Naar de inhoud
القرآنal-quran.fr
Menu
100%
القرآن

التوبة

At-Tawba

God Suffices Me

Soera 9 · 129 verzen

9:1

Kwijting, van de zijde van God en Zijn gezant, jegens hen onder de associeerders met wie jullie een pact gesloten hadden.

برآءة من ٱلله ورسوله إلى ٱلذين عهدتم من ٱلمشركين

9:2

Wees dus rondtrekkend op de aarde gedurende vier maanden,

فسيحوا في ٱلأرض أربعة أشهر

en weet dat jullie God niet tot onmacht zullen brengen, en dat God hen die verloochenen met schaamte bedekt.

وٱعلموا أنكم غير معجزي ٱلله وأن ٱلله مخزي ٱلكفرين

9:3

En een afkondiging van God en Zijn gezant aan de mensen, op de dag van de Grote Convergentie van de hadj: God is vrij van de associeerders, evenals Zijn gezant.

وأذن من ٱلله ورسوله إلى ٱلناس يوم ٱلحج ٱلأكبر أن ٱلله بريء من ٱلمشركين ورسوله

9:3

Als jullie dus terugkeren, is dat beter voor jullie;

فإن تبتم فهو خير لكم

9:3

maar als jullie de rug toekeren, weet dat jullie God niet tot onmacht zullen brengen.

وإن توليتم فٱعلموا أنكم غير معجزي ٱلله

9:4

En kondig hen die verloochend hebben een schrijnende pijn aan – behalve hen onder de associeerders met wie jullie een pact gesloten hebben, die jullie daarna in niets in de steek gelaten hebben en niemand tegen jullie hebben gesteund: voltooi jegens hen hun pact tot zijn termijn.

وبشر ٱلذين كفروا بعذاب أليم إلا ٱلذين عهدتم من ٱلمشركين ثم لم ينقصوكم شيا ولم يظهروا عليكم أحدا فأتموا إليهم عهدهم إلى مدتهم

9:4

Gewis houdt God van hen die zich behoeden.

إن ٱلله يحب ٱلمتقين

9:5

Wanneer de onschendbare maanden afgelopen zijn, dood de associeerders overal waar jullie hen vinden; grijp hen, beleger hen, en stel jullie voor hen op bij elk observatiepunt.

فإذا ٱنسلخ ٱلأشهر ٱلحرم فٱقتلوا ٱلمشركين حيث وجدتموهم وخذوهم وٱحصروهم وٱقعدوا لهم كل مرصد

Maar als zij terugkeren, het Contact onderhouden en de zuivere vrijgevigheid geven, laat hun dan de weg vrij.

فإن تابوا وأقاموا ٱلصلوة وءاتوا ٱلزكوة فخلوا سبيلهم

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

إن ٱلله غفور رحيم

9:6

En als een van de associeerders je om asiel vraagt, verleen hem asiel, totdat hij het woord van God hoort, breng hem dan naar zijn veilige plaats.

وإن أحد من ٱلمشركين ٱستجارك فأجره حتى يسمع كلم ٱلله ثم أبلغه مأمنه

9:6

Dat, omdat zij een volk zijn dat niet weet.

ذلك بأنهم قوم لا يعلمون

9:7

Hoe zou er voor de associeerders een pact kunnen zijn bij God en bij Zijn gezant – behalve voor hen met wie jullie een pact gesloten hebben nabij de onschendbare plaats van neerwerping? Zolang zij zich rechtop houden jegens jullie, houd jullie rechtop jegens hen.

كيف يكون للمشركين عهد عند ٱلله وعند رسوله إلا ٱلذين عهدتم عند ٱلمسجد ٱلحرام فما ٱستقموا لكم فٱستقيموا لهم

9:7

Gewis houdt God van hen die zich behoeden.

إن ٱلله يحب ٱلمتقين

Hoe dan? Als zij de overhand over jullie kregen, zouden zij ten aanzien van jullie geen verwantschapsschakel en geen waarborg respecteren.

كيف وإن يظهروا عليكم لا يرقبوا فيكم إلا ولا ذمة

Zij stellen jullie tevreden met hun monden, terwijl hun kernen weigeren; en de meesten van hen zijn grensoverschrijders.

يرضونكم بأفوههم وتأبى قلوبهم وأكثرهم فسقون

Zij hebben, met de tekenen van God, een povere prijs gekocht, en zij hebben Zijn weg versperd.

ٱشتروا بايت ٱلله ثمنا قليلا فصدوا عن سبيله

Hoe slecht is wat zij deden!

إنهم سآء ما كانوا يعملون

Zij respecteren, ten aanzien van een gelovende, geen verwantschapsschakel en geen waarborg.

لا يرقبون في مؤمن إلا ولا ذمة

En dat zijn de agressors.

وأولئك هم ٱلمعتدون

9:11

Als zij terugkeren, het Contact onderhouden en de zuivere vrijgevigheid geven, dan zijn zij jullie broers in de Wet.

فإن تابوا وأقاموا ٱلصلوة وءاتوا ٱلزكوة فإخونكم في ٱلدين

9:11

En Wij zetten de tekenen uiteen voor een volk dat weet.

ونفصل ٱلءايت لقوم يعلمون

Maar als zij hun eden schenden na hun pact, en jullie Wet te lijf gaan, bevecht dan de leidsmannen van de verloochening,

وإن نكثوا أيمنهم من بعد عهدهم وطعنوا في دينكم فقتلوا أئمة ٱلكفر

want zij hebben geen geldige eden – misschien zullen zij ophouden.

إنهم لآ أيمن لهم لعلهم ينتهون

Zullen jullie dan geen volk bevechten dat zijn eden geschonden heeft, dat het voornemen had de gezant te verdrijven, en dat jullie als eerste aangevallen heeft? Zouden jullie hen duchten?

ألا تقتلون قوما نكثوا أيمنهم وهموا بإخراج ٱلرسول وهم بدءوكم أول مرة أتخشونهم

God heeft er meer recht op dat jullie Hem duchten, als jullie gelovenden zijn.

فٱلله أحق أن تخشوه إن كنتم مؤمنين

Bevecht hen: God zal hun pijn opleggen door jullie handen, hen met schaamte bedekken, jullie helpen tegen hen, de borsten van een gelovend volk genezen, en de woede van hun kernen wegnemen.

قتلوهم يعذبهم ٱلله بأيديكم ويخزهم وينصركم عليهم ويشف صدور قوم مؤمنين ويذهب غيظ قلوبهم

En God keert met mildheid terug naar wie het Hem behaagt.

ويتوب ٱلله على من يشآء

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

Of dachten jullie dat jullie gelaten zouden worden, zonder dat God nog onderscheiden had wie van jullie gestreden hebben en, buiten God, Zijn gezant en de gelovenden, geen enkele vertrouweling hebben genomen?

أم حسبتم أن تتركوا ولما يعلم ٱلله ٱلذين جهدوا منكم ولم يتخذوا من دون ٱلله ولا رسوله ولا ٱلمؤمنين وليجة

En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.

وٱلله خبير بما تعملون

Het komt de associeerders niet toe de plaatsen van neerwerping van God te bevolken, terwijl zij tegen zichzelf getuigen van de verloochening.

ما كان للمشركين أن يعمروا مسجد ٱلله شهدين على أنفسهم بٱلكفر

Dat zijn zij wier werken zijn ingestort, en die eeuwig in het Vuur verblijven.

أولئك حبطت أعملهم وفي ٱلنار هم خلدون

De plaatsen van neerwerping van God bevolkt slechts wie in God en in de Laatste Dag geloofd heeft, het Contact onderhouden heeft, de zuivere vrijgevigheid gegeven heeft, en niemand dan God alleen geducht heeft – het kan zijn dat zij tot hen behoren die zich laten leiden.

