
فمثله كمثل صفوان عليه تراب فاصابه وابل فتركه صلدا
Zij bezitten niets van wat zij hebben verworven.
لا يقدرون على شىء مما كسبوا
En God leidt het volk dat verloochent niet.
والله لا يهدي القوم الكفرين
En het voorbeeld van hen die hun bezittingen uitgeven, de instemming van God zoekend en de versteviging van hun eigen Zelven, is dat van een tuin op een hoogte: een stortregen overkomt hem, en hij geeft zijn spijzen dubbel; en als geen enkele stortregen hem overkomt, dan een motregen.
ومثل الذين ينفقون امولهم ابتغاء مرضات الله وتثبيتا من انفسهم كمثل جنة بربوة اصابها وابل فاتت اكلها ضعفين فان لم يصبها وابل فطل
En God is Alziend over wat jullie doen.
والله بما تعملون بصير
Zou een van jullie een tuin van palmbomen en wijnstokken willen hebben, waaronder de rivieren stromen, waar hij allerlei vruchten zou hebben, en dan dat de grote ouderdom hem overkomt, terwijl hij een zwak nageslacht heeft, en dat een wervelwind van vuur de tuin overkomt, en dat hij verbrandt?
ايود احدكم ان تكون له جنة من نخيل واعناب تجري من تحتها الانهر له فيها من كل الثمرت واصابه الكبر وله ذرية ضعفاء فاصابها اعصار فيه نار فاحترقت
Zo maakt God voor jullie de tekenen duidelijk, misschien zullen jullie nadenken.
كذلك يبين الله لكم الءايت لعلكم تتفكرون
O jullie die geloofd hebben! Geef uit van de goede dingen die jullie hebben verworven, en van wat Wij voor jullie uit de aarde naar buiten hebben gebracht,
يايها الذين ءامنوا انفقوا من طيبت ما كسبتم ومما اخرجنا لكم من الارض
en richt jullie niet op wat daarvan snood is om het uit te geven, terwijl jullie het zelf alleen zouden nemen door er de ogen voor te sluiten.
ولا تيمموا الخبيث منه تنفقون ولستم باخذيه الا ان تغمضوا فيه
En weet dat God Rijk, Lofwaardig is.
واعلموا ان الله غني حميد
De Afleider belooft jullie de armoede, en beveelt jullie de schanddaad,
الشيطن يعدكم الفقر ويامركم بالفحشاء
terwijl God jullie belooft, van Zijn zijde, een vergeving en een gunst.
والله يعدكم مغفرة منه وفضلا
God is Veelomvattend, Alwetend.
والله وسع عليم
Hij geeft de wijsheid aan wie het Hem behaagt,
يوتي الحكمة من يشاء
en wie de wijsheid ontvangt, heeft een overvloedig goed ontvangen.
ومن يوت الحكمة فقد اوتي خيرا كثيرا
En alleen de houders van intelligentie herinneren het zich.
وما يذكر الا اولوا الالبب
En welke uitgave jullie ook uitgeven, of welke gelofte jullie ook doen, God kent het gewis.
وما انفقتم من نفقة او نذرتم من نذر فان الله يعلمه
En de onrechtvaardigen hebben geen enkele hulp.
وما للظلمين من انصار
Als jullie de liefdadigheden zichtbaar maken, is dat uitstekend;
ان تبدوا الصدقت فنعما هي
en als jullie ze verbergen en ze aan de armen geven, is dat beter voor jullie, en Wij zullen een deel van jullie slechte daden bedekken.
وان تخفوها وتوتوها الفقراء فهو خير لكم ويكفر عنكم من سياتكم
En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.
والله بما تعملون خبير
Het rust niet op jou hen te leiden,
ليس عليك هدىهم
maar God leidt wie het Hem behaagt.
ولكن الله يهدي من يشاء
En welk goed jullie ook uitgeven, het is voor jullie zelf.
وما تنفقوا من خير فلانفسكم
En jullie geven slechts uit door de richting van God te zoeken.
وما تنفقون الا ابتغاء وجه الله
En welk goed jullie ook uitgeven, het zal jullie getrouw worden teruggegeven, en jullie zullen geen onrecht ondergaan.
وما تنفقوا من خير يوف اليكم وانتم لا تظلمون
Dat komt toe aan de armen die belemmerd zijn op de weg van God, die de aarde niet kunnen doorkruisen: de onwetende houdt hen voor rijk, vanwege hun terughoudendheid;
للفقراء الذين احصروا في سبيل الله لا يستطيعون ضربا في الارض يحسبهم الجاهل اغنياء من التعفف
jij herkent hen aan hun kenmerken: zij vragen de mensen niet met aandrang.
