النساء
An-Nisa
Reduced to Weakness
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
O mensen! Behoed jullie voor jullie Voogd, die jullie geschapen heeft uit één enkel Zelf, en daaruit diens echtgenoot geschapen heeft, en uit die twee veel mannen en vrouwen verspreid heeft.
يايها الناس اتقوا ربكم الذي خلقكم من نفس وحدة وخلق منها زوجها وبث منهما رجالا كثيرا ونساء
En behoed jullie voor God, in wiens naam jullie elkaar verzoeken, en de banden van de baarmoeder,
واتقوا الله الذي تساءلون به والارحام
want God is, over jullie, een Waarnemer.
ان الله كان عليكم رقيبا
En geef de weeskinderen hun bezittingen,
وءاتوا اليتمى امولهم
en verwissel het snode niet voor het goede,
ولا تتبدلوا الخبيث بالطيب
en verslind hun bezittingen niet samen met die van jullie,
ولا تاكلوا امولهم الى امولكم
want dat is een groot misdrijf.
انه كان حوبا كبيرا
En als jullie vrezen niet billijk te zijn jegens de weeskinderen, huw dan hen onder de vrouwen die het goed vinden jullie te huwen, twee, drie of vier;
وان خفتم الا تقسطوا في اليتمى فانكحوا ما طاب لكم من النساء مثنى وثلث وربع
en als jullie vrezen niet rechtvaardig te zijn, dan één enkele, of hen jegens wie jullie door eed gebonden zijn.
فان خفتم الا تعدلوا فوحدة او ما ملكت ايمنكم
Dat is het naaste om niet te bezwijken onder het gewicht van een te talrijke familie.
ذلك ادنى الا تعولوا
En geef de vrouwen hun bruidsschatten, als een toewijzing van rechtswege.
وءاتوا النساء صدقتهن نحلة
Vervolgens, als zij het goed vinden jullie daarvan uit zichzelf iets af te staan, consumeer het
فان طبن لكم عن شىء منه نفسا فكلوه
aangenaam en heilzaam.
هنيا مريا
En geef de onnozelen jullie bezittingen niet, die God voor jullie tot een onderhoud gemaakt heeft;
ولا توتوا السفهاء امولكم التي جعل الله لكم قيما
maar voorzie hen ervan, kleed hen, en richt tot hen een naar gebruik erkende uitspraak.
وارزقوهم فيها واكسوهم وقولوا لهم قولا معروفا
En stel de weeskinderen op de proef totdat zij de huwelijksleeftijd bereiken; als jullie dan in hen rechtschapenheid van oordeel bespeuren, overhandig hun hun bezittingen, en verslind ze niet uit verkwisting en vooruitlopen, voordat zij groot worden.
وابتلوا اليتمى حتى اذا بلغوا النكاح فان ءانستم منهم رشدا فادفعوا اليهم امولهم ولا تاكلوها اسرافا وبدارا ان يكبروا
En wie rijk is, moet zich inhouden;
ومن كان غنيا فليستعفف
en wie arm is, moet ervan eten naar het erkende.
ومن كان فقيرا فلياكل بالمعروف
En wanneer jullie hun hun bezittingen overhandigen, neem getuigen ten aanzien van hen.
فاذا دفعتم اليهم امولهم فاشهدوا عليهم
En God volstaat als rekenmeester.
وكفى بالله حسيبا
Aan de mannen komt een portie toe van wat de twee ouders en de verwanten nalaten, en aan de vrouwen komt een portie toe van wat de twee ouders en de verwanten nalaten, of het nu weinig is of veel –
للرجال نصيب مما ترك الولدان والاقربون وللنساء نصيب مما ترك الولدان والاقربون مما قل منه او كثر
een bedongen portie.
نصيبا مفروضا
En wanneer de houders van nabije banden, de weeskinderen en de behoeftigen bij de verdeling aanwezig zijn, voorzie hen ervan,
واذا حضر القسمة اولوا القربى واليتمى والمسكين فارزقوهم منه
en richt tot hen een naar gebruik erkende uitspraak.
وقولوا لهم قولا معروفا
En laat hen duchten die, als zij achter zich een zwakke nageslacht achterlieten, voor haar zouden vrezen:
وليخش الذين لو تركوا من خلفهم ذرية ضعفا خافوا عليهم
laten zij zich dus behoeden voor God, en een rechte uitspraak zeggen.
فليتقوا الله وليقولوا قولا سديدا
Zij die de bezittingen van de weeskinderen onrechtvaardig verslinden, verslinden in hun buiken slechts een vuur,
ان الذين ياكلون امول اليتمى ظلما انما ياكلون في بطونهم نارا
en zij zullen branden in een brand.
وسيصلون سعيرا
God doet jullie een aanbeveling, wat jullie kinderen betreft:
يوصيكم الله في اولدكم
aan het mannelijke, het equivalent van het aandeel van twee vrouwelijken.
للذكر مثل حظ الانثيين
Maar als zij meer dan twee vrouwen zijn, komen twee derde van wat nagelaten wordt hun toe;
فان كن نساء فوق اثنتين فلهن ثلثا ما ترك
en als zij enig is, komt de helft haar toe.
وان كانت وحدة فلها النصف
En aan zijn vader en aan zijn moeder, aan ieder van hen, het zesde van wat hij nalaat, als hij een kind heeft;
ولابويه لكل وحد منهما السدس مما ترك ان كان له ولد
maar als hij geen kind heeft, en zijn vader en zijn moeder van hem erven, komt het derde aan zijn moeder toe.
فان لم يكن له ولد وورثه ابواه فلامه الثلث
Als hij broers en zussen heeft, komt het zesde aan zijn moeder toe,
فان كان له اخوة فلامه السدس
na een testament dat hij zou hebben gemaakt, of een schuld.
من بعد وصية يوصي بها او دين
Jullie vaders en jullie zonen – jullie hebben geen idee wie van hen jullie het naast zijn in voordeel:
ءاباوكم وابناوكم لا تدرون ايهم اقرب لكم نفعا
dat is een verplichting afkomstig van God,
فريضة من الله
want God is Alwetend, Wijs.
ان الله كان عليما حكيما
En aan jullie komt de helft toe van wat jullie echtgenoten nalaten, als zij geen kind hebben;
ولكم نصف ما ترك ازوجكم ان لم يكن لهن ولد
maar als zij een kind hebben, komt het vierde aan jullie toe van wat zij nalaten, na een testament dat zij zouden hebben gemaakt, of een schuld.
فان كان لهن ولد فلكم الربع مما تركن من بعد وصية يوصين بها او دين
En aan hen komt het vierde toe van wat jullie nalaten, als jullie geen kind hebben;
ولهن الربع مما تركتم ان لم يكن لكم ولد
maar als jullie een kind hebben, komt het achtste aan hen toe van wat jullie nalaten, na een testament dat jullie zouden hebben gemaakt, of een schuld.
فان كان لكم ولد فلهن الثمن مما تركتم من بعد وصية توصون بها او دين
En als een man wiens erfenis overgaat in afwezigheid van enige voorouder of afstammeling, of een vrouw in hetzelfde geval, een broer of een zus heeft, komt aan ieder van hen het zesde toe;
وان كان رجل يورث كللة او امراة وله اخ او اخت فلكل وحد منهما السدس
maar als zij talrijker zijn dan dat, zijn zij geassocieerden in het derde, na een testament dat zou zijn gemaakt, of een schuld, zonder schade.
فان كانوا اكثر من ذلك فهم شركاء في الثلث من بعد وصية يوصى بها او دين غير مضار
Dat is een aanbeveling afkomstig van God.
وصية من الله
God is Alwetend, Lankmoedig.
والله عليم حليم
Dat zijn de grenzen van God.
تلك حدود الله
En wie zich voegt naar God en Zijn gezant, die zal Hij doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin hij eeuwig zal blijven.
ومن يطع الله ورسوله يدخله جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها
En dat is de ontzaglijke triomf.
وذلك الفوز العظيم
En wie God en Zijn gezant ongehoorzaam is, en Zijn grenzen overschrijdt, die zal Hij doen binnengaan in een vuur waarin hij eeuwig zal blijven,
ومن يعص الله ورسوله ويتعد حدوده يدخله نارا خلدا فيها
en hij zal een verlagende pijn hebben.
وله عذاب مهين
En die van jullie vrouwen die de schanddaad plegen, eis tegen hen de getuigenis van vier onder jullie;
والتي ياتين الفحشة من نسايكم فاستشهدوا عليهن اربعة منكم
en als zij getuigen, houd hen dan in de huizen, totdat de dood hen getrouw in bewaring houdt, of God voor hen een uitweg opent.
فان شهدوا فامسكوهن في البيوت حتى يتوفىهن الموت او يجعل الله لهن سبيلا
En de twee onder jullie die haar plegen, val hen beiden lastig;
والذان ياتينها منكم فاذوهما
maar als zij terugkeren en zich saneren, onttrek jullie aan hen,
فان تابا واصلحا فاعرضوا عنهما
want God is Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
ان الله كان توابا رحيما
Het berouw dat door God aanvaard wordt, betreft slechts hen die het kwaad uit onwetendheid plegen, en dan zonder dralen terugkeren:
انما التوبة على الله للذين يعملون السوء بجهلة ثم يتوبون من قريب
dat zijn zij tot wie God met mildheid terugkeert.
فاوليك يتوب الله عليهم
God is Alwetend, Wijs.
وكان الله عليما حكيما
En het berouw wordt niet aanvaard voor hen die de slechte daden plegen totdat, wanneer de dood zich bij een van hen aandient, hij zegt: “Ik keer nu gewis terug” – noch voor hen die sterven terwijl zij verloochenen:
وليست التوبة للذين يعملون السيات حتى اذا حضر احدهم الموت قال اني تبت الن ولا الذين يموتون وهم كفار
dat zijn zij voor wie Wij een schrijnende pijn hebben klaargemaakt.
