الاعراف
Al-A'raf
Am I Not Your Guardian?
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Alif. Lam. Mim. Ṣad.
المص
Een Schrift is aan jou neergedaald – dat in je borst, wat dit betreft, geen hinder zij – opdat je ermee waarschuwt, en een herinnering voor de gelovenden.
كتب انزل اليك فلا يكن في صدرك حرج منه لتنذر به وذكري للمومنين
Volg wat aan jullie neergedaald is van jullie Voogd,
اتبعوا ما انزل اليكم من ربكم
en volg buiten Hem geen bondgenoten.
ولا تتبعوا من دونه اوليا
Hoe weinig herinneren jullie je!
قليلا ما تذكرون
Hoeveel steden hebben Wij vernietigd! Onze strengheid kwam over hen bij nacht, of terwijl zij middagrust hielden.
وكم من قريه اهلكنها فجاها باسنا بيتا او هم قايلون
Hun enige kreet, toen Onze strengheid over hen kwam, was te zeggen: “Wij zijn gewis onrechtvaardig geweest.”
فما كان دعويهم اذ جاهم باسنا الا ان قالوا انا كنا ظلمين
Voorzeker zullen Wij hen ondervragen tot wie gezonden is, en voorzeker zullen Wij de gezondenen ondervragen,
فلنسلن الذين ارسل اليهم ولنسلن المرسلين
en Wij zullen hun voorzeker verhalen, met volledig weten,
فلنقصن عليهم بعلم
want Wij waren niet afwezig.
وما كنا غايبين
En de weging, die dag, zal de waarheid zijn.
والوزن يوميذ الحق
Zij wier weegschalen zwaar zullen zijn – dat zijn zij die slagen.
فمن ثقلت موزينه فاوليك هم المفلحون
En zij wier weegschalen licht zullen zijn – dat zijn zij die het verlies van hun Zelf veroorzaakt zullen hebben, omdat zij onrechtvaardig waren jegens Onze tekenen.
ومن خفت موزينه فاوليك الذين خسروا انفسهم بما كانوا بايتنا يظلمون
Wij hebben jullie gewis ingeplant op de aarde, en Wij hebben daar voor jullie bestaansmiddelen gemaakt.
ولقد مكنكم في الارض وجعلنا لكم فيها معيش
Hoe weinig zijn jullie dankbaar!
قليلا ما تشكرون
Wij hebben jullie gewis geschapen, daarna hebben Wij jullie gestalte gegeven, daarna hebben Wij tot de Gemachtigden gezegd: “Werp jullie neer voor Adam”, en zij wierpen zich neer,
ولقد خلقنكم ثم صورنكم ثم قلنا للمليكه اسجدوا لادم فسجدوا
behalve Iblis: hij behoorde niet tot hen die zich neerwierpen.
الا ابليس لم يكن من السجدين
Hij zei: “Wat heeft je belet je neer te werpen, toen Ik het je bevolen heb?”
قال ما منعك الا تسجد اذ امرتك
Hij zei: “Ik ben beter dan hij: U hebt mij uit vuur geschapen, en hem hebt U uit klei geschapen.”
قال انا خير منه خلقتني من نار وخلقته من طين
Hij zei: “Daal dan hieruit neer: het komt jou niet toe je hierin hoogmoedig te tonen; kom dus naar buiten, want je behoort tot de vernederden.”
قال فاهبط منها فما يكون لك ان تتكبر فيها فاخرج انك من الصغرين
Hij zei: “Verleen mij uitstel tot de dag waarop zij opgewekt zullen worden.”
قال انظرني الي يوم يبعثون
Hij zei: “Je behoort tot hen aan wie uitstel verleend is.”
قال انك من المنظرين
Hij zei: “Aangezien U mij hebt laten dolen, zal ik mij voorzeker voor hen posteren op Uw rechtlijnige pad, daarna zal ik voorzeker tot hen komen, van vóór hen en van achter hen, van hun rechterzijde en van hun linkerzijde,
قال فبما اغويتني لاقعدن لهم صرطك المستقيم ثم لاتينهم من بين ايديهم ومن خلفهم وعن ايمنهم وعن شمايلهم
en U zult de meesten van hen niet dankbaar vinden.”
ولا تجد اكثرهم شكرين
Hij zei: “Kom hieruit naar buiten, verguisd, verdreven.
قال اخرج منها مذوما مدحورا
Wie van hen jou volgt – Ik zal Djahannam voorzeker met jullie allen vullen.”
لمن تبعك منهم لاملان جهنم منكم اجمعين
“O Adam! Verblijf, jij en je echtgenoot, in de Tuin, en eet ervan waar het jullie behaagt,
ويادم اسكن انت وزوجك الجنه فكلا من حيث شيتما
maar nader niet tot deze boom, anders zouden jullie tot de onrechtvaardigen behoren.”
ولا تقربا هذه الشجره فتكونا من الظلمين
Maar de Afleider fluisterde hun in, om hun te tonen wat hun van hun naaktheid verborgen was,
فوسوس لهما الشيطن ليبدي لهما ما وري عنهما من سوتهما
en hij zei: “Jullie Voogd heeft jullie deze boom slechts verboden opdat jullie geen twee koningen zouden worden, of tot hen zouden behoren die eeuwig blijven.”
وقال ما نهيكما ربكما عن هذه الشجره الا ان تكونا ملكين او تكونا من الخلدين
En hij zwoer hun: “Ik ben voorzeker, voor jullie beiden, een van de oprechte raadgevers” – zo deed hij hen vallen door een bedrog.
وقاسمهما اني لكما لمن النصحين فدليهما بغرور
Toen zij van de boom geproefd hadden, werd hun naaktheid hun zichtbaar, en zij begonnen beiden bladeren van de Tuin op zich te naaien.
فلما ذاقا الشجره بدت لهما سوتهما وطفقا يخصفان عليهما من ورق الجنه
En hun Voogd riep hun toe: “Had Ik jullie deze boom niet verboden, en had Ik jullie niet gezegd dat de Afleider voor jullie beiden een klaarblijkelijke vijand is?”
وناديهما ربهما الم انهكما عن تلكما الشجره واقل لكما ان الشيطن لكما عدو مبين
Zij zeiden beiden: “Onze Voogd, wij zijn onrechtvaardig geweest jegens onszelf; als U ons niet vergeeft en ons geen welwillendheid betoont, zullen wij voorzeker tot de verliezers behoren.”
قالا ربنا ظلمنا انفسنا وان لم تغفر لنا وترحمنا لنكونن من الخسرين
Hij zei: “Daal neer,
قال اهبطوا
vijanden van elkaar.
بعضكم لبعض عدو
En jullie zullen op de aarde een haven en een genieting hebben voor een tijd.”
ولكم في الارض مستقر ومتع الي حين
Hij zei: “Daarin zullen jullie leven, daarin zullen jullie sterven, en daaruit zullen jullie naar buiten gebracht worden.”
قال فيها تحيون وفيها تموتون ومنها تخرجون
O zonen van Adam! Wij hebben voor jullie een gewaad doen neerdalen dat jullie naaktheid bedekt, en ook veren; en het gewaad van de behoedzaamheid –
يبني ادم قد انزلنا عليكم لباسا يوري سوتكم وريشا ولباس التقوي
dat is beter.
ذلك خير
Dat is een van de tekenen van God – misschien zullen zij zich herinneren.
ذلك من ايت الله لعلهم يذكرون
O zonen van Adam! Dat de Afleider jullie niet op de proef stelle zoals hij jullie twee voorouders uit de Tuin naar buiten heeft gebracht, hun gewaad van hen afrukkend om hun hun naaktheid te tonen,
يبني ادم لا يفتننكم الشيطن كما اخرج ابويكم من الجنه ينزع عنهما لباسهما ليريهما سوتهما
want hij ziet jullie, hij en zijn stam, vanwaar jullie hen niet zien.
انه يريكم هو وقبيله من حيث لا ترونهم
Wij hebben de Afleiders tot bondgenoten gemaakt voor hen die niet geloven.
انا جعلنا الشيطين اوليا للذين لا يومنون
En wanneer zij een schanddaad plegen, zeggen zij: “Wij hebben onze voorouders zo handelend aangetroffen, en God heeft het ons bevolen.”
واذا فعلوا فحشه قالوا وجدنا عليها ابانا والله امرنا بها
Zeg: “God beveelt de schanddaad gewis niet.
قل ان الله لا يامر بالفحشا
Zullen jullie over God zeggen wat jullie niet weten?”
اتقولون علي الله ما لا تعلمون
Zeg: “Mijn Voogd heeft de billijkheid bevolen.
قل امر ربي بالقسط
En onderhoud jullie richtingen naar Hem op elk moment van neerwerping,
واقيموا وجوهكم عند كل مسجد
en roep Hem aan, Hem de Wet exclusief toewijdend.
وادعوه مخلصين له الدين
Zoals Hij jullie een begin heeft gegeven, zo zullen jullie opnieuw gemaakt worden.”
كما بداكم تعودون
Een fractie, die heeft Hij geleid;
فريقا هدي
en over een andere fractie heeft de dwaling zich bewaarheid,
وفريقا حق عليهم الضلله
want zij hebben de Afleiders tot bondgenoten genomen buiten God, terwijl zij menen tot hen te behoren die zich laten leiden.