تعرفهم بسيمهم لا يسلون الناس الحافا
En welk goed jullie ook uitgeven, God is er gewis Alwetend over.
وما تنفقوا من خير فان الله به عليم
Zij die hun bezittingen uitgeven bij nacht en bij dag, in het geheim en openlijk, hebben hun beloning bij hun Voogd; geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
الذين ينفقون امولهم باليل والنهار سرا وعلانية فلهم اجرهم عند ربهم ولا خوف عليهم ولا هم يحزنون
Zij die woeker verslinden, staan slechts op zoals iemand opstaat die de Afleider door zijn aanraking doet waggelen.
الذين ياكلون الربوا لا يقومون الا كما يقوم الذي يتخبطه الشيطن من المس
Dat komt doordat zij hebben gezegd: “De verkoop is nooit anders dan gelijkend aan de woeker”;
ذلك بانهم قالوا انما البيع مثل الربوا
doch God heeft de verkoop geoorloofd gemaakt, en de woeker ontzegd.
واحل الله البيع وحرم الربوا
Wie, nadat een vermaning van zijn Voogd hem bereikt heeft, ophoudt – hem komt toe wat voorbij is,
فمن جاءه موعظة من ربه فانتهى فله ما سلف
en zijn zaak berust bij God;
وامره الى الله
maar wie recidiveert – dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.
ومن عاد فاوليك اصحب النار هم فيها خلدون
God maakt de woeker tot niets, en doet de liefdadigheden aangroeien.
يمحق الله الربوا ويربي الصدقت
God houdt van geen enkele grote verloochenaar, overtreder.
والله لا يحب كل كفار اثيم
Gewis hebben zij die geloofd hebben, de deugdelijke werken hebben verricht, het Contact hebben onderhouden, en de zuivere vrijgevigheid hebben gegeven, hun beloning bij hun Voogd; geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
ان الذين ءامنوا وعملوا الصلحت واقاموا الصلوة وءاتوا الزكوة لهم اجرهم عند ربهم ولا خوف عليهم ولا هم يحزنون
O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God, en laat achter wat er van de woeker overblijft, als jullie gelovenden zijn.
يايها الذين ءامنوا اتقوا الله وذروا ما بقي من الربوا ان كنتم مومنين
Als jullie het niet doen, houd jullie dan voor gewaarschuwd voor een oorlog van de zijde van God en van Zijn gezant;
فان لم تفعلوا فاذنوا بحرب من الله ورسوله
en als jullie terugkeren, is de hoofdsom van jullie bezittingen voor jullie, zonder dat jullie onrechtvaardig zijn en zonder dat jullie onrecht ondergaan.
وان تبتم فلكم رءوس امولكم لا تظلمون ولا تظلمون
En als iemand in moeilijkheden verkeert, dan uitstel tot het gemak;
وان كان ذو عسرة فنظرة الى ميسرة
en dat jullie er liefdadigheid van maken is beter voor jullie, als jullie het wisten.
وان تصدقوا خير لكم ان كنتم تعلمون
En behoed jullie voor een dag waarop jullie tot God teruggebracht zullen worden,
واتقوا يوما ترجعون فيه الى الله
waarop elk Zelf getrouw zal ontvangen wat het heeft verworven, zonder onrecht te ondergaan.
ثم توفى كل نفس ما كسبت وهم لا يظلمون
O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie onder elkaar een schuld aangaan voor een genoemde termijn, stel die dan op schrift.
يايها الذين ءامنوا اذا تداينتم بدين الى اجل مسمى فاكتبوه
En laat een schrijver het onder jullie met rechtvaardigheid opschrijven,
وليكتب بينكم كاتب بالعدل
en laat geen enkele schrijver weigeren te schrijven,
ولا ياب كاتب ان يكتب
naar wat God hem onderwezen heeft; laat hij dan schrijven,
كما علمه الله فليكتب
en laat degene op wie het verschuldigde drukt dicteren, en laat hij zich behoeden voor God, zijn Voogd, en er niets van afknijpen.
وليملل الذي عليه الحق وليتق الله ربه ولا يبخس منه شيا
En als degene op wie het verschuldigde drukt dwaas is, of zwak, of zelf niet kan dicteren, laat zijn wettelijk verantwoordelijke dan met rechtvaardigheid dicteren.
فان كان الذي عليه الحق سفيها او ضعيفا او لا يستطيع ان يمل هو فليملل وليه بالعدل
En laat twee getuigen uit jullie mannen erover getuigen;
واستشهدوا شهيدين من رجالكم
en als het geen twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen, onder hen wier getuigenis jullie goedkeuren, opdat, als een van de twee dwaalt, de ander haar eraan herinnere.