اوليك اعتدنا لهم عذابا اليما
O jullie die geloofd hebben! Het is jullie niet geoorloofd vrouwen te erven met dwang,
يايها الذين ءامنوا لا يحل لكم ان ترثوا النساء كرها
en belemmer hen niet om een deel mee te nemen van wat jullie hun gegeven hebben, behalve als zij een klaarblijkelijke schanddaad plegen.
ولا تعضلوهن لتذهبوا ببعض ما ءاتيتموهن الا ان ياتين بفحشة مبينة
En leef met hen naar het erkende.
وعاشروهن بالمعروف
Als jullie een afkeer van hen krijgen, kan het zijn dat jullie een afkeer hebben van iets waarin God veel goeds plaatst.
فان كرهتموهن فعسى ان تكرهوا شيا ويجعل الله فيه خيرا كثيرا
En als jullie een echtgenoot door een ander willen vervangen, en aan een van hen een kwintaal gegeven hebben, neem er niets van terug.
وان اردتم استبدال زوج مكان زوج وءاتيتم احدىهن قنطارا فلا تاخذوا منه شيا
Zouden jullie het terugnemen door laster en een klaarblijkelijke overtreding?
اتاخذونه بهتنا واثما مبينا
En hoe zouden jullie het terugnemen, terwijl de een van jullie zich reeds innig met de ander heeft verenigd, en zij van jullie een plechtige en vaste verbintenis hebben genomen?
وكيف تاخذونه وقد افضى بعضكم الى بعض واخذن منكم ميثقا غليظا
En huw niet de vrouwen die jullie voorouders gehuwd hebben, behalve wat reeds afgelopen is,
ولا تنكحوا ما نكح ءاباوكم من النساء الا ما قد سلف
want het was een schanddaad en een gruwel,
انه كان فحشة ومقتا
en wat een slechte weg!
وساء سبيلا
Aan jullie zijn ontzegd: jullie moeders, jullie dochters, jullie zussen, jullie tantes van vaderskant, jullie tantes van moederskant, de dochters van jullie broer, de dochters van jullie zus,
حرمت عليكم امهتكم وبناتكم واخوتكم وعمتكم وخلتكم وبنات الاخ وبنات الاخت
jullie moeders die de zorg voor jullie op zich genomen hebben, en jullie zussen van gedeelde zorg,
وامهتكم التي ارضعنكم واخوتكم من الرضعة
de moeders van jullie vrouwen, de dochters die in jullie huishouden zijn opgevoed, voortgekomen uit jullie vrouwen met wie jullie het huwelijk hebben geconsumeerd –
وامهت نسايكم وربيبكم التي في حجوركم من نسايكم التي دخلتم بهن
maar als jullie het huwelijk niet met hen hebben geconsumeerd, is er geen verwijt tegen jullie –
فان لم تكونوا دخلتم بهن فلا جناح عليكم
degenen die op geoorloofde wijze verenigd zijn met jullie zonen, voortgekomen uit jullie lendenen,
وحليل ابنايكم الذين من اصلبكم
en twee zussen te verenigen, behalve wat reeds afgelopen is,
وان تجمعوا بين الاختين الا ما قد سلف
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله كان غفورا رحيما
En de door de huwelijksband beschutte vrouwen, behalve die jegens wie jullie door eed gebonden zijn –
والمحصنت من النساء الا ما ملكت ايمنكم
het is de Codex van God die jullie verplicht.
كتب الله عليكم
En voor jullie is geoorloofd gemaakt al wie buiten die categorieën valt, die jullie met jullie bezittingen zoeken, als mannen die zich in de huwelijksband verbinden, niet als losbandigen.
واحل لكم ما وراء ذلكم ان تبتغوا بامولكم محصنين غير مسفحين
En voor wat jullie bij hen genoten hebben, geef hun hun beloningen, als een bedongen verplichting.
فما استمتعتم به منهن فاتوهن اجورهن فريضة
En er is geen verwijt tegen jullie voor datgene waarmee jullie onderling instemmen, na de bedongen verplichting,
ولا جناح عليكم فيما ترضيتم به من بعد الفريضة
want God is Alwetend, Wijs.
ان الله كان عليما حكيما
En wie onder jullie niet de middelen heeft om gelovende beschutte vrouwen te huwen, dan een van jullie jonge vrouwen die gelovend zijn en door eed gebonden.
ومن لم يستطع منكم طولا ان ينكح المحصنت المومنت فمن ما ملكت ايمنكم من فتيتكم المومنت
God weet het best hoe het met jullie geloof staat;
والله اعلم بايمنكم
jullie zijn van elkaar.
بعضكم من بعض
Huw hen dus met de toestemming van hun familie,
فانكحوهن باذن اهلهن
en geef hun hun beloningen naar het erkende, als vrouwen die zich in de huwelijksband verbinden, niet als losbandigen en niet als vrouwen die heimelijke minnaars nemen.
وءاتوهن اجورهن بالمعروف محصنت غير مسفحت ولا متخذت اخدان
En eenmaal beschut, als zij een schanddaad plegen, lopen zij de helft op van de pijn van de door de huwelijksband beschutte vrouwen.
فاذا احصن فان اتين بفحشة فعليهن نصف ما على المحصنت من العذاب
Dat is voor hem onder jullie die de overbelasting ducht;
ذلك لمن خشي العنت منكم
maar geduld hebben is beter voor jullie.
وان تصبروا خير لكم
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والله غفور رحيم
God wil jullie verhelderen, jullie leiden volgens de normen van hen die jullie zijn voorgegaan, en met mildheid tot jullie terugkeren.
يريد الله ليبين لكم ويهديكم سنن الذين من قبلكم ويتوب عليكم
En God is Alwetend, Wijs.
والله عليم حكيم
God wil met mildheid tot jullie terugkeren,
والله يريد ان يتوب عليكم
terwijl zij die hun verlangens volgen willen dat jullie overhellen met een ontzaglijke overhelling.
ويريد الذين يتبعون الشهوت ان تميلوا ميلا عظيما
God wil jullie verlichten,
يريد الله ان يخفف عنكم
want de mens is zwak geschapen.
وخلق الانسن ضعيفا
O jullie die geloofd hebben! Verslind jullie bezittingen niet onder elkaar door het valse,
يايها الذين ءامنوا لا تاكلوا امولكم بينكم بالبطل
behalve als het gaat om een handel voortgekomen uit onderlinge instemming tussen jullie.
الا ان تكون تجرة عن تراض منكم
En dood jullie zelf niet,
ولا تقتلوا انفسكم
want God is, jegens jullie, Welwillend.
ان الله كان بكم رحيما
En wie dat doet uit vijandigheid en onrecht, die zullen Wij doen branden in een vuur.
ومن يفعل ذلك عدونا وظلما فسوف نصليه نارا
En dat is, voor God, iets gemakkelijks.
وكان ذلك على الله يسيرا
Als jullie de zwaarste vermijden van wat jullie verboden wordt, zullen Wij jullie slechte daden bedekken, en Wij zullen jullie doen binnengaan in een edele ingang.
ان تجتنبوا كباير ما تنهون عنه نكفر عنكم سياتكم وندخلكم مدخلا كريما
En wens niet datgene waarmee God de enen onder jullie boven de anderen bevoordeeld heeft.
ولا تتمنوا ما فضل الله به بعضكم على بعض
Aan de mannen een portie van wat zij verworven hebben,
للرجال نصيب مما اكتسبوا
en aan de vrouwen een portie van wat zij verworven hebben.
وللنساء نصيب مما اكتسبن
En vraag aan God van Zijn gunst,
وسلوا الله من فضله
want God is Alwetend over alles.
ان الله كان بكل شىء عليما
En aan ieder hebben Wij erfgenamen toegewezen voor wat nalaten
ولكل جعلنا مولي مما ترك
de twee ouders en de verwanten.
الولدان والاقربون
En hen met wie jullie eden jullie gebonden hebben, geef hun hun portie,
والذين عقدت ايمنكم فاتوهم نصيبهم
want God is getuige van alles.
ان الله كان على كل شىء شهيدا
De mannen nemen de uitvoerende, de veiligheids- en de financiële last van het huishouden op zich ten aanzien van de vrouwen, vanwege datgene waarmee God de enen boven de anderen bevoordeeld heeft, en vanwege wat zij van hun bezittingen uitgeven.
الرجال قومون على النساء بما فضل الله بعضهم على بعض وبما انفقوا من امولهم
De deugdelijke vrouwen zijn toegewijd, bewaarsters van wat de zintuigen ontgaat, vanwege wat God bewaard heeft.
فالصلحت قنتت حفظت للغيب بما حفظ الله
En wat betreft hen wier eenzijdige defectie jullie vrezen, vermaan hen, verwijder jullie van hen in de slaapplaatsen, vervolgens vermenigvuldig hen;
والتي تخافون نشوزهن فعظوهن واهجروهن في المضاجع واضربوهن
vervolgens, als zij zich naar jullie voegen, zoek geen weg meer tegen hen,
فان اطعنكم فلا تبغوا عليهن سبيلا
want God is Allerhoogste, Grote.
ان الله كان عليا كبيرا
En als jullie een breuk tussen de twee vrezen, wek dan een scheidsrechter uit de familie van hem, en een scheidsrechter uit de familie van haar; als zij beiden verzoening willen, zal God hen op elkaar afstemmen;
وان خفتم شقاق بينهما فابعثوا حكما من اهله وحكما من اهلها ان يريدا اصلحا يوفق الله بينهما
want God is Alwetend, Intiem Kenner.
ان الله كان عليما خبيرا
En gehoorzaam God,
واعبدوا الله
en associeer niets met Hem,
ولا تشركوا به شيا
en het goede doen jegens de twee ouders, de verwanten, de weeskinderen, de behoeftigen, de nabije buur, de vreemde buur, de metgezel aan jullie zijde, de doorreiziger, en hen jegens wie jullie door eed gebonden zijn;
وبالولدين احسنا وبذي القربى واليتمى والمسكين والجار ذي القربى والجار الجنب والصاحب بالجنب وابن السبيل وما ملكت ايمنكم
want God houdt niet van wie arrogant is, pochend.