انهم اتخذوا الشيطين اوليا من دون الله ويحسبون انهم مهتدون
O zonen van Adam! Neem jullie tooi op elk moment van neerwerping, en eet en drink,
يبني ادم خذوا زينتكم عند كل مسجد وكلوا واشربوا
maar verspil niet,
ولا تسرفوا
want Hij houdt niet van de verspillers.
انه لا يحب المسرفين
Zeg: “Wie heeft de tooi van God, die Hij voor Zijn gehoorzamen naar buiten heeft gebracht, voor ontzegd gehouden, en de goede dingen van de leeftocht?”
قل من حرم زينه الله التي اخرج لعباده والطيبت من الرزق
Zeg: “Zij is, in het leven hienieden, voor hen die geloofd hebben, en op de Dag van het Verschijnen zal zij uitsluitend de hunne zijn.”
قل هي للذين امنوا في الحيوه الدنيا خالصه يوم القيمه
Zo detailleren Wij de tekenen voor een volk dat weet.
كذلك نفصل الايت لقوم يعلمون
Zeg: “Mijn Voogd heeft slechts de schanddaden ontzegd, onbedekt of innerlijk, de overtreding, de afpersing zonder recht, dat jullie aan God datgene associëren waarvoor Hij geen gezag heeft doen neerdalen, en dat jullie over God zeggen wat jullie niet weten.”
قل انما حرم ربي الفوحش ما ظهر منها وما بطن والاثم والبغي بغير الحق وان تشركوا بالله ما لم ينزل به سلطنا وان تقولوا علي الله ما لا تعلمون
En voor elke gemeenschap een termijn.
ولكل امه اجل
Wanneer hun termijn aanbreekt, kunnen zij hem geen uur uitstellen,
فاذا جا اجلهم لا يستاخرون ساعه
noch vervroegen.
ولا يستقدمون
O zonen van Adam! Als gezanten uit jullie eigen midden tot jullie komen, die jullie Mijn tekenen verhalen – wie zich behoedt en saneert, geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.
يبني ادم اما ياتينكم رسل منكم يقصون عليكم ايتي فمن اتقي واصلح فلا خوف عليهم ولا هم يحزنون
Maar zij die Onze tekenen ontkend hebben en daartegenover van hoogmoed zijn opgezwollen – dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.
والذين كذبوا بايتنا واستكبروا عنها اوليك اصحب النار هم فيها خلدون
Wie is dan onrechtvaardiger dan wie een leugen tegen God verzint, of Zijn tekenen ontkent?
فمن اظلم ممن افتري علي الله كذبا او كذب بايته
Dat zijn zij aan wie hun deel van het register zal toevallen,
اوليك ينالهم نصيبهم من الكتب
totdat Onze gezondenen bij hen komen om hen getrouw in bewaring te houden, en zeggen: “Waar zijn zij die jullie aanriepen buiten God?” Zij zullen zeggen: “Zij zijn ver van ons gedwaald”,
حتي اذا جاتهم رسلنا يتوفونهم قالوا اين ما كنتم تدعون من دون الله قالوا ضلوا عنا
en zij zullen tegen zichzelf getuigen dat zij verloochenden.
وشهدوا علي انفسهم انهم كانوا كفرين
Hij zal zeggen: “Treed binnen, te midden van gemeenschappen die vóór jullie reeds voorbijgegaan zijn, uit de Verborgenen en de stervelingen, in het Vuur.”
قال ادخلوا في امم قد خلت من قبلكم من الجن والانس في النار
Telkens wanneer een gemeenschap daarin binnentreedt, vervloekt zij haar zus,
كلما دخلت امه لعنت اختها
totdat, wanneer zij elkaar daarin allen hebben bereikt, de laatste van hen over de eerste zegt: “Onze Voogd, zij zijn het die ons hebben doen dwalen; geef hun dus een dubbele pijn, afkomstig uit het Vuur.”
حتي اذا اداركوا فيها جميعا قالت اخريهم لاوليهم ربنا هولا اضلونا فاتهم عذابا ضعفا من النار
Hij zal zeggen: “Voor ieder het dubbele,
قال لكل ضعف
maar jullie weten het niet.”
ولكن لا تعلمون
En de eerste van hen zal tot de laatste zeggen: “Jullie hebben dus geen enkel voordeel boven ons; proef dus de pijn, om wat jullie verwierven.”
وقالت اوليهم لاخريهم فما كان لكم علينا من فضل فذوقوا العذاب بما كنتم تكسبون
Gewis, voor hen die Onze tekenen ontkend hebben en daartegenover van hoogmoed zijn opgezwollen, zullen de poorten van de hemel niet opengaan, en zij zullen de Tuin niet binnengaan, totdat de kameel door het oog van de naald gaat.
ان الذين كذبوا بايتنا واستكبروا عنها لا تفتح لهم ابوب السما ولا يدخلون الجنه حتي يلج الجمل في سم الخياط
Zo vergelden Wij de afgezonderden.
وكذلك نجزي المجرمين
Zij zullen, van Djahannam, een legerstede hebben,
لهم من جهنم مهاد
en, boven hen, wat hen overvalt.
ومن فوقهم غواش
Zo vergelden Wij de onrechtvaardigen.
وكذلك نجزي الظلمين
En zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht – Wij leggen aan geen Zelf iets op dan zijn vermogen –
والذين امنوا وعملوا الصلحت لا نكلف نفسا الا وسعها
dat zijn de metgezellen van de Tuin, zij blijven daar eeuwig.
اوليك اصحب الجنه هم فيها خلدون
En Wij zullen uit hun borst alle wrok hebben weggenomen; de rivieren zullen onder hen stromen,
ونزعنا ما في صدورهم من غل تجري من تحتهم الانهر
en zij zullen zeggen: “Lof zij God, die ons hiertoe heeft geleid;
وقالوا الحمد لله الذي هدينا لهذا
wij zouden ons niet hebben laten leiden, als God ons niet geleid had.
وما كنا لنهتدي لولا ان هدينا الله
De gezanten van onze Voogd zijn gewis met de waarheid gekomen.”
لقد جات رسل ربنا بالحق
En men zal hen toeroepen: “Dit is de Tuin die jullie geërfd hebben, om wat jullie deden.”
ونودوا ان تلكم الجنه اورثتموها بما كنتم تعملون
En de metgezellen van de Tuin zullen de metgezellen van het Vuur toeroepen: “Wij hebben waar gevonden wat onze Voogd ons beloofd had; hebben jullie waar gevonden wat jullie Voogd jullie beloofd had?”
ونادي اصحب الجنه اصحب النار ان قد وجدنا ما وعدنا ربنا حقا فهل وجدتم ما وعد ربكم حقا
Zij zullen zeggen: “Ja.”
قالوا نعم
Dan zal een heraut onder hen afkondigen: “De vervloeking van God is over de onrechtvaardigen, die de weg van God versperren, zoekend haar kronkelig te maken, en die het laatste leven verloochenen.”
فاذن موذن بينهم ان لعنه الله علي الظلمين الذين يصدون عن سبيل الله ويبغونها عوجا وهم بالاخره كفرون
En tussen de twee, een sluier.
وبينهما حجاب
En op de Hoogten, mannen die ieder herkennen aan zijn kenmerken,
وعلي الاعراف رجال يعرفون كلا بسيميهم
en zij zullen de metgezellen van de Tuin toeroepen: “Vrede over jullie” –
ونادوا اصحب الجنه ان سلم عليكم
zij zijn er niet binnengegaan, terwijl zij het begeren.
لم يدخلوها وهم يطمعون
En wanneer hun gezichtsvermogen gewend wordt naar de metgezellen van het Vuur, zullen zij zeggen: “Onze Voogd, plaats ons niet bij het onrechtvaardige volk.”
واذا صرفت ابصرهم تلقا اصحب النار قالوا ربنا لا تجعلنا مع القوم الظلمين
En de metgezellen van de Hoogten zullen mannen toeroepen die zij herkennen aan hun kenmerken: “Jullie schare heeft jullie niets gebaat, noch de hoogmoed waarin jullie je opbliezen.”
ونادي اصحب الاعراف رجالا يعرفونهم بسيميهم قالوا ما اغني عنكم جمعكم وما كنتم تستكبرون
“Zijn dit zij van wie jullie zwoeren dat God hun geen enkele welwillendheid zou laten toevallen?”
اهولا الذين اقسمتم لا ينالهم الله برحمه
“Treed binnen in de Tuin; geen vrees over jullie, en jullie zullen niet bedroefd zijn.”
ادخلوا الجنه لا خوف عليكم ولا انتم تحزنون
En de metgezellen van het Vuur zullen de metgezellen van de Tuin toeroepen: “Laat water over ons overvloeien, of iets van datgene waarvan God jullie voorzien heeft.”
ونادي اصحب النار اصحب الجنه ان افيضوا علينا من الما او مما رزقكم الله
Zij zullen zeggen: “God heeft die beide gewis ontzegd aan hen die verloochenen, zij die hun Wet tot verstrooiing en tot spel hebben genomen, en die het leven hienieden heeft bedrogen.
قالوا ان الله حرمهما علي الكفرين الذين اتخذوا دينهم لهوا ولعبا وغرتهم الحيوه الدنيا
Vandaag vergeten Wij hen dus, zoals zij de ontmoeting van deze dag van hen vergeten zijn, en omdat zij Onze tekenen halsstarrig betwistten.”
فاليوم ننسيهم كما نسوا لقا يومهم هذا وما كانوا بايتنا يجحدون
Wij hebben hun gewis een Schrift gebracht, die Wij met volledig weten gedetailleerd hebben, leiding en welwillendheid voor een volk dat gelooft.