إنما يعمر مسجد ٱلله من ءامن بٱلله وٱليوم ٱلءاخر وأقام ٱلصلوة وءاتى ٱلزكوة ولم يخش إلا ٱلله فعسى أولئك أن يكونوا من ٱلمهتدين

9:19

Hebben jullie het laven van hen die de hadj verrichten en het bevolken van de onschendbare plaats van neerwerping het equivalent gemaakt van hem die in God en in de Laatste Dag geloofd heeft, en die gestreden heeft op de weg van God?

أجعلتم سقاية ٱلحآج وعمارة ٱلمسجد ٱلحرام كمن ءامن بٱلله وٱليوم ٱلءاخر وجهد في سبيل ٱلله

Zij zijn niet gelijk bij God.

لا يستون عند ٱلله

En God leidt het onrechtvaardige volk niet.

وٱلله لا يهدي ٱلقوم ٱلظلمين

Zij die geloofd hebben, die geëmigreerd zijn en die gestreden hebben op de weg van God, met hun bezittingen en hun Zelf, hebben een ontzaglijker graad bij God,

ٱلذين ءامنوا وهاجروا وجهدوا في سبيل ٱلله بأمولهم وأنفسهم أعظم درجة عند ٱلله

en dezen zijn de zegevierenden.

وأولئك هم ٱلفآئزون

Hun Voogd kondigt hun een welwillendheid van Hem aan, een instemming, en tuinen waar zij een weldaad zullen hebben die zich handhaaft, om er eeuwig te blijven, voor immer.

يبشرهم ربهم برحمة منه ورضون وجنت لهم فيها نعيم مقيم خلدين فيهآ أبدا

Bij God is een ontzaglijke beloning.

إن ٱلله عنده أجر عظيم

O jullie die geloofd hebben! Neem jullie vaders en jullie broers niet tot bondgenoten, als zij de verloochening liever hebben dan het geloof.

يأيها ٱلذين ءامنوا لا تتخذوا ءابآءكم وإخونكم أوليآء إن ٱستحبوا ٱلكفر على ٱلإيمن

En wie van jullie hen tot bondgenoten neemt, dat zijn de onrechtvaardigen.

ومن يتولهم منكم فأولئك هم ٱلظلمون

9:24

Zeg: “Als jullie vaders, jullie zonen, jullie broers, jullie echtgenoten, jullie huisgenoten, de bezittingen die jullie verworven hebben, een handel waarvan jullie de teruggang duchten, en woningen waarmee jullie tevreden zijn, jullie dierbaarder zijn dan God, dan Zijn gezant, en dan de strijd op Zijn weg, blijf dan in afwachting, totdat God Zijn bevel laat komen.”

قل إن كان ءابآؤكم وأبنآؤكم وإخونكم وأزوجكم وعشيرتكم وأمول ٱقترفتموها وتجرة تخشون كسادها ومسكن ترضونهآ أحب إليكم من ٱلله ورسوله وجهاد في سبيله فتربصوا حتى يأتي ٱلله بأمره

9:24

En God leidt het volk van de grensoverschrijders niet.

وٱلله لا يهدي ٱلقوم ٱلفسقين

9:25

God heeft jullie gewis geholpen op vele plaatsen, en op de dag van Hoenain, toen jullie grote aantal jullie verblindde, maar het jullie van geen nut was, en de aarde, ondanks haar uitgestrektheid, jullie te nauw werd; daarna keerden jullie de rug toe, vluchtend.

لقد نصركم ٱلله في مواطن كثيرة ويوم حنين إذ أعجبتكم كثرتكم فلم تغن عنكم شيا وضاقت عليكم ٱلأرض بما رحبت ثم وليتم مدبرين

9:26

Daarna deed God Zijn kalmte neerdalen op Zijn gezant en op de gelovenden, en deed legers neerdalen die jullie niet zagen, en Hij legde hen die verloochend hadden pijn op.

ثم أنزل ٱلله سكينته على رسوله وعلى ٱلمؤمنين وأنزل جنودا لم تروها وعذب ٱلذين كفروا

9:26

En dat is de vergelding van hen die verloochenen.

وذلك جزآء ٱلكفرين

Daarna keert God met mildheid terug, hierna, naar wie het Hem behaagt.

ثم يتوب ٱلله من بعد ذلك على من يشآء

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وٱلله غفور رحيم

O jullie die geloofd hebben! De associeerders zijn slechts onreinheid: laten zij de onschendbare plaats van neerwerping dus niet meer naderen, na dit jaar.

يأيها ٱلذين ءامنوا إنما ٱلمشركون نجس فلا يقربوا ٱلمسجد ٱلحرام بعد عامهم هذا

En als jullie de benardheid vrezen, zal God jullie verrijken met Zijn gunst, als het Hem behaagt.

وإن خفتم عيلة فسوف يغنيكم ٱلله من فضله إن شآء

God is gewis Alwetend, Wijs.

إن ٱلله عليم حكيم

9:29

Bevecht hen die niet geloven in God noch in de Laatste Dag, die niet als ontzegd beschouwen wat God en Zijn gezant ontzegd hebben, en die zich niet schikken naar de Wet van de waarheid, onder hen aan wie de Schrift gegeven is – totdat zij de oorlogsvergoeding betalen, uit eigen hand, terwijl zij vernederd worden.

قتلوا ٱلذين لا يؤمنون بٱلله ولا بٱليوم ٱلءاخر ولا يحرمون ما حرم ٱلله ورسوله ولا يدينون دين ٱلحق من ٱلذين أوتوا ٱلكتب حتى يعطوا ٱلجزية عن يد وهم صغرون

9:30

En de Geheroriënteerden hebben gezegd: “Al-'Oezair is zoon van God”;

وقالت ٱليهود عزير ٱبن ٱلله

9:30

en de Helpers hebben gezegd: “Al-Masih is zoon van God.”

وقالت ٱلنصرى ٱلمسيح ٱبن ٱلله

Dat is hun uitspraak, uit hun monden; zij doen de uitspraak na van hen die, vóór hen, verloochend hebben.

ذلك قولهم بأفوههم يضهون قول ٱلذين كفروا من قبل

Moge God hen bevechten!

قتلهم ٱلله

Hoe worden zij dan van het spoor gebracht?

أنى يؤفكون

9:31

Zij hebben hun rabbijnen en hun monniken tot meesters genomen buiten God, alsook Al-Masih, zoon van Marjam,

ٱتخذوا أحبارهم ورهبنهم أربابا من دون ٱلله وٱلمسيح ٱبن مريم

terwijl hun niets anders bevolen was dan een enige godheid te gehoorzamen.

ومآ أمروا إلا ليعبدوا إلها وحدا

Geen godheid behalve Hij.

لآ إله إلا هو

Glorie zij Hem, boven wat zij met Hem associëren!

سبحنه عما يشركون

9:32

Zij willen het licht van God doven met hun monden, maar God weigert alles, behalve Zijn licht te voltooien, ook al hadden zij die verloochenen er afschuw van.

يريدون أن يطفوا نور ٱلله بأفوههم ويأبى ٱلله إلآ أن يتم نوره ولو كره ٱلكفرون

9:33

Hij is het die Zijn gezant gezonden heeft met de leiding en de Wet van de waarheid, om haar de overhand te doen krijgen op elke wet, ook al hadden de associeerders er afschuw van.

هو ٱلذي أرسل رسوله بٱلهدى ودين ٱلحق ليظهره على ٱلدين كله ولو كره ٱلمشركون

O jullie die geloofd hebben! Velen van de rabbijnen en monniken verslinden voorzeker de bezittingen van de mensen door het valse, en versperren de weg van God.