ان الله لا يحب من كان مختالا فخورا
Zij die gierig zijn, de mensen de gierigheid bevelen, en verzwijgen wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft –
الذين يبخلون ويامرون الناس بالبخل ويكتمون ما ءاتىهم الله من فضله
en Wij hebben voor hen die verloochenen een verlagende pijn klaargemaakt.
واعتدنا للكفرين عذابا مهينا
En zij die hun bezittingen uitgeven uit vertoon ten overstaan van de mensen, en noch in God noch in de Laatste Dag geloven –
والذين ينفقون امولهم رياء الناس ولا يومنون بالله ولا باليوم الءاخر
wie de Afleider tot begeleider heeft, wat een slechte begeleider!
ومن يكن الشيطن له قرينا فساء قرينا
En wat zou het hun kosten, als zij geloofden in God en in de Laatste Dag, en uitgaven van datgene waarvan God hen voorzien heeft?
وماذا عليهم لو ءامنوا بالله واليوم الءاخر وانفقوا مما رزقهم الله
God is Alwetend over hen.
وكان الله بهم عليما
God doet geen enkel onrecht, al is het van het gewicht van een deeltje.
ان الله لا يظلم مثقال ذرة
En als het een goede daad is, verdubbelt Hij haar, en verleent, van Zijn kant, een ontzaglijke beloning.
وان تك حسنة يضعفها ويوت من لدنه اجرا عظيما
Hoe dan, wanneer Wij uit elke gemeenschap een getuige zullen doen komen, en Wij jou als getuige tegen dezen zullen doen komen?
فكيف اذا جينا من كل امة بشهيد وجينا بك على هولاء شهيدا
Op die dag zullen zij die verloochend hebben en de gezant ongehoorzaam zijn geweest, willen dat de aarde over hen geëffend werd, en zij zullen voor God geen enkele rede kunnen verzwijgen.
يوميذ يود الذين كفروا وعصوا الرسول لو تسوى بهم الارض ولا يكتمون الله حديثا
O jullie die geloofd hebben! Nader het Contact niet in staat van dronkenschap, totdat jullie weten wat jullie zeggen, noch bevuild – behalve passerend over een weg – totdat jullie je gewassen hebben.
يايها الذين ءامنوا لا تقربوا الصلوة وانتم سكرى حتى تعلموا ما تقولون ولا جنبا الا عابري سبيل حتى تغتسلوا
En als jullie ziek zijn, of op reis, of als een van jullie zojuist zijn natuurlijke behoefte heeft gedaan, of als jullie een vrouw in intimiteit hebben gekend, en jullie geen water vinden, richt jullie dan op een goede dagzoom, en strijk ervan over jullie gezichten en jullie handen;
وان كنتم مرضى او على سفر او جاء احد منكم من الغايط او لمستم النساء فلم تجدوا ماء فتيمموا صعيدا طيبا فامسحوا بوجوهكم وايديكم
want God is Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, Zeer Vergevensgezind.
ان الله كان عفوا غفورا
Heb jij hen niet gezien aan wie een portie van de Schrift gegeven is, die de dwaling kopen en willen dat jullie van de weg afdwalen?
الم تر الى الذين اوتوا نصيبا من الكتب يشترون الضللة ويريدون ان تضلوا السبيل
God kent jullie vijanden het best.
والله اعلم باعدايكم
En God volstaat als beschermer, en God volstaat als hulp.
وكفى بالله وليا وكفى بالله نصيرا
Onder de Geheroriënteerden zijn er die de woorden verwringen, buiten hun verband, en zeggen: “Wij hebben gehoord en zijn ongehoorzaam geweest”, en: “Luister, zonder dat het jou gegeven wordt te horen”, en: “Veracht ons”, terwijl zij hun tongen wringen en de Wet aanvallen.
من الذين هادوا يحرفون الكلم عن مواضعه ويقولون سمعنا وعصينا واسمع غير مسمع ورعنا ليا بالسنتهم وطعنا في الدين
En als zij gezegd hadden: “Wij hebben gehoord en wij hebben ons gevoegd”, en: “Luister”, en: “Kijk naar ons”, zou het beter voor hen zijn geweest, en rechter;
ولو انهم قالوا سمعنا واطعنا واسمع وانظرنا لكان خيرا لهم واقوم
maar God heeft hen vervloekt wegens hun verloochening, en zij geloven slechts weinig.
ولكن لعنهم الله بكفرهم فلا يومنون الا قليلا
O jullie aan wie de Schrift gegeven is! Geloof in wat Wij hebben doen neerdalen, bevestigend wat bij jullie is, voordat Wij gezichten uitwissen, om ze terug te brengen, of hen vervloeken zoals Wij de metgezellen van de Rust vervloekt hebben.
يايها الذين اوتوا الكتب ءامنوا بما نزلنا مصدقا لما معكم من قبل ان نطمس وجوها فنردها على ادبارها او نلعنهم كما لعنا اصحب السبت
En het bevel van God is altijd een gedane zaak.
وكان امر الله مفعولا
God vergeeft gewis niet dat men met Hem associeert,
ان الله لا يغفر ان يشرك به
maar Hij vergeeft wat aan deze zijde daarvan is aan wie het Hem behaagt.
ويغفر ما دون ذلك لمن يشاء
En wie met God associeert, verzint een ontzaglijke overtreding.
ومن يشرك بالله فقد افترى اثما عظيما
Heb jij hen niet gezien die zichzelf zuiver verklaren?
الم تر الى الذين يزكون انفسهم
God zuivert, integendeel, wie het Hem behaagt,
بل الله يزكي من يشاء
en zij zullen geen onrecht ondergaan, al is het van een vezeltje.
ولا يظلمون فتيلا
Kijk hoe zij de leugen tegen God verzinnen: dat volstaat als klaarblijkelijke overtreding.
انظر كيف يفترون على الله الكذب وكفى به اثما مبينا
Heb jij hen niet gezien aan wie een portie van de Schrift gegeven is, die geloven in het Idool en de Mateloze, en die van hen die verloochenen zeggen: “Dezen zijn beter geleid, wat de weg betreft, dan zij die geloofd hebben”?
الم تر الى الذين اوتوا نصيبا من الكتب يومنون بالجبت والطغوت ويقولون للذين كفروا هولاء اهدى من الذين ءامنوا سبيلا
Dat zijn zij die God vervloekt heeft;
اوليك الذين لعنهم الله
en wie God vervloekt, voor hem zul jij geen enkele hulp vinden.
ومن يلعن الله فلن تجد له نصيرا
Of hebben zij een portie van het koningschap? Zij zouden dan de mensen zelfs de inkeping van een dadelpit niet geven.
ام لهم نصيب من الملك فاذا لا يوتون الناس نقيرا
Of benijden zij de mensen om wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft?
ام يحسدون الناس على ما ءاتىهم الله من فضله
Wij hebben aan de clan van Ibrahim nochtans de Schrift en de wijsheid gegeven, en Wij hebben hun een ontzaglijk koningschap gegeven.
فقد ءاتينا ءال ابرهيم الكتب والحكمة وءاتينهم ملكا عظيما
Onder hen is er wie erin geloofd heeft, en er is wie zich daartegen heeft verzet.
فمنهم من ءامن به ومنهم من صد عنه
En Djahannam volstaat als brand.
وكفى بجهنم سعيرا
Zij die Onze tekenen verloochend hebben, Wij zullen hen gewis in een vuur doen branden.
ان الذين كفروا بايتنا سوف نصليهم نارا
Telkens wanneer hun huiden verteerd zijn, zullen Wij ze hun door andere huiden vervangen, opdat zij de pijn proeven,
كلما نضجت جلودهم بدلنهم جلودا غيرها ليذوقوا العذاب
want God is Almachtig, Wijs.
ان الله كان عزيزا حكيما
En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Wij zullen hen doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.
والذين ءامنوا وعملوا الصلحت سندخلهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها ابدا
Zij zullen daar gereinigde echtgenoten hebben,
لهم فيها ازوج مطهرة
en Wij zullen hen doen binnengaan in een schaduw die overschaduwt.
وندخلهم ظلا ظليلا
God beveelt jullie de toevertrouwde depots terug te geven aan hun rechthebbenden, en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, met rechtvaardigheid te oordelen.
ان الله يامركم ان تودوا الامنت الى اهلها واذا حكمتم بين الناس ان تحكموا بالعدل
Hoe uitmuntend is waartoe God jullie vermaant!
ان الله نعما يعظكم به
Want God is de Alhorende, de Alziende.
ان الله كان سميعا بصيرا
O jullie die geloofd hebben! Voeg jullie naar God, voeg jullie naar de gezant en naar hen onder jullie die het bevel in handen hebben.
يايها الذين ءامنوا اطيعوا الله واطيعوا الرسول واولي الامر منكم
En als jullie over iets in betwisting komen, breng het dan terug naar God en de gezant, als jullie in God en in de Laatste Dag geloven.
فان تنزعتم في شىء فردوه الى الله والرسول ان كنتم تومنون بالله واليوم الءاخر
Dat is beter, en van schonere duiding.
ذلك خير واحسن تاويلا
Heb jij hen niet gezien die beweren geloofd te hebben in wat naar jou is neergedaald en in wat vóór jou is neergedaald, en die hun rechtsgeschil voor de Mateloze willen brengen, terwijl hun bevolen is hem te verloochenen?
الم تر الى الذين يزعمون انهم ءامنوا بما انزل اليك وما انزل من قبلك يريدون ان يتحاكموا الى الطغوت وقد امروا ان يكفروا به
En de Afleider wil hen doen dwalen in een verre dwaling.