ولقد جينهم بكتب فصلنه علي علم هدي ورحمه لقوم يومنون
Wachten zij slechts op zijn voorspelling?
هل ينظرون الا تاويله
Op de dag waarop zijn voorspelling komt, zullen zij die het eerder vergeten waren zeggen: “De gezanten van onze Voogd zijn wel degelijk met de waarheid gekomen; hebben wij voorsprekers, opdat zij voor ons voorspraak doen, of kunnen wij teruggebracht worden, om anders te handelen dan wij handelden?”
يوم ياتي تاويله يقول الذين نسوه من قبل قد جات رسل ربنا بالحق فهل لنا من شفعا فيشفعوا لنا او نرد فنعمل غير الذي كنا نعمل
Zij zullen het verlies van hun Zelf veroorzaakt hebben, en wat zij verzonnen, zal ver van hen gedwaald hebben.
قد خسروا انفسهم وضل عنهم ما كانوا يفترون
Jullie Voogd is gewis God, die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen, daarna Zich op het Bouwwerk heeft gevestigd.
ان ربكم الله الذي خلق السموت والارض في سته ايام ثم استوي علي العرش
Hij bedekt de dag met de nacht, die hem onverpoosd najaagt – en de zon, de maan en de sterren, onderworpen aan Zijn bevel.
يغشي اليل النهار يطلبه حثيثا والشمس والقمر والنجوم مسخرت بامره
Komen de schepping en het Bevel niet aan Hem toe?
الا له الخلق والامر
Gezegend zij God, Voogd van alle wezens.
تبارك الله رب العلمين
Roep jullie Voogd aan, smekend en in het geheim,
ادعوا ربكم تضرعا وخفيه
want Hij houdt niet van hen die de grenzen overschrijden.
انه لا يحب المعتدين
En zaai geen bederf op de aarde na haar sanering,
ولا تفسدوا في الارض بعد اصلحها
en roep Hem aan met vrees en hoop,
وادعوه خوفا وطمعا
want de welwillendheid van God is nabij hen die het goede doen.
ان رحمت الله قريب من المحسنين
Hij is het die de winden zendt, als aankondigers, voor Zijn welwillendheid uit,
وهو الذي يرسل الريح بشرا بين يدي رحمته
totdat Wij hen, wanneer zij beladen zijn met zware wolken, naar een dood land drijven: Wij doen daarmee dan het water neerdalen, en Wij brengen daarmee allerlei vruchten naar buiten.
حتي اذا اقلت سحابا ثقالا سقنه لبلد ميت فانزلنا به الما فاخرجنا به من كل الثمرت
Zo zullen Wij de doden naar buiten brengen – misschien zullen jullie je herinneren.
كذلك نخرج الموتي لعلكم تذكرون
En de goede streek, haar plantengroei komt naar buiten met de toestemming van haar Voogd,
والبلد الطيب يخرج نباته باذن ربه
terwijl er uit die welke gemeen is slechts karig iets naar buiten komt.
والذي خبث لا يخرج الا نكدا
Zo diversifiëren Wij de tekenen voor een volk dat dankbaar is.
كذلك نصرف الايت لقوم يشكرون
Wij hebben Noeh gewis naar zijn volk gezonden, en hij zei: “O mijn volk! Gehoorzaam God: jullie hebben geen andere godheid dan Hem;
لقد ارسلنا نوحا الي قومه فقال يقوم اعبدوا الله ما لكم من اله غيره
want ik vrees voor jullie de pijn van een ontzaglijke dag.”
اني اخاف عليكم عذاب يوم عظيم
Het hof van zijn volk zei: “Wij zien je voorzeker in een klaarblijkelijke dwaling.”
قال الملا من قومه انا لنريك في ضلل مبين
Hij zei: “O mijn volk! Er is in mij geen dwaling, maar ik ben een gezant van de Voogd van alle wezens.
قال يقوم ليس بي ضلله ولكني رسول من رب العلمين
Ik breng jullie de boodschappen van mijn Voogd over, ik geef jullie oprecht raad, en ik weet, van God, wat jullie niet weten.
ابلغكم رسلت ربي وانصح لكم واعلم من الله ما لا تعلمون
Verbazen jullie je erover dat een herinnering van jullie Voogd jullie bereikt door een man uit jullie midden, opdat hij jullie waarschuwt, opdat jullie je behoeden, en opdat jullie misschien welwillendheid betoond wordt?”
اوعجبتم ان جاكم ذكر من ربكم علي رجل منكم لينذركم ولتتقوا ولعلكم ترحمون
Zij ontkenden hem; Wij redden hem, en hen die met hem in het vaartuig waren,
فكذبوه فانجينه والذين معه في الفلك
en Wij deden hen verdrinken die Onze tekenen ontkend hadden,
واغرقنا الذين كذبوا بايتنا
want zij waren een blind volk.
انهم كانوا قوما عمين
En naar de Aad, hun broer Hoed –
والي عاد اخاهم هودا
hij zei: “O mijn volk! Gehoorzaam God: jullie hebben geen andere godheid dan Hem.
قال يقوم اعبدوا الله ما لكم من اله غيره
Behoeden jullie je dan niet?”
افلا تتقون
Het hof van zijn volk, zij die verloochend hadden, zei: “Wij zien je voorzeker in volslagen dwaasheid, en wij vermoeden voorzeker dat je tot de leugenaars behoort.”
قال الملا الذين كفروا من قومه انا لنريك في سفاهه وانا لنظنك من الكذبين
Hij zei: “O mijn volk! Er is in mij geen dwaasheid, maar ik ben een gezant van de Voogd van alle wezens.
قال يقوم ليس بي سفاهه ولكني رسول من رب العلمين
Ik breng jullie de boodschappen van mijn Voogd over, en ik ben voor jullie een raadgever van vertrouwen.
ابلغكم رسلت ربي وانا لكم ناصح امين
Verbazen jullie je erover dat een herinnering van jullie Voogd jullie bereikt door een man uit jullie midden, opdat hij jullie waarschuwt?
اوعجبتم ان جاكم ذكر من ربكم علي رجل منكم لينذركم
En herinner jullie dat Hij jullie tot opvolgers heeft gemaakt na het volk van Noeh, en jullie in omvang heeft doen toenemen in de schepping.
واذكروا اذ جعلكم خلفا من بعد قوم نوح وزادكم في الخلق بصطه
Herinner jullie dus de weldaden van God, misschien zullen jullie slagen.”
فاذكروا الا الله لعلكم تفلحون
Zij zeiden: “Ben je tot ons gekomen opdat wij God alleen gehoorzamen, en achterlaten datgene waaraan onze voorouders gehoorzaamden? Breng ons dan wat je ons belooft, als je tot de waarachtigen behoort.”
قالوا اجيتنا لنعبد الله وحده ونذر ما كان يعبد اباونا فاتنا بما تعدنا ان كنت من الصدقين
Hij zei: “Slijk en toorn van jullie Voogd zijn jullie reeds overkomen.
قال قد وقع عليكم من ربكم رجس وغضب
Debatteren jullie met mij over eigenschappen die jullie genoemd hebben, jullie en jullie voorouders, zonder dat God daarvoor enig gezag heeft doen neerdalen?
اتجدلونني في اسما سميتموها انتم واباوكم ما نزل الله بها من سلطن
Wacht dus, want ik behoor, samen met jullie, tot hen die wachten.”
فانتظروا اني معكم من المنتظرين
Wij redden hem dus, en hen die met hem waren, door een welwillendheid van Onze kant, en Wij sneden het laatste overblijfsel af van hen die Onze tekenen ontkend hadden: zij waren geen gelovenden.
فانجينه والذين معه برحمه منا وقطعنا دابر الذين كذبوا بايتنا وما كانوا مومنين
En naar de Thamoed, hun broer Salih –
والي ثمود اخاهم صلحا
hij zei: “O mijn volk! Gehoorzaam God: jullie hebben geen andere godheid dan Hem.
قال يقوم اعبدوا الله ما لكم من اله غيره
Een duidelijk bewijs is tot jullie gekomen van jullie Voogd:
قد جاتكم بينه من ربكم
dit is de kamelin van God, een teken voor jullie.
هذه ناقه الله لكم ايه
Laat haar dus achter: laat haar eten op de aarde van God,
فذروها تاكل في ارض الله
en raak haar met geen enkel kwaad aan, anders zou een schrijnende pijn jullie grijpen.”
ولا تمسوها بسو فياخذكم عذاب اليم
En herinner jullie dat Hij jullie tot opvolgers heeft gemaakt na de Aad, en jullie op de aarde heeft geïnstalleerd: in haar vlakten nemen jullie paleizen, en jullie houwen de bergen tot huizen.
واذكروا اذ جعلكم خلفا من بعد عاد وبواكم في الارض تتخذون من سهولها قصورا وتنحتون الجبال بيوتا
Herinner jullie dus de weldaden van God,
فاذكروا الا الله
en zaai geen wanorde op de aarde als bedervers.
ولا تعثوا في الارض مفسدين
Het hof van zijn volk, zij die van hoogmoed waren opgezwollen, zei tot hen die tot zwakte waren gebracht, tot hen onder hen die geloofd hadden: “Weten jullie dat Salih door zijn Voogd gezonden is?”
قال الملا الذين استكبروا من قومه للذين استضعفوا لمن امن منهم اتعلمون ان صلحا مرسل من ربه
Zij zeiden: “Wij geloven gewis in datgene waarmee hij gezonden is.”
