Naar de inhoud
القرآنal-quran.fr
Menu
100%
القرآن

المائدة

Al-Ma'ida

Faithful to Contracts

Soera 5 · 120 verzen

بسم الله الرحمن الرحيم

In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.

5:1

O jullie die geloofd hebben! Wees trouw aan jullie contracten.

يايها الذين امنوا اوفوا بالعقود

5:1

De kuddedieren zijn voor jullie geoorloofd gemaakt, behalve wat jullie wordt voorgedragen – zonder de jacht als geoorloofd te beschouwen, gedurende de onschendbare maanden.

احلت لكم بهيمه الانعم الا ما يتلي عليكم غير محلي الصيد وانتم حرم

God oordeelt naar wat Hij wil.

ان الله يحكم ما يريد

5:2

O jullie die geloofd hebben! Beschouw niet als geoorloofd de waarneembare bakens van God, noch de onschendbare maand, noch de vrijwillige gaven, noch de krachtens gelofte verschuldigde giften, noch hen die zich richten naar het onschendbare Huis, een gunst van hun Voogd en een instemming zoekend.

يايها الذين امنوا لا تحلوا شعير الله ولا الشهر الحرام ولا الهدي ولا القليد ولا امين البيت الحرام يبتغون فضلا من ربهم ورضونا

En zodra die maanden verstreken zijn, jaag.

واذا حللتم فاصطادوا

En laat de wrok van een volk, omdat het jullie de toegang tot de onschendbare plaats van neerwerping heeft versperd, jullie niet meeslepen tot aanvallen.

ولا يجرمنكم شنان قوم ان صدوكم عن المسجد الحرام ان تعتدوا

Help elkaar in de deugd en de behoedzaamheid,

وتعاونوا علي البر والتقوي

en help elkaar niet in de overtreding en de vijandigheid.

ولا تعاونوا علي الاثم والعدون

En behoed jullie voor God:

واتقوا الله

gewis is God streng in de sanctie.

ان الله شديد العقاب

5:3

Jullie zijn ontzegd: het dode beest, het bloed, het varkensvlees, wat opgedragen is aan een ander dan God, het gewurgde dier, het stervende dier, het door ziekte uitgeteerde dier, het door stoten gedode dier, en wat een woest beest heeft verslonden – behalve wat jullie met vuur hebben uitgegloeid – evenals het gemeenschappelijk geslachte dier waarvan de delen vervolgens met pijlen worden verloot.

حرمت عليكم الميته والدم ولحم الخنزير وما اهل لغير الله به والمنخنقه والموقوذه والمترديه والنطيحه وما اكل السبع الا ما ذكيتم وما ذبح علي النصب وان تستقسموا بالازلم

5:3

Dat is een grensoverschrijding.

ذلكم فسق

5:3

Heden hebben zij die verloochenen de hoop verloren ten aanzien van jullie Wet;

اليوم ييس الذين كفروا من دينكم

5:3

ducht hen dus niet, maar ducht Mij.

فلا تخشوهم واخشون

5:3

Heden heb Ik voor jullie jullie Wet vervolmaakt, heb Ik Mijn weldaad over jullie gecompleteerd, en heb Ik voor jullie de integriteit tegenover God als Wet goedgekeurd.

اليوم اكملت لكم دينكم واتممت عليكم نعمتي ورضيت لكم الاسلم دينا

Maar wie daartoe in het nauw gedreven wordt door schaarste, zonder neiging tot overtreding – gewis is God Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

فمن اضطر في مخمصه غير متجانف لاثم فان الله غفور رحيم

Zij ondervragen jou: wat is hun geoorloofd gemaakt?

يسلونك ماذا احل لهم

Zeg: “Voor jullie zijn de goede dingen geoorloofd gemaakt, evenals de jachtdieren die jullie als africhters hebben onderricht, hun lerend van wat God jullie heeft geleerd.

قل احل لكم الطيبت وما علمتم من الجوارح مكلبين تعلمونهن مما علمكم الله

Eet dus van wat zij voor jullie vangen, en herinner de naam van God daarover.

فكلوا مما امسكن عليكم واذكروا اسم الله عليه

En behoed jullie voor God:

واتقوا الله

gewis is God snel in de rekening.”

ان الله سريع الحساب

5:5

Heden zijn voor jullie de goede dingen geoorloofd gemaakt. Het voedsel van hen aan wie de Schrift is gegeven is voor jullie geoorloofd, en jullie voedsel is voor hen geoorloofd. En de door de huwelijksband beschutte vrouwen onder de gelovende vrouwen, en de door de huwelijksband beschutte vrouwen onder hen aan wie de Schrift vóór jullie is gegeven, wanneer jullie hun hun beloningen geven, als mannen die zich in de huwelijksband verbinden, niet als losbandigen en niet als nemers van heimelijke minnaressen.

اليوم احل لكم الطيبت وطعام الذين اوتوا الكتب حل لكم وطعامكم حل لهم والمحصنت من المومنت والمحصنت من الذين اوتوا الكتب من قبلكم اذا اتيتموهن اجورهن محصنين غير مسفحين ولا متخذي اخدان

En wie het geloof verloochent, zijn werk stort in, en hij zal in het laatste leven onder de verliezers zijn.

ومن يكفر بالايمن فقد حبط عمله وهو في الاخره من الخسرين

O jullie die geloofd hebben! Wanneer jullie opstaan voor het Contact, was jullie gezichten en jullie handen tot de ellebogen, en haal de handen over jullie hoofden,

يايها الذين امنوا اذا قمتم الي الصلوه فاغسلوا وجوهكم وايديكم الي المرافق وامسحوا بروسكم

5:6

en was jullie voeten tot de knieën.