ويريد الشيطن ان يضلهم ضللا بعيدا
En wanneer hun gezegd wordt: “Kom tot wat God heeft doen neerdalen, en tot de gezant”, zie je de huichelaars zich vastberaden tegen jou verzetten.
واذا قيل لهم تعالوا الى ما انزل الله والى الرسول رايت المنفقين يصدون عنك صدودا
Hoe dan, wanneer hun een ongeluk overkomt vanwege wat hun handen vooruitgestuurd hebben, komen zij daarna tot jou, zwerend bij God: “Wij wilden slechts het goede en de verzoening”?
فكيف اذا اصبتهم مصيبة بما قدمت ايديهم ثم جاءوك يحلفون بالله ان اردنا الا احسنا وتوفيقا
Dat zijn zij van wie God weet wat in hun kernen is; onttrek je dus aan hen, vermaan hen, en zeg hun, over henzelf, een markante uitspraak.
اوليك الذين يعلم الله ما في قلوبهم فاعرض عنهم وعظهم وقل لهم في انفسهم قولا بليغا
En Wij hebben geen gezant gezonden, behalve opdat men zich naar hem voegt, met toestemming van God.
وما ارسلنا من رسول الا ليطاع باذن الله
En als zij tot jou waren gekomen, nadat zij onrecht hadden gedaan aan zichzelf, om God om vergeving te smeken, en de gezant om vergeving voor hen had gesmeekt, zouden zij God zeker hebben gevonden als Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.
ولو انهم اذ ظلموا انفسهم جاءوك فاستغفروا الله واستغفر لهم الرسول لوجدوا الله توابا رحيما
Maar nee, bij jouw Voogd! Zij zullen niet geloven totdat zij jou tot rechter over hun geschillen hebben genomen, en daarna in zichzelf geen enkele hinder hebben gevonden ten aanzien van wat jij hebt beslist, en ermee hebben ingestemd met een volledige integriteit.
فلا وربك لا يومنون حتى يحكموك فيما شجر بينهم ثم لا يجدوا في انفسهم حرجا مما قضيت ويسلموا تسليما
En als Wij hun hadden voorgeschreven: “Dood elkaar”, of: “Trek weg uit jullie woningen”, zouden zij het niet hebben gedaan, behalve weinigen onder hen.
ولو انا كتبنا عليهم ان اقتلوا انفسكم او اخرجوا من ديركم ما فعلوه الا قليل منهم
En als zij hadden gedaan waartoe zij vermaand werden, zou dat beter voor hen zijn geweest, en zou hen steviger hebben bevestigd;
ولو انهم فعلوا ما يوعظون به لكان خيرا لهم واشد تثبيتا
en Wij zouden hun dan zeker, van Onzentwege, een ontzaglijke beloning hebben gegeven,
واذا لءاتينهم من لدنا اجرا عظيما
en Wij zouden hen zeker hebben geleid op een rechtlijnig pad.
ولهدينهم صرطا مستقيما
En wie zich naar God en de gezant voegt, dezen zullen zijn met hen die God met Zijn weldaad heeft overladen, onder de berichtgevers, de waarachtigen, de getuigen en de deugdelijken.
ومن يطع الله والرسول فاوليك مع الذين انعم الله عليهم من النبين والصديقين والشهداء والصلحين
En wat een schoon gezelschap is dat!
وحسن اوليك رفيقا
Dat is de gunst van God,
ذلك الفضل من الله
en God volstaat als Alwetende.
وكفى بالله عليما
O jullie die geloofd hebben! Neem jullie voorzorgen, en mobiliseer jullie in detachementen, of mobiliseer jullie allen tezamen.
يايها الذين ءامنوا خذوا حذركم فانفروا ثبات او انفروا جميعا
En voorzeker is er onder jullie wie bewust draalt;
وان منكم لمن ليبطين
en als een ongeluk jullie overkomt, zegt hij: “God heeft mij met Zijn weldaad overladen, aangezien ik niet als getuige bij hen was.”
فان اصبتكم مصيبة قال قد انعم الله على اذ لم اكن معهم شهيدا
Maar als een gunst van God jullie overkomt, zal hij voorzeker zeggen, alsof er tussen jullie en hem geen enkele genegenheid was geweest: “Was ik maar bij hen geweest, dan had ik een ontzaglijke triomf behaald!”
ولين اصبكم فضل من الله ليقولن كان لم تكن بينكم وبينه مودة يليتني كنت معهم فافوز فوزا عظيما
Laten zij dus vechten op de weg van God, zij die het leven hienieden verkopen voor het laatste leven.
فليقتل في سبيل الله الذين يشرون الحيوة الدنيا بالءاخرة
En wie vecht op de weg van God, en dan gedood wordt of overwint, Wij zullen hem een ontzaglijke beloning geven.
ومن يقتل في سبيل الله فيقتل او يغلب فسوف نوتيه اجرا عظيما
En wat is er met jullie dat jullie niet vechten op de weg van God, en voor de mannen, de vrouwen en de kinderen die tot zwakte gebracht zijn, die zeggen: “Onze Voogd, doe ons uitgaan uit deze stad waarvan de mensen onrechtvaardig zijn, en geef ons, van U, een beschermer, en geef ons, van U, een helper”?
وما لكم لا تقتلون في سبيل الله والمستضعفين من الرجال والنساء والولدن الذين يقولون ربنا اخرجنا من هذه القرية الظالم اهلها واجعل لنا من لدنك وليا واجعل لنا من لدنك نصيرا
Zij die geloofd hebben vechten op de weg van God,
الذين ءامنوا يقتلون في سبيل الله
en zij die verloochenen vechten op de weg van de Mateloze.
والذين كفروا يقتلون في سبيل الطغوت
Vecht dus tegen de bondgenoten van de Afleider,
فقتلوا اولياء الشيطن
want de list van de Afleider is zwak.
ان كيد الشيطن كان ضعيفا
Heb jij hen niet gezien aan wie gezegd werd: “Houd jullie handen in, onderhoud het Contact en geef de zuivere vrijgevigheid”?
الم تر الى الذين قيل لهم كفوا ايديكم واقيموا الصلوة وءاتوا الزكوة
Maar toen het gevecht hun werd voorgeschreven, zie, een deel van hen ducht de mensen zoals men God ducht, of met een nog intensere vrees,
فلما كتب عليهم القتال اذا فريق منهم يخشون الناس كخشية الله او اشد خشية
en zij zeggen: “Onze Voogd, waarom heeft U ons het gevecht voorgeschreven? Had U ons maar opgeschort tot een nabije termijn!”
وقالوا ربنا لم كتبت علينا القتال لولا اخرتنا الى اجل قريب
Zeg: “De genieting van hienieden is gering,
قل متع الدنيا قليل
en het laatste leven is beter voor wie zich behoedt,
والءاخرة خير لمن اتقى
en jullie zal geen onrecht worden aangedaan, al is het van een vezeltje.”
ولا تظلمون فتيلا
Waar jullie ook zijn, de dood zal jullie inhalen, al zijn jullie in oninneembare torens.
اينما تكونوا يدرككم الموت ولو كنتم في بروج مشيدة
En als hun iets goeds overkomt, zeggen zij: “Dit komt van God”;
وان تصبهم حسنة يقولوا هذه من عند الله
en als hun een kwaad overkomt, zeggen zij: “Dit komt van jou.”
وان تصبهم سيية يقولوا هذه من عندك
Zeg: “Alles komt van God.”
قل كل من عند الله
Wat is er met deze mensen dat zij bijna geen enkele rede begrijpen?
فمال هولاء القوم لا يكادون يفقهون حديثا
Wat jou aan goeds overkomt, komt van God,
ما اصابك من حسنة فمن الله
en wat jou aan kwaads overkomt, komt van jezelf.
وما اصابك من سيية فمن نفسك
En Wij hebben jou als gezant naar de mensen gezonden.
وارسلنك للناس رسولا
En God volstaat als getuige.
وكفى بالله شهيدا
Wie zich naar de gezant voegt, voegt zich naar God,
من يطع الرسول فقد اطاع الله
en wie de rug toekeert – Wij hebben jou niet als bewaarder over hen gezonden.
ومن تولى فما ارسلنك عليهم حفيظا
En zij zeggen: “Voeging”,
ويقولون طاعة
maar wanneer zij bij jou weggaan, beraamt een groep onder hen 's nachts iets heel anders dan wat zij zeggen.
فاذا برزوا من عندك بيت طايفة منهم غير الذي تقول
God schrijft op wat zij 's nachts beramen.
والله يكتب ما يبيتون
Onttrek je dus aan hen, en verleen lastgeving aan God.
فاعرض عنهم وتوكل على الله
En God volstaat als lasthebber.
وكفى بالله وكيلا
Overpeinzen zij dan de Lezing niet?
افلا يتدبرون القرءان
En als zij van een ander dan God kwam, zouden zij daarin veel uiteenlopends hebben gevonden.
ولو كان من عند غير الله لوجدوا فيه اختلفا كثيرا
En wanneer geruststellend of verontrustend nieuws hen bereikt, verspreiden zij het;
واذا جاءهم امر من الامن او الخوف اذاعوا به
maar als zij het hadden teruggebracht naar de gezant en naar hen onder hen die het bevel in handen hebben, zouden zij onder hen die de essentie eruit trachten te halen, ervan kennis hebben gehad.
ولو ردوه الى الرسول والى اولي الامر منهم لعلمه الذين يستنبطونه منهم
En zonder de gunst van God over jullie en Zijn welwillendheid zouden jullie zeker de Afleider zijn gevolgd, behalve weinigen onder jullie.
ولولا فضل الله عليكم ورحمته لاتبعتم الشيطن الا قليلا
Vecht dus op de weg van God:
فقتل في سبيل الله
jij bent slechts met jezelf belast.
لا تكلف الا نفسك
En spoor de gelovenden aan.
وحرض المومنين
Het kan zijn dat God het geweld van hen die verloochenen inhoudt.