قالوا انا بما ارسل به مومنون
Zij die van hoogmoed waren opgezwollen zeiden: “Wij verloochenen gewis, wat ons betreft, datgene waarin jullie geloven.”
قال الذين استكبروا انا بالذي امنتم به كفرون
Zij verminkten toen de kamelin, daagden het bevel van hun Voogd brutaal uit,
فعقروا الناقه وعتوا عن امر ربهم
en zeiden: “O Salih! Breng ons wat je ons belooft, als je tot de gezondenen behoort.”
وقالوا يصلح ايتنا بما تعدنا ان كنت من المرسلين
Toen greep de schok hen, en zij bevonden zich, in hun woning, liggend, levenloos.
فاخذتهم الرجفه فاصبحوا في دارهم جثمين
Hij keerde hun de rug toe en zei: “O mijn volk! Ik heb jullie gewis de boodschap van mijn Voogd overgebracht, en ik heb jullie raad gegeven,
فتولي عنهم وقال يقوم لقد ابلغتكم رساله ربي ونصحت لكم
maar jullie houden niet van de oprechte raadgevers.”
ولكن لا تحبون النصحين
En Loet, toen hij tot zijn volk zei: “Plegen jullie de schanddaad waarin niemand, onder alle wezens, jullie is voorgegaan?
ولوطا اذ قال لقومه اتاتون الفحشه ما سبقكم بها من احد من العلمين
Jullie komen voorzeker, uit verlangen, tot de mannen, buiten de vrouwen.
انكم لتاتون الرجال شهوه من دون النسا
Jullie zijn eerder een volk van buitensporigen.”
بل انتم قوم مسرفون
En het enige antwoord van zijn volk was te zeggen: “Verdrijf hen uit jullie stad;
وما كان جواب قومه الا ان قالوا اخرجوهم من قريتكم
het zijn mannen die zich willen reinigen.”
انهم اناس يتطهرون
Wij redden hem dus, en zijn familie, behalve zijn vrouw, die behoorde tot hen die talmden.
فانجينه واهله الا امراته كانت من الغبرين
En Wij deden over hen een regen regenen.
وامطرنا عليهم مطرا
Kijk dus hoe het einde van de afgezonderden was.
فانظر كيف كان عقبه المجرمين
En naar Madjan, hun broer Sjoe'aib –
والي مدين اخاهم شعيبا
hij zei: “O mijn volk! Gehoorzaam God: jullie hebben geen andere godheid dan Hem.
قال يقوم اعبدوا الله ما لكم من اله غيره
Een duidelijk bewijs is tot jullie gekomen van jullie Voogd.
قد جاتكم بينه من ربكم
Geef dus getrouw de maat en de weegschaal,
فاوفوا الكيل والميزان
en benadeel de mensen niet in hun dingen,
ولا تبخسوا الناس اشياهم
en zaai geen bederf op de aarde na haar sanering.
ولا تفسدوا في الارض بعد اصلحها
Dat is beter voor jullie, als jullie gelovenden zijn.
ذلكم خير لكم ان كنتم مومنين
En posteer jullie niet op elk pad, dreigend en de weg van God versperrend voor wie in Hem gelooft, en zoekend haar kronkelig te maken.
ولا تقعدوا بكل صرط توعدون وتصدون عن سبيل الله من امن به وتبغونها عوجا
En herinner jullie dat jullie weinig in aantal waren, en dat Hij jullie talrijk heeft gemaakt.
واذكروا اذ كنتم قليلا فكثركم
En kijk hoe het einde van de bedervers was.
وانظروا كيف كان عقبه المفسدين
En als een groep onder jullie geloofd heeft in datgene waarmee ik gezonden ben, en een andere groep niet geloofd heeft, heb dan geduld totdat God oordeelt tussen ons:
وان كان طايفه منكم امنوا بالذي ارسلت به وطايفه لم يومنوا فاصبروا حتي يحكم الله بيننا
Hij is de voortreffelijkste van de rechters.”
وهو خير الحكمين
Het hof van zijn volk, zij die van hoogmoed waren opgezwollen, zei: “Wij zullen je voorzeker uit onze stad verdrijven, o Sjoe'aib, jou en hen die met jou geloofd hebben, tenzij jullie opnieuw toetreden tot onze leer.”
قال الملا الذين استكبروا من قومه لنخرجنك يشعيب والذين امنوا معك من قريتنا او لتعودن في ملتنا
Hij zei: “En ook al hadden wij er een afkeer van?
قال اولو كنا كرهين
Wij zouden een leugen tegen God verzonnen hebben, als wij opnieuw toetraden tot jullie leer nadat God ons ervan gered heeft.
قد افترينا علي الله كذبا ان عدنا في ملتكم بعد اذ نجينا الله منها
Het komt ons niet toe opnieuw daartoe toe te treden, tenzij het God, onze Voogd, behaagt.
وما يكون لنا ان نعود فيها الا ان يشا الله ربنا
Onze Voogd omvat alles met Zijn weten.
وسع ربنا كل شي علما
Het is aan God dat wij lastgeving verlenen.
علي الله توكلنا
Onze Voogd, open tussen ons en ons volk, in alle waarheid:
ربنا افتح بيننا وبين قومنا بالحق
U bent de voortreffelijkste van hen die openen.”
وانت خير الفتحين
En het hof van zijn volk, zij die verloochenden, zei: “Als jullie Sjoe'aib volgen, zullen jullie dan voorzeker verliezers zijn.”
وقال الملا الذين كفروا من قومه لين اتبعتم شعيبا انكم اذا لخسرون
Toen greep de schok hen, en zij bevonden zich, in hun woning, liggend, levenloos.
فاخذتهم الرجفه فاصبحوا في دارهم جثمين
Zij die Sjoe'aib ontkend hadden, het was alsof zij er nooit geleefd hadden.
الذين كذبوا شعيبا كان لم يغنوا فيها
Zij die Sjoe'aib ontkend hadden, zij waren het, de verliezers.
الذين كذبوا شعيبا كانوا هم الخسرين
Hij keerde hun de rug toe en zei: “O mijn volk! Ik heb jullie gewis de boodschappen van mijn Voogd overgebracht, en ik heb jullie raad gegeven.
فتولي عنهم وقال يقوم لقد ابلغتكم رسلت ربي ونصحت لكم
Hoe zou ik dan treuren om een volk dat verloochent?”
فكيف اسي علي قوم كفرين
Wij hebben in geen enkele stad een berichtgever gezonden zonder dat Wij de lieden van de stad gegrepen hebben met tegenspoed en schade, misschien zouden zij smeken.
وما ارسلنا في قريه من نبي الا اخذنا اهلها بالباسا والضرا لعلهم يضرعون
Daarna hebben Wij het kwaad vervangen door het goede, totdat zij bloeiden
ثم بدلنا مكان السييه الحسنه حتي عفوا
en zeiden: “De schade en de welstand hebben onze voorouders reeds geraakt”; toen grepen Wij hen onverhoeds, zonder dat zij het voelden.
وقالوا قد مس ابانا الضرا والسرا فاخذنهم بغته وهم لا يشعرون
En als de lieden van de steden geloofd hadden en zich behoed hadden, zouden Wij gewis zegeningen van de hemel en de aarde over hen geopend hebben;
ولو ان اهل القري امنوا واتقوا لفتحنا عليهم بركت من السما والارض
maar zij ontkenden, en Wij grepen hen toen om wat zij verwierven.
ولكن كذبوا فاخذنهم بما كانوا يكسبون
Zijn de lieden van de steden er dus zeker van dat Onze strengheid hen niet bij nacht zal overkomen, terwijl zij slapen? Of zijn de lieden van de steden er zeker van dat Onze strengheid hen niet in de volle ochtend zal overkomen, terwijl zij spelen?
افامن اهل القري ان ياتيهم باسنا بيتا وهم نايمون اوامن اهل القري ان ياتيهم باسنا ضحي وهم يلعبون
Voelen zij zich dan veilig voor het complot van God?
افامنوا مكر الله
Niemand voelt zich veilig voor het complot van God, behalve het volk van de verliezers.
فلا يامن مكر الله الا القوم الخسرون
Worden zij die de aarde erven na de lieden die erop waren dus niet geleid door dit: als het Ons behaagde, zouden Wij hun de prijs van hun vergrijpen doen overkomen,
اولم يهد للذين يرثون الارض من بعد اهلها ان لو نشا اصبنهم بذنوبهم
en Wij zetten een afdruk op hun kernen, zodat zij niet horen?
ونطبع علي قلوبهم فهم لا يسمعون
Dat zijn de steden waarvan Wij je enkele berichten vertellen.
تلك القري نقص عليك من انبايها
Hun gezanten waren gewis met de duidelijke bewijzen tot hen gekomen, maar zij waren niet bereid te geloven wat zij eerst ontkend hadden.
ولقد جاتهم رسلهم بالبينت فما كانوا ليومنوا بما كذبوا من قبل
Zo zet God een afdruk op de kernen van hen die verloochenen.
كذلك يطبع الله علي قلوب الكفرين
En Wij hebben bij de meesten van hen geen enkel gehouden pact gevonden;
وما وجدنا لاكثرهم من عهد
en Wij hebben voorzeker gevonden dat de meesten van hen grensoverschrijders waren.
وان وجدنا اكثرهم لفسقين
Daarna hebben Wij na hen Moesa opgewekt met Onze tekenen, tot Fir'aun en zijn hof, maar zij waren onrechtvaardig jegens hen.