وارجلكم الي الكعبين

5:6

En als jullie jullie hebben bevuild, was jullie.

وان كنتم جنبا فاطهروا

5:6

En als jullie ziek zijn, of op reis, of als een van jullie zojuist zijn natuurlijke behoefte heeft gedaan, of als jullie een vrouw in intimiteit hebben gekend, en jullie geen water vinden, richt jullie dan op een goede dagzoom, en strijk ervan over jullie gezichten en jullie handen.

وان كنتم مرضي او علي سفر او جا احد منكم من الغايط او لمستم النسا فلم تجدوا ما فتيمموا صعيدا طيبا فامسحوا بوجوهكم وايديكم منه

God wil jullie geen enkele hinder opleggen,

ما يريد الله ليجعل عليكم من حرج

maar Hij wil jullie reinigen, en Zijn weldaad aan jullie completeren, misschien zullen jullie dankbaar zijn.

ولكن يريد ليطهركم وليتم نعمته عليكم لعلكم تشكرون

En herinner jullie de weldaad van God over jullie, en Zijn plechtige verbintenis, die waarmee Hij jullie gebonden heeft, toen jullie zeiden: “Wij hebben gehoord en wij hebben ons gevoegd.”

واذكروا نعمه الله عليكم وميثقه الذي واثقكم به اذ قلتم سمعنا واطعنا

En behoed jullie voor God:

واتقوا الله

God is gewis Alwetend over de inhoud van de borsten.

ان الله عليم بذات الصدور

5:8

O jullie die geloofd hebben! Behoor tot hen die zich standvastig handhaven voor God, getuigend met billijkheid,

يايها الذين امنوا كونوا قومين لله شهدا بالقسط

5:8

en laat de wrok van een volk jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn.

ولا يجرمنكم شنان قوم علي الا تعدلوا

5:8

Wees rechtvaardig: dat is dichter bij de behoedzaamheid.

اعدلوا هو اقرب للتقوي

En behoed jullie voor God:

واتقوا الله

God is gewis Intiem Kenner van wat jullie doen.

ان الله خبير بما تعملون

God heeft beloofd aan hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht: zij zullen een vergeving en een ontzaglijke beloning hebben.

وعد الله الذين امنوا وعملوا الصلحت لهم مغفره واجر عظيم

En zij die verloochend hebben en Onze tekenen ontkend hebben – dat zijn de metgezellen van de Gloeioven.

والذين كفروا وكذبوا بايتنا اوليك اصحب الجحيم

O jullie die geloofd hebben! Herinner jullie de weldaad van God over jullie, toen een volk het voornemen had gehad de handen naar jullie uit te strekken, en Hij hun handen van jullie weerhield.

يايها الذين امنوا اذكروا نعمت الله عليكم اذ هم قوم ان يبسطوا اليكم ايديهم فكف ايديهم عنكم

En behoed jullie voor God:

واتقوا الله

en aan God moeten de gelovenden lastgeving verlenen.

وعلي الله فليتوكل المومنون

God heeft gewis de plechtige verbintenis van de zonen van Israël afgenomen, en Wij hebben onder hen twaalf verantwoordelijken opgewekt.

ولقد اخذ الله ميثق بني اسريل وبعثنا منهم اثني عشر نقيبا

En God zei: “Ik ben gewis met jullie.

وقال الله اني معكم

Als jullie het Contact onderhouden, de zuivere vrijgevigheid geven, in Mijn gezanten geloven, hen terzijde staan, en aan God een schone lening verstrekken, zal Ik voorzeker jullie slechte daden bedekken, en Ik zal jullie voorzeker doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen.

لين اقمتم الصلوه واتيتم الزكوه وامنتم برسلي وعزرتموهم واقرضتم الله قرضا حسنا لاكفرن عنكم سياتكم ولادخلنكم جنت تجري من تحتها الانهر

Maar wie van jullie hierna verloochent, heeft gedwaald van de rechte weg.”

فمن كفر بعد ذلك منكم فقد ضل سوا السبيل

5:13

Omdat zij hun plechtige verbintenis verbroken hebben, hebben Wij hen vervloekt en hun kernen hard gemaakt: zij verwringen de woorden, buiten hun verband, en zijn een deel vergeten van waaraan men hen had doen herinneren.

فبما نقضهم ميثقهم لعنهم وجعلنا قلوبهم قسيه يحرفون الكلم عن مواضعه ونسوا حظا مما ذكروا به

En jij zult niet ophouden bij hen een verraad te doorzien, behalve weinigen onder hen.

ولا تزال تطلع علي خاينه منهم الا قليلا منهم

Scheld het hun dus kwijt, en sla de bladzijde om:

فاعف عنهم واصفح

God houdt van hen die het goede doen.

ان الله يحب المحسنين

5:14

En onder hen die gezegd hebben: “Wij zijn gewis de Helpers”, hebben Wij hun plechtige verbintenis afgenomen, maar zij zijn een deel vergeten van waaraan men hen had doen herinneren; Wij hebben toen onder hen de vijandigheid en de haat geworpen, tot de Dag van het Verschijnen;

ومن الذين قالوا انا نصري اخذنا ميثقهم فنسوا حظا مما ذكروا به فاغرينا بينهم العداوه والبغضا الي يوم القيمه

en God zal hen weldra berichten over wat zij deden.

وسوف ينبيهم الله بما كانوا يصنعون

5:15

O lieden van de Schrift! Onze gezant is gewis tot jullie gekomen, jullie veel blootleggend van wat jullie van de Schrift verborgen, en veel dingen kwijtscheldend.