عسى الله ان يكف باس الذين كفروا
God is vreselijker in strengheid, en vreselijker in afschrikwekkend voorbeeld.
والله اشد باسا واشد تنكيلا
Wie een schone voorspraak doet, zal daarvan een deel hebben;
من يشفع شفعة حسنة يكن له نصيب منها
en wie een slechte voorspraak doet, zal daarvan de verantwoordelijkheid dragen.
ومن يشفع شفعة سيية يكن له كفل منها
God is over alles intendant.
وكان الله على كل شىء مقيتا
En wanneer men jullie groet met een groet, groet dan met een schonere groet, of geef haar terug,
واذا حييتم بتحية فحيوا باحسن منها او ردوها
want God is over alles rekenmeester.
ان الله كان على كل شىء حسيبا
God, geen godheid behalve Hij.
الله لا اله الا هو
Voorzeker zal Hij jullie bijeenbrengen op de Dag van het Verschijnen, waaraan geen twijfel is.
ليجمعنكم الى يوم القيمة لا ريب فيه
En wie is waarachtiger dan God in rede?
ومن اصدق من الله حديثا
Wat is er met jullie, ten aanzien van de huichelaars, dat jullie twee bataljons vormen, terwijl God hen heeft omvergeworpen om wat zij verworven hebben?
فما لكم في المنفقين فيتين والله اركسهم بما كسبوا
Willen jullie leiden wie God heeft doen dwalen?
اتريدون ان تهدوا من اضل الله
En wie God doet dwalen, voor hem zul je geen enkele weg vinden.
ومن يضلل الله فلن تجد له سبيلا
Zij zouden willen dat jullie verloochenen zoals zij verloochend hebben, opdat jullie gelijk zijn;
ودوا لو تكفرون كما كفروا فتكونون سواء
neem dus onder hen geen bondgenoten, totdat zij emigreren op de weg van God.
فلا تتخذوا منهم اولياء حتى يهاجروا في سبيل الله
Als zij de rug toekeren, grijp hen dan en dood hen waar jullie hen ook vinden, en neem onder hen geen bondgenoot en geen helper – behalve hen die zich verbinden aan een volk tussen wie en jullie een plechtige verbintenis bestaat, of die tot jullie komen
فان تولوا فخذوهم واقتلوهم حيث وجدتموهم ولا تتخذوا منهم وليا ولا نصيرا الا الذين يصلون الى قوم بينكم وبينهم ميثق او جاءوكم
met een beklemde borst bij de gedachte jullie te bevechten, of hun eigen volk te bevechten.
حصرت صدورهم ان يقتلوكم او يقتلوا قومهم
En als het God had behaagd, zou Hij hun heerschappij over jullie hebben gegeven, en zij zouden jullie hebben bevochten.
ولو شاء الله لسلطهم عليكم فلقتلوكم
Als zij zich afzijdig van jullie houden, jullie niet bevechten, en jullie de vrede aanbieden, dan geeft God jullie tegen hen geen enkele weg.
فان اعتزلوكم فلم يقتلوكم والقوا اليكم السلم فما جعل الله لكم عليهم سبيلا
Jullie zullen anderen vinden die in veiligheid met jullie willen zijn en in veiligheid met hun eigen volk; telkens wanneer zij tot de beproeving worden teruggebracht, storten zij zich er weer in.
ستجدون ءاخرين يريدون ان يامنوكم ويامنوا قومهم كل ما ردوا الى الفتنة اركسوا فيها
Als zij zich niet afzijdig van jullie houden, jullie de vrede niet aanbieden, en hun handen niet inhouden, grijp hen dan en dood hen waar jullie hen ook betrappen.
فان لم يعتزلوكم ويلقوا اليكم السلم ويكفوا ايديهم فخذوهم واقتلوهم حيث ثقفتموهم
En dat zijn zij tegen wie Wij jullie een klaarblijkelijk gezag hebben toegewezen.
واوليكم جعلنا لكم عليهم سلطنا مبينا
En het komt een gelovende niet toe een gelovende te doden,
وما كان لمومن ان يقتل مومنا
behalve door een fout.
الا خطا
En wie een gelovende door een fout doodt, dient een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid terug te geven, alsmede een compensatie aan diens familie te betalen, tenzij zij daar uit liefdadigheid van afziet.
ومن قتل مومنا خطا فتحرير رقبة مومنة ودية مسلمة الى اهله الا ان يصدقوا
En als de gedode tot een volk behoorde dat vijandig is voor jullie, terwijl hij gelovende was, dan: een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid teruggeven.
فان كان من قوم عدو لكم وهو مومن فتحرير رقبة مومنة
En als hij tot een volk behoorde tussen wie en jullie een plechtige verbintenis bestaat, dan: een betaalde compensatie aan zijn familie, en een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid teruggeven.
وان كان من قوم بينكم وبينهم ميثق فدية مسلمة الى اهله وتحرير رقبة مومنة
En wie daartoe de middelen niet vindt, dan: een onthouding van twee opeenvolgende maanden, als berouw van God.
فمن لم يجد فصيام شهرين متتابعين توبة من الله
God is Alwetend, Wijs.
وكان الله عليما حكيما
En wie een gelovende opzettelijk doodt, zijn vergelding is Djahannam, waarin hij eeuwig zal blijven; God heeft Zich in toorn ontstoken tegen hem, heeft hem vervloekt, en heeft hem een ontzaglijke pijn bereid.
ومن يقتل مومنا متعمدا فجزاوه جهنم خلدا فيها وغضب الله عليه ولعنه واعد له عذابا عظيما
O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie de weg van God doorkruisen, onderscheid dan duidelijk,
يايها الذين ءامنوا اذا ضربتم في سبيل الله فتبينوا
en zeg niet tot wie jullie de vrede aanbiedt: “Je bent geen gelovende”, op zoek naar de vergankelijke goederen van het leven hienieden; terwijl bij God overvloedige buit is.
ولا تقولوا لمن القى اليكم السلم لست مومنا تبتغون عرض الحيوة الدنيا فعند الله مغانم كثيرة
Zo waren jullie voorheen, en God heeft jullie begunstigd.
كذلك كنتم من قبل فمن الله عليكم
Onderscheid dus duidelijk,
فتبينوا
want God is Intiem Kenner van wat jullie doen.
ان الله كان بما تعملون خبيرا
Niet gelijk zijn zij van de gelovenden die blijven zitten, behalve de invaliden, en zij die op de weg van God strijden met hun bezittingen en hun Zelf.
لا يستوي القعدون من المومنين غير اولي الضرر والمجهدون في سبيل الله بامولهم وانفسهم
God heeft met een graad bevoordeeld hen die strijden met hun bezittingen en hun Zelf boven hen die blijven zitten.
فضل الله المجهدين بامولهم وانفسهم على القعدين درجة
En aan allen heeft God het schoonste beloofd;
وكلا وعد الله الحسنى
en God heeft hen die strijden boven hen die blijven zitten bevoordeeld met een ontzaglijke beloning – graden van Zijnentwege, een vergeving, en een welwillendheid;
وفضل الله المجهدين على القعدين اجرا عظيما درجت منه ومغفرة ورحمة
en God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
Gewis, zij die door de Gemachtigden getrouw in bewaring gehouden worden terwijl zij onrecht doen aan zichzelf – zij zeggen: “Wat was jullie toestand?”
ان الذين توفىهم المليكة ظالمي انفسهم قالوا فيم كنتم
Zij zeggen: “Wij waren tot zwakte gebracht op de aarde.”
قالوا كنا مستضعفين في الارض
Zij zeggen: “Was de aarde van God niet ruim genoeg opdat jullie daarheen emigreerden?”
قالوا الم تكن ارض الله وسعة فتهاجروا فيها
Dat zijn zij wier toevlucht Djahannam zal zijn; en wat een slechte bestemming! – behalve de mannen, vrouwen en kinderen die tot zwakte gebracht zijn, die geen enkel middel kunnen vinden, noch zich naar een weg kunnen laten leiden.
فاوليك ماوىهم جهنم وساءت مصيرا الا المستضعفين من الرجال والنساء والولدن لا يستطيعون حيلة ولا يهتدون سبيلا
Dezen – het kan zijn dat God het hun kwijtscheldt.
فاوليك عسى الله ان يعفو عنهم
God is Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, Zeer Vergevensgezind.
وكان الله عفوا غفورا
En wie emigreert op de weg van God, zal op de aarde een overvloedige toevlucht en welstand vinden.
ومن يهاجر في سبيل الله يجد في الارض مرغما كثيرا وسعة
En wie zijn huis verlaat, emigrerend naar God en Zijn gezant, en dan door de dood wordt ingehaald, zijn beloning komt voortaan God toe.
ومن يخرج من بيته مهاجرا الى الله ورسوله ثم يدركه الموت فقد وقع اجره على الله
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
En wanneer jullie de aarde doorkruisen, is er geen verwijt tegen jullie als jullie het Contact inkorten, als jullie vrezen dat zij die verloochenen jullie beproeven;
واذا ضربتم في الارض فليس عليكم جناح ان تقصروا من الصلوة ان خفتم ان يفتنكم الذين كفروا
want zij die verloochenen zijn een klaarblijkelijke vijand voor jullie.
ان الكفرين كانوا لكم عدوا مبينا
En wanneer je onder hen bent, en het Contact voor hen leidt, laat dan een groep van hen met jou rechtop staan, en laat hen hun wapens nemen.
واذا كنت فيهم فاقمت لهم الصلوة فلتقم طايفة منهم معك ولياخذوا اسلحتهم
Daarna, wanneer zij zich hebben neergeworpen, laat hen achter jullie gaan,
فاذا سجدوا فليكونوا من ورايكم
en laat een andere groep, die het Contact nog niet heeft aangeknoopt, komen om het met jou aan te knopen, terwijl zij hun voorzorgen en hun wapens nemen.
