الاحزاب
Al-Ahzab
The Parties
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
O Berichtgever, behoed je voor God,
يايها النبي اتق الله
en voeg je niet naar hen die verloochenen en evenmin naar de huichelaars,
ولا تطع الكفرين والمنفقين
want God is Alwetend, Wijs.
ان الله كان عليما حكيما
En volg wat jou geopenbaard wordt van de kant van jouw Voogd.
واتبع ما يوحي اليك من ربك
God is gewis Intiem Kenner van wat zij doen.
ان الله كان بما تعملون خبيرا
En verleen lastgeving aan God.
وتوكل علي الله
En God volstaat als lasthebber.
وكفي بالله وكيلا
God heeft aan geen enkele man twee kernen in zijn binnenste toegewezen.
ما جعل الله لرجل من قلبين في جوفه
En Hij heeft jullie echtgenoten – zij aan wie jullie de rug tonen – niet jullie moeders gemaakt,
وما جعل ازوجكم الي تظهرون منهن امهتكم
en Hij heeft jullie aangenomen zonen niet jullie zonen gemaakt.
وما جعل ادعياكم ابناكم
Dat is jullie uitspraak, uit jullie monden;
ذلكم قولكم بافوهكم
en God zegt de waarheid, en Hij is het die leidt naar de weg.
والله يقول الحق وهو يهدي السبيل
Noem hen bij de naam van hun vaders: dat is billijker bij God.
ادعوهم لابايهم هو اقسط عند الله
En als jullie hun vaders niet kennen, dan zijn zij jullie broers in de Wet, en jullie bondgenoten.
فان لم تعلموا اباهم فاخونكم في الدين وموليكم
En er is geen verwijt jegens jullie in wat jullie door een fout gedaan zouden hebben,
وليس عليكم جناح فيما اخطاتم به
maar in wat jullie kernen voorbedacht hebben.
ولكن ما تعمدت قلوبكم
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
De Berichtgever staat dichter bij de gelovenden dan zij het bij zichzelf zijn,
النبي اولي بالمومنين من انفسهم
en zijn echtgenoten zijn hun moeders.
وازوجه امهتهم
En de houders van de schakels van verwantschap staan dichter bij elkaar volgens de Codex van God dan de gelovenden en de emigranten – tenzij jullie jegens jullie bondgenoten doen wat naar gebruik erkend is.
واولوا الارحام بعضهم اولي ببعض في كتب الله من المومنين والمهجرين الا ان تفعلوا الي اوليايكم معروفا
Dat was opgetekend in de Schrift.
كان ذلك في الكتب مسطورا
En toen Wij van de berichtgevers hun plechtige verbintenis namen, en van jou, en van Noeh, Ibrahim, Moesa en Isa, zoon van Marjam –
واذ اخذنا من النبين ميثقهم ومنك ومن نوح وابرهيم وموسي وعيسي ابن مريم
en Wij namen van hen een plechtige en vaste verbintenis, opdat Hij de waarachtigen ondervraagt over hun waarachtigheid;
واخذنا منهم ميثقا غليظا ليسل الصدقين عن صدقهم
en Hij heeft voor hen die verloochenen een schrijnende pijn bereid.
واعد للكفرين عذابا اليما
O jullie die geloofd hebben! Herinner jullie de weldaad van God over jullie, toen legers tegen jullie kwamen, en Wij een wind op hen zonden, en legers die jullie niet zagen.
يايها الذين امنوا اذكروا نعمه الله عليكم اذ جاتكم جنود فارسلنا عليهم ريحا وجنودا لم تروها
En God is Alziend over wat jullie doen.
وكان الله بما تعملون بصيرا
Toen zij van boven en van beneden tot jullie kwamen,
اذ جاوكم من فوقكم ومن اسفل منكم
en toen het gezichtsvermogen afweek, de kernen de keel bereikten, en jullie over God allerlei vermoedens koesterden.
واذ زاغت الابصر وبلغت القلوب الحناجر وتظنون بالله الظنونا
Daar werden de gelovenden beproefd, en geschud met een hevige schudding.