ياهل الكتب قد جاكم رسولنا يبين لكم كثيرا مما كنتم تخفون من الكتب ويعفوا عن كثير

5:16

Een licht is gewis tot jullie gekomen van God, alsook een uitdrukkelijke Schrift, waardoor God wie Zijn instemming volgt leidt naar de wegen van vrede,

قد جاكم من الله نور وكتب مبين يهدي به الله من اتبع رضونه سبل السلم

en hen uit de duisternissen naar het licht naar buiten brengt, met Zijn toestemming,

ويخرجهم من الظلمت الي النور باذنه

en hen leidt naar een rechtlijnig pad.

ويهديهم الي صرط مستقيم

5:17

Zij hebben gewis verloochend, zij die gezegd hebben: “God, dat is Al-Masih, zoon van Marjam.”

لقد كفر الذين قالوا ان الله هو المسيح ابن مريم

5:17

Zeg: “Wie zou dan enige macht bezitten tegen God, als Hij Al-Masih, zoon van Marjam, zou willen vernietigen, evenals zijn moeder, en allen die op aarde zijn?”

قل فمن يملك من الله شيا ان اراد ان يهلك المسيح ابن مريم وامه ومن في الارض جميعا

En aan God behoort het koningschap van de hemelen en de aarde, en van wat tussen hen is.

ولله ملك السموت والارض وما بينهما

Hij schept wat het Hem behaagt.

يخلق ما يشا

En God is tot alles in staat.

والله علي كل شي قدير

5:18

En de Geheroriënteerden en de Helpers hebben gezegd: “Wij zijn de zonen van God en Zijn geliefden.”

وقالت اليهود والنصري نحن ابنوا الله واحبوه

5:18

Zeg: “Waarom legt Hij jullie dan pijn op voor jullie vergrijpen?

قل فلم يعذبكم بذنوبكم

5:18

Jullie zijn veeleer stervelingen, onder hen die Hij geschapen heeft.

بل انتم بشر ممن خلق

5:18

Hij vergeeft aan wie het Hem behaagt, en Hij legt pijn op aan wie het Hem behaagt.”

يغفر لمن يشا ويعذب من يشا

En aan God behoort het koningschap van de hemelen en de aarde, en van wat tussen hen is,

ولله ملك السموت والارض وما بينهما

en tot Hem is de bestemming.

واليه المصير

5:19

O lieden van de Schrift! Onze gezant is gewis tot jullie gekomen, jullie verhelderend na een onderbreking van de gezanten, uit vrees dat jullie zeggen: “Geen aankondiger en geen waarschuwer is tot ons gekomen” – een aankondiger en een waarschuwer is dus wel tot jullie gekomen.

ياهل الكتب قد جاكم رسولنا يبين لكم علي فتره من الرسل ان تقولوا ما جانا من بشير ولا نذير فقد جاكم بشير ونذير

En God is tot alles in staat.

والله علي كل شي قدير

5:20

En toen Moesa tot zijn volk zei: “O mijn volk! Herinner jullie de weldaad van God over jullie, toen Hij onder jullie berichtgevers plaatste, en koningen van jullie maakte,

واذ قال موسي لقومه يقوم اذكروا نعمه الله عليكم اذ جعل فيكم انبيا وجعلكم ملوكا

5:20

en jullie gegeven heeft wat Hij aan niemand anders onder alle wezens gegeven heeft.

واتيكم ما لم يوت احدا من العلمين

O mijn volk! Treed binnen in het geheiligde land dat God jullie voorgeschreven heeft,

يقوم ادخلوا الارض المقدسه التي كتب الله لكم

en wijk niet terug, anders zouden jullie als verliezers terugkeren.”

ولا ترتدوا علي ادباركم فتنقلبوا خسرين

5:22

Zij zeiden: “O Moesa! Er is daar gewis een volk van tirannen,

قالوا يموسي ان فيها قوما جبارين

en wij zullen er gewis niet binnengaan zolang zij er niet uit gegaan zijn;

وانا لن ندخلها حتي يخرجوا منها

als zij eruit gaan, dan zullen wij er binnengaan.”

فان يخرجوا منها فانا دخلون

Twee mannen, onder hen die vreesden, aan wie God Zijn weldaad had toegekend, zeiden: “Treed bij hen binnen door de poort;

قال رجلان من الذين يخافون انعم الله عليهما ادخلوا عليهم الباب

zodra jullie daar binnengegaan zijn, zullen jullie gewis de overwinnaars zijn.

فاذا دخلتموه فانكم غلبون

En het is aan God dat men lastgeving moet verlenen, als jullie gelovenden zijn.”

وعلي الله فتوكلوا ان كنتم مومنين

5:24

Zij zeiden: “O Moesa! Wij zullen er gewis nooit binnengaan, zolang zij daar zijn; ga dus, jij en je Voogd, vechten, jullie beiden; wij, wij blijven hier, zittend.”

قالوا يموسي انا لن ندخلها ابدا ما داموا فيها فاذهب انت وربك فقتلا انا ههنا قعدون

5:25

Hij zei: “Mijn Voogd, ik bezit gewis geen macht dan over mijn eigen Zelf

قال رب اني لا املك الا نفسي

en mijn broer;

واخي

scheid ons dus van het volk van de grensoverschrijders.”

فافرق بيننا وبين القوم الفسقين

5:26

Hij zei: “Zij is hun dus voor altijd ontzegd,

قال فانها محرمه عليهم

veertig jaar lang zullen zij verloren zijn op aarde.

اربعين سنه يتيهون في الارض

Treur dus niet om het volk van de grensoverschrijders.”

فلا تاس علي القوم الفسقين

5:27

En draag hun in alle waarheid het bericht van de twee zonen van Adam voor, toen zij elk een gave aanboden: zij werd aanvaard van de een, en niet aanvaard van de ander.