يأيها ٱلذين ءامنوا إن كثيرا من ٱلأحبار وٱلرهبان ليأكلون أمول ٱلناس بٱلبطل ويصدون عن سبيل ٱلله

En zij die het goud en het zilver oppotten, en ze niet uitgeven op de weg van God – kondig hun een schrijnende pijn aan,

وٱلذين يكنزون ٱلذهب وٱلفضة ولا ينفقونها في سبيل ٱلله فبشرهم بعذاب أليم

op de dag waarop men ze zal verhitten in het vuur van Djahannam, en men daarmee hun voorhoofden, hun flanken en hun ruggen zal schroeien: “Dit is wat jullie voor jullie zelf hebben opgepot; proef dus wat jullie oppotten!”

يوم يحمى عليها في نار جهنم فتكوى بها جباههم وجنوبهم وظهورهم هذا ما كنزتم لأنفسكم فذوقوا ما كنتم تكنزون

9:36

Gewis is het aantal van de maanden, bij God, twaalf maanden, in de Codex van God, sinds de dag waarop Hij de hemelen en de aarde schiep;

إن عدة ٱلشهور عند ٱلله ٱثنا عشر شهرا في كتب ٱلله يوم خلق ٱلسموت وٱلأرض

9:36

vier ervan zijn onschendbaar.

منهآ أربعة حرم

Dat is de rechte Wet.

ذلك ٱلدين ٱلقيم

Doe jullie zelf dus geen onrecht gedurende deze.

فلا تظلموا فيهن أنفسكم

9:36

En bevecht de associeerders gedurende alle maanden, zoals zij jullie bevechten gedurende alle maanden,

وقتلوا ٱلمشركين كآفة كما يقتلونكم كآفة

en weet dat God met de behoedzamen is.

وٱعلموا أن ٱلله مع ٱلمتقين

9:37

De verdaging is slechts een overmaat aan verloochening: daardoor doen zij die verloochenen dwalen; zij maken het een jaar geoorloofd en maken het een jaar onschendbaar, om het aantal van wat God onschendbaar heeft gemaakt te vertrappen, en zo geoorloofd te maken wat God onschendbaar heeft gemaakt.

إنما ٱلنسيء زيادة في ٱلكفر يضل به ٱلذين كفروا يحلونه عاما ويحرمونه عاما ليواطوا عدة ما حرم ٱلله فيحلوا ما حرم ٱلله

Het kwaad van hun werken is hun verfraaid.

زين لهم سوء أعملهم

En God leidt het volk dat verloochent niet.

وٱلله لا يهدي ٱلقوم ٱلكفرين

9:38

O jullie die geloofd hebben! Wat hebben jullie, wanneer tot jullie wordt gezegd: “Mobiliseer jullie op de weg van God”, dat jullie je zwaar naar de aarde laten zakken?

يأيها ٱلذين ءامنوا ما لكم إذا قيل لكم ٱنفروا في سبيل ٱلله ٱثاقلتم إلى ٱلأرض

Zijn jullie tevreden met het leven hienieden in plaats van het laatste leven?

أرضيتم بٱلحيوة ٱلدنيا من ٱلءاخرة

De genieting van het leven hienieden is, vergeleken met het laatste leven, slechts weinig.

فما متع ٱلحيوة ٱلدنيا في ٱلءاخرة إلا قليل

Als jullie je niet mobiliseren, zal Hij jullie een schrijnende pijn opleggen, en jullie door een ander volk vervangen, zonder dat jullie Hem in enig opzicht schaden.

إلا تنفروا يعذبكم عذابا أليما ويستبدل قوما غيركم ولا تضروه شيا

En God is tot alles in staat.

وٱلله على كل شىء قدير

9:40

Als jullie hem niet helpen, God heeft hem reeds geholpen, toen zij die verloochend hadden hem verdreven, hem, de tweede van twee, toen zij beiden in de grot waren, toen hij tot zijn metgezel zei: “Wees niet bedroefd, God is gewis met ons.”

إلا تنصروه فقد نصره ٱلله إذ أخرجه ٱلذين كفروا ثاني ٱثنين إذ هما في ٱلغار إذ يقول لصحبه لا تحزن إن ٱلله معنا

9:40

God deed toen Zijn kalmte op hem neerdalen,

فأنزل ٱلله سكينته عليه

9:40

en Hij versterkte hem met legers die jullie niet zagen,

وأيده بجنود لم تروها

9:40

en Hij maakte het woord van hen die verloochend hadden tot het laagste,

وجعل كلمة ٱلذين كفروا ٱلسفلى

9:40

terwijl het woord van God zelf het hoogste is.

وكلمة ٱلله هي ٱلعليا

9:40

God is Almachtig, Wijs.

وٱلله عزيز حكيم

Mobiliseer jullie, licht of zwaar, en strijd met jullie bezittingen en jullie Zelf op de weg van God.

ٱنفروا خفافا وثقالا وجهدوا بأمولكم وأنفسكم في سبيل ٱلله

Dat is beter voor jullie, als jullie wisten.

ذلكم خير لكم إن كنتم تعلمون

Als het een nabije winst en een gematigde reis was geweest, zouden zij je gevolgd hebben; maar de afstand is hun lang voorgekomen.

لو كان عرضا قريبا وسفرا قاصدا لٱتبعوك ولكن بعدت عليهم ٱلشقة

En zij zullen bij God zweren: “Als wij gekund hadden, zouden wij met jullie zijn uitgegaan”;

وسيحلفون بٱلله لو ٱستطعنا لخرجنا معكم

zij vernietigen zichzelf,

يهلكون أنفسهم

en God weet dat zij voorzeker leugenaars zijn.

وٱلله يعلم إنهم لكذبون

9:43

Moge God het jou kwijtschelden! Waarom heb je hun deze toestemming gegeven, voordat voor jou duidelijk zijn geworden zij die de waarheid gezegd hebben, en je de leugenaars zou kennen?

عفا ٱلله عنك لم أذنت لهم حتى يتبين لك ٱلذين صدقوا وتعلم ٱلكذبين

Zij die in God en in de Laatste Dag geloven, vragen je geen toestemming wanneer het erom gaat met hun bezittingen en hun Zelf te strijden.

لا يستذنك ٱلذين يؤمنون بٱلله وٱليوم ٱلءاخر أن يجهدوا بأمولهم وأنفسهم

God is Alwetend over hen die zich behoeden.

وٱلله عليم بٱلمتقين

Alleen zij die niet in God noch in de Laatste Dag geloven, vragen je toestemming, en hun kernen zijn door twijfel bevangen, zodat zij in hun twijfel aarzelen.

إنما يستذنك ٱلذين لا يؤمنون بٱلله وٱليوم ٱلءاخر وٱرتابت قلوبهم فهم في ريبهم يترددون

En als zij hadden willen uitgaan, zouden zij daarvoor een uitrusting hebben bereid;

ولو أرادوا ٱلخروج لأعدوا له عدة

maar God had een afkeer ervan dat zij opgewekt zouden worden, en Hij remde hen af, en er werd tot hen gezegd: “Blijf zitten met hen die blijven zitten.”

ولكن كره ٱلله ٱنبعاثهم فثبطهم وقيل ٱقعدوا مع ٱلقعدين

Als zij onder jullie waren uitgegaan, zouden zij slechts jullie ontreddering hebben doen toenemen, en zouden zij heen en weer onder jullie hebben gerend, terwijl zij trachtten jullie de beproeving te doen ondergaan – en er zijn, onder jullie, lieden die naar hen luisteren.

لو خرجوا فيكم ما زادوكم إلا خبالا ولأوضعوا خللكم يبغونكم ٱلفتنة وفيكم سمعون لهم

En God is Alwetend over de onrechtvaardigen.

