Naar de inhoud
القرآنal-quran.fr
Menu
100%
القرآن

النساء

An-Nisa

Reduced to Weakness

Soera 4 · 176 verzen

بسم ٱلله ٱلرحمن ٱلرحيم

In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.

4:1

O mensen! Behoed jullie voor jullie Voogd, die jullie geschapen heeft uit één enkel Zelf, en daaruit diens echtgenoot geschapen heeft, en uit die twee veel mannen en vrouwen verspreid heeft.

يأيها ٱلناس ٱتقوا ربكم ٱلذي خلقكم من نفس وحدة وخلق منها زوجها وبث منهما رجالا كثيرا ونسآء

4:1

En behoed jullie voor God, in wiens naam jullie elkaar verzoeken, en de banden van de baarmoeder.

وٱتقوا ٱلله ٱلذي تسآءلون به وٱلأرحام

4:1

God is gewis, over jullie, een Waarnemer.

إن ٱلله كان عليكم رقيبا

En geef de weeskinderen hun bezittingen,

وءاتوا ٱليتمى أمولهم

en verwissel het snode niet voor het goede,

ولا تتبدلوا ٱلخبيث بٱلطيب

en verslind hun bezittingen niet samen met die van jullie:

ولا تأكلوا أمولهم إلى أمولكم

dat is een groot misdrijf.

إنه كان حوبا كبيرا

4:3

En als jullie vrezen niet billijk te zijn jegens de weeskinderen, huw dan hen onder de vrouwen die het goed vinden jullie te huwen, twee, drie of vier;

وإن خفتم ألا تقسطوا في ٱليتمى فٱنكحوا ما طاب لكم من ٱلنسآء مثنى وثلث وربع

4:3

en als jullie vrezen niet rechtvaardig te zijn, dan één enkele, of hen jegens wie jullie door eed gebonden zijn.

فإن خفتم ألا تعدلوا فوحدة أو ما ملكت أيمنكم

4:3

Dat is het naaste om niet te bezwijken onder het gewicht van een te talrijke familie.

ذلك أدنى ألا تعولوا

En geef de vrouwen hun bruidsschatten, als een toewijzing van rechtswege.

وءاتوا ٱلنسآء صدقتهن نحلة

Vervolgens, als zij het goed vinden jullie daarvan uit zichzelf iets af te staan, consumeer het

فإن طبن لكم عن شىء منه نفسا فكلوه

aangenaam en heilzaam.

هنيا مريا

En geef de onnozelen jullie bezittingen niet, die God voor jullie tot een onderhoud gemaakt heeft;

ولا تؤتوا ٱلسفهآء أمولكم ٱلتي جعل ٱلله لكم قيما

4:5

maar voorzie hen ervan, kleed hen, en richt tot hen een naar gebruik erkende uitspraak.

وٱرزقوهم فيها وٱكسوهم وقولوا لهم قولا معروفا

En stel de weeskinderen op de proef totdat zij de huwelijksleeftijd bereiken; als jullie dan in hen rechtschapenheid van oordeel bespeuren, overhandig hun hun bezittingen, en verslind ze niet uit verkwisting en vooruitlopen, voordat zij groot worden.

وٱبتلوا ٱليتمى حتى إذا بلغوا ٱلنكاح فإن ءانستم منهم رشدا فٱدفعوا إليهم أمولهم ولا تأكلوهآ إسرافا وبدارا أن يكبروا

En wie rijk is, moet zich inhouden;

ومن كان غنيا فليستعفف

en wie arm is, moet ervan eten naar het erkende.

ومن كان فقيرا فليأكل بٱلمعروف

En wanneer jullie hun hun bezittingen overhandigen, neem getuigen ten aanzien van hen.

فإذا دفعتم إليهم أمولهم فأشهدوا عليهم

En God volstaat als rekenmeester.

وكفى بٱلله حسيبا

4:7

Aan de mannen komt een portie toe van wat de twee ouders en de verwanten nalaten, en aan de vrouwen komt een portie toe van wat de twee ouders en de verwanten nalaten, of het nu weinig is of veel –

للرجال نصيب مما ترك ٱلولدان وٱلأقربون وللنسآء نصيب مما ترك ٱلولدان وٱلأقربون مما قل منه أو كثر

4:7

een bedongen portie.

نصيبا مفروضا

4:8

En wanneer de houders van nabije banden, de weeskinderen en de behoeftigen bij de verdeling aanwezig zijn, voorzie hen ervan,

وإذا حضر ٱلقسمة أولوا ٱلقربى وٱليتمى وٱلمسكين فٱرزقوهم منه

en richt tot hen een naar gebruik erkende uitspraak.

وقولوا لهم قولا معروفا

En laat hen duchten die, als zij achter zich een zwakke nageslacht achterlieten, voor haar zouden vrezen:

وليخش ٱلذين لو تركوا من خلفهم ذرية ضعفا خافوا عليهم

laten zij zich dus behoeden voor God, en een rechte uitspraak zeggen.

فليتقوا ٱلله وليقولوا قولا سديدا

Zij die de bezittingen van de weeskinderen onrechtvaardig verslinden, verslinden in hun buiken slechts een vuur,

إن ٱلذين يأكلون أمول ٱليتمى ظلما إنما يأكلون في بطونهم نارا

en zij zullen branden in een brand.

وسيصلون سعيرا

4:11

God doet jullie een aanbeveling, wat jullie kinderen betreft:

يوصيكم ٱلله في أولدكم

4:11

aan het mannelijke, het equivalent van het aandeel van twee vrouwelijken.

للذكر مثل حظ ٱلأنثيين

Maar als zij meer dan twee vrouwen zijn, komen twee derde van wat nagelaten wordt hun toe;

فإن كن نسآء فوق ٱثنتين فلهن ثلثا ما ترك

en als zij enig is, komt de helft haar toe.

وإن كانت وحدة فلها ٱلنصف

En aan zijn vader en aan zijn moeder, aan ieder van hen, het zesde van wat hij nalaat, als hij een kind heeft;

ولأبويه لكل وحد منهما ٱلسدس مما ترك إن كان له ولد

maar als hij geen kind heeft, en zijn vader en zijn moeder van hem erven, komt het derde aan zijn moeder toe.

فإن لم يكن له ولد وورثه أبواه فلأمه ٱلثلث

Als hij broers en zussen heeft, komt het zesde aan zijn moeder toe,

فإن كان له إخوة فلأمه ٱلسدس

na een testament dat hij zou hebben gemaakt, of een schuld.

من بعد وصية يوصي بهآ أو دين

4:11

Jullie vaders en jullie zonen – jullie hebben geen idee wie van hen jullie het naast zijn in voordeel:

ءابآؤكم وأبنآؤكم لا تدرون أيهم أقرب لكم نفعا

4:11

dat is een verplichting afkomstig van God.

فريضة من ٱلله

4:11

God is gewis Alwetend, Wijs.

إن ٱلله كان عليما حكيما

En aan jullie komt de helft toe van wat jullie echtgenoten nalaten, als zij geen kind hebben;

ولكم نصف ما ترك أزوجكم إن لم يكن لهن ولد

maar als zij een kind hebben, komt het vierde aan jullie toe van wat zij nalaten, na een testament dat zij zouden hebben gemaakt, of een schuld.

فإن كان لهن ولد فلكم ٱلربع مما تركن من بعد وصية يوصين بهآ أو دين

En aan hen komt het vierde toe van wat jullie nalaten, als jullie geen kind hebben;

ولهن ٱلربع مما تركتم إن لم يكن لكم ولد

maar als jullie een kind hebben, komt het achtste aan hen toe van wat jullie nalaten, na een testament dat jullie zouden hebben gemaakt, of een schuld.

فإن كان لكم ولد فلهن ٱلثمن مما تركتم من بعد وصية توصون بهآ أو دين

4:12

En als een man wiens erfenis overgaat in afwezigheid van enige voorouder of afstammeling, of een vrouw in hetzelfde geval, een broer of een zus heeft, komt aan ieder van hen het zesde toe;

وإن كان رجل يورث كللة أو ٱمرأة وله أخ أو أخت فلكل وحد منهما ٱلسدس

4:12

maar als zij talrijker zijn dan dat, zijn zij geassocieerden in het derde, na een testament dat zou zijn gemaakt, of een schuld, zonder schade.

فإن كانوا أكثر من ذلك فهم شركآء في ٱلثلث من بعد وصية يوصى بهآ أو دين غير مضآر

4:12

Dat is een aanbeveling afkomstig van God.

وصية من ٱلله

4:12

God is Alwetend, Lankmoedig.

وٱلله عليم حليم

4:13

Dat zijn de grenzen van God.

تلك حدود ٱلله

4:13

En wie zich voegt naar God en Zijn gezant, die zal Hij doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin hij eeuwig zal blijven.

ومن يطع ٱلله ورسوله يدخله جنت تجري من تحتها ٱلأنهر خلدين فيها

4:13

En dat is de ontzaglijke triomf.

وذلك ٱلفوز ٱلعظيم

4:14

En wie God en Zijn gezant ongehoorzaam is, en Zijn grenzen overschrijdt, die zal Hij doen binnengaan in een vuur waarin hij eeuwig zal blijven,

ومن يعص ٱلله ورسوله ويتعد حدوده يدخله نارا خلدا فيها

4:14

en hij zal een verlagende pijn hebben.

وله عذاب مهين

En die van jullie vrouwen die de schanddaad plegen, eis tegen hen de getuigenis van vier onder jullie;

وٱلتي يأتين ٱلفحشة من نسآئكم فٱستشهدوا عليهن أربعة منكم

4:15

en als zij getuigen, houd hen dan in de huizen, totdat de dood hen getrouw in bewaring houdt, of God voor hen een uitweg opent.

فإن شهدوا فأمسكوهن في ٱلبيوت حتى يتوفىهن ٱلموت أو يجعل ٱلله لهن سبيلا

En de twee onder jullie die haar plegen, val hen beiden lastig;

وٱلذان يأتينها منكم فاذوهما

maar als zij terugkeren en zich saneren, onttrek jullie aan hen:

فإن تابا وأصلحا فأعرضوا عنهمآ

God is gewis Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.

إن ٱلله كان توابا رحيما

4:17

Het berouw dat door God aanvaard wordt, betreft slechts hen die het kwaad uit onwetendheid plegen, en dan zonder dralen terugkeren:

إنما ٱلتوبة على ٱلله للذين يعملون ٱلسوء بجهلة ثم يتوبون من قريب

4:17

dat zijn zij tot wie God met mildheid terugkeert.

فأولئك يتوب ٱلله عليهم

4:17

God is Alwetend, Wijs.

وكان ٱلله عليما حكيما

4:18

En het berouw wordt niet aanvaard voor hen die de slechte daden plegen totdat, wanneer de dood zich bij een van hen aandient, hij zegt: “Ik keer nu gewis terug” – noch voor hen die sterven terwijl zij verloochenen:

وليست ٱلتوبة للذين يعملون ٱلسيات حتى إذا حضر أحدهم ٱلموت قال إني تبت ٱلن ولا ٱلذين يموتون وهم كفار

4:18

dat zijn zij voor wie Wij een schrijnende pijn hebben klaargemaakt.