واتل عليهم نبا ابني ادم بالحق اذ قربا قربانا فتقبل من احدهما ولم يتقبل من الاخر

5:27

Deze zei: “Ik zal je voorzeker doden.”

قال لاقتلنك

5:27

De ander zei: “God aanvaardt slechts van hen die zich behoeden.

قال انما يتقبل الله من المتقين

5:28

Als jij je hand naar mij uitstrekt om mij te doden, zal ik mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden;

لين بسطت الي يدك لتقتلني ما انا بباسط يدي اليك لاقتلك

ik vrees gewis God, Voogd van alle wezens.

اني اخاف الله رب العلمين

Ik wil dat jij terugkeert, beladen met mijn overtreding en de jouwe, en dat jij behoort tot de metgezellen van het Vuur:

اني اريد ان تبوا باثمي واثمك فتكون من اصحب النار

dat is de vergelding van de onrechtvaardigen.”

وذلك جزوا الظلمين

Maar zijn eigen Zelf stemde hem bereid tot de moord op zijn broer; hij doodde hem, en bevond zich zo onder de verliezers.

فطوعت له نفسه قتل اخيه فقتله فاصبح من الخسرين

God wekte toen een raaf op, die de aarde krabde, om hem te tonen hoe hij de naaktheid van zijn broer kon verhullen.

فبعث الله غرابا يبحث في الارض ليريه كيف يوري سوه اخيه

5:32

Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat te zijn zoals deze raaf, en de naaktheid van mijn broer te verhullen?” En hij bevond zich toen onder hen die spijt hebben.

قال يويلتي اعجزت ان اكون مثل هذا الغراب فاوري سوه اخي فاصبح من الندمين من اجل ذلك

5:32

Daarom hebben Wij de zonen van Israël voorgeschreven dat wie een Zelf doodt zonder dat het voor een ander Zelf is, of voor een bederf op aarde, het is alsof hij de mensen allen tezamen gedood heeft,

كتبنا علي بني اسريل انه من قتل نفسا بغير نفس او فساد في الارض فكانما قتل الناس جميعا

5:32

en wie er een laat leven, het is alsof hij de mensen allen tezamen heeft laten leven.

ومن احياها فكانما احيا الناس جميعا

Onze gezanten zijn gewis tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen; daarna zijn velen van hen, hierna, voorzeker buitensporigen op aarde.

ولقد جاتهم رسلنا بالبينت ثم ان كثيرا منهم بعد ذلك في الارض لمسرفون

De enige vergelding voor hen die oorlog voeren tegen God en Zijn gezant, en zich beijveren bederf op aarde te zaaien, is dat zij uitgemoord of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten afwisselend afgesneden worden, of dat zij van de aarde verjaagd worden.

انما جزوا الذين يحاربون الله ورسوله ويسعون في الارض فسادا ان يقتلوا او يصلبوا او تقطع ايديهم وارجلهم من خلف او ينفوا من الارض

Dat is voor hen een schande hienieden,

ذلك لهم خزي في الدنيا

en zij zullen, in het laatste leven, een ontzaglijke pijn hebben – behalve zij die terugkeren voordat jullie macht over hen hebben; weet dan dat God Zeer Vergevensgezind, Welwillend is.

ولهم في الاخره عذاب عظيم الا الذين تابوا من قبل ان تقدروا عليهم فاعلموا ان الله غفور رحيم

5:35

O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God, zoek tot Hem het middel tot nadering, en strijd op Zijn weg, misschien zullen jullie slagen.

يايها الذين امنوا اتقوا الله وابتغوا اليه الوسيله وجهدوا في سبيله لعلكم تفلحون

Gewis, zij die verloochenen, ook als zij alles bezaten wat op aarde is, en het equivalent ervan daarbij, om zich daarmee vrij te kopen van de pijn van de Dag van het Verschijnen, het zou niet van hen aanvaard worden,

ان الذين كفروا لو ان لهم ما في الارض جميعا ومثله معه ليفتدوا به من عذاب يوم القيمه ما تقبل منهم

en zij zullen een schrijnende pijn hebben.

ولهم عذاب اليم

Zij zullen uit het Vuur willen gaan, maar zij zullen er niet uit gaan,

يريدون ان يخرجوا من النار وما هم بخرجين منها

en zij zullen een pijn hebben die zich handhaaft.

ولهم عذاب مقيم

5:38

En wat de dief en de dievegge betreft, onderbreek hun steunen, ter vergelding van wat zij verworven hebben, als afschrikwekkend voorbeeld van God.

والسارق والسارقه فاقطعوا ايديهما جزا بما كسبا نكلا من الله

God is Almachtig, Wijs.

والله عزيز حكيم

Maar wie terugkeert na zijn onrecht, en zich saneert, tot hem keert God met mildheid terug.

فمن تاب من بعد ظلمه واصلح فان الله يتوب عليه

God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

ان الله غفور رحيم

Weet jij niet dat aan God het koningschap van de hemelen en de aarde behoort?

الم تعلم ان الله له ملك السموت والارض

Hij legt pijn op aan wie het Hem behaagt, en Hij vergeeft aan wie het Hem behaagt.

يعذب من يشا ويغفر لمن يشا

En God is tot alles in staat.

والله علي كل شي قدير

5:41

O gezant! Laten zij die zich haasten in de verloochening jou niet bedroeven, onder hen die zeggen: “Wij hebben geloofd” met hun monden, zonder dat hun kernen geloofd hebben,

يايها الرسول لا يحزنك الذين يسرعون في الكفر من الذين قالوا امنا بافوههم ولم تومن قلوبهم

noch onder de Geheroriënteerden, luisterend naar de leugen, luisterend ten behoeve van een ander volk dat niet tot jou gekomen is.