ثم بعثنا من بعدهم موسي بايتنا الي فرعون وملايه فظلموا بها
Kijk dus hoe het einde van de bedervers was.
فانظر كيف كان عقبه المفسدين
En Moesa zei: “O Fir'aun! Ik ben gewis een gezant van de Voogd van alle wezens, in alle waarheid,
وقال موسي يفرعون اني رسول من رب العلمين حقيق
verplicht over God slechts de waarheid te zeggen.
علي ان لا اقول علي الله الا الحق
Ik ben met een duidelijk bewijs van jullie Voogd tot jullie gekomen;
قد جيتكم ببينه من ربكم
laat dus de zonen van Israël met mij vertrekken.”
فارسل معي بني اسريل
Hij zei: “Als je met een teken gekomen bent, breng het dan, als je tot de waarachtigen behoort.”
قال ان كنت جيت بايه فات بها ان كنت من الصدقين
Hij wierp toen zijn staf, en zie, hij was een klaarblijkelijke slang; en hij trok zijn hand terug, en zie, zij was wit voor wie keken.
فالقي عصاه فاذا هي ثعبان مبين ونزع يده فاذا هي بيضا للنظرين
Het hof van het volk van Fir'aun zei: “Deze is voorzeker een geleerde begoochelaar, die jullie uit jullie land naar buiten wil brengen.”
قال الملا من قوم فرعون ان هذا لسحر عليم يريد ان يخرجكم من ارضكم
“Welke raad geven jullie dus?”
فماذا تامرون
Zij zeiden: “Stel hem in de wacht, hem en zijn broer, en zend verzamelaars naar de hoofdsteden, die je elke geleerde begoochelaar zullen aanbrengen.”
قالوا ارجه واخاه وارسل في المداين حشرين ياتوك بكل سحر عليم
En de begoochelaars kwamen bij Fir'aun; zij zeiden: “Zullen wij voorzeker een beloning hebben, als wij de overwinnaars zijn?”
وجا السحره فرعون قالوا ان لنا لاجرا ان كنا نحن الغلبين
Hij zei: “Ja, en jullie zullen voorzeker tot de nabijgebrachten behoren.”
قال نعم وانكم لمن المقربين
Zij zeiden: “O Moesa! Of jij werpt, of wij zijn zelf zij die werpen.”
قالوا يموسي اما ان تلقي واما ان نكون نحن الملقين
Hij zei: “Werp.”
قال القوا
Toen zij geworpen hadden, begoochelden zij de ogen van de mensen, en vulden hen met eerbied,
فلما القوا سحروا اعين الناس واسترهبوهم
en zij brachten een ontzaglijke begoocheling.
وجاو بسحر عظيم
En Wij openbaarden aan Moesa: “Werp je staf”;
واوحينا الي موسي ان الق عصاك
en zie, hij hapte weg wat zij vermomden.
فاذا هي تلقف ما يافكون
De waarheid verwezenlijkte zich toen, en wat zij deden werd tevergeefs.
فوقع الحق وبطل ما كانوا يعملون
Zij werden daar overwonnen, en vertrokken vernederd weer.
فغلبوا هنالك وانقلبوا صغرين
En de begoochelaars werden geworpen, zich neerwerpend.
والقي السحره سجدين
Zij zeiden: “Wij geloven in de Voogd van alle wezens, de Voogd van Moesa en Haroen.”
قالوا امنا برب العلمين رب موسي وهرون
Fir'aun zei: “Jullie hebben in hem geloofd voordat ik het jullie toestond! Dit is voorzeker een complot dat jullie in de Hoofdstad gecomplotteerd hebben, om de lieden daaruit naar buiten te brengen; jullie zullen weldra weten.
قال فرعون امنتم به قبل ان اذن لكم ان هذا لمكر مكرتموه في المدينه لتخرجوا منها اهلها فسوف تعلمون
Ik zal jullie voorzeker de handen en de voeten afsnijden, afwisselend, daarna zal ik jullie voorzeker allen samen kruisigen.”
لاقطعن ايديكم وارجلكم من خلف ثم لاصلبنكم اجمعين
Zij zeiden: “Het is naar onze Voogd dat wij ons omkeren.
قالوا انا الي ربنا منقلبون
En je neemt ons slechts kwalijk dat wij geloofd hebben in de tekenen van onze Voogd, toen zij tot ons kwamen.
وما تنقم منا الا ان امنا بايت ربنا لما جاتنا
Onze Voogd, overstroom ons met geduld, en houd ons getrouw in bewaring als integeren tegenover God.”
ربنا افرغ علينا صبرا وتوفنا مسلمين
En het hof van het volk van Fir'aun zei: “Zul je Moesa en zijn volk achterlaten, opdat zij bederf zaaien op de aarde en jou achterlaten, jou en de gehoorzaamheid die zij je verschuldigd zijn?”
وقال الملا من قوم فرعون اتذر موسي وقومه ليفسدوا في الارض ويذرك والهتك
Hij zei: “Wij zullen hun zonen uitmoorden en de eerbaarheid van hun vrouwen aantasten; wij staan gewis boven hen, in een krachtpositie.”
قال سنقتل ابناهم ونستحي نساهم وانا فوقهم قهرون
Moesa zei tot zijn volk: “Zoek hulp bij God, en wees geduldig;
قال موسي لقومه استعينوا بالله واصبروا
want de aarde behoort aan God; Hij laat haar erven wie het Hem behaagt onder Zijn gehoorzamen,
ان الارض لله يورثها من يشا من عباده
en de afloop is voor hen die zich behoeden.”
والعقبه للمتقين
Zij zeiden: “Wij zijn lastiggevallen voordat jij tot ons kwam, en nadat jij tot ons gekomen bent.”
قالوا اوذينا من قبل ان تاتينا ومن بعد ما جيتنا
Hij zei: “Het kan zijn dat jullie Voogd jullie vijand vernietigt en jullie laat opvolgen op de aarde, om te kijken hoe jullie zouden handelen.”
قال عسي ربكم ان يهلك عدوكم ويستخلفكم في الارض فينظر كيف تعملون
En Wij hebben de clan van Fir'aun gewis gegrepen met jaren en een vermindering van de vruchten, misschien zouden zij zich herinneren.
ولقد اخذنا ال فرعون بالسنين ونقص من الثمرت لعلهم يذكرون
Wanneer het goede tot hen komt, zeggen zij: “Dit komt ons toe”;
فاذا جاتهم الحسنه قالوا لنا هذه
en als hun een kwaad overkomt, schrijven zij het toe aan een slecht voorteken van Moesa en van hen die met hem zijn.
وان تصبهم سييه يطيروا بموسي ومن معه
Is het niet zo dat hun voorteken in werkelijkheid bij God is?
الا انما طيرهم عند الله
Maar de meesten van hen weten het niet.
ولكن اكثرهم لا يعلمون
En zij zeiden: “Welk teken je ons ook brengt, om ons ermee te begoochelen, wij zullen je geen krediet verlenen.”
وقالوا مهما تاتنا به من ايه لتسحرنا بها فما نحن لك بمومنين
Wij zonden toen over hen de overstroming, de sprinkhanen, de luizen, de kikkers en het bloed, gedetailleerde tekenen; maar zij zwollen op van hoogmoed en waren een volk van afgezonderden.
فارسلنا عليهم الطوفان والجراد والقمل والضفادع والدم ايت مفصلت فاستكبروا وكانوا قوما مجرمين
En toen de bezoedeling hen overkwam, zeiden zij: “O Moesa! Roep voor ons je Voogd aan, volgens het pact dat Hij met jou gesloten heeft; als je ons van de bezoedeling verlicht, zullen wij je voorzeker krediet verlenen, en wij zullen de zonen van Israël voorzeker met jou laten vertrekken.”
ولما وقع عليهم الرجز قالوا يموسي ادع لنا ربك بما عهد عندك لين كشفت عنا الرجز لنومنن لك ولنرسلن معك بني اسريل
Maar toen Wij hen van de bezoedeling verlicht hadden tot een termijn die zij zouden bereiken, zie, toen herriepen zij.
فلما كشفنا عنهم الرجز الي اجل هم بلغوه اذا هم ينكثون
Wij wreekten Ons dus op hen, en Wij deden hen verdrinken in de vloed, omdat zij Onze tekenen ontkend hadden en er onbekommerd over waren geweest.
فانتقمنا منهم فاغرقنهم في اليم بانهم كذبوا بايتنا وكانوا عنها غفلين
En het volk dat tot zwakte gebracht was, Wij deden het de opgangen en de ondergangen van de aarde erven, die Wij gezegend hadden.
واورثنا القوم الذين كانوا يستضعفون مشرق الارض ومغربها التي بركنا فيها
En het schone woord van je Voogd werd voltooid jegens de zonen van Israël, omdat zij geduldig waren geweest;
وتمت كلمت ربك الحسني علي بني اسريل بما صبروا
en Wij verwoestten wat Fir'aun en zijn volk maakten, en wat zij bouwden.
ودمرنا ما كان يصنع فرعون وقومه وما كانوا يعرشون
En Wij deden de zonen van Israël de zee oversteken; zij kwamen bij een volk dat zich opstelde voor zijn idolen.
وجوزنا ببني اسريل البحر فاتوا علي قوم يعكفون علي اصنام لهم
Zij zeiden: “O Moesa! Maak ons een godheid, zoals zij godheden hebben.”
