الزمر
Az-Zumar
Do Not Lose Heart
بسم ٱلله ٱلرحمن ٱلرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
De neerdaling van de Schrift komt van God, de Almachtige, de Wijze.
تنزيل ٱلكتب من ٱلله ٱلعزيز ٱلحكيم
Wij hebben de Schrift naar jou doen neerdalen in alle waarheid; gehoorzaam dus God, Hem uitsluitend de Wet toewijdend.
إنآ أنزلنآ إليك ٱلكتب بٱلحق فٱعبد ٱلله مخلصا له ٱلدين
Is het niet zo: aan God behoort de gelouterde en uitsluitende Wet.
ألا لله ٱلدين ٱلخالص
En zij die buiten Hem bondgenoten nemen: “Wij gehoorzamen hen slechts opdat zij ons dichter bij God brengen, zo dichtbij mogelijk”;
وٱلذين ٱتخذوا من دونه أوليآء ما نعبدهم إلا ليقربونآ إلى ٱلله زلفى
gewis zal God tussen hen oordelen over datgene waarin zij uiteenlopen,
إن ٱلله يحكم بينهم في ما هم فيه يختلفون
want God leidt niet wie een leugenaar is, een groot verloochenaar.
إن ٱلله لا يهدي من هو كذب كفار
Als God Zich een kind had willen toekennen, zou Hij hebben gekozen wat het Hem behaagt uit wat Hij schept;
لو أراد ٱلله أن يتخذ ولدا لٱصطفى مما يخلق ما يشآء
glorie zij Hem –
سبحنه
Hij is het, God, de Enige, de Overheerser.
هو ٱلله ٱلوحد ٱلقهار
Hij heeft de hemelen en de aarde geschapen in alle waarheid;
خلق ٱلسموت وٱلأرض بٱلحق
Hij wikkelt de nacht om de dag, en wikkelt de dag om de nacht;
يكور ٱليل على ٱلنهار ويكور ٱلنهار على ٱليل
en Hij heeft de zon en de maan onderworpen,
وسخر ٱلشمس وٱلقمر
elk lopend naar een genoemde termijn.
كل يجري لأجل مسمى
Is het niet zo: Hij is het, de Almachtige, de Grote Vergever.
ألا هو ٱلعزيز ٱلغفر
Hij heeft jullie geschapen uit één enkel Zelf, en heeft daaruit zijn echtgenoot laten voortkomen;
خلقكم من نفس وحدة ثم جعل منها زوجها
en Hij heeft voor jullie, uit het vee, acht doen neerdalen, in paren;
وأنزل لكم من ٱلأنعم ثمنية أزوج
Hij schept jullie in de buiken van jullie moeders, schepping na schepping, in drie duisternissen;
يخلقكم في بطون أمهتكم خلقا من بعد خلق في ظلمت ثلث
dat is God, jullie Voogd; aan Hem behoort het koningschap;
ذلكم ٱلله ربكم له ٱلملك
geen godheid behalve Hij;
لآ إله إلا هو
hoe worden jullie dan afgewend?
فأنى تصرفون
Als jullie verloochenen, is God gewis Rijk, zonder enige behoefte aan jullie;
إن تكفروا فإن ٱلله غني عنكم
en Hij aanvaardt de verloochening niet voor Zijn gehoorzamen;
ولا يرضى لعباده ٱلكفر
maar als jullie dankbaar zijn, aanvaardt Hij het voor jullie.
وإن تشكروا يرضه لكم
En geen drager van een last zal de last van een ander dragen;
ولا تزر وازرة وزر أخرى
daarna is jullie terugkeer naar jullie Voogd, en Hij zal jullie berichten van wat jullie deden,
ثم إلى ربكم مرجعكم فينبئكم بما كنتم تعملون
want Hij is Alwetend over de inhoud van de borsten.
إنه عليم بذات ٱلصدور
En wanneer een schade de mens treft, roept hij zijn Voogd aan, zich tot Hem wendend;
وإذا مس ٱلإنسن ضر دعا ربه منيبا إليه
daarna, wanneer Hij hem een weldaad van Hem verleent, vergeet hij datgene waartoe hij eerder aanriep, en wijst hij aan God rivalen toe, om te doen dwalen weg van Zijn weg.