ومن الذين هادوا سمعون للكذب سمعون لقوم اخرين لم ياتوك

Zij verwringen de woorden nadat deze op hun plaats gesteld zijn, zeggend: “Als men jullie dit geeft, neem het; en als men het jullie niet geeft, wees op jullie hoede.”

يحرفون الكلم من بعد مواضعه يقولون ان اوتيتم هذا فخذوه وان لم توتوه فاحذروا

En wie God op de proef wil stellen, voor hem bezit jij niets tegenover God.

ومن يرد الله فتنته فلن تملك له من الله شيا

Dat zijn zij van wie God de kernen niet heeft willen reinigen.

اوليك الذين لم يرد الله ان يطهر قلوبهم

Zij hebben, hienieden, een schande,

لهم في الدنيا خزي

en zij zullen, in het laatste leven, een ontzaglijke pijn hebben.

ولهم في الاخره عذاب عظيم

5:42

Luisterend naar de leugen, verslinders van verboden gewin –

سمعون للكذب اكلون للسحت

als zij tot jou komen, oordeel dan tussen hen, of onttrek je aan hen;

فان جاوك فاحكم بينهم او اعرض عنهم

en als jij je aan hen onttrekt, zullen zij jou in niets kunnen schaden.

وان تعرض عنهم فلن يضروك شيا

En als jij oordeelt, oordeel dan tussen hen met billijkheid:

وان حكمت فاحكم بينهم بالقسط

God houdt gewis van de billijken.

ان الله يحب المقسطين

En hoe zouden zij jou tot rechter nemen, terwijl zij de Taurah hebben, waarin het oordeel van God staat, en zij daarna de rug toekeren?

وكيف يحكمونك وعندهم التوريه فيها حكم الله ثم يتولون من بعد ذلك

Dat zijn geen gelovenden.

وما اوليك بالمومنين

5:44

Wij hebben de Taurah doen neerdalen, waarin leiding en licht zijn; de berichtgevers, die integer waren tegenover God, oordeelden erdoor over de Geheroriënteerden, zoals de geestelijke meesters en de rabbijnen deden, volgens wat zij van de Schrift van God te bewaren hadden, en zij waren er getuigen van.

انا انزلنا التوريه فيها هدي ونور يحكم بها النبيون الذين اسلموا للذين هادوا والربنيون والاحبار بما استحفظوا من كتب الله وكانوا عليه شهدا

Ducht de mensen dus niet, maar ducht Mij,

فلا تخشوا الناس واخشون

5:44

en koop niet, met Mijn tekenen, een schamele prijs.

ولا تشتروا بايتي ثمنا قليلا

5:44

En zij die niet oordelen naar wat God heeft doen neerdalen – dat zijn zij die verloochenen.

ومن لم يحكم بما انزل الله فاوليك هم الكفرون

5:45

En Wij hebben voor hen daarin voorgeschreven: het Zelf in ruil voor het Zelf, het oog in ruil voor het oog, de neus in ruil voor de neus, het oor in ruil voor het oor, de tand in ruil voor de tand, en voor de wonden, een onderzoek.

وكتبنا عليهم فيها ان النفس بالنفس والعين بالعين والانف بالانف والاذن بالاذن والسن بالسن والجروح قصاص

Maar wie er uit liefdadigheid afstand van doet, dat geldt voor hem als boetedoening.

فمن تصدق به فهو كفاره له

5:45

En zij die niet oordelen naar wat God heeft doen neerdalen – dat zijn de onrechtvaardigen.

ومن لم يحكم بما انزل الله فاوليك هم الظلمون

5:46

En Wij hebben Isa, zoon van Marjam, op hun sporen laten volgen, bevestigend wat van de Taurah hem voorafging,

وقفينا علي اثرهم بعيسي ابن مريم مصدقا لما بين يديه من التوريه

en Wij gaven hem de Indjil, waarin leiding en licht zijn, bevestigend wat van de Taurah hem voorafging, en leiding en vermaning voor hen die zich behoeden.

واتينه الانجيل فيه هدي ونور ومصدقا لما بين يديه من التوريه وهدي وموعظه للمتقين

5:47

En opdat de lieden van de Indjil oordelen naar wat God daarin heeft doen neerdalen.

وليحكم اهل الانجيل بما انزل الله فيه

5:47

En zij die niet oordelen naar wat God heeft doen neerdalen – dat zijn de grensoverschrijders.

ومن لم يحكم بما انزل الله فاوليك هم الفسقون

5:48

En Wij hebben de Schrift naar jou doen neerdalen, in alle waarheid, bevestigend wat van de Schrift haar voorafging, en overheersend over haar.

وانزلنا اليك الكتب بالحق مصدقا لما بين يديه من الكتب ومهيمنا عليه

Oordeel dus tussen hen naar wat God heeft doen neerdalen,

فاحكم بينهم بما انزل الله

en volg hun emoties niet, weg van wat tot jou gekomen is van de waarheid.

ولا تتبع اهواهم عما جاك من الحق

5:48

Aan ieder van jullie hebben Wij een wet en een weg toegewezen.

لكل جعلنا منكم شرعه ومنهاجا

5:48

En als het God behaagd had, had Hij van jullie één enkele gemeenschap gemaakt;

ولو شا الله لجعلكم امه وحده

5:48

maar om jullie te beproeven in wat Hij jullie gegeven heeft.

ولكن ليبلوكم في ما اتيكم

5:48

Wedijver dus met elkaar in het voortreffelijkste.