هنالك ابتلي المومنون وزلزلوا زلزالا شديدا
En toen de huichelaars, en zij wier kernen een ziekte dragen, zeiden: “God en Zijn gezant hebben ons niets dan bedrog beloofd”,
واذ يقول المنفقون والذين في قلوبهم مرض ما وعدنا الله ورسوله الا غرورا
en toen een groep van hen zei: “O lieden van Jathrib, er is geen plaats voor jullie; keer terug”,
واذ قالت طايفه منهم ياهل يثرب لا مقام لكم فارجعوا
en toen een deel van hen de Berichtgever om toestemming vroeg, zeggend: “Onze huizen zijn gewis zonder beslotenheid” – terwijl zij dat niet waren:
ويستذن فريق منهم النبي يقولون ان بيوتنا عوره وما هي بعوره
zij wilden slechts vluchten.
ان يريدون الا فرارا
En als men van alle kanten daar was binnengekomen, en hun vervolgens de beproeving gevraagd had, zouden zij zich eraan hebben geleend, en daar slechts een ogenblik hebben gedraald.
ولو دخلت عليهم من اقطارها ثم سيلوا الفتنه لاتوها وما تلبثوا بها الا يسيرا
En zij hadden toch een pact met God gesloten, eerder, de rug niet toe te keren;
ولقد كانوا عهدوا الله من قبل لا يولون الادبر
en het pact van God zal ondervraagd worden.
وكان عهد الله مسولا
Zeg: “De vlucht zal jullie van geen enkel nut zijn als jullie vluchten voor de dood of de moord,
قل لن ينفعكم الفرار ان فررتم من الموت او القتل
en dan zouden jullie slechts weinig genieten.”
واذا لا تمتعون الا قليلا
Zeg: “Wie zou jullie dan vrijwaren van God, als Hij voor jullie een kwaad wilde, of als Hij voor jullie een welwillendheid wilde?”
قل من ذا الذي يعصمكم من الله ان اراد بكم سوا او اراد بكم رحمه
En zij zullen buiten God geen beschermer en geen hulp vinden.
ولا يجدون لهم من دون الله وليا ولا نصيرا
God zal gewis hen onder jullie onderscheiden die de anderen vertragen, en hen die tot hun broers zeggen: “Kom tot ons” – en die slechts weinig naar het gevecht komen, gierig jegens jullie.
قد يعلم الله المعوقين منكم والقايلين لاخونهم هلم الينا ولا ياتون الباس الا قليلا اشحه عليكم
Vervolgens, wanneer de vrees komt, zie je hen naar jou kijken, hun ogen draaiend zoals bij hem die de dood doet bezwijken.
فاذا جا الخوف رايتهم ينظرون اليك تدور اعينهم كالذي يغشي عليه من الموت
Vervolgens, wanneer de vrees weggaat, overvallen zij jullie met scherpe tongen, gierig naar het goede.
فاذا ذهب الخوف سلقوكم بالسنه حداد اشحه علي الخير
Dezen hebben niet geloofd; God heeft hun werken dus tenietgedaan,
اوليك لم يومنوا فاحبط الله اعملهم
en dat is, voor God, iets gemakkelijks.
وكان ذلك علي الله يسيرا
Zij denken dat de partijen niet zijn weggegaan;
يحسبون الاحزاب لم يذهبوا
en als de partijen kwamen, zouden zij zich willen hebben teruggetrokken onder de notabelen,
وان يات الاحزاب يودوا لو انهم بادون في الاعراب
vragend om berichten over jullie; en als zij onder jullie waren, zouden zij slechts weinig gevochten hebben.
يسلون عن انبايكم ولو كانوا فيكم ما قتلوا الا قليلا
Jullie hebben gewis, in de gezant van God, een schoon toonbeeld gehad, voor wie ook op God en de Laatste Dag hoopt, en zich God overvloedig herinnert.