ولتات طايفة اخرى لم يصلوا فليصلوا معك ولياخذوا حذرهم واسلحتهم
Zij die verloochenen zouden willen dat jullie jullie wapens en jullie bagage veronachtzaamden, om in één keer op jullie af te stormen.
ود الذين كفروا لو تغفلون عن اسلحتكم وامتعتكم فيميلون عليكم ميلة وحدة
En geen verwijt tegen jullie, als de regen jullie tot last is of als jullie ziek zijn, om jullie wapens neer te leggen;
ولا جناح عليكم ان كان بكم اذى من مطر او كنتم مرضى ان تضعوا اسلحتكم
maar neem jullie voorzorgen,
وخذوا حذركم
want God heeft, voor hen die verloochenen, een verlagende pijn bereid.
ان الله اعد للكفرين عذابا مهينا
En wanneer jullie het Contact hebben voltooid, herinner jullie God, staand, zittend, of op de zij liggend.
فاذا قضيتم الصلوة فاذكروا الله قيما وقعودا وعلى جنوبكم
Daarna, eenmaal in gerustheid, onderhoud het Contact,
فاذا اطماننتم فاقيموا الصلوة
want het Contact is, voor de gelovenden, een voorschrift op vastgestelde uren.
ان الصلوة كانت على المومنين كتبا موقوتا
En verslap niet in het zoeken naar dit volk.
ولا تهنوا في ابتغاء القوم
Als jullie lijden, lijden zij gewis zoals jullie lijden; maar jullie hopen van God wat zij niet hopen.
ان تكونوا تالمون فانهم يالمون كما تالمون وترجون من الله ما لا يرجون
God is Alwetend, Wijs.
وكان الله عليما حكيما
Wij hebben de Schrift naar jou doen neerdalen in alle waarheid, opdat je oordeelt tussen de mensen volgens wat God je heeft doen zien.
انا انزلنا اليك الكتب بالحق لتحكم بين الناس بما ارىك الله
En wees voor de verraders geen twistzoeker.
ولا تكن للخاينين خصيما
En smeek God om vergeving,
واستغفر الله
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله كان غفورا رحيما
En redetwist niet ten gunste van hen die zichzelf verraden,
ولا تجدل عن الذين يختانون انفسهم
want God houdt niet van wie een groot verrader is, overtreder.
ان الله لا يحب من كان خوانا اثيما
Zij verbergen zich voor de mensen, en verbergen zich niet voor God, terwijl Hij bij hen is wanneer zij 's nachts uitspraken beramen die Hij niet goedkeurt.
يستخفون من الناس ولا يستخفون من الله وهو معهم اذ يبيتون ما لا يرضى من القول
God omvat volkomen wat zij doen.
وكان الله بما يعملون محيطا
Daar zijn jullie, jullie die ten gunste van hen hebben geredetwist in het leven hienieden; maar wie zal met God ten gunste van hen redetwisten, op de Dag van het Verschijnen? Of wie zal voor hen lasthebber zijn?
هانتم هولاء جدلتم عنهم في الحيوة الدنيا فمن يجدل الله عنهم يوم القيمة ام من يكون عليهم وكيلا
En wie een kwaad bedrijft, of onrecht doet aan zijn eigen Zelf, en dan God om vergeving smeekt, zal God Zeer Vergevensgezind, Welwillend vinden.
ومن يعمل سوءا او يظلم نفسه ثم يستغفر الله يجد الله غفورا رحيما
En wie een overtreding verwerft, verwerft die slechts tegen zijn eigen Zelf.
ومن يكسب اثما فانما يكسبه على نفسه
God is Alwetend, Wijs.
وكان الله عليما حكيما
En wie een fout of een overtreding verwerft, en daarvan dan iemand beschuldigt die ervan vrij is, maakt zich drager van een laster en een klaarblijkelijke overtreding.
ومن يكسب خطية او اثما ثم يرم به بريا فقد احتمل بهتنا واثما مبينا
En zonder de gunst van God over jou en Zijn welwillendheid zou een groep van hen het voornemen hebben gehad jou te doen dwalen;
ولولا فضل الله عليك ورحمته لهمت طايفة منهم ان يضلوك
maar zij doen slechts zichzelf dwalen, en zij kunnen jou in niets schaden.
وما يضلون الا انفسهم وما يضرونك من شىء
En God heeft de Schrift en de wijsheid op jou doen neerdalen, en heeft jou geleerd wat je niet wist.
وانزل الله عليك الكتب والحكمة وعلمك ما لم تكن تعلم
De gunst van God over jou is ontzaglijk.
وكان فضل الله عليك عظيما
In de meeste van hun heimelijke beraadslagingen is geen enkel goed, behalve voor wie liefdadigheid beveelt, of het naar gebruik erkende, of een verzoening tussen de mensen.
لا خير في كثير من نجوىهم الا من امر بصدقة او معروف او اصلح بين الناس
En wie dat doet, op zoek naar de instemming van God, Wij zullen hem een ontzaglijke beloning geven.
ومن يفعل ذلك ابتغاء مرضات الله فسوف نوتيه اجرا عظيما
En wie zich in breuk tegen de gezant opstelt, nadat de leiding hem duidelijk is geworden, en een andere weg volgt dan die van de gelovenden, Wij zullen hem laten bij datgene waartoe hij zich gekeerd heeft, en Wij zullen hem doen branden in Djahannam.
ومن يشاقق الرسول من بعد ما تبين له الهدى ويتبع غير سبيل المومنين نوله ما تولى ونصله جهنم
En wat een slechte bestemming!
وساءت مصيرا
God vergeeft gewis niet dat men met Hem associeert,
ان الله لا يغفر ان يشرك به
maar Hij vergeeft wat aan deze zijde daarvan is aan wie het Hem behaagt.
ويغفر ما دون ذلك لمن يشاء
En wie met God associeert, dwaalt in een verre dwaling.
ومن يشرك بالله فقد ضل ضللا بعيدا
Zij roepen buiten Hem slechts vrouwtjes aan, en zij roepen slechts een weerspannige Afleider aan, die God vervloekt heeft,
ان يدعون من دونه الا انثا وان يدعون الا شيطنا مريدا لعنه الله
die gezegd heeft: “Voorzeker zal ik onder Uw gehoorzamen een bedongen portie nemen; voorzeker zal ik hen doen dwalen, voorzeker zal ik hun ijdele hoop geven, voorzeker zal ik hun bevelen de oren van het vee te splijten, en voorzeker zal ik hun bevelen de schepping van God te wijzigen.”
وقال لاتخذن من عبادك نصيبا مفروضا ولاضلنهم ولامنينهم ولءامرنهم فليبتكن ءاذان الانعم ولءامرنهم فليغيرن خلق الله
En wie de Afleider tot bondgenoot neemt, buiten God, heeft een klaarblijkelijk verlies geleden.
ومن يتخذ الشيطن وليا من دون الله فقد خسر خسرانا مبينا
Hij doet hun beloften en geeft hun ijdele hoop,
يعدهم ويمنيهم
en de Afleider belooft hun slechts lokaas.
وما يعدهم الشيطن الا غرورا
Dat zijn zij wier toevlucht Djahannam zal zijn,
اوليك ماوىهم جهنم
en zij zullen daarin geen enkele ontsnapping vinden.
ولا يجدون عنها محيصا
En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Wij zullen hen doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.
والذين ءامنوا وعملوا الصلحت سندخلهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها ابدا
Belofte van God, in alle waarheid.
وعد الله حقا
En wie is waarachtiger dan God in uitspraak?
ومن اصدق من الله قيلا
Het hangt niet af van jullie wensen, noch van de wensen van de lieden van de Schrift.
ليس بامانيكم ولا اماني اهل الكتب
Wie een kwaad bedrijft, zal ervoor vergolden worden, en zal buiten God geen beschermer en geen hulp vinden.
من يعمل سوءا يجز به ولا يجد له من دون الله وليا ولا نصيرا
En wie deugdelijke werken verricht, man of vrouw, terwijl hij gelovende is, dezen zullen in de Tuin worden binnengeleid, en geen onrecht ondergaan, al is het van de inkeping van een dadelpit.
ومن يعمل من الصلحت من ذكر او انثى وهو مومن فاوليك يدخلون الجنة ولا يظلمون نقيرا
En wie heeft een schonere Wet dan hij die zijn richting tegenover God integer heeft gemaakt, terwijl hij het goede doet, en de leer van Ibrahim heeft gevolgd, geheel op God gericht?
ومن احسن دينا ممن اسلم وجهه لله وهو محسن واتبع ملة ابرهيم حنيفا
En God heeft Ibrahim tot intieme vriend genomen.
واتخذ الله ابرهيم خليلا
En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
ولله ما في السموت وما في الارض
God omvat alles volkomen.
وكان الله بكل شىء محيطا
En zij raadplegen jou over de vrouwen.
ويستفتونك في النساء
Zeg: “God geeft jullie Zijn advies over hen, evenals wat jullie in de Schrift wordt voorgedragen over de weesmeisjes aan wie jullie niet geven wat hun is voorgeschreven, terwijl jullie eraan hechten hen te huwen, en over de kinderen die tot zwakte gebracht zijn, en over het zich gedragen jegens de weeskinderen in volle billijkheid.
قل الله يفتيكم فيهن وما يتلى عليكم في الكتب في يتمى النساء التي لا توتونهن ما كتب لهن وترغبون ان تنكحوهن والمستضعفين من الولدن وان تقوموا لليتمى بالقسط
En welk goed jullie ook doen, God is er gewis Alwetend over.”
وما تفعلوا من خير فان الله كان به عليما
En als een vrouw van haar man een aanhoudende vijandigheid of een onttrekking vreest, is er geen verwijt tegen hen als zij zich verzoenen door een akkoord;
وان امراة خافت من بعلها نشوزا او اعراضا فلا جناح عليهما ان يصلحا بينهما صلحا
en de verzoening is beter.