وٱلله عليم بٱلظلمين

Zij hadden reeds eerder de beproeving gezocht, en hadden voor jou de zaken in alle richtingen omgekeerd, totdat de waarheid kwam en het bevel van God onbedekt was, ondanks hun afkeer.

لقد ٱبتغوا ٱلفتنة من قبل وقلبوا لك ٱلأمور حتى جآء ٱلحق وظهر أمر ٱلله وهم كرهون

En onder hen is er een die zegt: “Verleen mij toestemming, en stel mij niet bloot aan de beproeving.”

ومنهم من يقول ٱئذن لي ولا تفتني

Is het niet in de beproeving dat zij reeds zijn gevallen?

ألا في ٱلفتنة سقطوا

En Djahannam omsingelt voorzeker hen die verloochenen.

وإن جهنم لمحيطة بٱلكفرين

Als jou een goed overkomt, mishaagt het hen,

إن تصبك حسنة تسؤهم

en als jou een tegenslag overkomt, zeggen zij: “Wij hadden reeds onze voorzorgen genomen” – en zij keren de rug toe, geheel verheugd.

وإن تصبك مصيبة يقولوا قد أخذنآ أمرنا من قبل ويتولوا وهم فرحون

9:51

Zeg: “Ons zal niets overkomen, behalve wat God voor ons heeft voorgeschreven;

قل لن يصيبنآ إلا ما كتب ٱلله لنا

9:51

Hij is onze naaste Garant.

هو مولىنا

9:51

En aan God moeten de gelovenden lastgeving verlenen.”

وعلى ٱلله فليتوكل ٱلمؤمنون

Zeg: “Verwachten jullie ten aanzien van ons slechts een van de twee schoonste?

قل هل تربصون بنآ إلآ إحدى ٱلحسنيين

En wij, wij verwachten ten aanzien van jullie dat God over jullie een pijn doet komen, van Hem uit, of door onze handen.

ونحن نتربص بكم أن يصيبكم ٱلله بعذاب من عنده أو بأيدينا

Blijf dus in afwachting,

فتربصوا

wij zijn gewis, met jullie, in afwachting.”

إنا معكم متربصون

Zeg: “Besteed, gewillig of node, het zal van jullie niet aanvaard worden,

قل أنفقوا طوعا أو كرها لن يتقبل منكم

want jullie zijn een volk van grensoverschrijders.”

إنكم كنتم قوما فسقين

En niets heeft hen verhinderd hun uitgaven aanvaard te zien, behalve dat zij God en Zijn gezant hebben verloochend, dat zij slechts met luiheid tot het Contact komen, en slechts node uitgeven.

وما منعهم أن تقبل منهم نفقتهم إلآ أنهم كفروا بٱلله وبرسوله ولا يأتون ٱلصلوة إلا وهم كسالى ولا ينفقون إلا وهم كرهون

9:55

Laat hun bezittingen noch hun kinderen jou dus verblinden.

فلا تعجبك أمولهم ولآ أولدهم

God wil daarmee slechts hun pijn opleggen in het leven hienieden, en dat hun Zelf ontsnapt terwijl zij verloochenen.

إنما يريد ٱلله ليعذبهم بها في ٱلحيوة ٱلدنيا وتزهق أنفسهم وهم كفرون

9:56

En zij zweren bij God dat zij voorzeker van jullie zijn, terwijl zij niet van jullie zijn; maar het zijn lieden die bang zijn.

ويحلفون بٱلله إنهم لمنكم وما هم منكم ولكنهم قوم يفرقون

Als zij een wijkplaats vonden, grotten of een onderaardse gang, zouden zij zich daarheen wenden, terwijl zij op hol slaan.

لو يجدون ملجا أو مغرت أو مدخلا لولوا إليه وهم يجمحون

En onder hen zijn er die jou bij zinspeling kleineren over de liefdadigheden: als hun ervan wordt toegekend, zijn zij tevreden; en als hun ervan niet wordt toegekend, zie, dan zijn zij vertoornd.

ومنهم من يلمزك في ٱلصدقت فإن أعطوا منها رضوا وإن لم يعطوا منهآ إذا هم يسخطون

En als zij zich veeleer tevredengesteld hadden met wat God en Zijn gezant hun hadden gegeven, en hadden gezegd: “God volstaat voor ons; God zal ons verlenen van Zijn gunst, en Zijn gezant ook;

ولو أنهم رضوا مآ ءاتىهم ٱلله ورسوله وقالوا حسبنا ٱلله سيؤتينا ٱلله من فضله ورسوله

tot God wenden wij ons met vurigheid.”

إنآ إلى ٱلله رغبون

9:60

De liefdadigheden zijn slechts bestemd voor de armen, de behoeftigen, zij die zich ermee bezighouden, zij wier kernen verenigd zijn, zij die onder de last van een schuld staan, de door een onvoorziene uitgave in schulden geraakten, op de weg van God, en de doorreiziger – het is een verplichting van God.

إنما ٱلصدقت للفقرآء وٱلمسكين وٱلعملين عليها وٱلمؤلفة قلوبهم وفي ٱلرقاب وٱلغرمين وفي سبيل ٱلله وٱبن ٱلسبيل فريضة من ٱلله

9:60

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

En onder hen zijn er die de Berichtgever lastigvallen en zeggen: “Hij is helemaal oor.”

ومنهم ٱلذين يؤذون ٱلنبي ويقولون هو أذن

Zeg: “Een oor van goed voor jullie: hij gelooft in God, hij geeft krediet aan de gelovenden, en hij is een welwillendheid voor wie van jullie geloofd hebben.”

قل أذن خير لكم يؤمن بٱلله ويؤمن للمؤمنين ورحمة للذين ءامنوا منكم

En zij die de gezant van God lastigvallen, zullen een schrijnende pijn hebben.

وٱلذين يؤذون رسول ٱلله لهم عذاب أليم

Zij zweren jullie bij God, om jullie tevreden te stellen; maar God en Zijn gezant hebben meer recht erop dat zij Hem trachten tevreden te stellen, als zij gelovenden zijn.

يحلفون بٱلله لكم ليرضوكم وٱلله ورسوله أحق أن يرضوه إن كانوا مؤمنين

Weten zij niet dat wie zich vijandig verzet tegen God en Zijn gezant, het vuur van Djahannam zal hebben, waarin hij eeuwig zal blijven?

ألم يعلموا أنه من يحادد ٱلله ورسوله فأن له نار جهنم خلدا فيها

Dat is de ontzaglijke schande.

ذلك ٱلخزي ٱلعظيم

De huichelaars zijn wantrouwig bij het idee dat er een soera over hen neerdaalt, die hen zou berichten over wat in hun kernen is.

يحذر ٱلمنفقون أن تنزل عليهم سورة تنبئهم بما في قلوبهم

Zeg: “Hoon maar!

قل ٱستهزءوا

God zal gewis in het volle licht naar buiten brengen waarvoor jullie wantrouwig zijn.”

إن ٱلله مخرج ما تحذرون

En als je hen ondervraagt, zullen zij voorzeker zeggen: “Wij deden niets dan ons onderdompelen en spelen.”

ولئن سألتهم ليقولن إنما كنا نخوض ونلعب

Zeg: “Is het met God, Zijn tekenen en Zijn gezant dat jullie hoonden?”

قل أبٱلله وءايته ورسوله كنتم تستهزءون

Verontschuldig jullie niet:

لا تعتذروا

jullie hebben verloochend na jullie geloof.

قد كفرتم بعد إيمنكم

9:66

Als men het een groep onder jullie kwijtscheldt, zal een andere groep pijn worden opgelegd, omdat zij afgezonderden zijn geweest.