أولئك أعتدنا لهم عذابا أليما

4:19

O jullie die geloofd hebben! Het is jullie niet geoorloofd vrouwen te erven met dwang,

يأيها ٱلذين ءامنوا لا يحل لكم أن ترثوا ٱلنسآء كرها

4:19

en belemmer hen niet om een deel mee te nemen van wat jullie hun gegeven hebben, behalve als zij een klaarblijkelijke schanddaad plegen.

ولا تعضلوهن لتذهبوا ببعض مآ ءاتيتموهن إلآ أن يأتين بفحشة مبينة

4:19

En leef met hen naar het erkende.

وعاشروهن بٱلمعروف

4:19

Als jullie een afkeer van hen krijgen, kan het zijn dat jullie een afkeer hebben van iets waarin God veel goeds plaatst.

فإن كرهتموهن فعسى أن تكرهوا شيا ويجعل ٱلله فيه خيرا كثيرا

4:20

En als jullie een echtgenoot door een ander willen vervangen, en aan een van hen een kwintaal gegeven hebben, neem er niets van terug.

وإن أردتم ٱستبدال زوج مكان زوج وءاتيتم إحدىهن قنطارا فلا تأخذوا منه شيا

Zouden jullie het terugnemen door laster en een klaarblijkelijke overtreding?

أتأخذونه بهتنا وإثما مبينا

En hoe zouden jullie het terugnemen, terwijl de een van jullie zich reeds innig met de ander heeft verenigd, en zij van jullie een plechtige en vaste verbintenis hebben genomen?

وكيف تأخذونه وقد أفضى بعضكم إلى بعض وأخذن منكم ميثقا غليظا

En huw niet de vrouwen die jullie voorouders gehuwd hebben, behalve wat reeds afgelopen is.

ولا تنكحوا ما نكح ءابآؤكم من ٱلنسآء إلا ما قد سلف

Het was een schanddaad en een gruwel,

إنه كان فحشة ومقتا

en wat een slechte weg!

وسآء سبيلا

Aan jullie zijn ontzegd: jullie moeders, jullie dochters, jullie zussen, jullie tantes van vaderskant, jullie tantes van moederskant, de dochters van jullie broer, de dochters van jullie zus,

حرمت عليكم أمهتكم وبناتكم وأخوتكم وعمتكم وخلتكم وبنات ٱلأخ وبنات ٱلأخت

4:23

jullie moeders die de zorg voor jullie op zich genomen hebben, en jullie zussen van gedeelde zorg,

وأمهتكم ٱلتي أرضعنكم وأخوتكم من ٱلرضعة

4:23

de moeders van jullie vrouwen, de dochters die in jullie huishouden zijn opgevoed, voortgekomen uit jullie vrouwen met wie jullie het huwelijk hebben geconsumeerd –

وأمهت نسآئكم وربئبكم ٱلتي في حجوركم من نسآئكم ٱلتي دخلتم بهن

maar als jullie het huwelijk niet met hen hebben geconsumeerd, is er geen verwijt tegen jullie –

فإن لم تكونوا دخلتم بهن فلا جناح عليكم

degenen die op geoorloofde wijze verenigd zijn met jullie zonen, voortgekomen uit jullie lendenen,

وحلئل أبنآئكم ٱلذين من أصلبكم

en twee zussen te verenigen, behalve wat reeds afgelopen is.

وأن تجمعوا بين ٱلأختين إلا ما قد سلف

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

إن ٱلله كان غفورا رحيما

4:24

En de door de huwelijksband beschutte vrouwen, behalve die jegens wie jullie door eed gebonden zijn –

وٱلمحصنت من ٱلنسآء إلا ما ملكت أيمنكم

4:24

het is de Codex van God die jullie verplicht.

كتب ٱلله عليكم

4:24

En voor jullie is geoorloofd gemaakt al wie buiten die categorieën valt, die jullie met jullie bezittingen zoeken, als mannen die zich in de huwelijksband verbinden, niet als losbandigen.

وأحل لكم ما ورآء ذلكم أن تبتغوا بأمولكم محصنين غير مسفحين

En voor wat jullie bij hen genoten hebben, geef hun hun beloningen, als een bedongen verplichting.

فما ٱستمتعتم به منهن فاتوهن أجورهن فريضة

En er is geen verwijt tegen jullie voor datgene waarmee jullie onderling instemmen, na de bedongen verplichting.

ولا جناح عليكم فيما ترضيتم به من بعد ٱلفريضة

God is gewis Alwetend, Wijs.

إن ٱلله كان عليما حكيما

4:25

En wie onder jullie niet de middelen heeft om gelovende beschutte vrouwen te huwen, dan een van jullie jonge vrouwen die gelovend zijn en door eed gebonden.

ومن لم يستطع منكم طولا أن ينكح ٱلمحصنت ٱلمؤمنت فمن ما ملكت أيمنكم من فتيتكم ٱلمؤمنت

4:25

God weet het best hoe het met jullie geloof staat;

وٱلله أعلم بإيمنكم

jullie zijn van elkaar.

بعضكم من بعض

Huw hen dus met de toestemming van hun familie,

فٱنكحوهن بإذن أهلهن

4:25

en geef hun hun beloningen naar het erkende, als vrouwen die zich in de huwelijksband verbinden, niet als losbandigen en niet als vrouwen die heimelijke minnaars nemen.

وءاتوهن أجورهن بٱلمعروف محصنت غير مسفحت ولا متخذت أخدان

4:25

En eenmaal beschut, als zij een schanddaad plegen, lopen zij de helft op van de pijn van de door de huwelijksband beschutte vrouwen.

فإذآ أحصن فإن أتين بفحشة فعليهن نصف ما على ٱلمحصنت من ٱلعذاب

Dat is voor hem onder jullie die de overbelasting ducht;

ذلك لمن خشي ٱلعنت منكم

maar geduld hebben is beter voor jullie.

وأن تصبروا خير لكم

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وٱلله غفور رحيم

4:26

God wil jullie verhelderen, jullie leiden volgens de normen van hen die jullie zijn voorgegaan, en met mildheid tot jullie terugkeren.

يريد ٱلله ليبين لكم ويهديكم سنن ٱلذين من قبلكم ويتوب عليكم

4:26

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

4:27

God wil met mildheid tot jullie terugkeren,

وٱلله يريد أن يتوب عليكم

4:27

terwijl zij die hun verlangens volgen willen dat jullie overhellen met een ontzaglijke overhelling.

ويريد ٱلذين يتبعون ٱلشهوت أن تميلوا ميلا عظيما

4:28

God wil jullie verlichten,

يريد ٱلله أن يخفف عنكم

4:28

want de mens is zwak geschapen.

وخلق ٱلإنسن ضعيفا

4:29

O jullie die geloofd hebben! Verslind jullie bezittingen niet onder elkaar door het valse,

يأيها ٱلذين ءامنوا لا تأكلوا أمولكم بينكم بٱلبطل

4:29

behalve als het gaat om een handel voortgekomen uit onderlinge instemming tussen jullie.

إلآ أن تكون تجرة عن تراض منكم

4:29

En dood jullie zelf niet:

ولا تقتلوا أنفسكم

4:29

God is gewis, jegens jullie, Welwillend.

إن ٱلله كان بكم رحيما

En wie dat doet uit vijandigheid en onrecht, die zullen Wij doen branden in een vuur.

ومن يفعل ذلك عدونا وظلما فسوف نصليه نارا

En dat is, voor God, iets gemakkelijks.

وكان ذلك على ٱلله يسيرا

Als jullie de zwaarste vermijden van wat jullie verboden wordt, zullen Wij jullie slechte daden bedekken, en Wij zullen jullie doen binnengaan in een edele ingang.

إن تجتنبوا كبآئر ما تنهون عنه نكفر عنكم سياتكم وندخلكم مدخلا كريما

En wens niet datgene waarmee God de enen onder jullie boven de anderen bevoordeeld heeft.

ولا تتمنوا ما فضل ٱلله به بعضكم على بعض

Aan de mannen een portie van wat zij verworven hebben,

للرجال نصيب مما ٱكتسبوا

en aan de vrouwen een portie van wat zij verworven hebben.

وللنسآء نصيب مما ٱكتسبن

En vraag aan God van Zijn gunst.

وسلوا ٱلله من فضله

God is gewis Alwetend over alles.

إن ٱلله كان بكل شىء عليما

4:33

En aan ieder hebben Wij erfgenamen toegewezen voor wat nalaten

ولكل جعلنا مولي مما ترك

4:33

de twee ouders en de verwanten.

ٱلولدان وٱلأقربون

4:33

En hen met wie jullie eden jullie gebonden hebben, geef hun hun portie.

وٱلذين عقدت أيمنكم فاتوهم نصيبهم

4:33

God is gewis getuige van alles.

إن ٱلله كان على كل شىء شهيدا

4:34

De mannen nemen de uitvoerende, de veiligheids- en de financiële last van het huishouden op zich ten aanzien van de vrouwen, vanwege datgene waarmee God de enen boven de anderen bevoordeeld heeft, en vanwege wat zij van hun bezittingen uitgeven.

ٱلرجال قومون على ٱلنسآء بما فضل ٱلله بعضهم على بعض وبمآ أنفقوا من أمولهم

De deugdelijke vrouwen zijn toegewijd, bewaarsters van wat de zintuigen ontgaat, vanwege wat God bewaard heeft.

فٱلصلحت قنتت حفظت للغيب بما حفظ ٱلله

4:34

En wat betreft hen wier eenzijdige defectie jullie vrezen, vermaan hen, verwijder jullie van hen in de slaapplaatsen, vervolgens vermenigvuldig hen;

وٱلتي تخافون نشوزهن فعظوهن وٱهجروهن في ٱلمضاجع وٱضربوهن

vervolgens, als zij zich naar jullie voegen, zoek geen weg meer tegen hen.

فإن أطعنكم فلا تبغوا عليهن سبيلا

God is gewis Allerhoogste, Grote.

إن ٱلله كان عليا كبيرا

En als jullie een breuk tussen de twee vrezen, wek dan een scheidsrechter uit de familie van hem, en een scheidsrechter uit de familie van haar; als zij beiden verzoening willen, zal God hen op elkaar afstemmen.

وإن خفتم شقاق بينهما فٱبعثوا حكما من أهله وحكما من أهلهآ إن يريدآ إصلحا يوفق ٱلله بينهمآ

God is Alwetend, Intiem Kenner.

إن ٱلله كان عليما خبيرا

4:36

En gehoorzaam God,

وٱعبدوا ٱلله

4:36

en associeer niets met Hem,

ولا تشركوا به شيا

4:36

en het goede doen jegens de twee ouders, de verwanten, de weeskinderen, de behoeftigen, de nabije buur, de vreemde buur, de metgezel aan jullie zijde, de doorreiziger, en hen jegens wie jullie door eed gebonden zijn.