والصلح خير
En de hebzucht is steeds aanwezig bij de Zelven;
واحضرت الانفس الشح
maar als jullie het goede doen en jullie behoeden, is God gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.
وان تحسنوا وتتقوا فان الله كان بما تعملون خبيرا
En jullie zullen nooit rechtvaardig kunnen zijn tussen de vrouwen, ook al hechten jullie eraan;
ولن تستطيعوا ان تعدلوا بين النساء ولو حرصتم
laat jullie dus niet geheel overhellen, zodat jullie de ander als hangende achterlaten.
فلا تميلوا كل الميل فتذروها كالمعلقة
En als jullie je verzoenen en je behoeden, is God gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وان تصلحوا وتتقوا فان الله كان غفورا رحيما
En als zij scheiden, zal God ieder van hen verrijken met Zijn wijdte.
وان يتفرقا يغن الله كلا من سعته
God is Veelomvattend, Wijs.
وكان الله وسعا حكيما
En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
ولله ما في السموت وما في الارض
Gewis hebben Wij aan hen aan wie de Schrift vóór jullie is gegeven, en aan jullie zelf, aanbevolen zich te behoeden voor God.
ولقد وصينا الذين اوتوا الكتب من قبلكم واياكم ان اتقوا الله
En als jullie verloochenen, aan God behoort gewis toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
وان تكفروا فان لله ما في السموت وما في الارض
God is Rijk, Lofwaardig.
وكان الله غنيا حميدا
En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
ولله ما في السموت وما في الارض
En God volstaat als lasthebber.
وكفى بالله وكيلا
Als het Hem behaagt, voert Hij jullie weg, o mensen, en laat Hij anderen komen.
ان يشا يذهبكم ايها الناس ويات باخرين
God is daartoe in staat.
وكان الله على ذلك قديرا
Wie de tegenprestatie van hienieden wil – bij God bevindt zich de tegenprestatie van hienieden en van het laatste leven.
من كان يريد ثواب الدنيا فعند الله ثواب الدنيا والءاخرة
God is de Alhorende, de Alziende.
وكان الله سميعا بصيرا
O jullie die geloofd hebben! Behoor tot hen die de billijkheid stevig onderhouden, getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf, of jullie ouders, of jullie verwanten.
يايها الذين ءامنوا كونوا قومين بالقسط شهداء لله ولو على انفسكم او الولدين والاقربين
Of hij rijk of arm is, God staat hen beiden nader; volg dus de emotie niet, zodat jullie niet meer rechtvaardig zijn.
ان يكن غنيا او فقيرا فالله اولى بهما فلا تتبعوا الهوى ان تعدلوا
En als jullie verdraaien of jullie onttrekken, is God gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.
وان تلوا او تعرضوا فان الله كان بما تعملون خبيرا
O jullie die geloofd hebben! Geloof in God, in Zijn gezant, in de Schrift die Hij op Zijn gezant heeft doen neerdalen, en in de Schrift die Hij voorheen heeft doen neerdalen.
يايها الذين ءامنوا ءامنوا بالله ورسوله والكتب الذي نزل على رسوله والكتب الذي انزل من قبل
En wie God, Zijn Gemachtigden, Zijn schriften, Zijn gezanten en de Laatste Dag verloochent, dwaalt in een verre dwaling.
ومن يكفر بالله ومليكته وكتبه ورسله واليوم الءاخر فقد ضل ضللا بعيدا
Gewis, zij die geloofd hebben, daarna verloochend hebben, daarna geloofd hebben, daarna verloochend hebben, daarna in verloochening zijn toegenomen – het past God niet hun te vergeven, noch hen te leiden naar een weg.
ان الذين ءامنوا ثم كفروا ثم ءامنوا ثم كفروا ثم ازدادوا كفرا لم يكن الله ليغفر لهم ولا ليهديهم سبيلا
Kondig de huichelaars aan dat zij een schrijnende pijn zullen hebben – zij die hen die verloochenen tot bondgenoten nemen, buiten de gelovenden.
بشر المنفقين بان لهم عذابا اليما الذين يتخذون الكفرين اولياء من دون المومنين
Zoeken zij macht bij hen? Gewis behoort alle macht aan God toe.
ايبتغون عندهم العزة فان العزة لله جميعا
En Hij heeft reeds op jullie doen neerdalen, in de Schrift: wanneer jullie de tekenen van God horen verloochenen en ze honen, blijf dan niet bij hen zitten, totdat zij zich onderdompelen in een andere rede;
وقد نزل عليكم في الكتب ان اذا سمعتم ءايت الله يكفر بها ويستهزا بها فلا تقعدوا معهم حتى يخوضوا في حديث غيره
want jullie zouden dan zijn als zij.
انكم اذا مثلهم
Gewis zal God de huichelaars en hen die verloochenen allen tezamen bijeenbrengen in Djahannam – zij die in afwachting zijn ten aanzien van jullie: als een opening van God jullie ten deel valt, zeggen zij: “Waren wij niet met jullie?” en als een deel toekomt aan hen die verloochenen, zeggen zij: “Hebben wij ons niet van jullie meester gemaakt, en jullie niet aan de gelovenden onttrokken?”
ان الله جامع المنفقين والكفرين في جهنم جميعا الذين يتربصون بكم فان كان لكم فتح من الله قالوا الم نكن معكم وان كان للكفرين نصيب قالوا الم نستحوذ عليكم ونمنعكم من المومنين
God zal tussen jullie oordelen, op de Dag van het Verschijnen;
فالله يحكم بينكم يوم القيمة
en God zal aan de verloochenaars nooit een weg over de gelovenden toekennen.
ولن يجعل الله للكفرين على المومنين سبيلا
De huichelaars trachten God te misleiden, en Hij is het die hen misleidt.
ان المنفقين يخدعون الله وهو خدعهم
En wanneer zij opstaan voor het Contact, staan zij op met luiheid, uit vertoon voor de mensen, en herinneren zich God slechts weinig, aarzelend tussen die twee, noch aan de ene noch aan de andere kant.
واذا قاموا الى الصلوة قاموا كسالى يراءون الناس ولا يذكرون الله الا قليلا مذبذبين بين ذلك لا الى هولاء ولا الى هولاء
En wie God doet dwalen, voor hem zul je geen enkele weg vinden.
ومن يضلل الله فلن تجد له سبيلا
O jullie die geloofd hebben! Neem hen die verloochenen niet tot bondgenoten, buiten de gelovenden.
يايها الذين ءامنوا لا تتخذوا الكفرين اولياء من دون المومنين
Willen jullie aan God een klaarblijkelijk gezag tegen jullie toewijzen?
اتريدون ان تجعلوا لله عليكم سلطنا مبينا
De huichelaars zijn gewis in de laagste laag van het Vuur, en je zult nooit een hulp voor hen vinden –
ان المنفقين في الدرك الاسفل من النار ولن تجد لهم نصيرا
behalve zij die terugkeren, zich saneren, zich stevig aan God hechten, en hun Wet uitsluitend aan God toewijden: dat zijn zij die bij de gelovenden zijn,
الا الذين تابوا واصلحوا واعتصموا بالله واخلصوا دينهم لله فاوليك مع المومنين
en God zal de gelovenden weldra een ontzaglijke beloning geven.
وسوف يوت الله المومنين اجرا عظيما
Wat zou God met jullie pijn doen, als jullie dankbaar en gelovend zijn?
ما يفعل الله بعذابكم ان شكرتم وءامنتم
God is Dankbaar, Alwetend.
وكان الله شاكرا عليما
God houdt er niet van dat het kwaad luid gezegd wordt, behalve van de zijde van hem die onrecht heeft ondergaan.
لا يحب الله الجهر بالسوء من القول الا من ظلم
God is de Alhorende, de Alwetende.
وكان الله سميعا عليما
Of jullie iets goeds zichtbaar maken, of het verbergen, of een kwaad kwijtschelden, gewis is God Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, In Staat.
ان تبدوا خيرا او تخفوه او تعفوا عن سوء فان الله كان عفوا قديرا
Zij die God en Zijn gezanten verloochenen, en God van Zijn gezanten willen scheiden, zeggend: “Wij geloven in een deel, en wij verloochenen een deel”, en daartussen een weg willen banen – dat zijn de ware verloochenaars.
ان الذين يكفرون بالله ورسله ويريدون ان يفرقوا بين الله ورسله ويقولون نومن ببعض ونكفر ببعض ويريدون ان يتخذوا بين ذلك سبيلا اوليك هم الكفرون حقا
En Wij hebben voor hen die verloochenen een verlagende pijn klaargemaakt.
واعتدنا للكفرين عذابا مهينا
En zij die in God en in Zijn gezanten geloofd hebben, en tussen hen geen enkel onderscheid hebben gemaakt, aan dezen zal Hij weldra hun beloningen geven.
والذين ءامنوا بالله ورسله ولم يفرقوا بين احد منهم اوليك سوف يوتيهم اجورهم
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
De lieden van de Schrift vragen jou een schrift uit de hemel op hen te doen neerdalen.
يسلك اهل الكتب ان تنزل عليهم كتبا من السماء
Zij hebben nochtans aan Moesa iets groters dan dat gevraagd, zeggend: “Laat ons God openlijk zien”; de bliksem greep hen toen vanwege hun onrecht.
فقد سالوا موسى اكبر من ذلك فقالوا ارنا الله جهرة فاخذتهم الصعقة بظلمهم
Daarna namen zij het kalf, nadat de duidelijke bewijzen hun gekomen waren; maar Wij hebben dat kwijtgescholden,
ثم اتخذوا العجل من بعد ما جاءتهم البينت فعفونا عن ذلك
en Wij gaven Moesa een klaarblijkelijk gezag.