إن نعف عن طآئفة منكم نعذب طآئفة بأنهم كانوا مجرمين

De huichelaars, mannen en vrouwen, zijn van elkaar: zij bevelen het afgekeurde en verbieden het erkende, en zij sluiten hun handen; zij hebben God vergeten, en Hij heeft hen vergeten.

ٱلمنفقون وٱلمنفقت بعضهم من بعض يأمرون بٱلمنكر وينهون عن ٱلمعروف ويقبضون أيديهم نسوا ٱلله فنسيهم

De huichelaars zijn gewis de grensoverschrijders.

إن ٱلمنفقين هم ٱلفسقون

God heeft de huichelaars, mannen en vrouwen, en hen die verloochenen, het vuur van Djahannam beloofd, waarin zij eeuwig zullen blijven.

وعد ٱلله ٱلمنفقين وٱلمنفقت وٱلكفار نار جهنم خلدين فيها

Dat volstaat voor hen.

هي حسبهم

En God heeft hen vervloekt,

ولعنهم ٱلله

en zij zullen een pijn hebben die zich handhaaft.

ولهم عذاب مقيم

Zoals zij die jullie zijn voorgegaan: zij overtroffen jullie in kracht, zij hadden meer bezittingen en kinderen; zij hebben genoten van hun lot, en jullie hebben genoten van jullie lot zoals zij die jullie zijn voorgegaan van hun lot hebben genoten, en jullie hebben je ondergedompeld zoals zij zich hebben ondergedompeld.

كٱلذين من قبلكم كانوا أشد منكم قوة وأكثر أمولا وأولدا فٱستمتعوا بخلقهم فٱستمتعتم بخلقكم كما ٱستمتع ٱلذين من قبلكم بخلقهم وخضتم كٱلذي خاضوا

Dat zijn zij wier werken zijn ingestort, hienieden en in het laatste leven;

أولئك حبطت أعملهم في ٱلدنيا وٱلءاخرة

en dat zijn de verliezers.

وأولئك هم ٱلخسرون

9:70

Heeft het hen niet bereikt, het bericht over hen die vóór hen waren: het volk van Noeh, de Aad, de Thamoed, het volk van Ibrahim, de metgezellen van Madjan, en de omvergeworpen steden?

ألم يأتهم نبأ ٱلذين من قبلهم قوم نوح وعاد وثمود وقوم إبرهيم وأصحب مدين وٱلمؤتفكت

Hun gezanten waren tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen.

أتتهم رسلهم بٱلبينت

En God zou hun geen onrecht doen;

فما كان ٱلله ليظلمهم

maar aan zichzelf deden zij onrecht.

ولكن كانوا أنفسهم يظلمون

9:71

En de gelovenden en de gelovende vrouwen zijn bondgenoten van elkaar:

وٱلمؤمنون وٱلمؤمنت بعضهم أوليآء بعض

9:71

zij bevelen het erkende en verbieden het afgekeurde, zij onderhouden het Contact, geven de zuivere vrijgevigheid, en voegen zich naar God en Zijn gezant.

يأمرون بٱلمعروف وينهون عن ٱلمنكر ويقيمون ٱلصلوة ويؤتون ٱلزكوة ويطيعون ٱلله ورسوله

9:71

Dat zijn zij aan wie God weldra welwillendheid zal doen.

أولئك سيرحمهم ٱلله

9:71

God is gewis Almachtig, Wijs.

إن ٱلله عزيز حكيم

9:72

God heeft de gelovenden en de gelovende vrouwen tuinen beloofd waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, en goede woningen in de Tuinen van de bestendigheid;

وعد ٱلله ٱلمؤمنين وٱلمؤمنت جنت تجري من تحتها ٱلأنهر خلدين فيها ومسكن طيبة في جنت عدن

9:72

en een instemming van God is nog groter.

ورضون من ٱلله أكبر

9:72

Dat is de ontzaglijke triomf.

ذلك هو ٱلفوز ٱلعظيم

O Berichtgever! Strijd tegen hen die verloochenen en de huichelaars, en wees standvastig jegens hen.

يأيها ٱلنبي جهد ٱلكفار وٱلمنفقين وٱغلظ عليهم

En hun toevlucht zal Djahannam zijn,

ومأوىهم جهنم

en wat een afschuwelijke bestemming!

وبئس ٱلمصير

Zij zweren bij God dat zij niets hebben gezegd;

يحلفون بٱلله ما قالوا

en toch hebben zij wel het woord van de verloochening gezegd, en zij hebben verloochend nadat zij integer waren tegenover God, en zij hadden het voornemen tot wat hun niet is toegevallen.

ولقد قالوا كلمة ٱلكفر وكفروا بعد إسلمهم وهموا بما لم ينالوا

Zij nemen slechts kwalijk dat God en Zijn gezant hen van Zijn gunst hebben verrijkt.

وما نقموا إلآ أن أغنىهم ٱلله ورسوله من فضله

Als zij terugkeren, zal dat beter voor hen zijn;

فإن يتوبوا يك خيرا لهم

maar als zij de rug toekeren, zal God hun een schrijnende pijn opleggen, hienieden en in het laatste leven,

وإن يتولوا يعذبهم ٱلله عذابا أليما في ٱلدنيا وٱلءاخرة

en zij zullen op aarde noch beschermer noch hulp hebben.

وما لهم في ٱلأرض من ولي ولا نصير

En onder hen zijn er die een pact met God hebben gesloten: “Als Hij ons geeft van Zijn gunst, zullen wij voorzeker liefdadigheid bedrijven, en zullen wij voorzeker behoren tot hen die deugdelijk zijn.”

ومنهم من عهد ٱلله لئن ءاتىنا من فضله لنصدقن ولنكونن من ٱلصلحين

Maar toen Hij hun van Zijn gunst had gegeven, toonden zij zich er gierig mee en keerden de rug toe, terwijl zij zich onttrokken.

فلمآ ءاتىهم من فضله بخلوا به وتولوا وهم معرضون

Hij liet daarop een huichelarij volgen in hun kernen, tot de dag waarop zij Hem zullen ontmoeten, omdat zij God tekort hebben gedaan in wat zij Hem hadden beloofd, en omdat zij gelogen hebben.

فأعقبهم نفاقا في قلوبهم إلى يوم يلقونه بمآ أخلفوا ٱلله ما وعدوه وبما كانوا يكذبون

9:78

Weten zij niet dat God hun geheim en hun heimelijk beraad kent, en dat God Degene is die ten volle weet wat de zintuigen ontgaat?

ألم يعلموا أن ٱلله يعلم سرهم ونجوىهم وأن ٱلله علم ٱلغيوب

Zij die bij zinspeling kleineren de gelovenden die uit vrije wil liefdadigheid bedrijven, en die spotten met hen die niets dan hun inspanning te geven hebben – God spot met hen,

ٱلذين يلمزون ٱلمطوعين من ٱلمؤمنين في ٱلصدقت وٱلذين لا يجدون إلا جهدهم فيسخرون منهم سخر ٱلله منهم

en zij zullen een schrijnende pijn hebben.

ولهم عذاب أليم

9:80

Of je voor hen vergiffenis afsmeekt of niet –

ٱستغفر لهم أو لا تستغفر لهم

9:80

zelfs als je zeventig keer voor hen vergiffenis afsmeekte, God zal hun nooit vergeven.

إن تستغفر لهم سبعين مرة فلن يغفر ٱلله لهم

9:80

Het is omdat zij God en Zijn gezant hebben verloochend.

ذلك بأنهم كفروا بٱلله ورسوله

9:80

En God leidt het volk van de grensoverschrijders niet.