فاستبقوا الخيرت

Naar God zal de terugkeer van jullie allen zijn, en Hij zal jullie berichten over waarin jullie uiteenliepen.

الي الله مرجعكم جميعا فينبيكم بما كنتم فيه تختلفون

En: oordeel tussen hen naar wat God heeft doen neerdalen,

وان احكم بينهم بما انزل الله

en volg hun emoties niet,

ولا تتبع اهواهم

en wees waakzaam tegenover hen, uit vrees dat zij jou, door de beproeving, afbrengen van een deel van wat God naar jou heeft doen neerdalen.

واحذرهم ان يفتنوك عن بعض ما انزل الله اليك

En als zij de rug toekeren, weet dan dat God slechts het gevolg van een deel van hun vergrijpen over hen wil laten komen.

فان تولوا فاعلم انما يريد الله ان يصيبهم ببعض ذنوبهم

En velen van de mensen zijn voorzeker grensoverschrijders.

وان كثيرا من الناس لفسقون

Zoeken zij dan het oordeel van het tijdperk van de onwetendheid?

افحكم الجهليه يبغون

En wie oordeelt beter dan God, voor een volk dat zekerheid heeft?

ومن احسن من الله حكما لقوم يوقنون

O jullie die geloofd hebben! Neem de Geheroriënteerden en de Helpers niet tot bondgenoten:

يايها الذين امنوا لا تتخذوا اليهود والنصري اوليا

5:51

zij zijn elkaars bondgenoten.

بعضهم اوليا بعض

En wie van jullie hen tot bondgenoten neemt, is dan een van hen.

ومن يتولهم منكم فانه منهم

God leidt gewis het onrechtvaardige volk niet.

ان الله لا يهدي القوم الظلمين

Jij ziet hen van wie de kernen een ziekte dragen zich onder hen haasten, zeggend: “Wij duchten dat een tegenslag ons overkomt”;

فتري الذين في قلوبهم مرض يسرعون فيهم يقولون نخشي ان تصيبنا دايره

het kan dan zijn dat God de opening laat komen, of een bevel van Zijn kant, en dat zij zich, om wat zij in zichzelf geheimhielden, vol spijt bevinden.

فعسي الله ان ياتي بالفتح او امر من عنده فيصبحوا علي ما اسروا في انفسهم ندمين

En zij die geloofd hebben zullen zeggen: “Zijn dit degenen die bij God zwoeren, met alle kracht van hun eden, voorzeker met jullie te zijn?” Hun werken zijn ingestort, en zij hebben zich als verliezers bevonden.

ويقول الذين امنوا اهولا الذين اقسموا بالله جهد ايمنهم انهم لمعكم حبطت اعملهم فاصبحوا خسرين

5:54

O jullie die geloofd hebben! Wie van jullie afstand doet van zijn Wet – God zal een volk doen komen waarvan Hij houdt en dat van Hem houdt, zich vernederend tegenover de gelovenden, machtig tegenover hen die verloochenen, strijdend op de weg van God, en niet vrezend gelaakt te worden door wie ook laakt.

يايها الذين امنوا من يرتد منكم عن دينه فسوف ياتي الله بقوم يحبهم ويحبونه اذله علي المومنين اعزه علي الكفرين يجهدون في سبيل الله ولا يخافون لومه لايم

Dat is de gunst van God, die Hij verleent aan wie het Hem behaagt.

ذلك فضل الله يوتيه من يشا

God is Veelomvattend, Alwetend.

والله وسع عليم

Jullie beschermer is slechts God, en Zijn gezant, en zij die geloofd hebben, zij die het Contact onderhouden en de zuivere vrijgevigheid geven, terwijl zij knielen.

انما وليكم الله ورسوله والذين امنوا الذين يقيمون الصلوه ويوتون الزكوه وهم ركعون

En wie God, Zijn gezant, en hen die geloofd hebben tot bondgenoot neemt – de partij van God, dat zijn de overwinnaars.

ومن يتول الله ورسوله والذين امنوا فان حزب الله هم الغلبون

5:57

O jullie die geloofd hebben! Neem niet tot bondgenoten hen die van jullie Wet een voorwerp van hoon en een spel gemaakt hebben, onder hen aan wie vóór jullie de Schrift gegeven is, en hen die verloochenen.

يايها الذين امنوا لا تتخذوا الذين اتخذوا دينكم هزوا ولعبا من الذين اوتوا الكتب من قبلكم والكفار اوليا

En behoed jullie voor God, als jullie gelovenden zijn.

واتقوا الله ان كنتم مومنين

En wanneer jullie tot het Contact roepen, nemen zij het tot voorwerp van hoon en spel:

واذا ناديتم الي الصلوه اتخذوها هزوا ولعبا

dat, omdat zij een volk zijn dat niet redeneert.

ذلك بانهم قوم لا يعقلون

5:59

Zeg: “O lieden van de Schrift! Nemen jullie ons iets anders kwalijk dan dat wij in God geloofd hebben, in wat naar ons neergedaald is, en in wat eerder neergedaald is, en dat de meesten van jullie grensoverschrijders zijn?”

قل ياهل الكتب هل تنقمون منا الا ان امنا بالله وما انزل الينا وما انزل من قبل وان اكثركم فسقون

5:60

Zeg: “Zal ik jullie berichten over een tegenprestatie die erger is dan dat, bij God? Wie God vervloekt heeft, tegen wie Hij Zich in toorn ontstoken heeft, en van wie Hij apen en zwijnen gemaakt heeft, en hij die de Mateloze gehoorzaamd heeft –

قل هل انبيكم بشر من ذلك مثوبه عند الله من لعنه الله وغضب عليه وجعل منهم القرده والخنازير وعبد الطغوت

dezen hebben de ergste plaats, en zijn het meest gedwaald van de rechte weg.”