وبٱلولدين إحسنا وبذي ٱلقربى وٱليتمى وٱلمسكين وٱلجار ذي ٱلقربى وٱلجار ٱلجنب وٱلصاحب بٱلجنب وٱبن ٱلسبيل وما ملكت أيمنكم

4:36

God houdt gewis niet van wie arrogant is, pochend.

إن ٱلله لا يحب من كان مختالا فخورا

Zij die gierig zijn, de mensen de gierigheid bevelen, en verzwijgen wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft –

ٱلذين يبخلون ويأمرون ٱلناس بٱلبخل ويكتمون مآ ءاتىهم ٱلله من فضله

en Wij hebben voor hen die verloochenen een verlagende pijn klaargemaakt.

وأعتدنا للكفرين عذابا مهينا

En zij die hun bezittingen uitgeven uit vertoon ten overstaan van de mensen, en noch in God noch in de Laatste Dag geloven –

وٱلذين ينفقون أمولهم رئآء ٱلناس ولا يؤمنون بٱلله ولا بٱليوم ٱلءاخر

4:38

wie de Afleider tot begeleider heeft, wat een slechte begeleider!

ومن يكن ٱلشيطن له قرينا فسآء قرينا

En wat zou het hun kosten, als zij geloofden in God en in de Laatste Dag, en uitgaven van datgene waarvan God hen voorzien heeft?

وماذا عليهم لو ءامنوا بٱلله وٱليوم ٱلءاخر وأنفقوا مما رزقهم ٱلله

God is Alwetend over hen.

وكان ٱلله بهم عليما

4:40

God doet geen enkel onrecht, al is het van het gewicht van een deeltje.

إن ٱلله لا يظلم مثقال ذرة

4:40

En als het een goede daad is, verdubbelt Hij haar, en verleent, van Zijn kant, een ontzaglijke beloning.

وإن تك حسنة يضعفها ويؤت من لدنه أجرا عظيما

Hoe dan, wanneer Wij uit elke gemeenschap een getuige zullen doen komen, en Wij jou als getuige tegen dezen zullen doen komen?

فكيف إذا جئنا من كل أمة بشهيد وجئنا بك على هؤلآء شهيدا

Op die dag zullen zij die verloochend hebben en de gezant ongehoorzaam zijn geweest, willen dat de aarde over hen geëffend werd, en zij zullen voor God geen enkele rede kunnen verzwijgen.

يومئذ يود ٱلذين كفروا وعصوا ٱلرسول لو تسوى بهم ٱلأرض ولا يكتمون ٱلله حديثا

4:43

O jullie die geloofd hebben! Nader het Contact niet in staat van dronkenschap, totdat jullie weten wat jullie zeggen, noch bevuild – behalve passerend over een weg – totdat jullie je gewassen hebben.

يأيها ٱلذين ءامنوا لا تقربوا ٱلصلوة وأنتم سكرى حتى تعلموا ما تقولون ولا جنبا إلا عابري سبيل حتى تغتسلوا

4:43

En als jullie ziek zijn, of op reis, of als een van jullie zojuist zijn natuurlijke behoefte heeft gedaan, of als jullie een vrouw in intimiteit hebben gekend, en jullie geen water vinden, richt jullie dan op een goede dagzoom, en strijk ervan over jullie gezichten en jullie handen.

وإن كنتم مرضى أو على سفر أو جآء أحد منكم من ٱلغآئط أو لمستم ٱلنسآء فلم تجدوا مآء فتيمموا صعيدا طيبا فٱمسحوا بوجوهكم وأيديكم

God is gewis Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, Zeer Vergevensgezind.

إن ٱلله كان عفوا غفورا

4:44

Heb jij hen niet gezien aan wie een portie van de Schrift gegeven is, die de dwaling kopen en willen dat jullie van de weg afdwalen?

ألم تر إلى ٱلذين أوتوا نصيبا من ٱلكتب يشترون ٱلضللة ويريدون أن تضلوا ٱلسبيل

God kent jullie vijanden het best.

وٱلله أعلم بأعدآئكم

En God volstaat als beschermer, en God volstaat als hulp.

وكفى بٱلله وليا وكفى بٱلله نصيرا

4:46

Onder de Geheroriënteerden zijn er die de woorden verwringen, buiten hun verband, en zeggen: “Wij hebben gehoord en zijn ongehoorzaam geweest”, en: “Luister, zonder dat het jou gegeven wordt te horen”, en: “Veracht ons”, terwijl zij hun tongen wringen en de Wet aanvallen.

من ٱلذين هادوا يحرفون ٱلكلم عن مواضعه ويقولون سمعنا وعصينا وٱسمع غير مسمع ورعنا ليا بألسنتهم وطعنا في ٱلدين

4:46

En als zij gezegd hadden: “Wij hebben gehoord en wij hebben ons gevoegd”, en: “Luister”, en: “Kijk naar ons”, zou het beter voor hen zijn geweest, en rechter;

ولو أنهم قالوا سمعنا وأطعنا وٱسمع وٱنظرنا لكان خيرا لهم وأقوم

4:46

maar God heeft hen vervloekt wegens hun verloochening, en zij geloven slechts weinig.

ولكن لعنهم ٱلله بكفرهم فلا يؤمنون إلا قليلا

4:47

O jullie aan wie de Schrift gegeven is! Geloof in wat Wij hebben doen neerdalen, bevestigend wat bij jullie is, voordat Wij gezichten uitwissen, om ze terug te brengen, of hen vervloeken zoals Wij de metgezellen van de Rust vervloekt hebben.

يأيها ٱلذين أوتوا ٱلكتب ءامنوا بما نزلنا مصدقا لما معكم من قبل أن نطمس وجوها فنردها على أدبارهآ أو نلعنهم كما لعنآ أصحب ٱلسبت

En het bevel van God is altijd een gedane zaak.

وكان أمر ٱلله مفعولا

God vergeeft gewis niet dat men met Hem associeert,

إن ٱلله لا يغفر أن يشرك به

maar Hij vergeeft wat aan deze zijde daarvan is aan wie het Hem behaagt.

ويغفر ما دون ذلك لمن يشآء

En wie met God associeert, verzint een ontzaglijke overtreding.

ومن يشرك بٱلله فقد ٱفترى إثما عظيما

Heb jij hen niet gezien die zichzelf zuiver verklaren?

ألم تر إلى ٱلذين يزكون أنفسهم

God zuivert, integendeel, wie het Hem behaagt,

بل ٱلله يزكي من يشآء

en zij zullen geen onrecht ondergaan, al is het van een vezeltje.

ولا يظلمون فتيلا

Kijk hoe zij de leugen tegen God verzinnen: dat volstaat als klaarblijkelijke overtreding.

ٱنظر كيف يفترون على ٱلله ٱلكذب وكفى به إثما مبينا

4:51

Heb jij hen niet gezien aan wie een portie van de Schrift gegeven is, die geloven in het Idool en de Mateloze, en die van hen die verloochenen zeggen: “Dezen zijn beter geleid, wat de weg betreft, dan zij die geloofd hebben”?

ألم تر إلى ٱلذين أوتوا نصيبا من ٱلكتب يؤمنون بٱلجبت وٱلطغوت ويقولون للذين كفروا هؤلآء أهدى من ٱلذين ءامنوا سبيلا

Dat zijn zij die God vervloekt heeft;

أولئك ٱلذين لعنهم ٱلله

en wie God vervloekt, voor hem zul jij geen enkele hulp vinden.

ومن يلعن ٱلله فلن تجد له نصيرا

Of hebben zij een portie van het koningschap? Zij zouden dan de mensen zelfs de inkeping van een dadelpit niet geven.

أم لهم نصيب من ٱلملك فإذا لا يؤتون ٱلناس نقيرا

Of benijden zij de mensen om wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft?

أم يحسدون ٱلناس على مآ ءاتىهم ٱلله من فضله

4:54

Wij hebben aan de clan van Ibrahim nochtans de Schrift en de wijsheid gegeven, en Wij hebben hun een ontzaglijk koningschap gegeven.

فقد ءاتينآ ءال إبرهيم ٱلكتب وٱلحكمة وءاتينهم ملكا عظيما

Onder hen is er wie erin geloofd heeft, en er is wie zich daartegen heeft verzet.

فمنهم من ءامن به ومنهم من صد عنه

En Djahannam volstaat als brand.

وكفى بجهنم سعيرا

Zij die Onze tekenen verloochend hebben, Wij zullen hen gewis in een vuur doen branden.

إن ٱلذين كفروا بايتنا سوف نصليهم نارا

Telkens wanneer hun huiden verteerd zijn, zullen Wij ze hun door andere huiden vervangen, opdat zij de pijn proeven.

كلما نضجت جلودهم بدلنهم جلودا غيرها ليذوقوا ٱلعذاب

God is gewis Almachtig, Wijs.

إن ٱلله كان عزيزا حكيما

En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Wij zullen hen doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.

وٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت سندخلهم جنت تجري من تحتها ٱلأنهر خلدين فيهآ أبدا

Zij zullen daar gereinigde echtgenoten hebben,

لهم فيهآ أزوج مطهرة

en Wij zullen hen doen binnengaan in een schaduw die overschaduwt.

وندخلهم ظلا ظليلا

4:58

God beveelt jullie de toevertrouwde depots terug te geven aan hun rechthebbenden, en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, met rechtvaardigheid te oordelen.

إن ٱلله يأمركم أن تؤدوا ٱلأمنت إلى أهلها وإذا حكمتم بين ٱلناس أن تحكموا بٱلعدل

4:58

Hoe uitmuntend is waartoe God jullie vermaant!

إن ٱلله نعما يعظكم به

4:58

Gewis is God de Alhorende, de Alziende.

إن ٱلله كان سميعا بصيرا

4:59

O jullie die geloofd hebben! Voeg jullie naar God, voeg jullie naar de gezant en naar hen onder jullie die het bevel in handen hebben.

يأيها ٱلذين ءامنوا أطيعوا ٱلله وأطيعوا ٱلرسول وأولي ٱلأمر منكم

4:59

En als jullie over iets in betwisting komen, breng het dan terug naar God en de gezant, als jullie in God en in de Laatste Dag geloven.

فإن تنزعتم في شىء فردوه إلى ٱلله وٱلرسول إن كنتم تؤمنون بٱلله وٱليوم ٱلءاخر

4:59

Dat is beter, en van schonere duiding.

ذلك خير وأحسن تأويلا

4:60

Heb jij hen niet gezien die beweren geloofd te hebben in wat naar jou is neergedaald en in wat vóór jou is neergedaald, en die hun rechtsgeschil voor de Mateloze willen brengen, terwijl hun bevolen is hem te verloochenen?