ثم إذا خوله نعمة منه نسي ما كان يدعوا إليه من قبل وجعل لله أندادا ليضل عن سبيله
Zeg: “Geniet een weinig van jouw verloochening, jij behoort gewis tot de metgezellen van het Vuur.”
قل تمتع بكفرك قليلا إنك من أصحب ٱلنار
Wie toegewijd is in de uren van de nacht, zich neerwerpend en staand, waakzaam ten aanzien van het laatste leven en hopend op de welwillendheid van zijn Voogd –
أمن هو قنت ءانآء ٱليل ساجدا وقآئما يحذر ٱلءاخرة ويرجوا رحمة ربه
zeg: “Zijn zij die weten gelijk aan hen die niet weten?”
قل هل يستوي ٱلذين يعلمون وٱلذين لا يعلمون
Alleen de houders van intelligentie herinneren zich.
إنما يتذكر أولوا ٱلألبب
Zeg: “O Mijn gehoorzamen die geloven, behoed jullie voor jullie Voogd;
قل يعباد ٱلذين ءامنوا ٱتقوا ربكم
voor hen die het goede doen, in dit leven hienieden, is er iets schoons;
للذين أحسنوا في هذه ٱلدنيا حسنة
en de aarde van God is wijds;
وأرض ٱلله وسعة
alleen de geduldigen zullen hun beloning getrouw ontvangen, zonder rekening.”
إنما يوفى ٱلصبرون أجرهم بغير حساب
Zeg: “Mij is bevolen God te gehoorzamen, Hem uitsluitend de Wet toewijdend, en mij is bevolen de eerste te zijn van de integeren tegenover Hem.”
قل إني أمرت أن أعبد ٱلله مخلصا له ٱلدين وأمرت لأن أكون أول ٱلمسلمين
Zeg: “Ik vrees gewis, als ik ongehoorzaam ben aan mijn Voogd, de pijn van een ontzaglijke dag.”
قل إني أخاف إن عصيت ربي عذاب يوم عظيم
Zeg: “Het is God die ik gehoorzaam, Hem uitsluitend mijn Wet toewijdend;
قل ٱلله أعبد مخلصا له ديني
gehoorzaam dus wat jullie behaagt buiten Hem.”
فٱعبدوا ما شئتم من دونه
Zeg: “De verliezers zijn zij die het verlies van hun Zelf en van de hunnen hebben veroorzaakt, op de Dag van het Verschijnen;
قل إن ٱلخسرين ٱلذين خسروا أنفسهم وأهليهم يوم ٱلقيمة
is het niet zo: dit is wel het klaarblijkelijke verlies.”
ألا ذلك هو ٱلخسران ٱلمبين
Zij zullen boven zich baldakijnen van Vuur hebben, en onder zich eveneens;
لهم من فوقهم ظلل من ٱلنار ومن تحتهم ظلل
hiermee jaagt God Zijn gehoorzamen schrik aan:
ذلك يخوف ٱلله به عباده
“O Mijn gehoorzamen, behoed jullie voor Mij!”
يعباد فٱتقون
En zij die vermijden de Mateloze te gehoorzamen, en zich tot God wenden, voor hen de gelukkige aankondiging.
وٱلذين ٱجتنبوا ٱلطغوت أن يعبدوها وأنابوا إلى ٱلله لهم ٱلبشرى
Kondig dus het goede nieuws aan Mijn gehoorzamen die naar de uitspraak luisteren en het schoonste ervan volgen;
فبشر عباد ٱلذين يستمعون ٱلقول فيتبعون أحسنه
dezen zijn zij die God heeft geleid,
أولئك ٱلذين هدىهم ٱلله
en dezen zijn de houders van intelligentie.
وأولئك هم أولوا ٱلألبب
Hij tegen wie het woord van de pijn zich heeft bewaarheid – ben jij het die redden zult wie in het Vuur is?