لقد كان لكم في رسول الله اسوه حسنه لمن كان يرجوا الله واليوم الاخر وذكر الله كثيرا
En toen de gelovenden de partijen zagen, zeiden zij: “Dit is wat God en Zijn gezant ons beloofd hadden, en God en Zijn gezant hebben de waarheid gezegd”,
ولما را المومنون الاحزاب قالوا هذا ما وعدنا الله ورسوله وصدق الله ورسوله
en dat vermeerderde slechts hun geloof en hun geheel integere instemming.
وما زادهم الا ايمنا وتسليما
Onder de gelovenden zijn er mannen die waarachtig zijn geweest jegens het pact dat zij met God gesloten hadden:
من المومنين رجال صدقوا ما عهدوا الله عليه
sommigen van hen hebben hun verbintenis volbracht, en anderen wachten,
فمنهم من قضي نحبه ومنهم من ينتظر
en zij hebben niets veranderd – opdat God de waarachtigen vergeldt voor hun waarachtigheid, en pijn oplegt aan de huichelaars, indien het Hem behaagt, of met mildheid tot hen terugkeert,
وما بدلوا تبديلا ليجزي الله الصدقين بصدقهم ويعذب المنفقين ان شا او يتوب عليهم
want God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
ان الله كان غفورا رحيما
En God deed hen die verloochend hebben terugvloeien, in hun woede, zonder dat enig goed hun ten deel viel;
ورد الله الذين كفروا بغيظهم لم ينالوا خيرا
en God heeft de gelovenden het gevecht bespaard.
وكفي الله المومنين القتال
En God is Sterk, Almachtig.
وكان الله قويا عزيزا
En Hij deed hen uit hun vestingen neerdalen die hen, onder de lieden van de Schrift, hadden gesteund, en slingerde de ontzetting in hun kernen:
وانزل الذين ظهروهم من اهل الكتب من صياصيهم وقذف في قلوبهم الرعب
een fractie doodden jullie, en een fractie namen jullie gevangen;
فريقا تقتلون وتاسرون فريقا
en Hij deed jullie hun aarde erven, hun woningen, hun bezittingen, en een aarde die jullie niet betreden hadden.
واورثكم ارضهم وديرهم وامولهم وارضا لم تطوها
En God is tot alles in staat.
وكان الله علي كل شي قديرا
O Berichtgever, zeg tot je echtgenoten: “Indien jullie het leven hienieden en zijn tooi willen, kom, ik zal jullie genieting geven en jullie vrijlaten met een waardige vrijlating;
يايها النبي قل لازوجك ان كنتن تردن الحيوه الدنيا وزينتها فتعالين امتعكن واسرحكن سراحا جميلا
en indien jullie God, Zijn gezant en het laatste verblijf willen, dan heeft God gewis, voor hen onder jullie die het goede doen, een ontzaglijke beloning bereid.”
وان كنتن تردن الله ورسوله والدار الاخره فان الله اعد للمحسنت منكن اجرا عظيما
O vrouwen van de Berichtgever, wie van jullie een klaarblijkelijke schanddaad zou plegen, haar zouden Wij de pijn verdubbelen, tweemaal;
ينسا النبي من يات منكن بفحشه مبينه يضعف لها العذاب ضعفين
en dat is, voor God, iets gemakkelijks.
وكان ذلك علي الله يسيرا
En degene onder jullie die aan God en aan Zijn gezant toegewijd is, en een deugdelijk werk verricht, haar zullen Wij haar beloning tweemaal geven, en voor haar hebben Wij een edele leeftocht klaargemaakt.
ومن يقنت منكن لله ورسوله وتعمل صلحا نوتها اجرها مرتين واعتدنا لها رزقا كريما
O vrouwen van de Berichtgever, jullie zijn niet als enige andere van de vrouwen, indien jullie je behoeden.
ينسا النبي لستن كاحد من النسا ان اتقيتن
Verzacht dus de toon van jullie uitspraak niet, uit vrees dat hij wiens kern een ziekte draagt, zou begeren; zeg een naar gebruik erkende uitspraak, en verblijf in jullie huizen,
فلا تخضعن بالقول فيطمع الذي في قلبه مرض وقلن قولا معروفا وقرن في بيوتكن
en spreid jullie niet ten toon zoals de eerste onwetendheid zich ten toon spreidde.