وٱلله لا يهدي ٱلقوم ٱلفسقين

Zij die achtergelaten werden, verheugden zich dat zij waren blijven zitten, afzijdig van de gezant van God, en het was hun een afkeer met hun bezittingen en hun Zelf te strijden op de weg van God, en zij zeiden: “Mobiliseer jullie niet in de hitte.”

فرح ٱلمخلفون بمقعدهم خلف رسول ٱلله وكرهوا أن يجهدوا بأمولهم وأنفسهم في سبيل ٱلله وقالوا لا تنفروا في ٱلحر

Zeg: “Het vuur van Djahannam is nog intenser in hitte” – als zij het begrepen!

قل نار جهنم أشد حرا لو كانوا يفقهون

Laat hen dus weinig lachen, en veel huilen, als vergelding voor wat zij verwierven.

فليضحكوا قليلا وليبكوا كثيرا جزآء بما كانوا يكسبون

Als God je terugbrengt naar een groep van hen, en zij je toestemming vragen om uit te gaan, zeg dan: “Jullie zullen nooit met mij uitgaan, en jullie zullen met mij geen enkele vijand bevechten.

فإن رجعك ٱلله إلى طآئفة منهم فٱستذنوك للخروج فقل لن تخرجوا معي أبدا ولن تقتلوا معي عدوا

Jullie hebben je tevredengesteld met te blijven zitten, de eerste keer;

إنكم رضيتم بٱلقعود أول مرة

blijf dus zitten met hen die achterblijven.”

فٱقعدوا مع ٱلخلفين

9:84

En wees nooit in contact met iemand van hen die sterft, en handhaaf je niet voor zijn begrafenis:

ولا تصل على أحد منهم مات أبدا ولا تقم على قبره

zij hebben God en Zijn gezant verloochend, en zijn gestorven als grensoverschrijders.

إنهم كفروا بٱلله ورسوله وماتوا وهم فسقون

9:85

En laat hun bezittingen en hun kinderen jou niet verblinden.

ولا تعجبك أمولهم وأولدهم

God wil daarmee slechts hun pijn opleggen hienieden, en dat hun Zelf ontsnapt terwijl zij verloochenen.

إنما يريد ٱلله أن يعذبهم بها في ٱلدنيا وتزهق أنفسهم وهم كفرون

En wanneer een soera is neergedaald: “Geloof in God, en strijd met Zijn gezant”, vragen zij onder hen die de middelen hebben je toestemming, en zeggen: “Laat ons zijn met hen die blijven zitten.”

وإذآ أنزلت سورة أن ءامنوا بٱلله وجهدوا مع رسوله ٱستذنك أولوا ٱلطول منهم وقالوا ذرنا نكن مع ٱلقعدين

9:87

Zij hebben zich tevredengesteld met te zijn met hen die achterblijven,

رضوا بأن يكونوا مع ٱلخوالف

en een stempel is op hun kernen aangebracht, zodat zij niet begrijpen.

وطبع على قلوبهم فهم لا يفقهون

Maar de gezant, en zij die met hem geloofd hebben, hebben met hun bezittingen en hun Zelf gestreden,

لكن ٱلرسول وٱلذين ءامنوا معه جهدوا بأمولهم وأنفسهم

en dat zijn zij aan wie het goede toekomt,

وأولئك لهم ٱلخيرت

en dat zijn zij die slagen.

وأولئك هم ٱلمفلحون

God heeft hun tuinen bereid waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven.

أعد ٱلله لهم جنت تجري من تحتها ٱلأنهر خلدين فيها

Dat is de ontzaglijke triomf.

ذلك ٱلفوز ٱلعظيم

9:90

En zij die zich verontschuldigden, onder de notabelen, zijn gekomen opdat hun toestemming zou worden verleend, terwijl zij die tegen God en Zijn gezant hebben gelogen zijn blijven zitten.

وجآء ٱلمعذرون من ٱلأعراب ليؤذن لهم وقعد ٱلذين كذبوا ٱلله ورسوله

Een schrijnende pijn zal hen overkomen die onder hen verloochend hebben.

سيصيب ٱلذين كفروا منهم عذاب أليم

Er is geen bezwaar voor de zwakken, noch voor de zieken, noch voor hen die niets vinden om uit te geven, mits zij oprecht zijn tegenover God en Zijn gezant.

ليس على ٱلضعفآء ولا على ٱلمرضى ولا على ٱلذين لا يجدون ما ينفقون حرج إذا نصحوا لله ورسوله

Geen weg tegen hen die het goede doen.

ما على ٱلمحسنين من سبيل

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وٱلله غفور رحيم

Noch tegen hen die, tot jou gekomen opdat je hen zou vervoeren, en tot wie je zei: “Ik vind niets om jullie te vervoeren”,

ولا على ٱلذين إذا مآ أتوك لتحملهم قلت لآ أجد مآ أحملكم عليه

en die weer vertrokken, met ogen overvloeiend van tranen, bedroefd niets te vinden om uit te geven.

تولوا وأعينهم تفيض من ٱلدمع حزنا ألا يجدوا ما ينفقون

De weg staat slechts open tegen hen die je toestemming vragen terwijl zij rijk zijn.

إنما ٱلسبيل على ٱلذين يستذنونك وهم أغنيآء

9:93

Zij hebben zich tevredengesteld met te zijn met hen die achterblijven,

رضوا بأن يكونوا مع ٱلخوالف

en God heeft een stempel op hun kernen aangebracht, zodat zij niet weten.

وطبع ٱلله على قلوبهم فهم لا يعلمون

Zij zullen zich bij jullie verontschuldigen, wanneer jullie naar hen zijn teruggekeerd.

يعتذرون إليكم إذا رجعتم إليهم

Zeg: “Verontschuldig jullie niet, wij zullen jullie geen krediet geven.

قل لا تعتذروا لن نؤمن لكم

God heeft ons reeds bericht over jullie tijdingen.

قد نبأنا ٱلله من أخباركم

En God zal jullie werk zien, evenals Zijn gezant,

وسيرى ٱلله عملكم ورسوله

9:94

daarna zullen jullie teruggebracht worden naar Hem die weet wat de zintuigen ontgaat en het geattesteerde, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.”

ثم تردون إلى علم ٱلغيب وٱلشهدة فينبئكم بما كنتم تعملون

Zij zullen jullie bij God zweren, zodra jullie rechtsomkeert naar hen hebben gemaakt, opdat jullie je aan hen onttrekken.

سيحلفون بٱلله لكم إذا ٱنقلبتم إليهم لتعرضوا عنهم

Onttrek jullie dus aan hen:

فأعرضوا عنهم

zij zijn slijk,

إنهم رجس

en hun toevlucht zal Djahannam zijn,

ومأوىهم جهنم

als vergelding voor wat zij verwierven.

جزآء بما كانوا يكسبون

Zij zweren jullie, opdat jullie tevreden zullen zijn met hen; maar als jullie tevreden waren met hen, zou God gewis niet tevreden zijn met het volk van de grensoverschrijders.

يحلفون لكم لترضوا عنهم فإن ترضوا عنهم فإن ٱلله لا يرضى عن ٱلقوم ٱلفسقين

9:97

De notabelen zijn nog intenser in de verloochening en de huichelarij, en zij verdienen het des te meer de grenzen niet te kennen van wat God op Zijn gezant heeft doen neerdalen.

ٱلأعراب أشد كفرا ونفاقا وأجدر ألا يعلموا حدود مآ أنزل ٱلله على رسوله

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

En onder de notabelen zijn er die wat zij uitgeven houden voor een gedwongen last, en die voor jullie de omslagen van het lot verwachten.