أفمن حق عليه كلمة ٱلعذاب أفأنت تنقذ من في ٱلنار
Maar zij die zich voor hun Voogd hebben behoed zullen hoge kamers hebben, waarboven andere kamers gebouwd zijn, waaronder de rivieren stromen;
لكن ٱلذين ٱتقوا ربهم لهم غرف من فوقها غرف مبنية تجري من تحتها ٱلأنهر
belofte van God –
وعد ٱلله
God is Zijn belofte niet ontrouw.
لا يخلف ٱلله ٱلميعاد
Heb jij niet gezien dat God uit de hemel een water doet neerdalen, dat Hij als bronnen in de aarde laat binnendringen, en daarna daaruit een gewas met uiteenlopende kleuren laat voortkomen; daarna verdroogt het, en jij ziet het vergeeld; daarna maakt Hij er brokstukken van?
ألم تر أن ٱلله أنزل من ٱلسمآء مآء فسلكه ينبيع في ٱلأرض ثم يخرج به زرعا مختلفا ألونه ثم يهيج فترىه مصفرا ثم يجعله حطما
Daarin is voorzeker een herinnering voor de houders van intelligentie.
إن في ذلك لذكرى لأولي ٱلألبب
Hij wiens borst God heeft geopend voor de integriteit tegenover God, en die zich zo op een licht van zijn Voogd bevindt –
أفمن شرح ٱلله صدره للإسلم فهو على نور من ربه
wee dus hen wier kernen verhard zijn tegen de herinnering aan God!
فويل للقسية قلوبهم من ذكر ٱلله
Dezen zijn in een klaarblijkelijke dwaling.
أولئك في ضلل مبين
God heeft de schoonste van de redevoeringen doen neerdalen, een Schrift met delen die op elkaar lijken, in strofen,
ٱلله نزل أحسن ٱلحديث كتبا متشبها مثاني
waarvoor de huiden huiveren van hen die hun Voogd duchten; daarna worden hun huiden en hun kernen week bij de herinnering aan God;
تقشعر منه جلود ٱلذين يخشون ربهم ثم تلين جلودهم وقلوبهم إلى ذكر ٱلله
dit is de leiding van God, waarmee Hij leidt wie het Hem behaagt;
ذلك هدى ٱلله يهدي به من يشآء
en wie God doet dwalen, die heeft geen leidsman meer.
ومن يضلل ٱلله فما له من هاد
Hij die zich met zijn aangezicht vrijwaart tegen de kwade pijn, op de Dag van het Verschijnen –
أفمن يتقي بوجهه سوء ٱلعذاب يوم ٱلقيمة
en aan de onrechtvaardigen zal gezegd worden: “Proef wat jullie verwierven.”
وقيل للظلمين ذوقوا ما كنتم تكسبون
Zij die vóór hen waren hebben ontkend, en de pijn kwam hun vanwaar zij haar niet voelden;
كذب ٱلذين من قبلهم فأتىهم ٱلعذاب من حيث لا يشعرون
God heeft hun de schande doen proeven in het leven hienieden,
فأذاقهم ٱلله ٱلخزي في ٱلحيوة ٱلدنيا
en de pijn van het laatste leven is groter, als zij het wisten.
ولعذاب ٱلءاخرة أكبر لو كانوا يعلمون
En Wij hebben voor de mensen, in deze Lezing, gewis allerlei voorbeelden vermenigvuldigd, misschien zullen zij zich herinneren – een onberispelijke Lezing, zonder enige kronkeligheid, misschien zullen zij zich behoeden.
ولقد ضربنا للناس في هذا ٱلقرءان من كل مثل لعلهم يتذكرون قرءانا عربيا غير ذي عوج لعلهم يتقون
God vermenigvuldigt een voorbeeld: een man die toebehoort aan geassocieerden die het oneens zijn, en een man die uitsluitend toebehoort aan één enkele man –
ضرب ٱلله مثلا رجلا فيه شركآء متشكسون ورجلا سلما لرجل
zijn zij gelijk in voorbeeld?