ولا تبرجن تبرج الجهليه الاولي
En onderhoud het Contact en geef de zuivere vrijgevigheid,
واقمن الصلوه واتين الزكوه
en voeg jullie naar God en Zijn gezant.
واطعن الله ورسوله
God wil slechts het slijk ver van jullie doen vertrekken, lieden van het Huis, en jullie volledig reinigen.
انما يريد الله ليذهب عنكم الرجس اهل البيت ويطهركم تطهيرا
En herinner jullie wat in jullie huizen wordt voorgedragen van de tekenen van God en van de wijsheid,
واذكرن ما يتلي في بيوتكن من ايت الله والحكمه
want God is Subtiel, Intiem Kenner.
ان الله كان لطيفا خبيرا
De mannen die integer zijn tegenover God en de vrouwen die integer zijn tegenover God, de gelovenden en de gelovende vrouwen, de toegewijden en de toegewijde vrouwen, de waarachtigen, mannen en vrouwen, de geduldigen en de geduldige vrouwen, de nederigen, mannen en vrouwen, de mannen die liefdadigheid bedrijven en de vrouwen die haar bedrijven, zij die zich onthouden, de mannen die hun kuisheid bewaren en de vrouwen die haar bewaren, de mannen die zich God overvloedig herinneren en de vrouwen die zich Hem herinneren – God heeft hun gewis vergeving en een ontzaglijke beloning bereid.
ان المسلمين والمسلمت والمومنين والمومنت والقنتين والقنتت والصدقين والصدقت والصبرين والصبرت والخشعين والخشعت والمتصدقين والمتصدقت والصيمين والصيمت والحفظين فروجهم والحفظت والذكرين الله كثيرا والذكرت اعد الله لهم مغفره واجرا عظيما
En het komt geen gelovende en geen gelovende vrouw toe, wanneer God en Zijn gezant een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou zijn in hun eigen zaak.
وما كان لمومن ولا مومنه اذا قضي الله ورسوله امرا ان يكون لهم الخيره من امرهم
En wie ongehoorzaam is aan God en aan Zijn gezant, is gedwaald met een klaarblijkelijke dwaling.
ومن يعص الله ورسوله فقد ضل ضللا مبينا
En toen je zei tegen hem die God met Zijn weldaad had overladen, en die jijzelf met weldaad had overladen: “Houd je echtgenoot, en behoed je voor God” – terwijl je in je binnenste verborg wat God zou zichtbaar maken, en je de mensen duchtte, hoewel God er meer recht op heeft dat je Hem ducht.
واذ تقول للذي انعم الله عليه وانعمت عليه امسك عليك زوجك واتق الله وتخفي في نفسك ما الله مبديه وتخشي الناس والله احق ان تخشيه
Vervolgens, toen Zaid elke betrekking met haar beëindigd had, gaven Wij haar jou tot echtgenoot, opdat er voor de gelovenden geen belemmering zou zijn ten aanzien van de echtgenoten van hun aangenomen zonen, nadat dezen elke betrekking met hen beëindigd hebben.
فلما قضي زيد منها وطرا زوجنكها لكي لا يكون علي المومنين حرج في ازوج ادعيايهم اذا قضوا منهن وطرا
En het bevel van God is altijd een gedane zaak.
وكان امر الله مفعولا
Er is voor de Berichtgever geen enkele belemmering in wat God voor hem heeft bepaald –
ما كان علي النبي من حرج فيما فرض الله له
dat is de norm van God jegens hen die voordien voorbijgegaan zijn.
سنه الله في الذين خلوا من قبل
En het bevel van God is een vastgestelde maat.
وكان امر الله قدرا مقدورا
Zij die de boodschappen van God overbrengen, en Hem duchten, en niemand duchten behalve God –
الذين يبلغون رسلت الله ويخشونه ولا يخشون احدا الا الله
en God volstaat als rekenmeester.