قالوا يموسي اجعل لنا الها كما لهم الهه
Hij zei: “Jullie zijn gewis een onwetend volk.
قال انكم قوم تجهلون
Wat dezen beoefenen is aan verwoesting bestemd,
ان هولا متبر ما هم فيه
en tevergeefs is wat zij deden.”
وبطل ما كانوا يعملون
Hij zei: “Zou ik jullie een andere godheid zoeken dan God, terwijl Hij jullie boven alle wezens heeft bevoorrecht?”
قال اغير الله ابغيكم الها وهو فضلكم علي العلمين
En toen Wij jullie redden van de clan van Fir'aun, die jullie de slechte pijn oplegde, jullie zonen uitmoordde en de eerbaarheid van jullie vrouwen aantastte –
واذ انجينكم من ال فرعون يسومونكم سو العذاب يقتلون ابناكم ويستحيون نساكم
en daar was, van jullie Voogd, wat ontzaglijk beproeft.
وفي ذلكم بلا من ربكم عظيم
En Wij stelden Moesa een afspraak vast van dertig nachten, die Wij met tien voltooiden: zo werd de afspraak die door zijn Voogd was vastgesteld voltooid, in veertig nachten.
ووعدنا موسي ثلثين ليله واتممنها بعشر فتم ميقت ربه اربعين ليله
En Moesa zei tot zijn broer Haroen: “Volg mij op bij mijn volk, maak gezond, en volg niet de weg van de bedervers.”
وقال موسي لاخيه هرون اخلفني في قومي واصلح ولا تتبع سبيل المفسدين
En toen Moesa kwam op Onze vastgestelde afspraak, en zijn Voogd tot hem sprak, zei hij: “Mijn Voogd, toon U aan mij, opdat ik naar U kijk.”
ولما جا موسي لميقتنا وكلمه ربه قال رب ارني انظر اليك
Hij zei: “Je zult Mij niet zien, maar kijk naar de berg: als hij op zijn plaats blijft, dan zul je Mij zien.”
قال لن تريني ولكن انظر الي الجبل فان استقر مكانه فسوف تريني
Toen zijn Voogd Zich aan de berg onthulde, deed Hij hem onder de druk inzakken, en Moesa viel neer, als door de bliksem getroffen.
فلما تجلي ربه للجبل جعله دكا وخر موسي صعقا
Toen hij weer bijkwam, zei hij: “Glorie zij U! Ik kom tot U terug, en ik ben de eerste van de gelovenden.”
فلما افاق قال سبحنك تبت اليك وانا اول المومنين
Hij zei: “O Moesa! Ik heb jou onder de mensen gekozen voor Mijn boodschappen en voor Mijn woord; neem dus wat Ik je gegeven heb, en behoor tot de dankbaren.”
قال يموسي اني اصطفيتك علي الناس برسلتي وبكلمي فخذ ما اتيتك وكن من الشكرين
En Wij schreven voor hem, op de Tafelen, een vermaning over alles, en een detail van alles.
وكتبنا له في الالواح من كل شي موعظه وتفصيلا لكل شي
Neem ze dus met kracht, en beveel je volk daarvan het fraaiste te nemen.
فخذها بقوه وامر قومك ياخذوا باحسنها
Ik zal jullie het verblijf van de grensoverschrijders tonen.
ساوريكم دار الفسقين
Ik zal van Mijn tekenen afwenden hen die zich op de aarde zonder recht hoogmoedig tonen; ook al zagen zij elk teken, zij zouden er niet in geloven, en als zij de weg van de rechtschapenheid zagen, zouden zij hem niet als weg nemen, terwijl, als zij de weg van de omzwerving zagen, zij hem als weg zouden nemen.
ساصرف عن ايتي الذين يتكبرون في الارض بغير الحق وان يروا كل ايه لا يومنوا بها وان يروا سبيل الرشد لا يتخذوه سبيلا وان يروا سبيل الغي يتخذوه سبيلا
Dat is omdat zij Onze tekenen ontkend hebben en er onbekommerd over gebleven zijn.
ذلك بانهم كذبوا بايتنا وكانوا عنها غفلين
En zij die Onze tekenen en de ontmoeting van het laatste leven ontkend hebben, hun werken zijn ingestort; zullen zij anders vergolden worden dan naar wat zij deden?
والذين كذبوا بايتنا ولقا الاخره حبطت اعملهم هل يجزون الا ما كانوا يعملون
En het volk van Moesa nam, na hem, van hun sieraden een kalf, een lichaam dat loeide.
واتخذ قوم موسي من بعده من حليهم عجلا جسدا له خوار
Zagen zij dan niet dat het niet tot hen sprak en hen naar geen enkele weg leidde?
الم يروا انه لا يكلمهم ولا يهديهم سبيلا
Zij namen het, en waren onrechtvaardig.
اتخذوه وكانوا ظلمين
En toen zij door spijt overvallen werden, ziende dat zij gedwaald hadden, zeiden zij: “Als onze Voogd ons geen welwillendheid betoont en ons niet vergeeft, zullen wij voorzeker tot de verliezers behoren.”
ولما سقط في ايديهم وراوا انهم قد ضلوا قالوا لين لم يرحمنا ربنا ويغفر لنا لنكونن من الخسرين
Toen Moesa naar zijn volk terugkeerde, vol toorn, bitter, zei hij: “Hoe afschuwelijk is wat jullie in mijn plaats gedaan hebben, na mij!
ولما رجع موسي الي قومه غضبن اسفا قال بيسما خلفتموني من بعدي
Hebben jullie het bevel van jullie Voogd willen verhaasten?”
اعجلتم امر ربكم
En hij wierp de Tafelen, en greep zijn broer bij het hoofd, hem naar zich toe trekkend.
والقي الالواح واخذ براس اخيه يجره اليه
Hij zei: “Zoon van mijn moeder! Het volk heeft mij gewis tot zwakte gebracht, en heeft mij bijna gedood; laat de vijanden zich dus niet over mijn lot verheugen, en plaats mij niet bij het onrechtvaardige volk.”
قال ابن ام ان القوم استضعفوني وكادوا يقتلونني فلا تشمت بي الاعدا ولا تجعلني مع القوم الظلمين
Hij zei: “Mijn Voogd, vergeef mij, en mijn broer, en doe ons binnengaan in Uw welwillendheid;
قال رب اغفر لي ولاخي وادخلنا في رحمتك
U bent de meest welwillende van de welwillenden.”
وانت ارحم الرحمين
Zij die het kalf genomen hebben, een toorn van hun Voogd zal hun gewis toevallen, en een vernedering in het leven hienieden.
ان الذين اتخذوا العجل سينالهم غضب من ربهم وذله في الحيوه الدنيا
Zo vergelden Wij de verzinners van leugens.
وكذلك نجزي المفترين
En zij die de slechte daden hebben gepleegd, en daarna, na die daden, berouw gehad hebben en geloofd hebben – je Voogd is daarna voorzeker Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
والذين عملوا السيات ثم تابوا من بعدها وامنوا ان ربك من بعدها لغفور رحيم
En toen de toorn van Moesa bedaard was, nam hij de Tafelen; in hun inscriptie was leiding en welwillendheid voor hen die hun Voogd eerbiedigen.
ولما سكت عن موسي الغضب اخذ الالواح وفي نسختها هدي ورحمه للذين هم لربهم يرهبون
En Moesa opteerde, onder zijn volk, voor zeventig mannen, met het oog op Onze vastgestelde afspraak.
واختار موسي قومه سبعين رجلا لميقتنا
Toen de schok hen gegrepen had, zei hij: “Mijn Voogd, als het U behaagd had, zou U hen eerder vernietigd hebben, en ook mij.
فلما اخذتهم الرجفه قال رب لو شيت اهلكتهم من قبل وايي
Zou U ons vernietigen om wat de dwazen onder ons gedaan hebben?
اتهلكنا بما فعل السفها منا
Dit is slechts Uw beproeving, waardoor U doet dwalen wie het U behaagt, en leidt wie het U behaagt.
ان هي الا فتنتك تضل بها من تشا وتهدي من تشا
U bent onze beschermer; vergeef ons dus, en betoon ons welwillendheid; U bent de voortreffelijkste van hen die vergeven.
انت ولينا فاغفر لنا وارحمنا وانت خير الغفرين
En schrijf voor ons in, in dit leven hienieden, een weldaad, en ook in het laatste leven;
واكتب لنا في هذه الدنيا حسنه وفي الاخره
want wij komen tot U terug.”
انا هدنا اليك
Hij zei: “Mijn pijn, Ik doe haar overkomen wie het Mij behaagt,
قال عذابي اصيب به من اشا
en Mijn welwillendheid omvat alles.
ورحمتي وسعت كل شي
Ik zal haar dus inschrijven voor hen die zich behoeden, de zuivere vrijgevigheid geven, en die in Onze tekenen geloven, hen die de gezant volgen, de Berichtgever zonder voorafgaande Schrift, die zij bij zich ingeschreven vinden in de Taurah en de Indjil, die hun beveelt wat erkend is en hun verbiedt wat afgekeurd is, hun de goede dingen geoorloofd maakt en de verdorven dingen hun ontzegt, en hun hun juk en de halsijzers wegneemt die op hen wogen.