فان لم يكونا رجلين فرجل وامراتان ممن ترضون من الشهداء ان تضل احدىهما فتذكر احدىهما الاخرى
En laat de getuigen niet weigeren, wanneer zij geroepen worden.
ولا ياب الشهداء اذا ما دعوا
En word niet moe het op te schrijven, klein of groot, tot zijn termijn.
ولا تسموا ان تكتبوه صغيرا او كبيرا الى اجله
Dat is billijker bij God, rechtschapener voor het getuigenis, en dichter bij niet twijfelen – behalve als het gaat om een onmiddellijke handel die jullie onder elkaar beheren: dan geen verwijt tegen jullie omdat jullie het niet opschrijven.
ذلكم اقسط عند الله واقوم للشهدة وادنى الا ترتابوا الا ان تكون تجرة حاضرة تديرونها بينكم فليس عليكم جناح الا تكتبوها
En neem getuigen wanneer jullie onder elkaar een verkoop doen.
واشهدوا اذا تبايعتم
En laat noch aan de schrijver noch aan de getuige schade worden toegebracht.
ولا يضار كاتب ولا شهيد
En als jullie het doen, is het gewis een grensoverschrijding van jullie zijde.
وان تفعلوا فانه فسوق بكم
En behoed jullie voor God,
واتقوا الله
en God onderwijst jullie.
ويعلمكم الله
En God is Alwetend over alles.
والله بكل شىء عليم
En als jullie op reis zijn en geen schrijver vinden, dan een gegrepen pand.
وان كنتم على سفر ولم تجدوا كاتبا فرهن مقبوضة
En als de een van jullie vertrouwen stelt in de ander, laat degene in wie het vertrouwen gesteld is zijn depot restitueren,
فان امن بعضكم بعضا فليود الذي اوتمن امنته
en laat hij zich behoeden voor God, zijn Voogd.
وليتق الله ربه
En verzwijg het getuigenis niet.
ولا تكتموا الشهدة
En wie het verzwijgt, heeft gewis een overtredende kern.
ومن يكتمها فانه ءاثم قلبه
God is Alwetend over wat jullie doen.
والله بما تعملون عليم
Aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
لله ما في السموت وما في الارض
En of jullie zichtbaar maken wat in jullie is, of het verbergen, God zal er de rekening van met jullie opmaken; Hij vergeeft dan wie het Hem behaagt, en Hij legt pijn op aan wie het Hem behaagt.
وان تبدوا ما في انفسكم او تخفوه يحاسبكم به الله فيغفر لمن يشاء ويعذب من يشاء
En God is tot alles in staat.
والله على كل شىء قدير
De gezant heeft geloofd in wat hem is neergedaald van de zijde van zijn Voogd, en de gelovenden.
ءامن الرسول بما انزل اليه من ربه والمومنون
Allen hebben geloofd in God, in Zijn Gemachtigden, in Zijn schriften, en in Zijn gezanten,
كل ءامن بالله ومليكته وكتبه ورسله
zonder enig verschil te maken tussen Zijn gezanten, wie zij ook zijn;
لا نفرق بين احد من رسله
en zij hebben gezegd: “Wij hebben gehoord en wij hebben ons gevoegd.
وقالوا سمعنا واطعنا
Uw vergeving, onze Voogd; tot U is de bestemming.”
غفرانك ربنا واليك المصير
God legt geen enkel Zelf iets anders op dan zijn vermogen.
لا يكلف الله نفسا الا وسعها
Te zijnen gunste wat het heeft verworven,
لها ما كسبت
en te zijnen laste wat het heeft begaan.
وعليها ما اكتسبت
“Onze Voogd, grijp ons niet als wij vergeten of als wij een fout begaan.
ربنا لا تواخذنا ان نسينا او اخطانا
Onze Voogd, en laat ons geen juk dragen zoals U er aan hen die vóór ons waren hebt laten dragen.
ربنا ولا تحمل علينا اصرا كما حملته على الذين من قبلنا
Onze Voogd, en laat ons niet dragen wat wij niet de kracht hebben te dragen.
ربنا ولا تحملنا ما لا طاقة لنا به
En scheld het ons kwijt,
واعف عنا
en vergeef ons,
واغفر لنا
en bewijs ons welwillendheid.
وارحمنا
U bent onze naaste Garant; help ons dan tegen het volk dat verloochent.”
انت مولىنا فانصرنا على القوم الكفرين