وكفي بالله حسيبا
Moehammad is niet de vader van een van jullie mannen,
ما كان محمد ابا احد من رجالكم
maar hij is de gezant van God en het zegel van de berichtgevers.
ولكن رسول الله وخاتم النبين
En God is Alwetend over alles.
وكان الله بكل شي عليما
O jullie die geloofd hebben! Herinner jullie God overvloedig, en glorifieer Hem bij de dageraad en in de avond.
يايها الذين امنوا اذكروا الله ذكرا كثيرا وسبحوه بكره واصيلا
Hij is het die met jullie in contact is, Hij en Zijn Gemachtigden, om jullie uit de duisternissen naar het licht naar buiten te brengen;
هو الذي يصلي عليكم ومليكته ليخرجكم من الظلمت الي النور
en Hij is, jegens de gelovenden, Welwillend.
وكان بالمومنين رحيما
Hun begroeting, de dag waarop zij Hem zullen ontmoeten, zal zijn: “Vrede”.
تحيتهم يوم يلقونه سلم
En Hij heeft hun een edele beloning bereid.
واعد لهم اجرا كريما
O Berichtgever, Wij hebben jou gewis gezonden als getuige, aankondiger en waarschuwer, als iemand die tot God roept met Zijn toestemming, en als een lichtgevende fakkel.
يايها النبي انا ارسلنك شهدا ومبشرا ونذيرا وداعيا الي الله باذنه وسراجا منيرا
En kondig de gelovenden aan dat zij van God een grote gunst hebben.
وبشر المومنين بان لهم من الله فضلا كبيرا
En voeg je niet naar hen die verloochenen en naar de huichelaars,
ولا تطع الكفرين والمنفقين
en sla geen acht op hun hinder,
ودع اذيهم
en verleen lastgeving aan God.
وتوكل علي الله
En God volstaat als lasthebber.
وكفي بالله وكيلا
O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie gelovende vrouwen huwen en hen vervolgens verstoten voordat jullie hen hebben aangeraakt, hebben jullie over hen geen termijn waarvan jullie het aantal moeten bijhouden.
يايها الذين امنوا اذا نكحتم المومنت ثم طلقتموهن من قبل ان تمسوهن فما لكم عليهن من عده تعتدونها
Geef hun dus een genieting, en laat hen vrij met een waardige vrijlating.
فمتعوهن وسرحوهن سراحا جميلا
O Berichtgever, Wij hebben voor jou geoorloofd gemaakt je echtgenoten aan wie jij hun beloningen hebt gegeven, degene die door een eed aan jou gebonden is uit wat God jou heeft doen binnengaan, de dochters van je oom van vaderszijde, de dochters van je tantes van vaderszijde, de dochters van je oom van moederszijde, de dochters van je tantes van moederszijde die met jou zijn geëmigreerd, en elke gelovende vrouw als zij zichzelf aan de Berichtgever schenkt – mits de Berichtgever haar wil huwen:
يايها النبي انا احللنا لك ازوجك التي اتيت اجورهن وما ملكت يمينك مما افا الله عليك وبنات عمك وبنات عمتك وبنات خالك وبنات خلتك التي هاجرن معك وامراه مومنه ان وهبت نفسها للنبي ان اراد النبي ان يستنكحها
uitsluitend voor jou, met uitsluiting van de gelovenden.
خالصه لك من دون المومنين
Wij weten wat Wij voor hen hebben bepaald ten aanzien van hun echtgenoten en van hen die door een eed aan hen gebonden zijn, opdat er voor jou geen enkele belemmering zou zijn;
قد علمنا ما فرضنا عليهم في ازوجهم وما ملكت ايمنهم لكيلا يكون عليك حرج
en God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
Je mag verdagen wie van hen het jou behaagt, en bij je onthalen wie het jou behaagt;
ترجي من تشا منهن وتوي اليك من تشا
en wie jij zoekt onder hen die je terzijde had geschoven, geen verwijt tegen jou.
ومن ابتغيت ممن عزلت فلا جناح عليك
Dat is dichterbij opdat hun blik bedare, zij zich niet bedroeven, en zij tevreden zijn, allen, met wat jij hun geeft.