ألم تر إلى ٱلذين يزعمون أنهم ءامنوا بمآ أنزل إليك ومآ أنزل من قبلك يريدون أن يتحاكموا إلى ٱلطغوت وقد أمروا أن يكفروا به

4:60

En de Afleider wil hen doen dwalen in een verre dwaling.

ويريد ٱلشيطن أن يضلهم ضللا بعيدا

En wanneer hun gezegd wordt: “Kom tot wat God heeft doen neerdalen, en tot de gezant”, zie je de huichelaars zich vastberaden tegen jou verzetten.

وإذا قيل لهم تعالوا إلى مآ أنزل ٱلله وإلى ٱلرسول رأيت ٱلمنفقين يصدون عنك صدودا

Hoe dan, wanneer hun een ongeluk overkomt vanwege wat hun handen vooruitgestuurd hebben, komen zij daarna tot jou, zwerend bij God: “Wij wilden slechts het goede en de verzoening”?

فكيف إذآ أصبتهم مصيبة بما قدمت أيديهم ثم جآءوك يحلفون بٱلله إن أردنآ إلآ إحسنا وتوفيقا

Dat zijn zij van wie God weet wat in hun kernen is; onttrek je dus aan hen, vermaan hen, en zeg hun, over henzelf, een markante uitspraak.

أولئك ٱلذين يعلم ٱلله ما في قلوبهم فأعرض عنهم وعظهم وقل لهم في أنفسهم قولا بليغا

En Wij hebben geen gezant gezonden, behalve opdat men zich naar hem voegt, met toestemming van God.

ومآ أرسلنا من رسول إلا ليطاع بإذن ٱلله

En als zij tot jou waren gekomen, nadat zij onrecht hadden gedaan aan zichzelf, om God om vergeving te smeken, en de gezant om vergeving voor hen had gesmeekt, zouden zij God zeker hebben gevonden als Hij die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.

ولو أنهم إذ ظلموا أنفسهم جآءوك فٱستغفروا ٱلله وٱستغفر لهم ٱلرسول لوجدوا ٱلله توابا رحيما

Maar nee, bij jouw Voogd! Zij zullen niet geloven totdat zij jou tot rechter over hun geschillen hebben genomen, en daarna in zichzelf geen enkele hinder hebben gevonden ten aanzien van wat jij hebt beslist, en ermee hebben ingestemd met een volledige integriteit.

فلا وربك لا يؤمنون حتى يحكموك فيما شجر بينهم ثم لا يجدوا في أنفسهم حرجا مما قضيت ويسلموا تسليما

En als Wij hun hadden voorgeschreven: “Dood elkaar”, of: “Trek weg uit jullie woningen”, zouden zij het niet hebben gedaan, behalve weinigen onder hen.

ولو أنا كتبنا عليهم أن ٱقتلوا أنفسكم أو ٱخرجوا من ديركم ما فعلوه إلا قليل منهم

En als zij hadden gedaan waartoe zij vermaand werden, zou dat beter voor hen zijn geweest, en zou hen steviger hebben bevestigd;

ولو أنهم فعلوا ما يوعظون به لكان خيرا لهم وأشد تثبيتا

en Wij zouden hun dan zeker, van Onzentwege, een ontzaglijke beloning hebben gegeven,

وإذا لءاتينهم من لدنآ أجرا عظيما

en Wij zouden hen zeker hebben geleid op een rechtlijnig pad.

ولهدينهم صرطا مستقيما

En wie zich naar God en de gezant voegt, dezen zullen zijn met hen die God met Zijn weldaad heeft overladen, onder de berichtgevers, de waarachtigen, de getuigen en de deugdelijken.

ومن يطع ٱلله وٱلرسول فأولئك مع ٱلذين أنعم ٱلله عليهم من ٱلنبين وٱلصديقين وٱلشهدآء وٱلصلحين

En wat een schoon gezelschap is dat!

وحسن أولئك رفيقا

Dat is de gunst van God,

ذلك ٱلفضل من ٱلله

en God volstaat als Alwetende.

وكفى بٱلله عليما

4:71

O jullie die geloofd hebben! Neem jullie voorzorgen, en mobiliseer jullie in detachementen, of mobiliseer jullie allen tezamen.

يأيها ٱلذين ءامنوا خذوا حذركم فٱنفروا ثبات أو ٱنفروا جميعا

En voorzeker is er onder jullie wie bewust draalt;

وإن منكم لمن ليبطئن

en als een ongeluk jullie overkomt, zegt hij: “God heeft mij met Zijn weldaad overladen, aangezien ik niet als getuige bij hen was.”

فإن أصبتكم مصيبة قال قد أنعم ٱلله على إذ لم أكن معهم شهيدا

Maar als een gunst van God jullie overkomt, zal hij voorzeker zeggen, alsof er tussen jullie en hem geen enkele genegenheid was geweest: “Was ik maar bij hen geweest, dan had ik een ontzaglijke triomf behaald!”

ولئن أصبكم فضل من ٱلله ليقولن كأن لم تكن بينكم وبينه مودة يليتني كنت معهم فأفوز فوزا عظيما

Laten zij dus vechten op de weg van God, zij die het leven hienieden verkopen voor het laatste leven.

فليقتل في سبيل ٱلله ٱلذين يشرون ٱلحيوة ٱلدنيا بٱلءاخرة

En wie vecht op de weg van God, en dan gedood wordt of overwint, Wij zullen hem een ontzaglijke beloning geven.

ومن يقتل في سبيل ٱلله فيقتل أو يغلب فسوف نؤتيه أجرا عظيما

En wat is er met jullie dat jullie niet vechten op de weg van God, en voor de mannen, de vrouwen en de kinderen die tot zwakte gebracht zijn, die zeggen: “Onze Voogd, doe ons uitgaan uit deze stad waarvan de mensen onrechtvaardig zijn, en geef ons, van U, een beschermer, en geef ons, van U, een helper”?

وما لكم لا تقتلون في سبيل ٱلله وٱلمستضعفين من ٱلرجال وٱلنسآء وٱلولدن ٱلذين يقولون ربنآ أخرجنا من هذه ٱلقرية ٱلظالم أهلها وٱجعل لنا من لدنك وليا وٱجعل لنا من لدنك نصيرا

Zij die geloofd hebben vechten op de weg van God,

ٱلذين ءامنوا يقتلون في سبيل ٱلله

4:76

en zij die verloochenen vechten op de weg van de Mateloze.

وٱلذين كفروا يقتلون في سبيل ٱلطغوت

4:76

Vecht dus tegen de bondgenoten van de Afleider:

فقتلوا أوليآء ٱلشيطن

4:76

gewis is de list van de Afleider zwak.

إن كيد ٱلشيطن كان ضعيفا

Heb jij hen niet gezien aan wie gezegd werd: “Houd jullie handen in, onderhoud het Contact en geef de zuivere vrijgevigheid”?

ألم تر إلى ٱلذين قيل لهم كفوا أيديكم وأقيموا ٱلصلوة وءاتوا ٱلزكوة

Maar toen het gevecht hun werd voorgeschreven, zie, een deel van hen ducht de mensen zoals men God ducht, of met een nog intensere vrees,

فلما كتب عليهم ٱلقتال إذا فريق منهم يخشون ٱلناس كخشية ٱلله أو أشد خشية

en zij zeggen: “Onze Voogd, waarom heeft U ons het gevecht voorgeschreven? Had U ons maar opgeschort tot een nabije termijn!”

وقالوا ربنا لم كتبت علينا ٱلقتال لولآ أخرتنآ إلى أجل قريب

Zeg: “De genieting van hienieden is gering,

قل متع ٱلدنيا قليل

en het laatste leven is beter voor wie zich behoedt,

وٱلءاخرة خير لمن ٱتقى

en jullie zal geen onrecht worden aangedaan, al is het van een vezeltje.”

ولا تظلمون فتيلا

4:78

Waar jullie ook zijn, de dood zal jullie inhalen, al zijn jullie in oninneembare torens.

أينما تكونوا يدرككم ٱلموت ولو كنتم في بروج مشيدة

4:78

En als hun iets goeds overkomt, zeggen zij: “Dit komt van God”;

وإن تصبهم حسنة يقولوا هذه من عند ٱلله

4:78

en als hun een kwaad overkomt, zeggen zij: “Dit komt van jou.”

وإن تصبهم سيئة يقولوا هذه من عندك

4:78

Zeg: “Alles komt van God.”

قل كل من عند ٱلله

4:78

Wat is er met deze mensen dat zij bijna geen enkele rede begrijpen?

فمال هؤلآء ٱلقوم لا يكادون يفقهون حديثا

4:79

Wat jou aan goeds overkomt, komt van God,

مآ أصابك من حسنة فمن ٱلله

4:79

en wat jou aan kwaads overkomt, komt van jezelf.

ومآ أصابك من سيئة فمن نفسك

En Wij hebben jou als gezant naar de mensen gezonden.

وأرسلنك للناس رسولا

En God volstaat als getuige.

وكفى بٱلله شهيدا

Wie zich naar de gezant voegt, voegt zich gewis naar God,

من يطع ٱلرسول فقد أطاع ٱلله

en wie de rug toekeert – Wij hebben jou niet als bewaarder over hen gezonden.

ومن تولى فمآ أرسلنك عليهم حفيظا

En zij zeggen: “Voeging”,

ويقولون طاعة

maar wanneer zij bij jou weggaan, beraamt een groep onder hen 's nachts iets heel anders dan wat zij zeggen.

فإذا برزوا من عندك بيت طآئفة منهم غير ٱلذي تقول

God schrijft op wat zij 's nachts beramen.

وٱلله يكتب ما يبيتون

Onttrek je dus aan hen, en verleen lastgeving aan God.

فأعرض عنهم وتوكل على ٱلله

4:81

En God volstaat als lasthebber.

وكفى بٱلله وكيلا

4:82

Overpeinzen zij dan de Lezing niet?

أفلا يتدبرون ٱلقرءان

4:82

En als zij van een ander dan God kwam, zouden zij daarin veel uiteenlopends hebben gevonden.

ولو كان من عند غير ٱلله لوجدوا فيه ٱختلفا كثيرا

En wanneer geruststellend of verontrustend nieuws hen bereikt, verspreiden zij het;

وإذا جآءهم أمر من ٱلأمن أو ٱلخوف أذاعوا به

maar als zij het hadden teruggebracht naar de gezant en naar hen onder hen die het bevel in handen hebben, zouden zij onder hen die de essentie eruit trachten te halen, ervan kennis hebben gehad.

ولو ردوه إلى ٱلرسول وإلى أولي ٱلأمر منهم لعلمه ٱلذين يستنبطونه منهم

4:83

En zonder de gunst van God over jullie en Zijn welwillendheid zouden jullie zeker de Afleider zijn gevolgd, behalve weinigen onder jullie.

ولولا فضل ٱلله عليكم ورحمته لٱتبعتم ٱلشيطن إلا قليلا

Vecht dus op de weg van God:

فقتل في سبيل ٱلله

jij bent slechts met jezelf belast.