وءاتينا موسى سلطنا مبينا
En Wij verhieven boven hen de Berg, krachtens hun plechtige verbintenis,
ورفعنا فوقهم الطور بميثقهم
en Wij zeiden hun: “Treed door de poort binnen, jullie neerwerpend”,
وقلنا لهم ادخلوا الباب سجدا
en Wij zeiden hun: “Overschrijd de grenzen niet ten aanzien van de Rust”,
وقلنا لهم لا تعدوا في السبت
en Wij hebben van hen een plechtige en vaste verbintenis afgenomen.
واخذنا منهم ميثقا غليظا
Het is omdat zij hun plechtige verbintenis hebben verbroken, de tekenen van God hebben verloochend, de berichtgevers zonder recht hebben gedood, en hebben gezegd: “Onze kernen zijn omhuld” – nee, het is God die een afdruk op hun kernen heeft aangebracht vanwege hun verloochening, zodat zij slechts weinig geloven – en vanwege hun verloochening, en hun aanwrijving tegen Marjam van een ontzaglijke laster, en omdat zij hebben gezegd: “Wij hebben Al-Masih, Isa, zoon van Marjam, de gezant van God, gewis gedood”,
فبما نقضهم ميثقهم وكفرهم بايت الله وقتلهم الانبياء بغير حق وقولهم قلوبنا غلف بل طبع الله عليها بكفرهم فلا يومنون الا قليلا وبكفرهم وقولهم على مريم بهتنا عظيما وقولهم انا قتلنا المسيح عيسى ابن مريم رسول الله
terwijl zij hem niet hebben gedood en niet hebben gekruisigd, maar een gelijkenis daarvan werd hun gegeven.
وما قتلوه وما صلبوه ولكن شبه لهم
En voorzeker zijn zij die over hem uiteenlopen in verlegenheid daaromtrent.
وان الذين اختلفوا فيه لفي شك منه
Zij hebben daarvan geen enkel weten,
ما لهم به من علم
behalve het volgen van het vermoeden.
الا اتباع الظن
En zij hebben hem zeker niet gedood.
وما قتلوه يقينا
God heeft hem, integendeel, tot Zich verheven.
بل رفعه الله اليه
God is Almachtig, Wijs.
وكان الله عزيزا حكيما
En er is niemand, onder de lieden van de Schrift, die niet voorzeker in hem gelooft vóór zijn dood; en op de Dag van het Verschijnen zal hij getuige tegen hen zijn.
وان من اهل الكتب الا ليومنن به قبل موته ويوم القيمة يكون عليهم شهيدا
Het is vanwege het onrecht van de Geheroriënteerden dat Wij hun goede dingen hebben ontzegd die hun geoorloofd waren gemaakt, en omdat zij de weg van God vaak hebben versperd, en omdat zij woeker hebben uitgeoefend, terwijl dat hun verboden was, en de bezittingen van de mensen door het valse hebben verslonden.
فبظلم من الذين هادوا حرمنا عليهم طيبت احلت لهم وبصدهم عن سبيل الله كثيرا واخذهم الربوا وقد نهوا عنه واكلهم امول الناس بالبطل
En Wij hebben, voor hen onder hen die verloochenen, een schrijnende pijn klaargemaakt.
واعتدنا للكفرين منهم عذابا اليما
Maar zij onder hen die stevig geworteld zijn in het weten, en de gelovenden, geloven in wat naar jou is neergedaald en in wat vóór jou is neergedaald, evenals zij die het Contact onderhouden,
لكن الرسخون في العلم منهم والمومنون يومنون بما انزل اليك وما انزل من قبلك والمقيمين الصلوة
zij die de zuivere vrijgevigheid geven, en zij die in God en in de Laatste Dag geloven – dat zijn zij aan wie Wij weldra een ontzaglijke beloning zullen geven.
والموتون الزكوة والمومنون بالله واليوم الءاخر اوليك سنوتيهم اجرا عظيما
Wij hebben jou gewis geopenbaard, zoals Wij aan Noeh en aan de berichtgevers na hem hebben geopenbaard,
انا اوحينا اليك كما اوحينا الى نوح والنبين من بعده
en Wij hebben geopenbaard aan Ibrahim, Isma'il, Ishaq, Ja'qoeb, de afstammingslijnen, Isa, Ajjoeb, Joenoes, Haroen en Soelaiman;
واوحينا الى ابرهيم واسمعيل واسحق ويعقوب والاسباط وعيسى وايوب ويونس وهرون وسليمن
en Wij hebben aan Dawoed een Formularium gegeven.
وءاتينا داود زبورا
En gezanten van wie Wij jou reeds het verhaal hebben gedaan, en gezanten van wie Wij jou het verhaal niet hebben gedaan;
ورسلا قد قصصنهم عليك من قبل ورسلا لم نقصصهم عليك
en God sprak tot Moesa met een woord.
وكلم الله موسى تكليما
Gezanten, aankondigers en waarschuwers, opdat de mensen na de gezanten geen argument meer hebben tegen God.
رسلا مبشرين ومنذرين ليلا يكون للناس على الله حجة بعد الرسل
God is Almachtig, Wijs.
وكان الله عزيزا حكيما
Maar God getuigt van wat Hij naar jou heeft doen neerdalen;
لكن الله يشهد بما انزل اليك
Hij heeft het doen neerdalen met Zijn weten, en de Gemachtigden getuigen ervan.
انزله بعلمه والمليكة يشهدون
En God volstaat als getuige.
وكفى بالله شهيدا
Zij die verloochend hebben en de weg van God hebben versperd, hebben gewis in een verre dwaling gedwaald.
ان الذين كفروا وصدوا عن سبيل الله قد ضلوا ضللا بعيدا
Gewis, zij die verloochend hebben en onrecht hebben bedreven – het past God niet hun te vergeven, noch hen te leiden naar een route, behalve de route van Djahannam, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.
ان الذين كفروا وظلموا لم يكن الله ليغفر لهم ولا ليهديهم طريقا الا طريق جهنم خلدين فيها ابدا
En dat is, voor God, iets gemakkelijks.
وكان ذلك على الله يسيرا
O mensen! De gezant is met de waarheid tot jullie gekomen, van de zijde van jullie Voogd; geloof dus, dat is beter voor jullie.
يايها الناس قد جاءكم الرسول بالحق من ربكم فامنوا خيرا لكم
En als jullie verloochenen, aan God behoort gewis toe wat in de hemelen en op de aarde is.
وان تكفروا فان لله ما في السموت والارض
God is Alwetend, Wijs.
وكان الله عليما حكيما
O lieden van de Schrift! Overdrijf niet in jullie Wet, en zeg over God slechts de waarheid.
ياهل الكتب لا تغلوا في دينكم ولا تقولوا على الله الا الحق
Al-Masih, Isa, zoon van Marjam, is slechts de gezant van God, en Zijn woord,
انما المسيح عيسى ابن مريم رسول الله وكلمته
dat Hij tot Marjam gericht heeft, en een Toestroom van Hem.
القىها الى مريم وروح منه
Geloof dus in God en in Zijn gezanten,
فامنوا بالله ورسله
en zeg niet: “Drie”.
ولا تقولوا ثلثة
Houd op: dat is beter voor jullie.
انتهوا خيرا لكم
God is slechts een enige godheid.
انما الله اله وحد
Glorie zij Hem! Hij staat erboven een kind te hebben.
سبحنه ان يكون له ولد
Aan Hem behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
له ما في السموت وما في الارض
En God volstaat als lasthebber.
وكفى بالله وكيلا
Al-Masih zal er nooit op neerzien een gehoorzame van God te zijn, noch de genaderde Gemachtigden.
لن يستنكف المسيح ان يكون عبدا لله ولا المليكة المقربون
En wie het versmaadt Hem te gehoorzamen, en opzwelt van hoogmoed, hen zal Hij weldra tot Zich verzamelen, allen tezamen.
ومن يستنكف عن عبادته ويستكبر فسيحشرهم اليه جميعا
Wat betreft hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Hij zal hun hun beloningen getrouw teruggeven, en Hij zal hun meer geven van Zijn gunst;
فاما الذين ءامنوا وعملوا الصلحت فيوفيهم اجورهم ويزيدهم من فضله
en wat betreft hen die versmaad hebben en van hoogmoed zijn opgezwollen, Hij zal hun een schrijnende pijn opleggen, en zij zullen buiten God geen beschermer en geen hulp vinden.
واما الذين استنكفوا واستكبروا فيعذبهم عذابا اليما ولا يجدون لهم من دون الله وليا ولا نصيرا
O mensen! Een aantoning is tot jullie gekomen van jullie Voogd, en Wij hebben naar jullie een uitdrukkelijk licht doen neerdalen.
يايها الناس قد جاءكم برهن من ربكم وانزلنا اليكم نورا مبينا
Wat betreft hen die in God geloofd hebben en zich er stevig aan hebben gehecht, Hij zal hen weldra doen binnengaan in een welwillendheid van Hem, en een gunst, en Hij zal hen tot Zich leiden over een rechtlijnig pad.
فاما الذين ءامنوا بالله واعتصموا به فسيدخلهم في رحمة منه وفضل ويهديهم اليه صرطا مستقيما
Zij raadplegen jou.
يستفتونك
Zeg: “God geeft jullie Zijn advies over de kalala.
قل الله يفتيكم في الكللة
Als een man omkomt zonder kind, maar een zus heeft, komt haar de helft toe van wat hij nalaat;
ان امروا هلك ليس له ولد وله اخت فلها نصف ما ترك
en hij erft van haar, als zij geen kind heeft.
وهو يرثها ان لم يكن لها ولد
Maar als zij twee zijn, dan komen hun de twee derde toe van wat hij nalaat;
فان كانتا اثنتين فلهما الثلثان مما ترك
en als zij meerdere zijn, broers en zussen, dan komt aan het mannelijke het equivalent toe van het aandeel van twee vrouwelijken.
وان كانوا اخوة رجالا ونساء فللذكر مثل حظ الانثيين
God verduidelijkt jullie dit, opdat jullie niet dwalen;
يبين الله لكم ان تضلوا
en God is Alwetend over alles.”
والله بكل شىء عليم