ومن ٱلأعراب من يتخذ ما ينفق مغرما ويتربص بكم ٱلدوآئر

Over hen, de kringloop van het kwaad.

عليهم دآئرة ٱلسوء

God is de Alhorende, de Alwetende.

وٱلله سميع عليم

9:99

En onder de notabelen zijn er die in God en in de Laatste Dag geloven, en die wat zij uitgeven houden voor een middel tot nadering bij God en de bezoeken van de gezant.

ومن ٱلأعراب من يؤمن بٱلله وٱليوم ٱلءاخر ويتخذ ما ينفق قربت عند ٱلله وصلوت ٱلرسول

Is het niet zo: het is voor hen gewis een nadering.

ألآ إنها قربة لهم

God zal hen in Zijn welwillendheid doen binnengaan.

سيدخلهم ٱلله في رحمته

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

إن ٱلله غفور رحيم

9:100

En de allereerste voorlopers, onder de emigranten en de Hulpgenoten, en zij die hen volgden terwijl zij het goede deden – God is tevreden over hen, en zij zijn tevreden over Hem;

وٱلسبقون ٱلأولون من ٱلمهجرين وٱلأنصار وٱلذين ٱتبعوهم بإحسن رضي ٱلله عنهم ورضوا عنه

9:100

Hij heeft hun tuinen bereid waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor immer.

وأعد لهم جنت تجري تحتها ٱلأنهر خلدين فيهآ أبدا

9:100

Dat is de ontzaglijke triomf.

ذلك ٱلفوز ٱلعظيم

En onder de notabelen die jullie omringen, zijn er huichelaars,

وممن حولكم من ٱلأعراب منفقون

9:101

evenals, onder de lieden van de Hoofdstad, sommigen verhard in de huichelarij die jij niet kent:

ومن أهل ٱلمدينة مردوا على ٱلنفاق لا تعلمهم

Wij, Wij kennen hen.

نحن نعلمهم

Wij zullen hun tweemaal pijn opleggen, daarna zullen zij teruggebracht worden naar een ontzaglijke pijn.

سنعذبهم مرتين ثم يردون إلى عذاب عظيم

9:102

En anderen hebben hun vergrijpen erkend, na een deugdelijk werk met een ander, slecht werk te hebben vermengd; het kan zijn dat God met mildheid naar hen terugkeert.

وءاخرون ٱعترفوا بذنوبهم خلطوا عملا صلحا وءاخر سيئا عسى ٱلله أن يتوب عليهم

9:102

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

إن ٱلله غفور رحيم

9:103

Neem van hun bezittingen een liefdadigheid die hen reinigt en doet groeien, en wees in contact met hen:

خذ من أمولهم صدقة تطهرهم وتزكيهم بها وصل عليهم

9:103

jouw contacten zijn een kalmte voor hen.

إن صلوتك سكن لهم

God is de Alhorende, de Alwetende.

وٱلله سميع عليم

9:104

Weten zij niet dat God, Hij, het berouw van Zijn gehoorzamen verwelkomt en de liefdadigheden aanneemt, en dat God, Hij, Degene is die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend?

ألم يعلموا أن ٱلله هو يقبل ٱلتوبة عن عباده ويأخذ ٱلصدقت وأن ٱلله هو ٱلتواب ٱلرحيم

En zeg: “Handel; God zal jullie werk zien, evenals Zijn gezant en de gelovenden,

وقل ٱعملوا فسيرى ٱلله عملكم ورسوله وٱلمؤمنون

9:105

en jullie zullen teruggebracht worden naar Hem die weet wat de zintuigen ontgaat en het geattesteerde, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.”

وستردون إلى علم ٱلغيب وٱلشهدة فينبئكم بما كنتم تعملون

En anderen zijn in afwachting gesteld van het bevel van God: ofwel zal Hij hun pijn opleggen, ofwel zal Hij met mildheid naar hen terugkeren.

وءاخرون مرجون لأمر ٱلله إما يعذبهم وإما يتوب عليهم

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

9:107

En zij die een plaats van neerwerping hebben genomen om te schaden, uit verloochening, door scheuring onder de gelovenden, en als uitkijkpost voor hem die voorheen oorlog had gevoerd tegen God en Zijn gezant –

وٱلذين ٱتخذوا مسجدا ضرارا وكفرا وتفريقا بين ٱلمؤمنين وإرصادا لمن حارب ٱلله ورسوله من قبل

9:107

zij zullen voorzeker zweren: “Wij wilden slechts het beste”;

وليحلفن إن أردنآ إلا ٱلحسنى

9:107

en God getuigt dat zij voorzeker leugenaars zijn.

وٱلله يشهد إنهم لكذبون

9:108

Handhaaf je er nooit.

لا تقم فيه أبدا

9:108

Een plaats van neerwerping gegrondvest op de behoedzaamheid, vanaf de eerste dag, heeft veel meer recht erop dat jij je erin handhaaft.

لمسجد أسس على ٱلتقوى من أول يوم أحق أن تقوم فيه

Daarin bevinden zich mannen die ervan houden zich te reinigen.

فيه رجال يحبون أن يتطهروا

God houdt van hen die zich reinigen.

وٱلله يحب ٱلمطهرين

9:109

Is hij wiens gebouw is gegrondvest op de behoedzaamheid voor God en op Zijn instemming dan beter, of hij wiens gebouw is gegrondvest op de rand van een ravijn dat op afbrokkelen staat, dat dan met hem afbrokkelt in het vuur van Djahannam?

أفمن أسس بنينه على تقوى من ٱلله ورضون خير أم من أسس بنينه على شفا جرف هار فٱنهار به في نار جهنم

En God leidt het onrechtvaardige volk niet.

وٱلله لا يهدي ٱلقوم ٱلظلمين

9:110

Het gebouw dat zij hebben gebouwd blijft een twijfel in hun kernen, tenzij hun kernen in stukken breken.

لا يزال بنينهم ٱلذي بنوا ريبة في قلوبهم إلآ أن تقطع قلوبهم

En God is Alwetend, Wijs.

وٱلله عليم حكيم

9:111

God heeft gewis van de gelovenden hun Zelf en hun bezittingen gekocht, in ruil voor de Tuin die hun toekomt.

إن ٱلله ٱشترى من ٱلمؤمنين أنفسهم وأمولهم بأن لهم ٱلجنة

9:111

Zij vechten op de weg van God, doden en worden gedood – het is een belofte die op Hem rust, in alle waarheid, in de Taurah, de Indjil en deze Lezing.

يقتلون في سبيل ٱلله فيقتلون ويقتلون وعدا عليه حقا في ٱلتورىة وٱلإنجيل وٱلقرءان

9:111

En wie is getrouwer aan zijn pact dan God?

ومن أوفى بعهده من ٱلله

9:111

Jubel dus over de verkoop die jullie met Hem hebben gesloten,

فٱستبشروا ببيعكم ٱلذي بايعتم به

9:111

en dat is de ontzaglijke triomf.

وذلك هو ٱلفوز ٱلعظيم

9:112

Zij die terugkeren, die gehoorzamen, die loven, die rondtrekken, die knielen, die zich neerwerpen, die het erkende bevelen en het afgekeurde verbieden, en die de grenzen van God bewaren –

ٱلتئبون ٱلعبدون ٱلحمدون ٱلسئحون ٱلركعون ٱلسجدون ٱلءامرون بٱلمعروف وٱلناهون عن ٱلمنكر وٱلحفظون لحدود ٱلله

9:112

en kondig het goede nieuws aan de gelovenden aan.

وبشر ٱلمؤمنين

Het kwam de Berichtgever niet toe, noch hen die geloofd hebben, vergiffenis af te smeken voor de associeerders, ook al waren het verwanten, zodra het hun duidelijk gebleken is dat zij de metgezellen van de Gloeioven zijn.