لا تكلف إلا نفسك

En spoor de gelovenden aan.

وحرض ٱلمؤمنين

Het kan zijn dat God het geweld van hen die verloochenen inhoudt.

عسى ٱلله أن يكف بأس ٱلذين كفروا

God is vreselijker in strengheid, en vreselijker in afschrikwekkend voorbeeld.

وٱلله أشد بأسا وأشد تنكيلا

Wie een schone voorspraak doet, zal daarvan een deel hebben;

من يشفع شفعة حسنة يكن له نصيب منها

en wie een slechte voorspraak doet, zal daarvan de verantwoordelijkheid dragen.

ومن يشفع شفعة سيئة يكن له كفل منها

God is over alles intendant.

وكان ٱلله على كل شىء مقيتا

4:86

En wanneer men jullie groet met een groet, groet dan met een schonere groet, of geef haar terug.

وإذا حييتم بتحية فحيوا بأحسن منهآ أو ردوهآ

4:86

Gewis is God over alles rekenmeester.

إن ٱلله كان على كل شىء حسيبا

God, geen godheid behalve Hij.

ٱلله لآ إله إلا هو

Voorzeker zal Hij jullie bijeenbrengen op de Dag van het Verschijnen, waaraan geen twijfel is.

ليجمعنكم إلى يوم ٱلقيمة لا ريب فيه

En wie is waarachtiger dan God in rede?

ومن أصدق من ٱلله حديثا

Wat is er met jullie, ten aanzien van de huichelaars, dat jullie twee bataljons vormen, terwijl God hen heeft omvergeworpen om wat zij verworven hebben?

فما لكم في ٱلمنفقين فئتين وٱلله أركسهم بما كسبوا

Willen jullie leiden wie God heeft doen dwalen?

أتريدون أن تهدوا من أضل ٱلله

En wie God doet dwalen, voor hem zul je geen enkele weg vinden.

ومن يضلل ٱلله فلن تجد له سبيلا

Zij zouden willen dat jullie verloochenen zoals zij verloochend hebben, opdat jullie gelijk zijn;

ودوا لو تكفرون كما كفروا فتكونون سوآء

neem dus onder hen geen bondgenoten, totdat zij emigreren op de weg van God.

فلا تتخذوا منهم أوليآء حتى يهاجروا في سبيل ٱلله

Als zij de rug toekeren, grijp hen dan en dood hen waar jullie hen ook vinden, en neem onder hen geen bondgenoot en geen helper – behalve hen die zich verbinden aan een volk tussen wie en jullie een plechtige verbintenis bestaat, of die tot jullie komen

فإن تولوا فخذوهم وٱقتلوهم حيث وجدتموهم ولا تتخذوا منهم وليا ولا نصيرا إلا ٱلذين يصلون إلى قوم بينكم وبينهم ميثق أو جآءوكم

met een beklemde borst bij de gedachte jullie te bevechten, of hun eigen volk te bevechten.

حصرت صدورهم أن يقتلوكم أو يقتلوا قومهم

En als het God had behaagd, zou Hij hun heerschappij over jullie hebben gegeven, en zij zouden jullie hebben bevochten.

ولو شآء ٱلله لسلطهم عليكم فلقتلوكم

Als zij zich afzijdig van jullie houden, jullie niet bevechten, en jullie de vrede aanbieden, dan geeft God jullie tegen hen geen enkele weg.

فإن ٱعتزلوكم فلم يقتلوكم وألقوا إليكم ٱلسلم فما جعل ٱلله لكم عليهم سبيلا

Jullie zullen anderen vinden die in veiligheid met jullie willen zijn en in veiligheid met hun eigen volk; telkens wanneer zij tot de beproeving worden teruggebracht, storten zij zich er weer in.

ستجدون ءاخرين يريدون أن يأمنوكم ويأمنوا قومهم كل ما ردوا إلى ٱلفتنة أركسوا فيها

Als zij zich niet afzijdig van jullie houden, jullie de vrede niet aanbieden, en hun handen niet inhouden, grijp hen dan en dood hen waar jullie hen ook betrappen.

فإن لم يعتزلوكم ويلقوا إليكم ٱلسلم ويكفوا أيديهم فخذوهم وٱقتلوهم حيث ثقفتموهم

En dat zijn zij tegen wie Wij jullie een klaarblijkelijk gezag hebben toegewezen.

وأولئكم جعلنا لكم عليهم سلطنا مبينا

4:92

En het komt een gelovende niet toe een gelovende te doden,

وما كان لمؤمن أن يقتل مؤمنا

4:92

behalve door een fout.

إلا خطا

4:92

En wie een gelovende door een fout doodt, dient een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid terug te geven, alsmede een compensatie aan diens familie te betalen, tenzij zij daar uit liefdadigheid van afziet.

ومن قتل مؤمنا خطا فتحرير رقبة مؤمنة ودية مسلمة إلى أهله إلآ أن يصدقوا

4:92

En als de gedode tot een volk behoorde dat vijandig is voor jullie, terwijl hij gelovende was, dan: een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid teruggeven.

فإن كان من قوم عدو لكم وهو مؤمن فتحرير رقبة مؤمنة

4:92

En als hij tot een volk behoorde tussen wie en jullie een plechtige verbintenis bestaat, dan: een betaalde compensatie aan zijn familie, en een gelovende persoon die door een schuld gebonden is zijn onafhankelijkheid teruggeven.

وإن كان من قوم بينكم وبينهم ميثق فدية مسلمة إلى أهله وتحرير رقبة مؤمنة

4:92

En wie daartoe de middelen niet vindt, dan: een onthouding van twee opeenvolgende maanden, als berouw van God.

فمن لم يجد فصيام شهرين متتابعين توبة من ٱلله

4:92

God is Alwetend, Wijs.

وكان ٱلله عليما حكيما

4:93

En wie een gelovende opzettelijk doodt, zijn vergelding is Djahannam, waarin hij eeuwig zal blijven; God heeft Zich in toorn ontstoken tegen hem, heeft hem vervloekt, en heeft hem een ontzaglijke pijn bereid.

ومن يقتل مؤمنا متعمدا فجزآؤه جهنم خلدا فيها وغضب ٱلله عليه ولعنه وأعد له عذابا عظيما

4:94

O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie de weg van God doorkruisen, onderscheid dan duidelijk,

يأيها ٱلذين ءامنوا إذا ضربتم في سبيل ٱلله فتبينوا

4:94

en zeg niet tot wie jullie de vrede aanbiedt: “Je bent geen gelovende”, op zoek naar de vergankelijke goederen van het leven hienieden; terwijl bij God overvloedige buit is.

ولا تقولوا لمن ألقى إليكم ٱلسلم لست مؤمنا تبتغون عرض ٱلحيوة ٱلدنيا فعند ٱلله مغانم كثيرة

4:94

Zo waren jullie voorheen, en God heeft jullie begunstigd.

كذلك كنتم من قبل فمن ٱلله عليكم

4:94

Onderscheid dus duidelijk.

فتبينوا

4:94

God is gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.

إن ٱلله كان بما تعملون خبيرا

Niet gelijk zijn zij van de gelovenden die blijven zitten, behalve de invaliden, en zij die op de weg van God strijden met hun bezittingen en hun Zelf.

لا يستوي ٱلقعدون من ٱلمؤمنين غير أولي ٱلضرر وٱلمجهدون في سبيل ٱلله بأمولهم وأنفسهم

God heeft met een graad bevoordeeld hen die strijden met hun bezittingen en hun Zelf boven hen die blijven zitten.

فضل ٱلله ٱلمجهدين بأمولهم وأنفسهم على ٱلقعدين درجة

En aan allen heeft God het schoonste beloofd;

وكلا وعد ٱلله ٱلحسنى

en God heeft hen die strijden boven hen die blijven zitten bevoordeeld met een ontzaglijke beloning – graden van Zijnentwege, een vergeving, en een welwillendheid;

وفضل ٱلله ٱلمجهدين على ٱلقعدين أجرا عظيما درجت منه ومغفرة ورحمة

en God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وكان ٱلله غفورا رحيما

4:97

Gewis, zij die door de Gemachtigden getrouw in bewaring gehouden worden terwijl zij onrecht doen aan zichzelf – zij zeggen: “Wat was jullie toestand?”

إن ٱلذين توفىهم ٱلملئكة ظالمي أنفسهم قالوا فيم كنتم

4:97

Zij zeggen: “Wij waren tot zwakte gebracht op de aarde.”

قالوا كنا مستضعفين في ٱلأرض

4:97

Zij zeggen: “Was de aarde van God niet ruim genoeg opdat jullie daarheen emigreerden?”

قالوا ألم تكن أرض ٱلله وسعة فتهاجروا فيها

4:98

Dat zijn zij wier toevlucht Djahannam zal zijn; en wat een slechte bestemming! – behalve de mannen, vrouwen en kinderen die tot zwakte gebracht zijn, die geen enkel middel kunnen vinden, noch zich naar een weg kunnen laten leiden.

فأولئك مأوىهم جهنم وسآءت مصيرا إلا ٱلمستضعفين من ٱلرجال وٱلنسآء وٱلولدن لا يستطيعون حيلة ولا يهتدون سبيلا

4:99

Dezen – het kan zijn dat God het hun kwijtscheldt.

فأولئك عسى ٱلله أن يعفو عنهم

God is Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, Zeer Vergevensgezind.

وكان ٱلله عفوا غفورا

En wie emigreert op de weg van God, zal op de aarde een overvloedige toevlucht en welstand vinden.

ومن يهاجر في سبيل ٱلله يجد في ٱلأرض مرغما كثيرا وسعة

En wie zijn huis verlaat, emigrerend naar God en Zijn gezant, en dan door de dood wordt ingehaald, zijn beloning komt voortaan God toe.

ومن يخرج من بيته مهاجرا إلى ٱلله ورسوله ثم يدركه ٱلموت فقد وقع أجره على ٱلله

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وكان ٱلله غفورا رحيما

En wanneer jullie de aarde doorkruisen, is er geen verwijt tegen jullie als jullie het Contact inkorten, als jullie vrezen dat zij die verloochenen jullie beproeven.

وإذا ضربتم في ٱلأرض فليس عليكم جناح أن تقصروا من ٱلصلوة إن خفتم أن يفتنكم ٱلذين كفروا

Zij die verloochenen zijn gewis een klaarblijkelijke vijand voor jullie.

إن ٱلكفرين كانوا لكم عدوا مبينا

En wanneer je onder hen bent, en het Contact voor hen leidt, laat dan een groep van hen met jou rechtop staan, en laat hen hun wapens nemen.

وإذا كنت فيهم فأقمت لهم ٱلصلوة فلتقم طآئفة منهم معك وليأخذوا أسلحتهم

Daarna, wanneer zij zich hebben neergeworpen, laat hen achter jullie gaan,

فإذا سجدوا فليكونوا من ورآئكم

en laat een andere groep, die het contact nog niet heeft aangeknoopt, komen om het met jou aan te knopen, terwijl zij hun voorzorgen en hun wapens nemen.