ذلك ادني ان تقر اعينهن ولا يحزن ويرضين بما اتيتهن كلهن
En God weet wat er in jullie kernen is;
والله يعلم ما في قلوبكم
en God is Alwetend, Lankmoedig.
وكان الله عليما حليما
Voortaan zijn de vrouwen jou niet meer geoorloofd, noch is het geoorloofd hen te ruilen voor andere echtgenoten, ook al verblindt hun schoonheid jou – behalve degene die door een eed aan jou gebonden is.
لا يحل لك النسا من بعد ولا ان تبدل بهن من ازوج ولو اعجبك حسنهن الا ما ملكت يمينك
En God is, over alles, Waarnemer.
وكان الله علي كل شي رقيبا
O jullie die geloofd hebben! Treed niet binnen in de huizen van de Berichtgever, tenzij het jullie wordt toegestaan voor voedsel, zonder op de gaarwording ervan te wachten;
يايها الذين امنوا لا تدخلوا بيوت النبي الا ان يوذن لكم الي طعام غير نظرين انيه
maar wanneer jullie uitgenodigd worden, treed binnen; en wanneer jullie gevoed zijn, ontvouw jullie, zonder jullie te vergeten in het keuvelen,
ولكن اذا دعيتم فادخلوا فاذا طعمتم فانتشروا ولا مستنسين لحديث
want dat viel de Berichtgever lastig, maar hij voelde schroom jegens jullie,
ان ذلكم كان يوذي النبي فيستحي منكم
terwijl God geen schroom voelt voor de waarheid.
والله لا يستحي من الحق
En wanneer jullie hun een voorwerp vragen, vraag het hun van achter een sluier:
واذا سالتموهن متعا فسلوهن من ورا حجاب
dat is reiner voor jullie kernen en hun kernen.
ذلكم اطهر لقلوبكم وقلوبهن
En het komt jullie niet toe de gezant van God lastig te vallen, noch na hem met zijn echtgenoten te huwen, nooit;
وما كان لكم ان توذوا رسول الله ولا ان تنكحوا ازوجه من بعده ابدا
want dat is, bij God, ontzaglijk.
ان ذلكم كان عند الله عظيما
Of jullie iets zichtbaar maken of het verbergen, gewis is God Alwetend over alles.
ان تبدوا شيا او تخفوه فان الله كان بكل شي عليما
Geen verwijt tegen hen aangaande hun vaders, noch hun zonen, noch hun broers, noch de zonen van hun broers, noch de zonen van hun zussen, noch de vrouwen uit hun omgeving, noch hen die door een eed aan hen gebonden zijn.
لا جناح عليهن في ابايهن ولا ابنايهن ولا اخونهن ولا ابنا اخونهن ولا ابنا اخوتهن ولا نسايهن ولا ما ملكت ايمنهن
En behoed jullie voor God,
واتقين الله
want God is getuige van alles.
ان الله كان علي كل شي شهيدا
God en Zijn Gemachtigden zijn voortdurend in contact met de Berichtgever.
ان الله ومليكته يصلون علي النبي
O jullie die geloofd hebben! Wees in contact met hem, en groet hem met een groet.
يايها الذين امنوا صلوا عليه وسلموا تسليما
Zij die God en Zijn gezant lastigvallen, God heeft hen gewis vervloekt hienieden en in het laatste leven, en Hij heeft hun een verlagende pijn bereid.
ان الذين يوذون الله ورسوله لعنهم الله في الدنيا والاخره واعد لهم عذابا مهينا
En zij die de gelovenden en de gelovende vrouwen lastigvallen zonder dat zij iets hebben gepleegd, laden op zich een laster en een klaarblijkelijke overtreding.
والذين يوذون المومنين والمومنت بغير ما اكتسبوا فقد احتملوا بهتنا واثما مبينا
O Berichtgever, zeg tot je echtgenoten, je dochters, en tot de vrouwen van de gelovenden, een slip van hun mantels over zich heen te halen:
يايها النبي قل لازوجك وبناتك ونسا المومنين يدنين عليهن من جلبيبهن
dat is dichterbij opdat zij herkend worden, en zij niet lastiggevallen worden.