ما كان للنبي وٱلذين ءامنوا أن يستغفروا للمشركين ولو كانوا أولي قربى من بعد ما تبين لهم أنهم أصحب ٱلجحيم

9:114

En Ibrahim smeekte voor zijn vader slechts vergiffenis af vanwege een belofte die hij hem had gedaan;

وما كان ٱستغفار إبرهيم لأبيه إلا عن موعدة وعدهآ إياه

9:114

maar toen het hem duidelijk werd dat hij een vijand van God was, verklaarde hij zich vrij van hem.

فلما تبين له أنه عدو لله تبرأ منه

9:114

Ibrahim was voorzeker vol zuchten, lankmoedig.

إن إبرهيم لأوه حليم

Het past God niet een volk te doen dwalen nadat Hij het heeft geleid, zonder het eerst te hebben uitgelegd waarvoor het zich moet behoeden.

وما كان ٱلله ليضل قوما بعد إذ هدىهم حتى يبين لهم ما يتقون

God is gewis Alwetend over alles.

إن ٱلله بكل شىء عليم

Aan God behoort gewis het koningschap van de hemelen en de aarde;

إن ٱلله له ملك ٱلسموت وٱلأرض

Hij doet leven en doet sterven.

يحي ويميت

En jullie hebben, buiten God, noch beschermer noch hulp.

وما لكم من دون ٱلله من ولي ولا نصير

God is gewis met mildheid teruggekeerd naar de Berichtgever, de emigranten en de Hulpgenoten, die hem hebben gevolgd in het uur van de moeilijkheid, nadat de kernen van een fractie van hen bijna waren afgeweken; daarna is Hij met mildheid naar hen teruggekeerd – Hij is, jegens hen, vol goedheid, Welwillend – en naar de drie die waren achtergelaten,

لقد تاب ٱلله على ٱلنبي وٱلمهجرين وٱلأنصار ٱلذين ٱتبعوه في ساعة ٱلعسرة من بعد ما كاد يزيغ قلوب فريق منهم ثم تاب عليهم إنه بهم رءوف رحيم وعلى ٱلثلثة ٱلذين خلفوا

totdat de aarde hun nauw was geworden ondanks haar uitgestrektheid, hun Zelf zelf hun nauw was geworden, en zij hadden vermoed dat er geen wijkplaats tegen God is behalve naar Hem – toen keerde Hij met mildheid naar hen terug, opdat zij terugkeren.

حتى إذا ضاقت عليهم ٱلأرض بما رحبت وضاقت عليهم أنفسهم وظنوا أن لا ملجأ من ٱلله إلآ إليه ثم تاب عليهم ليتوبوا

God, Hij, is Degene die onophoudelijk het berouw verwelkomt, Welwillend.

إن ٱلله هو ٱلتواب ٱلرحيم

O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God, en wees met de waarachtigen.

يأيها ٱلذين ءامنوا ٱتقوا ٱلله وكونوا مع ٱلصدقين

9:120

Het kwam de lieden van de Hoofdstad niet toe, noch de notabelen die hen omringen, achter te blijven, ver van de gezant van God, noch hun eigen Zelf boven het zijne te verkiezen.

ما كان لأهل ٱلمدينة ومن حولهم من ٱلأعراب أن يتخلفوا عن رسول ٱلله ولا يرغبوا بأنفسهم عن نفسه

Dat komt doordat hun geen dorst, geen vermoeidheid, geen schaarste overkomt op de weg van God, en zij geen plaats betreden die hen die verloochenen ergert, en hun geen winst op een vijand toevalt, zonder dat hun daarvoor een deugdelijk werk wordt ingeschreven.

ذلك بأنهم لا يصيبهم ظمأ ولا نصب ولا مخمصة في سبيل ٱلله ولا يطون موطئا يغيظ ٱلكفار ولا ينالون من عدو نيلا إلا كتب لهم به عمل صلح

God laat gewis de beloning van hen die het goede doen niet vervliegen.

إن ٱلله لا يضيع أجر ٱلمحسنين

9:121

En zij geven geen enkele uitgave uit, klein of groot, zij bezetten de doorgang van geen enkel dal, zonder dat het hun wordt ingeschreven,

ولا ينفقون نفقة صغيرة ولا كبيرة ولا يقطعون واديا إلا كتب لهم

opdat God hen vergeldt naar het schoonste van wat zij deden.

ليجزيهم ٱلله أحسن ما كانوا يعملون

9:122

Het kwam de gelovenden niet toe zich allen tezamen te mobiliseren.

وما كان ٱلمؤمنون لينفروا كآفة

9:122

Waarom heeft zich dan niet, uit elke fractie van hen, een groep gemobiliseerd, opdat zij zich verdiepen in wat zij van de Wet begrijpen, en opdat zij hun volk waarschuwen bij hun terugkeer naar hen, misschien zullen zij waakzaam zijn?

فلولا نفر من كل فرقة منهم طآئفة ليتفقهوا في ٱلدين ولينذروا قومهم إذا رجعوا إليهم لعلهم يحذرون

O jullie die geloofd hebben! Bevecht hen van de verloochenaars die dicht bij jullie zijn, en laat hen in jullie standvastigheid vinden.

يأيها ٱلذين ءامنوا قتلوا ٱلذين يلونكم من ٱلكفار وليجدوا فيكم غلظة

En weet dat God met de behoedzamen is.

وٱعلموا أن ٱلله مع ٱلمتقين

En wanneer een soera is neergedaald, is er onder hen een die zegt: “Wie van jullie heeft deze soera in geloof doen toenemen?”

وإذا مآ أنزلت سورة فمنهم من يقول أيكم زادته هذه إيمنا

Wat betreft zij die geloofd hebben, zij heeft hen in geloof doen toenemen, en zij jubelen erover.

فأما ٱلذين ءامنوا فزادتهم إيمنا وهم يستبشرون

Maar wat betreft zij in wier kernen een ziekte zit, zij heeft een slijk toegevoegd aan hun slijk, en zij zijn gestorven terwijl zij verloochenden.

وأما ٱلذين في قلوبهم مرض فزادتهم رجسا إلى رجسهم وماتوا وهم كفرون

Zien zij dan niet dat zij elk jaar op de proef worden gesteld, een of twee keer? Daarna keren zij niet terug, en zij herinneren zich niet.

أولا يرون أنهم يفتنون في كل عام مرة أو مرتين ثم لا يتوبون ولا هم يذكرون

En wanneer een soera is neergedaald, kijken zij elkaar aan: “Ziet iemand jullie?” Daarna glippen zij weg.

وإذا مآ أنزلت سورة نظر بعضهم إلى بعض هل يرىكم من أحد ثم ٱنصرفوا

God heeft hun kernen afgewend, omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.

صرف ٱلله قلوبهم بأنهم قوم لا يفقهون

9:128

Gewis is een gezant tot jullie gekomen, voortgekomen uit jullie zelf; het valt hem zwaar dat jullie terneergedrukt zijn,

لقد جآءكم رسول من أنفسكم عزيز عليه ما عنتم

9:128

begaan met jullie,

حريص عليكم

9:128

vol goedheid, welwillend jegens de gelovenden.

بٱلمؤمنين رءوف رحيم

9:129

Als zij de rug toekeren, zeg dan: “God volstaat voor mij;

فإن تولوا فقل حسبي ٱلله

9:129

geen godheid behalve Hij;

لآ إله إلا هو

9:129

aan Hem verleen ik lastgeving,

عليه توكلت

9:129

en Hij is de Voogd van het ontzaglijke Bouwwerk.”

وهو رب ٱلعرش ٱلعظيم

← Index van de soera's