هل يستويان مثلا
Lof zij God!
ٱلحمد لله
Maar de meesten van hen weten het niet.
بل أكثرهم لا يعلمون
Jij zult sterven, en zij zullen sterven; vervolgens, op de Dag van het Verschijnen, zullen jullie gewis voor jullie Voogd met elkaar twisten.
إنك ميت وإنهم ميتون ثم إنكم يوم ٱلقيمة عند ربكم تختصمون
Wie is dan onrechtvaardiger dan hij die over God liegt en de waarachtigheid ontkent wanneer zij tot hem gekomen is?
فمن أظلم ممن كذب على ٱلله وكذب بٱلصدق إذ جآءه
Is er niet, in Djahannam, een onderkomen voor hen die verloochenen?
أليس في جهنم مثوى للكفرين
En hij die met de waarachtigheid gekomen is, en haar waarachtig heeft verklaard, dezen zijn zij die zich behoeden.
وٱلذي جآء بٱلصدق وصدق به أولئك هم ٱلمتقون
Zij zullen bij hun Voogd hebben wat hun behaagt;
لهم ما يشآءون عند ربهم
dat is de vergelding van hen die het goede doen, opdat God voor hen het kwaadste bedekt van wat zij gedaan hebben, en hen vergeldt met hun beloning naar het schoonste van wat zij deden.
ذلك جزآء ٱلمحسنين ليكفر ٱلله عنهم أسوأ ٱلذي عملوا ويجزيهم أجرهم بأحسن ٱلذي كانوا يعملون
Volstaat God niet voor Zijn gehoorzame?
أليس ٱلله بكاف عبده
En zij zoeken jou schrik aan te jagen met hen die buiten Hem zijn;
ويخوفونك بٱلذين من دونه
en wie God doet dwalen, die heeft geen leidsman meer.
ومن يضلل ٱلله فما له من هاد
En wie God leidt, die heeft niemand meer om hem te doen dwalen;
ومن يهد ٱلله فما له من مضل
is God niet Almachtig, houder van de wraak?
أليس ٱلله بعزيز ذي ٱنتقام
En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aarde geschapen heeft, zullen zij voorzeker zeggen: “God”;
ولئن سألتهم من خلق ٱلسموت وٱلأرض ليقولن ٱلله
zeg: “Zien jullie dan wat jullie aanroepen buiten God? Als God mij met een schade wilde treffen, zouden dezen dan Zijn schade van mij kunnen verlichten? Of als Hij een welwillendheid voor mij wilde, zouden zij die dan bij zich kunnen houden?”
قل أفرءيتم ما تدعون من دون ٱلله إن أرادني ٱلله بضر هل هن كشفت ضره أو أرادني برحمة هل هن ممسكت رحمته
Zeg: “God volstaat mij;
قل حسبي ٱلله
aan Hem verlenen zij lastgeving die lastgeving verlenen.”
عليه يتوكل ٱلمتوكلون
Zeg: “O mijn volk, handel naar jullie plaats, want ook ik handel;
قل يقوم ٱعملوا على مكانتكم إني عمل
jullie zullen weldra weten bij wie een pijn zal komen die hem met schande bedekt, en over wie een pijn zal neerkomen die zich handhaaft.”
فسوف تعلمون من يأتيه عذاب يخزيه ويحل عليه عذاب مقيم
Wij hebben de Schrift op jou doen neerdalen voor de mensen, in alle waarheid;
إنآ أنزلنا عليك ٱلكتب للناس بٱلحق
wie zich laat leiden, het is voor zichzelf;
فمن ٱهتدى فلنفسه
en wie dwaalt, dwaalt slechts tegen zichzelf;
ومن ضل فإنما يضل عليها
en jij bent voor hen geen lasthebber.