فساكتبها للذين يتقون ويوتون الزكوه والذين هم بايتنا يومنون الذين يتبعون الرسول النبي الامي الذي يجدونه مكتوبا عندهم في التوريه والانجيل يامرهم بالمعروف وينهيهم عن المنكر ويحل لهم الطيبت ويحرم عليهم الخبيث ويضع عنهم اصرهم والاغلل التي كانت عليهم
Zij die in hem geloven, hem ondersteunen, hem helpen, en het licht volgen dat met hem neergedaald is – dat zijn zij die slagen.”
فالذين امنوا به وعزروه ونصروه واتبعوا النور الذي انزل معه اوليك هم المفلحون
Zeg: “O mensen! Ik ben gewis de gezant van God tot jullie allen, Hij aan wie het koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort.
قل يايها الناس اني رسول الله اليكم جميعا الذي له ملك السموت والارض
Geen godheid behalve Hij.
لا اله الا هو
Hij doet leven en doet sterven.
يحي ويميت
Geloof dus in God en in Zijn gezant, de Berichtgever zonder voorafgaande Schrift, die in God en in Zijn woorden gelooft,
فامنوا بالله ورسوله النبي الامي الذي يومن بالله وكلمته
en volg hem, misschien zullen jullie je laten leiden.”
واتبعوه لعلكم تهتدون
En onder het volk van Moesa is er een gemeenschap die leidt volgens de waarheid en die daarmee rechtvaardig handelt.
ومن قوم موسي امه يهدون بالحق وبه يعدلون
En Wij hebben hen verdeeld in twaalf geslachten, in gemeenschappen,
وقطعنهم اثنتي عشره اسباطا امما
en Wij openbaarden aan Moesa, toen zijn volk hem vroeg hun te drinken te geven: “Sla de rots met je staf”;
واوحينا الي موسي اذ استسقيه قومه ان اضرب بعصاك الحجر
en zie, twaalf bronnen ontsprongen eraan:
فانبجست منه اثنتا عشره عينا
elke groep mensen kende haar drinkplaats.
قد علم كل اناس مشربهم
En Wij spanden de schaduw van de wolk over hen uit, en Wij deden het manna en de kwartels op hen neerdalen:
وظللنا عليهم الغمم وانزلنا عليهم المن والسلوي
“Eet van de goede dingen waarvan Wij jullie voorzien hebben.”
كلوا من طيبت ما رزقنكم
Zij hebben geen onrecht aan Ons gedaan,
وما ظلمونا
maar aan zichzelf deden zij onrecht.
ولكن كانوا انفسهم يظلمون
En toen hun gezegd werd: “Bewoon deze stad, eet ervan waar het jullie behaagt, zeg: Ontlast ons, en treed door de poort binnen, zich neerwerpend: Wij zullen jullie fouten vergeven.
واذ قيل لهم اسكنوا هذه القريه وكلوا منها حيث شيتم وقولوا حطه وادخلوا الباب سجدا نغفر لكم خطيتكم
Wij zullen meer geven aan hen die het goede doen.”
سنزيد المحسنين
Maar zij onder hen die onrechtvaardig waren vervingen de uitspraak die hun gezegd was door een andere; toen hebben Wij een bezoedeling uit de hemel op hen gezonden, omdat zij onrechtvaardig waren.
فبدل الذين ظلموا منهم قولا غير الذي قيل لهم فارسلنا عليهم رجزا من السما بما كانوا يظلمون
En vraag hen naar de stad die aan de zee grensde: toen zij de grenzen overschreden ten aanzien van de Rust, kwamen hun vissen op hun dag van Rust tot hen, aan het wateroppervlak; en de dag waarop zij de Rust niet in acht namen, kwamen zij niet tot hen.
وسلهم عن القريه التي كانت حاضره البحر اذ يعدون في السبت اذ تاتيهم حيتانهم يوم سبتهم شرعا ويوم لا يسبتون لا تاتيهم
Zo stelden Wij hen op de proef, omdat zij de grenzen hadden overschreden.
كذلك نبلوهم بما كانوا يفسقون
En toen een gemeenschap onder hen zei: “Waarom vermanen jullie een volk dat God zal vernietigen, of dat Hij een strenge pijn zal opleggen?”
واذ قالت امه منهم لم تعظون قوما الله مهلكهم او معذبهم عذابا شديدا
Zij zeiden: “Als verontschuldiging bij jullie Voogd, en misschien zullen zij zich behoeden.”
قالوا معذره الي ربكم ولعلهم يتقون
Toen zij vergaten waaraan zij herinnerd waren, redden Wij hen die het kwaad verboden, en Wij grepen de onrechtvaardigen met een onverbiddelijke pijn, omdat zij de grenzen hadden overschreden.
فلما نسوا ما ذكروا به انجينا الذين ينهون عن السو واخذنا الذين ظلموا بعذاب بيس بما كانوا يفسقون
Vervolgens, toen zij uit onbeschaamdheid trotseerden wat hun verboden was, zeiden Wij hun: “Wees teruggedrongen apen.”
فلما عتوا عن ما نهوا عنه قلنا لهم كونوا قرده خسين
En toen jouw Voogd afkondigde dat Hij voorzeker tegen hen zou opwekken, tot de Dag van het Verschijnen, wie hun de slechte pijn zou opleggen.
واذ تاذن ربك ليبعثن عليهم الي يوم القيمه من يسومهم سو العذاب
Jouw Voogd is voorzeker snel in de sanctie,
ان ربك لسريع العقاب
en Hij is voorzeker Zeer Vergevensgezind, Welwillend.
وانه لغفور رحيم
En Wij hebben hen over de aarde verdeeld in gemeenschappen:
وقطعنهم في الارض امما
onder hen zijn er die gezond zijn, en onder hen zijn er die dat minder zijn.
منهم الصلحون ومنهم دون ذلك
En Wij hebben hen op de proef gesteld met het goede en met het kwade, misschien zouden zij terugkeren.
وبلونهم بالحسنت والسيات لعلهم يرجعون
Daarna volgde op hen een nageslacht op dat de Schrift erfde, de vergankelijke goederen van deze lagere wereld nemend, en zeggend: “Het zal ons vergeven worden”; en als opnieuw een soortgelijk goed tot hen komt, nemen zij het.
فخلف من بعدهم خلف ورثوا الكتب ياخذون عرض هذا الادني ويقولون سيغفر لنا وان ياتهم عرض مثله ياخذوه
Is de plechtige verbintenis van de Schrift niet van hen genomen, dat zij over God niets dan de waarheid zouden zeggen?
الم يوخذ عليهم ميثق الكتب ان لا يقولوا علي الله الا الحق
En zij hebben bestudeerd wat erin staat.
ودرسوا ما فيه
Welnu, het laatste verblijf is beter voor hen die zich behoeden.
والدار الاخره خير للذين يتقون
Redeneren jullie dan niet?
افلا تعقلون
En zij die zich stevig vastklampen aan de Schrift en het Contact onderhouden – Wij laten de beloning van hen die saneren gewis niet vervliegen.
والذين يمسكون بالكتب واقاموا الصلوه انا لا نضيع اجر المصلحين
En toen Wij de berg boven hen losrukten, alsof hij een baldakijn was, en zij vermoedden dat hij op hen zou neerstorten:
واذ نتقنا الجبل فوقهم كانه ظله وظنوا انه واقع بهم
“Neem met kracht aan wat Wij jullie gegeven hebben, en herinner jullie wat zich daarin bevindt, misschien zullen jullie je behoeden.”
خذوا ما اتينكم بقوه واذكروا ما فيه لعلكم تتقون
En toen jouw Voogd uit de zonen van Adam, uit hun ruggen, hun nageslacht nam, en hen over zichzelf deed getuigen: “Ben Ik niet jullie Voogd?” Zij zeiden: “Jawel, wij getuigen ervan!”
واذ اخذ ربك من بني ادم من ظهورهم ذريتهم واشهدهم علي انفسهم الست بربكم قالوا بلي
Opdat zij niet zeggen, op de Dag van het Verschijnen: “Wij waren gewis onbekommerd hierover”, of dat zij niet zeggen: “Het zijn onze voorouders die voorheen hebben geassocieerd, en wij waren slechts een nageslacht na hen.
شهدنا ان تقولوا يوم القيمه انا كنا عن هذا غفلين او تقولوا انما اشرك اباونا من قبل وكنا ذريه من بعدهم
Zou U ons vernietigen om wat de makers van het valse hebben gedaan?”
افتهلكنا بما فعل المبطلون
Zo detailleren Wij de tekenen, en misschien zullen zij terugkeren.
وكذلك نفصل الايت ولعلهم يرجعون
En draag hun het bericht voor over hem aan wie Wij Onze tekenen hebben gegeven, en die zich ervan ontdeed, zodat de Afleider hem achtervolgde, en hij behoorde tot de dolenden.
واتل عليهم نبا الذي اتينه ايتنا فانسلخ منها فاتبعه الشيطن فكان من الغاوين
En als het Ons behaagd had, hadden Wij hem door deze verheven; maar hij hechtte zich aan de aarde en volgde zijn emotie.
ولو شينا لرفعنه بها ولكنه اخلد الي الارض واتبع هويه
Zijn voorbeeld is dat van de hond: als je hem belast, hijgt hij, en als je hem laat, hijgt hij.
فمثله كمثل الكلب ان تحمل عليه يلهث او تتركه يلهث
Dat is het voorbeeld van het volk dat Onze tekenen heeft ontkend.
ذلك مثل القوم الذين كذبوا بايتنا
Vertel dan het verhaal, misschien zullen zij nadenken.