اوليك شر مكانا واضل عن سوا السبيل

En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: “Wij hebben geloofd” – terwijl zij binnengekomen zijn met de verloochening, en ermee uitgegaan zijn.

واذا جاوكم قالوا امنا وقد دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به

God weet het best wat zij verzwegen.

والله اعلم بما كانوا يكتمون

5:62

En jij ziet velen van hen zich haasten in de overtreding, de vijandigheid, en het verbruik van het verboden gewin.

وتري كثيرا منهم يسرعون في الاثم والعدون واكلهم السحت

Hoe afschuwelijk is wat zij deden!

لبيس ما كانوا يعملون

5:63

Waarom verbieden de geestelijke meesters en de rabbijnen hun niet overtredende uitspraken te doen en het verboden gewin te verbruiken!

لولا ينهيهم الربنيون والاحبار عن قولهم الاثم واكلهم السحت

Hoe afschuwelijk is wat zij deden!

لبيس ما كانوا يصنعون

5:64

En de Geheroriënteerden hebben gezegd: “De hand van God is geboeid.”

وقالت اليهود يد الله مغلوله

5:64

Laten hun handen geboeid zijn, en laten zij vervloekt zijn om wat zij gezegd hebben!

غلت ايديهم ولعنوا بما قالوا

5:64

Nee, Zijn beide handen zijn wijd open: Hij geeft uit zoals het Hem behaagt.

بل يداه مبسوطتان ينفق كيف يشا

En wat naar jou neergedaald is van je Voogd, zal bij velen van hen voorzeker de mateloosheid en de verloochening doen toenemen.

وليزيدن كثيرا منهم ما انزل اليك من ربك طغينا وكفرا

En Wij hebben tussen hen de vijandigheid en de haat geworpen, tot de Dag van het Verschijnen.

والقينا بينهم العدوه والبغضا الي يوم القيمه

Telkens wanneer zij een vuur voor de oorlog ontsteken, dooft God het,

كلما اوقدوا نارا للحرب اطفاها الله

en zij beijveren zich bederf op aarde te zaaien.

ويسعون في الارض فسادا

God houdt niet van de bedervers.

والله لا يحب المفسدين

5:65

En als de lieden van de Schrift geloofd hadden en zich behoed hadden, zouden Wij gewis hun slechte daden bedekt hebben, en Wij zouden hen gewis hebben doen binnengaan in de tuinen van de weldaad.

ولو ان اهل الكتب امنوا واتقوا لكفرنا عنهم سياتهم ولادخلنهم جنت النعيم

5:66

En als zij de Taurah, de Indjil, en wat hun van hun Voogd neergedaald is onderhouden hadden, zouden zij gewis gegeten hebben van wat boven hen is en van wat onder hun voeten is.

ولو انهم اقاموا التوريه والانجيل وما انزل اليهم من ربهم لاكلوا من فوقهم ومن تحت ارجلهم

5:66

Onder hen is er een gematigde gemeenschap,

منهم امه مقتصده

5:66

maar velen van hen, hoe slecht is wat zij doen!

وكثير منهم سا ما يعملون

5:67

O gezant! Breng over wat naar jou neergedaald is van je Voogd,

يايها الرسول بلغ ما انزل اليك من ربك

5:67

en als jij het niet doet, zul jij Zijn boodschap niet hebben overgebracht.

وان لم تفعل فما بلغت رسالته

5:67

God vrijwaart jou van de mensen.

والله يعصمك من الناس

God leidt gewis het volk dat verloochent niet.

ان الله لا يهدي القوم الكفرين

5:68

Zeg: “O lieden van de Schrift! Jullie steunen op niets, zolang jullie de Taurah, de Indjil, en wat naar jullie neergedaald is van jullie Voogd niet onderhouden.”

قل ياهل الكتب لستم علي شي حتي تقيموا التوريه والانجيل وما انزل اليكم من ربكم

En wat naar jou neergedaald is van je Voogd, zal bij velen van hen voorzeker de mateloosheid en de verloochening doen toenemen.

وليزيدن كثيرا منهم ما انزل اليك من ربك طغينا وكفرا

Treur dus niet om het volk dat verloochent.

فلا تاس علي القوم الكفرين

5:69

Gewis, zij die geloofd hebben, de Geheroriënteerden, de Aspiranten en de Helpers – wie in God geloofd heeft en in de Laatste Dag, en het deugdelijke werk verricht heeft, geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.

ان الذين امنوا والذين هادوا والصبون والنصري من امن بالله واليوم الاخر وعمل صلحا فلا خوف عليهم ولا هم يحزنون

Wij hebben gewis de plechtige verbintenis van de zonen van Israël afgenomen, en Wij hebben hun gezanten gezonden.

لقد اخذنا ميثق بني اسريل وارسلنا اليهم رسلا

Telkens wanneer een gezant hun bracht waartoe hun Zelf niet neigde, ontkenden zij een deel ervan, en een ander deel doodden zij.

كلما جاهم رسول بما لا تهوي انفسهم فريقا كذبوا وفريقا يقتلون

En zij dachten dat er geen beproeving zou zijn; zij werden toen blind en doof; daarna keerde God met mildheid tot hen terug; daarna, opnieuw, werden zij blind en doof,

وحسبوا الا تكون فتنه فعموا وصموا ثم تاب الله عليهم ثم عموا وصموا

velen van hen.

كثير منهم

God is Alziend over wat zij doen.

والله بصير بما يعملون

5:72

Zij hebben gewis verloochend, zij die gezegd hebben: “God, dat is Al-Masih, zoon van Marjam.”