ومآ أنت عليهم بوكيل
God houdt de Zelven getrouw in bewaring op het ogenblik van hun dood, en hen die nog niet gestorven zijn, tijdens hun slaap;
ٱلله يتوفى ٱلأنفس حين موتها وٱلتي لم تمت في منامها
Hij houdt hen vast wier dood Hij heeft bepaald, en stuurt de anderen terug tot een genoemde termijn;
فيمسك ٱلتي قضى عليها ٱلموت ويرسل ٱلأخرى إلى أجل مسمى
daarin zijn voorzeker tekenen voor een volk dat nadenkt.
إن في ذلك لءايت لقوم يتفكرون
Of hebben zij, buiten God, voorsprekers genomen?
أم ٱتخذوا من دون ٱلله شفعآء
Zeg: “Ook al bezitten zij niets en redeneren zij niet?”
قل أولو كانوا لا يملكون شيا ولا يعقلون
Zeg: “De voorspraak behoort geheel aan God;
قل لله ٱلشفعة جميعا
aan Hem behoort het koningschap van de hemelen en de aarde;
له ملك ٱلسموت وٱلأرض
vervolgens zullen jullie tot Hem teruggebracht worden.”
ثم إليه ترجعون
En wanneer God alleen in herinnering gebracht wordt, krimpen de kernen van hen die niet geloven in het laatste leven samen van walging;
وإذا ذكر ٱلله وحده ٱشمأزت قلوب ٱلذين لا يؤمنون بٱلءاخرة
en wanneer zij die buiten Hem zijn in herinnering gebracht worden, zie, dan jubelen zij.
وإذا ذكر ٱلذين من دونه إذا هم يستبشرون
Zeg: “O God, Oorsprong van de hemelen en de aarde, Hij die weet wat de zintuigen ontgaat en wat getuigd wordt, U bent het die zal oordelen tussen Uw gehoorzamen over datgene waarin zij uiteenliepen.”
قل ٱللهم فاطر ٱلسموت وٱلأرض علم ٱلغيب وٱلشهدة أنت تحكم بين عبادك في ما كانوا فيه يختلفون
En als de onrechtvaardigen alles bezaten wat op de aarde is, en het equivalent ervan daarbij, zouden zij het als losgeld geven tegen de kwade pijn, op de Dag van het Verschijnen;
ولو أن للذين ظلموا ما في ٱلأرض جميعا ومثله معه لٱفتدوا به من سوء ٱلعذاب يوم ٱلقيمة
en van God zal zich aan hen vertonen datgene waarop zij niet rekenden.
وبدا لهم من ٱلله ما لم يكونوا يحتسبون
En aan hen zullen zich de kwade gevolgen vertonen van wat zij hebben verworven,
وبدا لهم سيات ما كسبوا
en wat zij hoonden, zal hen omhullen.
وحاق بهم ما كانوا به يستهزءون
Wanneer een schade de mens treft, roept hij Ons aan; vervolgens, wanneer Wij hem een weldaad van Onze zijde toekennen, zegt hij: “Het is mij slechts gegeven krachtens een weten.”
فإذا مس ٱلإنسن ضر دعانا ثم إذا خولنه نعمة منا قال إنمآ أوتيته على علم
Het is veeleer een beproeving,
بل هي فتنة
maar de meesten van hen weten het niet.
ولكن أكثرهم لا يعلمون
Zij die vóór hen waren, hebben het reeds gezegd, en wat zij verwierven heeft hun tot niets gediend.
قد قالها ٱلذين من قبلهم فمآ أغنى عنهم ما كانوا يكسبون
De kwade gevolgen van wat zij hebben verworven zijn hun overkomen;
فأصابهم سيات ما كسبوا
en hun die, onder dezen, onrechtvaardig zijn, zullen de kwade gevolgen van wat zij hebben verworven overkomen, en zij zullen Hem niet tot onmacht kunnen brengen.
وٱلذين ظلموا من هؤلآء سيصيبهم سيات ما كسبوا وما هم بمعجزين
Weten zij dan niet dat God de leeftocht uitbreidt voor wie het Hem behaagt, en haar afmeet?
أولم يعلموا أن ٱلله يبسط ٱلرزق لمن يشآء ويقدر
Daarin zijn voorzeker tekenen voor een volk dat gelooft.