فاقصص القصص لعلهم يتفكرون
Slecht is het voorbeeld van het volk dat Onze tekenen heeft ontkend, en dat onrechtvaardig was tegenover zichzelf.
سا مثلا القوم الذين كذبوا بايتنا وانفسهم كانوا يظلمون
Wie God leidt, dat is degene die zich laat leiden;
من يهد الله فهو المهتدي
en wie Hij doet dwalen, dat zijn de verliezers.
ومن يضلل فاوليك هم الخسرون
En Wij hebben gewis voor Djahannam velen van de Verborgenen en van de stervelingen verspreid;
ولقد ذرانا لجهنم كثيرا من الجن والانس
zij hebben kernen waarmee zij niet begrijpen,
لهم قلوب لا يفقهون بها
zij hebben ogen waarmee zij niet helder zien,
ولهم اعين لا يبصرون بها
en zij hebben oren waarmee zij niet horen.
ولهم اذان لا يسمعون بها
Dat zijn zij die zijn als het vee – nee, zij dwalen nog meer.
اوليك كالانعم بل هم اضل
Dat zijn de onbekommerden.
اوليك هم الغفلون
En aan God behoren de schoonste eigenschappen; roep Hem dus aan door deze,
ولله الاسما الحسني فادعوه بها
en laat hen achter die Zijn eigenschappen laten ontsporen.
وذروا الذين يلحدون في اسميه
Zij zullen vergolden worden naar wat zij deden.
سيجزون ما كانوا يعملون
En onder hen die Wij geschapen hebben is er een gemeenschap die leidt volgens de waarheid en die daarmee rechtvaardig handelt.
وممن خلقنا امه يهدون بالحق وبه يعدلون
En zij die Onze tekenen ontkennen, Wij zullen hen geleidelijk voeren, langs waar zij het niet weten, en Ik verleen hun uitstel,
والذين كذبوا بايتنا سنستدرجهم من حيث لا يعلمون واملي لهم
want Mijn list is stevig.
ان كيدي متين
Denken zij dan niet na?
اولم يتفكروا
Hun metgezel heeft geen enkele verwardheid.
ما بصاحبهم من جنه
Hij is slechts een uitdrukkelijke waarschuwer.
ان هو الا نذير مبين
Hebben zij dan niet gekeken in het soevereine koningschap van de hemelen en de aarde, en in alles wat God geschapen heeft, en dat het kan zijn dat hun termijn al genaderd is?
اولم ينظروا في ملكوت السموت والارض وما خلق الله من شي وان عسي ان يكون قد اقترب اجلهم
In welke rede, na deze, zullen zij dan geloven?
فباي حديث بعده يومنون
Wie God doet dwalen, voor hem is er geen leidsman,
من يضلل الله فلا هادي له
en Hij laat hen achter in hun mateloosheid, waarin zij rondtasten.
ويذرهم في طغينهم يعمهون
Zij vragen je naar het Uur: wanneer zal het zijn anker uitwerpen?
يسلونك عن الساعه ايان مرسيها
Zeg: “Het weten daarvan is slechts bij mijn Voogd;
قل انما علمها عند ربي
niemand, behalve Hij, zal het op zijn tijd onthullen.
لا يجليها لوقتها الا هو
Het weegt zwaar in de hemelen en op de aarde;
ثقلت في السموت والارض
het komt slechts onverhoeds tot jullie.”
لا تاتيكم الا بغته
Zij vragen je alsof jij het tot het einde toe gepeild had.
يسلونك كانك حفي عنها
Zeg: “Het weten daarvan is slechts bij God,
قل انما علمها عند الله
maar de meeste mensen weten het niet.”
ولكن اكثر الناس لا يعلمون
Zeg: “Ik bezit, voor mijzelf, noch voordeel noch schade, behalve wat God behaagt.
قل لا املك لنفسي نفعا ولا ضرا الا ما شا الله
En als ik kende wat de zintuigen ontgaat, zou ik gewis overvloedig aan goederen vergaard hebben,
ولو كنت اعلم الغيب لاستكثرت من الخير
en het kwaad had mij niet geraakt.
وما مسني السو
Ik ben slechts een waarschuwer,
ان انا الا نذير
en een aankondiger voor een volk dat gelooft.”
وبشير لقوم يومنون
Hij is het die jullie geschapen heeft uit één enkel Zelf, en daaruit zijn echtgenoot naar buiten heeft gebracht, opdat hij bij hem de kalmte vindt.
هو الذي خلقكم من نفس وحده وجعل منها زوجها ليسكن اليها
En toen hij haar had bedekt, droeg zij een lichte last, waarmee zij haar pad vervolgde;
فلما تغشيها حملت حملا خفيفا فمرت به
en toen zij ervan verzwaard werd, riepen zij beiden God aan, hun Voogd: “Als U ons een gezond kind geeft, zullen wij voorzeker behoren tot de dankbaren.”
فلما اثقلت دعوا الله ربهما لين اتيتنا صلحا لنكونن من الشكرين
Maar toen Hij hun een gezond kind had gegeven, wezen zij Hem geassocieerden toe in wat Hij hun gegeven had.
فلما اتيهما صلحا جعلا له شركا فيما اتيهما
Welnu, God staat ver boven wat zij met Hem associëren.
فتعلي الله عما يشركون
Associëren zij met Hem wat niets schept, en dat geschapen wordt,
ايشركون ما لا يخلق شيا وهم يخلقون
en dat hen niet kan helpen, noch zichzelf kan helpen?
ولا يستطيعون لهم نصرا ولا انفسهم ينصرون
En als jullie hen roepen naar de leiding, volgen zij jullie niet.
وان تدعوهم الي الهدي لا يتبعوكم
Het is voor jullie gelijk dat jullie hen roepen, of dat jullie zwijgend blijven.
سوا عليكم ادعوتموهم ام انتم صمتون
Zij die jullie aanroepen buiten God zijn gewis gehoorzamen die op jullie lijken;
ان الذين تدعون من دون الله عباد امثالكم
roep hen dan aan, en laat hen jullie antwoorden, als jullie waarachtig zijn.
فادعوهم فليستجيبوا لكم ان كنتم صدقين
Hebben zij voeten waarmee zij lopen?
الهم ارجل يمشون بها
Of hebben zij handen waarmee zij grijpen?
ام لهم ايد يبطشون بها
Of hebben zij ogen waarmee zij helder zien?
ام لهم اعين يبصرون بها
Of hebben zij oren waarmee zij horen?
ام لهم اذان يسمعون بها
Zeg: “Roep jullie geassocieerden aan, beraam dan iets tegen mij, en verleen mij geen uitstel,
قل ادعوا شركاكم ثم كيدون فلا تنظرون
want mijn beschermer is God, die de Schrift heeft doen neerdalen,
ان ولي الله الذي نزل الكتب
en Hij is het die hen beschermt die gezond zijn.
وهو يتولي الصلحين
En zij die jullie aanroepen buiten Hem, kunnen jullie niet helpen, noch zichzelf helpen.”
والذين تدعون من دونه لا يستطيعون نصركم ولا انفسهم ينصرون
En als jullie hen roepen naar de leiding, horen zij niet;
وان تدعوهم الي الهدي لا يسمعوا
en jij ziet hen naar je kijken, zonder dat zij helder zien.
وتريهم ينظرون اليك وهم لا يبصرون
Neem het overtollige,
خذ العفو
beveel het naar gebruik erkende,
وامر بالعرف
en onttrek je aan de onwetenden.
واعرض عن الجهلين
En als een prikkel van de Afleider je prikkelt, zoek de egide van God,
واما ينزغنك من الشيطن نزغ فاستعذ بالله
want Hij is de Alhorende, de Alwetende.
انه سميع عليم
Gewis, zij die zich behoeden, wanneer een stoet afkomstig van de Afleider hen raakt, herinneren zich, en zie, dan zijn zij klaarziend;
ان الذين اتقوا اذا مسهم طيف من الشيطن تذكروا فاذا هم مبصرون
terwijl hun broers hen steeds verder meevoeren in het dolen,
واخونهم يمدونهم في الغي
daarna houden zij niet meer op.
ثم لا يقصرون
En wanneer je hun geen teken brengt, zeggen zij: “Waarom heb je het niet zelf gekozen?”
واذا لم تاتهم بايه قالوا لولا اجتبيتها
Zeg: “Ik volg slechts wat mij geopenbaard wordt van mijn Voogd;
قل انما اتبع ما يوحي الي من ربي
dit zijn klaarzichtigheden afkomstig van jullie Voogd, een leiding en een welwillendheid voor een volk dat gelooft.”
هذا بصاير من ربكم وهدي ورحمه لقوم يومنون
En wanneer deze Lezing gelezen wordt, luister ernaar en bewaar de stilte, misschien zal jullie welwillendheid betoond worden.
واذا قري القران فاستمعوا له وانصتوا لعلكم ترحمون
En herinner je jouw Voogd, in jezelf, smekend en met vrees, zonder luid te spreken, bij de ochtend en bij de avond, en behoor niet tot de onbekommerden.
واذكر ربك في نفسك تضرعا وخيفه ودون الجهر من القول بالغدو والاصال ولا تكن من الغفلين
Zij die bij jouw Voogd zijn, blazen zich niet in hoogmoed op tot het punt dat zij weigeren Hem te gehoorzamen, zij glorifiëren Hem, en voor Hem werpen zij zich neer.
ان الذين عند ربك لا يستكبرون عن عبادته ويسبحونه وله يسجدون