ذلك ادني ان يعرفن فلا يوذين
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما
Indien de huichelaars, zij wier kernen een ziekte dragen, en de zaaiers van geruchten in de Hoofdstad niet ophouden, zullen Wij jou voorzeker tegen hen lanceren; dan zullen zij daar slechts weinig tijd jouw buren blijven, vervloekt.
لين لم ينته المنفقون والذين في قلوبهم مرض والمرجفون في المدينه لنغرينك بهم ثم لا يجاورونك فيها الا قليلا ملعونين
Waar zij ook worden betrapt, zullen zij gegrepen en uitgemoord worden, met een totale uitmoording.
اينما ثقفوا اخذوا وقتلوا تقتيلا
Dat is de norm van God jegens hen die voordien voorbijgegaan zijn,
سنه الله في الذين خلوا من قبل
en nooit zul jij een verandering in de norm van God vinden.
ولن تجد لسنه الله تبديلا
De mensen vragen je naar het Uur.
يسلك الناس عن الساعه
Zeg: “Het weten daarvan is slechts bij God,
قل انما علمها عند الله
en wat geeft jou er een idee van?
وما يدريك
Het kan zijn dat het Uur nabij is.”
لعل الساعه تكون قريبا
God heeft gewis hen vervloekt die verloochenen, en hun een brand bereid, waarin zij eeuwig zullen blijven, voorgoed, zonder beschermer noch hulp te vinden –
ان الله لعن الكفرين واعد لهم سعيرا خلدين فيها ابدا لا يجدون وليا ولا نصيرا
op de dag waarop hun gezichten in het Vuur omgekeerd worden, zullen zij zeggen: “Helaas, hadden wij ons maar gevoegd naar God en ons gevoegd naar de gezant!”
يوم تقلب وجوههم في النار يقولون يليتنا اطعنا الله واطعنا الرسولا
En zij zullen zeggen: “Onze Voogd, wij hebben ons gewis gevoegd naar onze leiders en onze groten, en zij hebben ons van de weg doen dwalen.
وقالوا ربنا انا اطعنا سادتنا وكبرانا فاضلونا السبيلا
Onze Voogd, geef hun dubbele pijn, en vervloek hen met een overvloedige vervloeking.”
ربنا اتهم ضعفين من العذاب والعنهم لعنا كبيرا
O jullie die geloofd hebben! Wees niet als zij die Moesa lastiggevallen hebben; God kweet hem van wat zij zeiden,
يايها الذين امنوا لا تكونوا كالذين اذوا موسي فبراه الله مما قالوا
en hij was, bij God, van hoge achting.
وكان عند الله وجيها
O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God, en doe een rechte uitspraak: Hij zal jullie werken deugdelijk maken, en jullie jullie vergrijpen vergeven.
يايها الذين امنوا اتقوا الله وقولوا قولا سديدا يصلح لكم اعملكم ويغفر لكم ذنوبكم
En wie zich voegt naar God en Zijn gezant, heeft een ontzaglijke triomf behaald.
ومن يطع الله ورسوله فقد فاز فوزا عظيما
Wij hebben het depot van vertrouwen aan de hemelen, de aarde en de bergen voorgelegd; zij weigerden het te dragen, en voelden daarvoor bezorgdheid,
انا عرضنا الامانه علي السموت والارض والجبال فابين ان يحملنها واشفقن منها
en de mens droeg het: hij was gewis zeer onrechtvaardig en zeer onwetend – opdat God pijn oplegt aan de huichelaars, mannen en vrouwen, de associeerders en de associeersters, en God met mildheid tot de gelovenden en de gelovende vrouwen terugkeert.
وحملها الانسن انه كان ظلوما جهولا ليعذب الله المنفقين والمنفقت والمشركين والمشركت ويتوب الله علي المومنين والمومنت
En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وكان الله غفورا رحيما