إن في ذلك لءايت لقوم يؤمنون
Zeg: “O Mijn gehoorzamen die buitensporig zijn geweest jegens jullie zelf, verlies de moed niet wat betreft de welwillendheid van God;
قل يعبادي ٱلذين أسرفوا على أنفسهم لا تقنطوا من رحمة ٱلله
want God vergeeft alle vergrijpen;
إن ٱلله يغفر ٱلذنوب جميعا
want Hij is het, de Zeer Vergevensgezinde, de Welwillende.”
إنه هو ٱلغفور ٱلرحيم
En wend jullie tot jullie Voogd, en wees integer tegenover Hem, voordat de pijn tot jullie komt; dan zullen jullie niet meer geholpen worden.
وأنيبوا إلى ربكم وأسلموا له من قبل أن يأتيكم ٱلعذاب ثم لا تنصرون
En volg het schoonste van wat jullie van jullie Voogd is neergedaald, voordat de pijn jullie onverhoeds komt, zonder dat jullie haar voelen – uit vrees dat een Zelf zegt: “Wat een troosteloosheid om wat ik verzuimd heb aan de kant van God, en om voorzeker onder de spotters te zijn geweest!” of dat het zegt: “Als God mij had geleid, zou ik onder hen zijn geweest die zich behoeden”; of dat het, de pijn ziende, zegt: “Als ik maar een revanche had, zou ik onder hen zijn die het goede doen.”
وٱتبعوا أحسن مآ أنزل إليكم من ربكم من قبل أن يأتيكم ٱلعذاب بغتة وأنتم لا تشعرون أن تقول نفس يحسرتى على ما فرطت في جنب ٱلله وإن كنت لمن ٱلسخرين أو تقول لو أن ٱلله هدىني لكنت من ٱلمتقين أو تقول حين ترى ٱلعذاب لو أن لي كرة فأكون من ٱلمحسنين
“Jawel! Mijn tekenen zijn tot jou gekomen, maar jij hebt ze ontkend, je bent opgezwollen van hoogmoed, en je bent onder hen geweest die verloochenen.”
بلى قد جآءتك ءايتي فكذبت بها وٱستكبرت وكنت من ٱلكفرين
En op de Dag van het Verschijnen zul je hen zien die over God gelogen hebben, met een verzwart gezicht.
ويوم ٱلقيمة ترى ٱلذين كذبوا على ٱلله وجوههم مسودة
Is er niet, in Djahannam, een onderkomen voor de hoogmoedigen?
أليس في جهنم مثوى للمتكبرين
En God redt hen die zich behoed hebben, door hun triomf; geen kwaad zal hen raken, en zij zullen niet bedroefd zijn.
وينجي ٱلله ٱلذين ٱتقوا بمفازتهم لا يمسهم ٱلسوء ولا هم يحزنون
God is de Schepper van alles;
ٱلله خلق كل شىء
en Hij is, over alles, lasthebber.
وهو على كل شىء وكيل
Aan Hem behoren de ambten van de hemelen en de aarde;
له مقاليد ٱلسموت وٱلأرض
en zij die de tekenen van God verloochenen, dezen zijn de verliezers.
وٱلذين كفروا بايت ٱلله أولئك هم ٱلخسرون
Zeg: “Bevelen jullie mij dan een ander dan God te gehoorzamen, o onwetenden?”
قل أفغير ٱلله تأمروني أعبد أيها ٱلجهلون
Gewis is het jou geopenbaard, evenals aan hen die vóór jou waren: “Als jij associeerde, zou jouw werk voorzeker instorten, en zou je voorzeker onder de verliezers zijn.”
ولقد أوحي إليك وإلى ٱلذين من قبلك لئن أشركت ليحبطن عملك ولتكونن من ٱلخسرين
Gehoorzaam veeleer God, en behoor tot de dankbaren.
بل ٱلله فٱعبد وكن من ٱلشكرين
Zij hebben God niet gemeten naar Zijn juiste maat; de gehele aarde zal in Zijn greep zijn op de Dag van het Verschijnen, en de hemelen zullen opgevouwen zijn in Zijn rechterhand.