ولتأت طآئفة أخرى لم يصلوا فليصلوا معك وليأخذوا حذرهم وأسلحتهم

Zij die verloochenen zouden willen dat jullie jullie wapens en jullie bagage veronachtzaamden, om in één keer op jullie af te stormen.

ود ٱلذين كفروا لو تغفلون عن أسلحتكم وأمتعتكم فيميلون عليكم ميلة وحدة

En geen verwijt tegen jullie, als de regen jullie tot last is of als jullie ziek zijn, om jullie wapens neer te leggen;

ولا جناح عليكم إن كان بكم أذى من مطر أو كنتم مرضى أن تضعوا أسلحتكم

maar neem jullie voorzorgen.

وخذوا حذركم

God heeft gewis, voor hen die verloochenen, een verlagende pijn bereid.

إن ٱلله أعد للكفرين عذابا مهينا

En wanneer jullie het Contact hebben voltooid, herinner jullie God, staand, zittend, of op de zij liggend.

فإذا قضيتم ٱلصلوة فٱذكروا ٱلله قيما وقعودا وعلى جنوبكم

Daarna, eenmaal in gerustheid, onderhoud het Contact.

فإذا ٱطمأننتم فأقيموا ٱلصلوة

4:103

Het Contact is, voor de gelovenden, een voorschrift op vastgestelde uren.

إن ٱلصلوة كانت على ٱلمؤمنين كتبا موقوتا

En verslap niet in het zoeken naar dit volk.

ولا تهنوا في ٱبتغآء ٱلقوم

Als jullie lijden, lijden zij gewis zoals jullie lijden; maar jullie hopen van God wat zij niet hopen.

إن تكونوا تألمون فإنهم يألمون كما تألمون وترجون من ٱلله ما لا يرجون

God is Alwetend, Wijs.

وكان ٱلله عليما حكيما

4:105

Wij hebben de Schrift naar jou doen neerdalen in alle waarheid, opdat je oordeelt tussen de mensen volgens wat God je heeft doen zien.

إنآ أنزلنآ إليك ٱلكتب بٱلحق لتحكم بين ٱلناس بمآ أرىك ٱلله

En wees voor de verraders geen twistzoeker.

ولا تكن للخآئنين خصيما

En smeek God om vergeving.

وٱستغفر ٱلله

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

إن ٱلله كان غفورا رحيما

En redetwist niet ten gunste van hen die zichzelf verraden.

ولا تجدل عن ٱلذين يختانون أنفسهم

Gewis houdt God niet van wie een groot verrader is, overtreder.

إن ٱلله لا يحب من كان خوانا أثيما

Zij verbergen zich voor de mensen, en verbergen zich niet voor God, terwijl Hij bij hen is wanneer zij 's nachts uitspraken beramen die Hij niet goedkeurt.

يستخفون من ٱلناس ولا يستخفون من ٱلله وهو معهم إذ يبيتون ما لا يرضى من ٱلقول

God omvat volkomen wat zij doen.

وكان ٱلله بما يعملون محيطا

4:109

Daar zijn jullie, jullie die ten gunste van hen hebben geredetwist in het leven hienieden; maar wie zal met God ten gunste van hen redetwisten, op de Dag van het Verschijnen? Of wie zal voor hen lasthebber zijn?

هأنتم هؤلآء جدلتم عنهم في ٱلحيوة ٱلدنيا فمن يجدل ٱلله عنهم يوم ٱلقيمة أم من يكون عليهم وكيلا

En wie een kwaad bedrijft, of onrecht doet aan zijn eigen Zelf, en dan God om vergeving smeekt, zal God Zeer Vergevensgezind, Welwillend vinden.

ومن يعمل سوءا أو يظلم نفسه ثم يستغفر ٱلله يجد ٱلله غفورا رحيما

En wie een overtreding verwerft, verwerft die slechts tegen zijn eigen Zelf.

ومن يكسب إثما فإنما يكسبه على نفسه

God is Alwetend, Wijs.

وكان ٱلله عليما حكيما

En wie een fout of een overtreding verwerft, en daarvan dan iemand beschuldigt die ervan vrij is, maakt zich drager van een laster en een klaarblijkelijke overtreding.

ومن يكسب خطية أو إثما ثم يرم به بريا فقد ٱحتمل بهتنا وإثما مبينا

En zonder de gunst van God over jou en Zijn welwillendheid zou een groep van hen het voornemen hebben gehad jou te doen dwalen;

ولولا فضل ٱلله عليك ورحمته لهمت طآئفة منهم أن يضلوك

maar zij doen slechts zichzelf dwalen, en zij kunnen jou in niets schaden.

وما يضلون إلآ أنفسهم وما يضرونك من شىء

4:113

En God heeft de Schrift en de wijsheid op jou doen neerdalen, en heeft jou geleerd wat je niet wist.

وأنزل ٱلله عليك ٱلكتب وٱلحكمة وعلمك ما لم تكن تعلم

De gunst van God over jou is ontzaglijk.

وكان فضل ٱلله عليك عظيما

In de meeste van hun heimelijke beraadslagingen is geen enkel goed, behalve voor wie liefdadigheid beveelt, of het naar gebruik erkende, of een verzoening tussen de mensen.

لا خير في كثير من نجوىهم إلا من أمر بصدقة أو معروف أو إصلح بين ٱلناس

En wie dat doet, op zoek naar de instemming van God, Wij zullen hem een ontzaglijke beloning geven.

ومن يفعل ذلك ٱبتغآء مرضات ٱلله فسوف نؤتيه أجرا عظيما

En wie zich in breuk tegen de gezant opstelt, nadat de leiding hem duidelijk is geworden, en een andere weg volgt dan die van de gelovenden, Wij zullen hem laten bij datgene waartoe hij zich gekeerd heeft, en Wij zullen hem doen branden in Djahannam.

ومن يشاقق ٱلرسول من بعد ما تبين له ٱلهدى ويتبع غير سبيل ٱلمؤمنين نوله ما تولى ونصله جهنم

En wat een slechte bestemming!

وسآءت مصيرا

God vergeeft gewis niet dat men met Hem associeert,

إن ٱلله لا يغفر أن يشرك به

maar Hij vergeeft wat aan deze zijde daarvan is aan wie het Hem behaagt.

ويغفر ما دون ذلك لمن يشآء

En wie met God associeert, dwaalt in een verre dwaling.

ومن يشرك بٱلله فقد ضل ضللا بعيدا

Zij roepen buiten Hem slechts vrouwtjes aan, en zij roepen slechts een weerspannige Afleider aan, die God vervloekt heeft,

إن يدعون من دونه إلآ إنثا وإن يدعون إلا شيطنا مريدا لعنه ٱلله

die gezegd heeft: “Voorzeker zal ik onder Uw gehoorzamen een bedongen portie nemen; voorzeker zal ik hen doen dwalen, voorzeker zal ik hun ijdele hoop geven, voorzeker zal ik hun bevelen de oren van het vee te splijten, en voorzeker zal ik hun bevelen de schepping van God te wijzigen.”

وقال لأتخذن من عبادك نصيبا مفروضا ولأضلنهم ولأمنينهم ولءامرنهم فليبتكن ءاذان ٱلأنعم ولءامرنهم فليغيرن خلق ٱلله

4:119

En wie de Afleider tot bondgenoot neemt, buiten God, heeft gewis een klaarblijkelijk verlies geleden.

ومن يتخذ ٱلشيطن وليا من دون ٱلله فقد خسر خسرانا مبينا

Hij doet hun beloften en geeft hun ijdele hoop,

يعدهم ويمنيهم

4:120

en de Afleider belooft hun slechts lokaas.

وما يعدهم ٱلشيطن إلا غرورا

Dat zijn zij wier toevlucht Djahannam zal zijn,

أولئك مأوىهم جهنم

en zij zullen daarin geen enkele ontsnapping vinden.

ولا يجدون عنها محيصا

En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Wij zullen hen doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.

وٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت سندخلهم جنت تجري من تحتها ٱلأنهر خلدين فيهآ أبدا

Belofte van God, in alle waarheid.

وعد ٱلله حقا

En wie is waarachtiger dan God in uitspraak?

ومن أصدق من ٱلله قيلا

4:123

Het hangt niet af van jullie wensen, noch van de wensen van de lieden van de Schrift.

ليس بأمانيكم ولآ أماني أهل ٱلكتب

Wie een kwaad bedrijft, zal ervoor vergolden worden, en zal buiten God geen beschermer en geen hulp vinden.

من يعمل سوءا يجز به ولا يجد له من دون ٱلله وليا ولا نصيرا

4:124

En wie deugdelijke werken verricht, man of vrouw, terwijl hij gelovende is, dezen zullen in de Tuin worden binnengeleid, en geen onrecht ondergaan, al is het van de inkeping van een dadelpit.

ومن يعمل من ٱلصلحت من ذكر أو أنثى وهو مؤمن فأولئك يدخلون ٱلجنة ولا يظلمون نقيرا

4:125

En wie heeft een schonere Wet dan hij die zijn richting tegenover God integer heeft gemaakt, terwijl hij het goede doet, en de leer van Ibrahim heeft gevolgd, geheel op God gericht?

ومن أحسن دينا ممن أسلم وجهه لله وهو محسن وٱتبع ملة إبرهيم حنيفا

4:125

En God heeft Ibrahim tot intieme vriend genomen.

وٱتخذ ٱلله إبرهيم خليلا

En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

ولله ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض

God omvat alles volkomen.

وكان ٱلله بكل شىء محيطا

En zij raadplegen jou over de vrouwen.

ويستفتونك في ٱلنسآء

4:127

Zeg: “God geeft jullie Zijn advies over hen, evenals wat jullie in de Schrift wordt voorgedragen over de weesmeisjes aan wie jullie niet geven wat hun is voorgeschreven, terwijl jullie eraan hechten hen te huwen, en over de kinderen die tot zwakte gebracht zijn, en over het zich gedragen jegens de weeskinderen in volle billijkheid.

قل ٱلله يفتيكم فيهن وما يتلى عليكم في ٱلكتب في يتمى ٱلنسآء ٱلتي لا تؤتونهن ما كتب لهن وترغبون أن تنكحوهن وٱلمستضعفين من ٱلولدن وأن تقوموا لليتمى بٱلقسط

En welk goed jullie ook doen, God is er gewis Alwetend over.”

وما تفعلوا من خير فإن ٱلله كان به عليما

En als een vrouw van haar man een aanhoudende vijandigheid of een onttrekking vreest, is er geen verwijt tegen hen als zij zich verzoenen door een akkoord;

وإن ٱمرأة خافت من بعلها نشوزا أو إعراضا فلا جناح عليهمآ أن يصلحا بينهما صلحا

en de verzoening is beter.