وما قدروا ٱلله حق قدره وٱلأرض جميعا قبضته يوم ٱلقيمة وٱلسموت مطويت بيمينه
Glorie zij Hem, en Hij staat ver boven wat zij met Hem associëren.
سبحنه وتعلى عما يشركون
En er zal in de Hoorn geblazen worden, en ieder die in de hemelen en op de aarde is zal neergebliksemd worden, behalve wie het God behaagt;
ونفخ في ٱلصور فصعق من في ٱلسموت ومن في ٱلأرض إلا من شآء ٱلله
vervolgens zal er een andere keer in geblazen worden, en zie, zij staan rechtop, kijkend.
ثم نفخ فيه أخرى فإذا هم قيام ينظرون
En de aarde zal schitteren van het licht van haar Voogd; het register zal neergelegd worden; de berichtgevers en de getuigen zullen aangevoerd worden; er zal tussen hen beslist worden in alle waarheid, en zij zullen geen onrecht ondergaan.
وأشرقت ٱلأرض بنور ربها ووضع ٱلكتب وجايء بٱلنبين وٱلشهدآء وقضي بينهم بٱلحق وهم لا يظلمون
En ieder Zelf zal getrouw ontvangen wat het gedaan heeft, en Hij weet het best wat zij doen.
ووفيت كل نفس ما عملت وهو أعلم بما يفعلون
En zij die verloochenen zullen naar Djahannam geleid worden, in cohorten,
وسيق ٱلذين كفروا إلى جهنم زمرا
totdat, daar aangekomen, haar poorten opengaan, en haar aangestelden tot hen zeggen: “Zijn er geen gezanten, uit jullie voortgekomen, tot jullie gekomen, die jullie de tekenen van jullie Voogd voordroegen en jullie waarschuwden voor de ontmoeting met deze dag?”
حتى إذا جآءوها فتحت أبوبها وقال لهم خزنتهآ ألم يأتكم رسل منكم يتلون عليكم ءايت ربكم وينذرونكم لقآء يومكم هذا
Zij zullen zeggen: “Jawel!” maar het woord van de pijn zal zich hebben bewaarheid tegen hen die verloochenden.
قالوا بلى ولكن حقت كلمة ٱلعذاب على ٱلكفرين
Er zal gezegd worden: “Treed binnen door de poorten van Djahannam, om daar eeuwig te blijven.”
قيل ٱدخلوا أبوب جهنم خلدين فيها
Wat een verfoeilijk onderkomen, dat van de hoogmoedigen!
فبئس مثوى ٱلمتكبرين
En zij die zich voor hun Voogd behoed hebben zullen naar de Tuin geleid worden, in cohorten,
وسيق ٱلذين ٱتقوا ربهم إلى ٱلجنة زمرا
totdat, daar aangekomen, terwijl haar poorten geopend zijn, haar aangestelden tot hen zeggen: “Vrede over jullie, jullie zijn goed geweest – treed er binnen om er eeuwig te blijven.”
حتى إذا جآءوها وفتحت أبوبها وقال لهم خزنتها سلم عليكم طبتم فٱدخلوها خلدين
En zij zullen zeggen: “Lof zij God die ons Zijn belofte gehouden heeft, en ons de aarde heeft doen erven, ons installerend in de Tuin waar het ons behaagt; wat een uitstekende beloning voor hen die werken!”
وقالوا ٱلحمد لله ٱلذي صدقنا وعده وأورثنا ٱلأرض نتبوأ من ٱلجنة حيث نشآء فنعم أجر ٱلعملين
En jij zult de Gemachtigden zien, het Bouwwerk omringend, hun Voogd glorifiërend, Hem lovend;
وترى ٱلملئكة حآفين من حول ٱلعرش يسبحون بحمد ربهم
en er zal tussen hen beslist worden in alle waarheid,
وقضي بينهم بٱلحق
en er zal gezegd worden: “Lof zij God, Voogd van alle wezens.”
وقيل ٱلحمد لله رب ٱلعلمين