وٱلصلح خير

En de hebzucht is steeds aanwezig bij de Zelven;

وأحضرت ٱلأنفس ٱلشح

maar als jullie het goede doen en jullie behoeden, is God gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.

وإن تحسنوا وتتقوا فإن ٱلله كان بما تعملون خبيرا

En jullie zullen nooit rechtvaardig kunnen zijn tussen de vrouwen, ook al hechten jullie eraan;

ولن تستطيعوا أن تعدلوا بين ٱلنسآء ولو حرصتم

laat jullie dus niet geheel overhellen, zodat jullie de ander als hangende achterlaten.

فلا تميلوا كل ٱلميل فتذروها كٱلمعلقة

En als jullie je verzoenen en je behoeden, is God gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وإن تصلحوا وتتقوا فإن ٱلله كان غفورا رحيما

En als zij scheiden, zal God ieder van hen verrijken met Zijn wijdte.

وإن يتفرقا يغن ٱلله كلا من سعته

God is Veelomvattend, Wijs.

وكان ٱلله وسعا حكيما

En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

ولله ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض

4:131

Gewis hebben Wij aan hen aan wie de Schrift vóór jullie is gegeven, en aan jullie zelf, aanbevolen zich te behoeden voor God.

ولقد وصينا ٱلذين أوتوا ٱلكتب من قبلكم وإياكم أن ٱتقوا ٱلله

En als jullie verloochenen, aan God behoort gewis toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

وإن تكفروا فإن لله ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض

God is Rijk, Lofwaardig.

وكان ٱلله غنيا حميدا

En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

ولله ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض

4:132

En God volstaat als lasthebber.

وكفى بٱلله وكيلا

4:133

Als het Hem behaagt, voert Hij jullie weg, o mensen, en laat Hij anderen komen.

إن يشأ يذهبكم أيها ٱلناس ويأت باخرين

God is daartoe in staat.

وكان ٱلله على ذلك قديرا

Wie de tegenprestatie van hienieden wil – bij God bevindt zich de tegenprestatie van hienieden en van het laatste leven.

من كان يريد ثواب ٱلدنيا فعند ٱلله ثواب ٱلدنيا وٱلءاخرة

God is de Alhorende, de Alziende.

وكان ٱلله سميعا بصيرا

4:135

O jullie die geloofd hebben! Behoor tot hen die de billijkheid stevig onderhouden, getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf, of jullie ouders, of jullie verwanten.

يأيها ٱلذين ءامنوا كونوا قومين بٱلقسط شهدآء لله ولو على أنفسكم أو ٱلولدين وٱلأقربين

4:135

Of hij rijk of arm is, God staat hen beiden nader; volg dus de emotie niet, zodat jullie niet meer rechtvaardig zijn.

إن يكن غنيا أو فقيرا فٱلله أولى بهما فلا تتبعوا ٱلهوى أن تعدلوا

4:135

En als jullie verdraaien of jullie onttrekken, is God gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.

وإن تلوا أو تعرضوا فإن ٱلله كان بما تعملون خبيرا

4:136

O jullie die geloofd hebben! Geloof in God, in Zijn gezant, in de Schrift die Hij op Zijn gezant heeft doen neerdalen, en in de Schrift die Hij voorheen heeft doen neerdalen.

يأيها ٱلذين ءامنوا ءامنوا بٱلله ورسوله وٱلكتب ٱلذي نزل على رسوله وٱلكتب ٱلذي أنزل من قبل

4:136

En wie God, Zijn Gemachtigden, Zijn schriften, Zijn gezanten en de Laatste Dag verloochent, dwaalt in een verre dwaling.

ومن يكفر بٱلله وملئكته وكتبه ورسله وٱليوم ٱلءاخر فقد ضل ضللا بعيدا

Gewis, zij die geloofd hebben, daarna verloochend hebben, daarna geloofd hebben, daarna verloochend hebben, daarna in verloochening zijn toegenomen – het past God niet hun te vergeven, noch hen te leiden naar een weg.

إن ٱلذين ءامنوا ثم كفروا ثم ءامنوا ثم كفروا ثم ٱزدادوا كفرا لم يكن ٱلله ليغفر لهم ولا ليهديهم سبيلا

Kondig de huichelaars aan dat zij een schrijnende pijn zullen hebben – zij die hen die verloochenen tot bondgenoten nemen, buiten de gelovenden.

بشر ٱلمنفقين بأن لهم عذابا أليما ٱلذين يتخذون ٱلكفرين أوليآء من دون ٱلمؤمنين

Zoeken zij macht bij hen? Gewis behoort alle macht aan God toe.

أيبتغون عندهم ٱلعزة فإن ٱلعزة لله جميعا

4:140

En Hij heeft reeds op jullie doen neerdalen, in de Schrift: wanneer jullie de tekenen van God horen verloochenen en ze honen, blijf dan niet bij hen zitten, totdat zij zich onderdompelen in een andere rede;

وقد نزل عليكم في ٱلكتب أن إذا سمعتم ءايت ٱلله يكفر بها ويستهزأ بها فلا تقعدوا معهم حتى يخوضوا في حديث غيره

4:140

jullie zouden dan gewis zijn als zij.

إنكم إذا مثلهم

Gewis zal God de huichelaars en hen die verloochenen allen tezamen bijeenbrengen in Djahannam – zij die in afwachting zijn ten aanzien van jullie: als een opening van God jullie ten deel valt, zeggen zij: “Waren wij niet met jullie?” en als een deel toekomt aan hen die verloochenen, zeggen zij: “Hebben wij ons niet van jullie meester gemaakt, en jullie niet aan de gelovenden onttrokken?”

إن ٱلله جامع ٱلمنفقين وٱلكفرين في جهنم جميعا ٱلذين يتربصون بكم فإن كان لكم فتح من ٱلله قالوا ألم نكن معكم وإن كان للكفرين نصيب قالوا ألم نستحوذ عليكم ونمنعكم من ٱلمؤمنين

God zal tussen jullie oordelen, op de Dag van het Verschijnen;

فٱلله يحكم بينكم يوم ٱلقيمة

en God zal aan de verloochenaars nooit een weg over de gelovenden toekennen.

ولن يجعل ٱلله للكفرين على ٱلمؤمنين سبيلا

De huichelaars trachten God te misleiden, en Hij is het die hen misleidt.

إن ٱلمنفقين يخدعون ٱلله وهو خدعهم

En wanneer zij opstaan voor het Contact, staan zij op met luiheid, uit vertoon voor de mensen, en herinneren zich God slechts weinig, aarzelend tussen die twee, noch aan de ene noch aan de andere kant.

وإذا قاموا إلى ٱلصلوة قاموا كسالى يرآءون ٱلناس ولا يذكرون ٱلله إلا قليلا مذبذبين بين ذلك لآ إلى هؤلآء ولآ إلى هؤلآء

En wie God doet dwalen, voor hem zul je geen enkele weg vinden.

ومن يضلل ٱلله فلن تجد له سبيلا

O jullie die geloofd hebben! Neem hen die verloochenen niet tot bondgenoten, buiten de gelovenden.

يأيها ٱلذين ءامنوا لا تتخذوا ٱلكفرين أوليآء من دون ٱلمؤمنين

Willen jullie aan God een klaarblijkelijk gezag tegen jullie toewijzen?

أتريدون أن تجعلوا لله عليكم سلطنا مبينا

De huichelaars zijn gewis in de laagste laag van het Vuur, en je zult nooit een hulp voor hen vinden –

إن ٱلمنفقين في ٱلدرك ٱلأسفل من ٱلنار ولن تجد لهم نصيرا

behalve zij die terugkeren, zich saneren, zich stevig aan God hechten, en hun Wet uitsluitend aan God toewijden: dat zijn zij die bij de gelovenden zijn,

إلا ٱلذين تابوا وأصلحوا وٱعتصموا بٱلله وأخلصوا دينهم لله فأولئك مع ٱلمؤمنين

en God zal de gelovenden weldra een ontzaglijke beloning geven.

وسوف يؤت ٱلله ٱلمؤمنين أجرا عظيما

Wat zou God met jullie pijn doen, als jullie dankbaar en gelovend zijn?

ما يفعل ٱلله بعذابكم إن شكرتم وءامنتم

God is Dankbaar, Alwetend.

وكان ٱلله شاكرا عليما

God houdt er niet van dat het kwaad luid gezegd wordt, behalve van de zijde van hem die onrecht heeft ondergaan.

لا يحب ٱلله ٱلجهر بٱلسوء من ٱلقول إلا من ظلم

God is de Alhorende, de Alwetende.

وكان ٱلله سميعا عليما

Of jullie iets goeds zichtbaar maken, of het verbergen, of een kwaad kwijtschelden, gewis is God Hij die onophoudelijk kwijtscheldt, In Staat.

إن تبدوا خيرا أو تخفوه أو تعفوا عن سوء فإن ٱلله كان عفوا قديرا

Zij die God en Zijn gezanten verloochenen, en God van Zijn gezanten willen scheiden, zeggend: “Wij geloven in een deel, en wij verloochenen een deel”, en daartussen een weg willen banen – dat zijn de ware verloochenaars.

إن ٱلذين يكفرون بٱلله ورسله ويريدون أن يفرقوا بين ٱلله ورسله ويقولون نؤمن ببعض ونكفر ببعض ويريدون أن يتخذوا بين ذلك سبيلا أولئك هم ٱلكفرون حقا

En Wij hebben voor hen die verloochenen een verlagende pijn klaargemaakt.

وأعتدنا للكفرين عذابا مهينا

4:152

En zij die in God en in Zijn gezanten geloofd hebben, en tussen hen geen enkel onderscheid hebben gemaakt, aan dezen zal Hij weldra hun beloningen geven.

وٱلذين ءامنوا بٱلله ورسله ولم يفرقوا بين أحد منهم أولئك سوف يؤتيهم أجورهم

4:152

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وكان ٱلله غفورا رحيما

4:153

De lieden van de Schrift vragen jou een schrift uit de hemel op hen te doen neerdalen.

يسلك أهل ٱلكتب أن تنزل عليهم كتبا من ٱلسمآء

4:153

Zij hebben nochtans aan Moesa iets groters dan dat gevraagd, zeggend: “Laat ons God openlijk zien”; de bliksem greep hen toen vanwege hun onrecht.

فقد سألوا موسى أكبر من ذلك فقالوا أرنا ٱلله جهرة فأخذتهم ٱلصعقة بظلمهم

Daarna namen zij het kalf, nadat de duidelijke bewijzen hun gekomen waren; maar Wij hebben dat kwijtgescholden,

ثم ٱتخذوا ٱلعجل من بعد ما جآءتهم ٱلبينت فعفونا عن ذلك

4:153

en Wij gaven Moesa een klaarblijkelijk gezag.

وءاتينا موسى سلطنا مبينا

En Wij verhieven boven hen de Berg, krachtens hun plechtige verbintenis,

ورفعنا فوقهم ٱلطور بميثقهم

en Wij zeiden hun: “Treed door de poort binnen, jullie neerwerpend”,

وقلنا لهم ٱدخلوا ٱلباب سجدا

en Wij zeiden hun: “Overschrijd de grenzen niet ten aanzien van de Rust”,

وقلنا لهم لا تعدوا في ٱلسبت

en Wij hebben van hen een plechtige en vaste verbintenis afgenomen.

وأخذنا منهم ميثقا غليظا

Het is omdat zij hun plechtige verbintenis hebben verbroken, de tekenen van God hebben verloochend, de berichtgevers zonder recht hebben gedood, en hebben gezegd: “Onze kernen zijn omhuld” – nee, het is God die een afdruk op hun kernen heeft aangebracht vanwege hun verloochening, zodat zij slechts weinig geloven – en vanwege hun verloochening, en hun aanwrijving tegen Marjam van een ontzaglijke laster, en omdat zij hebben gezegd: “Wij hebben Al-Masih, Isa, zoon van Marjam, de gezant van God, gewis gedood”,

فبما نقضهم ميثقهم وكفرهم بايت ٱلله وقتلهم ٱلأنبيآء بغير حق وقولهم قلوبنا غلف بل طبع ٱلله عليها بكفرهم فلا يؤمنون إلا قليلا وبكفرهم وقولهم على مريم بهتنا عظيما وقولهم إنا قتلنا ٱلمسيح عيسى ٱبن مريم رسول ٱلله

terwijl zij hem niet hebben gedood en niet hebben gekruisigd, maar een gelijkenis daarvan werd hun gegeven.

وما قتلوه وما صلبوه ولكن شبه لهم

En voorzeker zijn zij die over hem uiteenlopen in verlegenheid daaromtrent.

وإن ٱلذين ٱختلفوا فيه لفي شك منه

Zij hebben daarvan geen enkel weten,

ما لهم به من علم

behalve het volgen van het vermoeden.

إلا ٱتباع ٱلظن

En zij hebben hem zeker niet gedood.

وما قتلوه يقينا

4:158

God heeft hem, integendeel, tot Zich verheven.

بل رفعه ٱلله إليه

God is Almachtig, Wijs.

وكان ٱلله عزيزا حكيما

4:159

En er is niemand, onder de lieden van de Schrift, die niet voorzeker in hem gelooft vóór zijn dood; en op de Dag van het Verschijnen zal hij getuige tegen hen zijn.

وإن من أهل ٱلكتب إلا ليؤمنن به قبل موته ويوم ٱلقيمة يكون عليهم شهيدا

Het is vanwege het onrecht van de Geheroriënteerden dat Wij hun goede dingen hebben ontzegd die hun geoorloofd waren gemaakt, en omdat zij de weg van God vaak hebben versperd, en omdat zij woeker hebben uitgeoefend, terwijl dat hun verboden was, en de bezittingen van de mensen door het valse hebben verslonden.

فبظلم من ٱلذين هادوا حرمنا عليهم طيبت أحلت لهم وبصدهم عن سبيل ٱلله كثيرا وأخذهم ٱلربوا وقد نهوا عنه وأكلهم أمول ٱلناس بٱلبطل

En Wij hebben, voor hen onder hen die verloochenen, een schrijnende pijn klaargemaakt.

وأعتدنا للكفرين منهم عذابا أليما

Maar zij onder hen die stevig geworteld zijn in het weten, en de gelovenden, geloven in wat naar jou is neergedaald en in wat vóór jou is neergedaald, evenals zij die het Contact onderhouden,

لكن ٱلرسخون في ٱلعلم منهم وٱلمؤمنون يؤمنون بمآ أنزل إليك ومآ أنزل من قبلك وٱلمقيمين ٱلصلوة

zij die de zuivere vrijgevigheid geven, en zij die in God en in de Laatste Dag geloven – dat zijn zij aan wie Wij weldra een ontzaglijke beloning zullen geven.

وٱلمؤتون ٱلزكوة وٱلمؤمنون بٱلله وٱليوم ٱلءاخر أولئك سنؤتيهم أجرا عظيما

4:163

Wij hebben jou gewis geopenbaard, zoals Wij aan Noeh en aan de berichtgevers na hem hebben geopenbaard,

إنآ أوحينآ إليك كمآ أوحينآ إلى نوح وٱلنبين من بعده

4:163

en Wij hebben geopenbaard aan Ibrahim, Isma'il, Ishaq, Ja'qoeb, de afstammingslijnen, Isa, Ajjoeb, Joenoes, Haroen en Soelaiman;

وأوحينآ إلى إبرهيم وإسمعيل وإسحق ويعقوب وٱلأسباط وعيسى وأيوب ويونس وهرون وسليمن

4:163

en Wij hebben aan Dawoed een Formularium gegeven.

وءاتينا داود زبورا

En gezanten van wie Wij jou reeds het verhaal hebben gedaan, en gezanten van wie Wij jou het verhaal niet hebben gedaan;

ورسلا قد قصصنهم عليك من قبل ورسلا لم نقصصهم عليك

4:164

en God sprak tot Moesa met een woord.

وكلم ٱلله موسى تكليما

Gezanten, aankondigers en waarschuwers, opdat de mensen na de gezanten geen argument meer hebben tegen God.

رسلا مبشرين ومنذرين لئلا يكون للناس على ٱلله حجة بعد ٱلرسل

God is Almachtig, Wijs.

وكان ٱلله عزيزا حكيما

Maar God getuigt van wat Hij naar jou heeft doen neerdalen;

لكن ٱلله يشهد بمآ أنزل إليك

4:166

Hij heeft het doen neerdalen met Zijn weten, en de Gemachtigden getuigen ervan.

أنزله بعلمه وٱلملئكة يشهدون

En God volstaat als getuige.

وكفى بٱلله شهيدا

Zij die verloochend hebben en de weg van God hebben versperd, hebben gewis in een verre dwaling gedwaald.

إن ٱلذين كفروا وصدوا عن سبيل ٱلله قد ضلوا ضللا بعيدا

Gewis, zij die verloochend hebben en onrecht hebben bedreven – het past God niet hun te vergeven, noch hen te leiden naar een route, behalve de route van Djahannam, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.

إن ٱلذين كفروا وظلموا لم يكن ٱلله ليغفر لهم ولا ليهديهم طريقا إلا طريق جهنم خلدين فيهآ أبدا

En dat is, voor God, iets gemakkelijks.

وكان ذلك على ٱلله يسيرا

O mensen! De gezant is gewis met de waarheid tot jullie gekomen, van de zijde van jullie Voogd; geloof dus, dat is beter voor jullie.

يأيها ٱلناس قد جآءكم ٱلرسول بٱلحق من ربكم فامنوا خيرا لكم

En als jullie verloochenen, aan God behoort gewis toe wat in de hemelen en op de aarde is.

وإن تكفروا فإن لله ما في ٱلسموت وٱلأرض

God is Alwetend, Wijs.

وكان ٱلله عليما حكيما

4:171

O lieden van de Schrift! Overdrijf niet in jullie Wet, en zeg over God slechts de waarheid.

يأهل ٱلكتب لا تغلوا في دينكم ولا تقولوا على ٱلله إلا ٱلحق

4:171

Al-Masih, Isa, zoon van Marjam, is slechts de gezant van God, en Zijn woord,

إنما ٱلمسيح عيسى ٱبن مريم رسول ٱلله وكلمته

4:171

dat Hij tot Marjam gericht heeft, en een Toestroom van Hem.

ألقىهآ إلى مريم وروح منه

4:171

Geloof dus in God en in Zijn gezanten,

فامنوا بٱلله ورسله

4:171

en zeg niet: “Drie”.

ولا تقولوا ثلثة

4:171

Houd op: dat is beter voor jullie.

ٱنتهوا خيرا لكم

4:171

God is slechts een enige godheid.

إنما ٱلله إله وحد

4:171

Glorie zij Hem! Hij staat erboven een kind te hebben.

سبحنه أن يكون له ولد

Aan Hem behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

له ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض

4:171

En God volstaat als lasthebber.

وكفى بٱلله وكيلا

4:172

Al-Masih zal er nooit op neerzien een gehoorzame van God te zijn, noch de genaderde Gemachtigden.

لن يستنكف ٱلمسيح أن يكون عبدا لله ولا ٱلملئكة ٱلمقربون

En wie het versmaadt Hem te gehoorzamen, en opzwelt van hoogmoed, hen zal Hij weldra tot Zich verzamelen, allen tezamen.

ومن يستنكف عن عبادته ويستكبر فسيحشرهم إليه جميعا

Wat betreft hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Hij zal hun hun beloningen getrouw teruggeven, en Hij zal hun meer geven van Zijn gunst;

فأما ٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت فيوفيهم أجورهم ويزيدهم من فضله

en wat betreft hen die versmaad hebben en van hoogmoed zijn opgezwollen, Hij zal hun een schrijnende pijn opleggen, en zij zullen buiten God geen beschermer en geen hulp vinden.

وأما ٱلذين ٱستنكفوا وٱستكبروا فيعذبهم عذابا أليما ولا يجدون لهم من دون ٱلله وليا ولا نصيرا

O mensen! Een aantoning is gewis tot jullie gekomen van jullie Voogd, en Wij hebben naar jullie een uitdrukkelijk licht doen neerdalen.

يأيها ٱلناس قد جآءكم برهن من ربكم وأنزلنآ إليكم نورا مبينا

Wat betreft hen die in God geloofd hebben en zich er stevig aan hebben gehecht, Hij zal hen weldra doen binnengaan in een welwillendheid van Hem, en een gunst, en Hij zal hen tot Zich leiden over een rechtlijnig pad.

فأما ٱلذين ءامنوا بٱلله وٱعتصموا به فسيدخلهم في رحمة منه وفضل ويهديهم إليه صرطا مستقيما

4:176

Zij raadplegen jou.

يستفتونك

4:176

Zeg: “God geeft jullie Zijn advies over de kalala.

قل ٱلله يفتيكم في ٱلكللة

4:176

Als een man omkomt zonder kind, maar een zus heeft, komt haar de helft toe van wat hij nalaat;

إن ٱمرؤا هلك ليس له ولد وله أخت فلها نصف ما ترك

4:176

en hij erft van haar, als zij geen kind heeft.

وهو يرثهآ إن لم يكن لها ولد

4:176

Maar als zij twee zijn, dan komen hun de twee derde toe van wat hij nalaat;

فإن كانتا ٱثنتين فلهما ٱلثلثان مما ترك

4:176

en als zij meerdere zijn, broers en zussen, dan komt aan het mannelijke het equivalent toe van het aandeel van twee vrouwelijken.

وإن كانوا إخوة رجالا ونسآء فللذكر مثل حظ ٱلأنثيين

4:176

God verduidelijkt jullie dit, opdat jullie niet dwalen;

يبين ٱلله لكم أن تضلوا

4:176

en God is Alwetend over alles.”

وٱلله بكل شىء عليم

← Index van de soera's