لقد كفر الذين قالوا ان الله هو المسيح ابن مريم

En Al-Masih zei: “O zonen van Israël! Gehoorzaam God, mijn Voogd en jullie Voogd.

وقال المسيح يبني اسريل اعبدوا الله ربي وربكم

Wie met God associeert, God ontzegt hem gewis de Tuin, en zijn toevlucht zal het Vuur zijn.”

انه من يشرك بالله فقد حرم الله عليه الجنه وماويه النار

En de onrechtvaardigen hebben geen enkele hulp.

وما للظلمين من انصار

Zij hebben gewis verloochend, zij die gezegd hebben: “God is de derde van drie.”

لقد كفر الذين قالوا ان الله ثالث ثلثه

Terwijl er geen godheid is behalve een enige godheid.

وما من اله الا اله وحد

En als zij niet ophouden met wat zij zeggen, zal een schrijnende pijn voorzeker hen treffen die onder hen verloochend hebben.

وان لم ينتهوا عما يقولون ليمسن الذين كفروا منهم عذاب اليم

Zullen zij dan niet tot God terugkeren, en Zijn vergeving niet afsmeken?

افلا يتوبون الي الله ويستغفرونه

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

والله غفور رحيم

5:75

Al-Masih, zoon van Marjam, is slechts een gezant; gezanten zijn gewis vóór hem voorbijgegaan,

ما المسيح ابن مريم الا رسول قد خلت من قبله الرسل

5:75

en zijn moeder was een waarachtige vrouw;

وامه صديقه

5:75

beiden aten voedsel.

كانا ياكلان الطعام

5:75

Kijk hoe Wij hun de tekenen detailleren, en kijk dan hoe zij van het spoor gebracht worden!

انظر كيف نبين لهم الايت ثم انظر اني يوفكون

Zeg: “Gehoorzamen jullie, buiten God, aan wat voor jullie noch schade noch baat bezit?

قل اتعبدون من دون الله ما لا يملك لكم ضرا ولا نفعا

Terwijl God de Alhorende, de Alwetende is.”

والله هو السميع العليم

5:77

Zeg: “O lieden van de Schrift! Overdrijf niet in jullie Wet, voorbij de waarheid,

قل ياهل الكتب لا تغلوا في دينكم غير الحق

en volg de emoties niet van een volk dat reeds gedwaald heeft, velen heeft doen dwalen, en gedwaald heeft van de rechte weg.”

ولا تتبعوا اهوا قوم قد ضلوا من قبل واضلوا كثيرا وضلوا عن سوا السبيل

5:78

Vervloekt zijn zij van de zonen van Israël die verloochend hebben, door de tong van Dawoed en van Isa, zoon van Marjam.

لعن الذين كفروا من بني اسريل علي لسان داود وعيسي ابن مريم

Dat is omdat zij ongehoorzaam zijn geweest en de grenzen overschreden hebben.

ذلك بما عصوا وكانوا يعتدون

Zij verboden elkaar niet een afgekeurde daad die zij pleegden:

كانوا لا يتناهون عن منكر فعلوه

hoe afschuwelijk is wat zij deden!

لبيس ما كانوا يفعلون

Jij ziet velen van hen zich als bondgenoot verbinden met hen die verloochenen:

تري كثيرا منهم يتولون الذين كفروا

hoe afschuwelijk is wat hun Zelf voor hen vooruitgestuurd heeft! God heeft Zich tegen hen vertoornd, en zij blijven eeuwig in de pijn.

لبيس ما قدمت لهم انفسهم ان سخط الله عليهم وفي العذاب هم خلدون

En als zij in God geloofden, in de Berichtgever, en in wat naar hem neergedaald is, zouden zij hen niet tot bondgenoten genomen hebben;

ولو كانوا يومنون بالله والنبي وما انزل اليه ما اتخذوهم اوليا

maar velen van hen zijn grensoverschrijders.

ولكن كثيرا منهم فسقون

5:82

Jij zult voorzeker vinden dat, onder de mensen, de meest vijandige jegens hen die geloofd hebben de Geheroriënteerden zijn en zij die geassocieerd hebben,

لتجدن اشد الناس عدوه للذين امنوا اليهود والذين اشركوا

5:82

en jij zult voorzeker vinden dat de naaste in genegenheid jegens hen die geloofd hebben zij zijn die zeggen: “Wij zijn gewis de Helpers.”

ولتجدن اقربهم موده للذين امنوا الذين قالوا انا نصري

5:82

Dat is omdat er onder hen priesters en monniken zijn, en omdat zij niet opzwellen van hoogmoed.

ذلك بان منهم قسيسين ورهبانا وانهم لا يستكبرون

5:83

En wanneer zij horen wat naar de gezant neergedaald is, zie jij hun ogen overlopen van tranen, omdat zij de waarheid erkend hebben; zij zeggen: “Onze Voogd, wij hebben geloofd; schrijf ons dus in onder de getuigen.

واذا سمعوا ما انزل الي الرسول تري اعينهم تفيض من الدمع مما عرفوا من الحق يقولون ربنا امنا فاكتبنا مع الشهدين

En wat hebben wij dat wij niet in God zouden geloven, en in wat tot ons gekomen is van de waarheid, terwijl wij ernaar streven dat onze Voogd ons doet binnengaan met het deugdelijke volk?”

وما لنا لا نومن بالله وما جانا من الحق ونطمع ان يدخلنا ربنا مع القوم الصلحين

God heeft hun toen als tegenprestatie, voor wat zij gezegd hebben, tuinen gegeven waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven.

فاثبهم الله بما قالوا جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها

En dat is de vergelding van hen die het goede doen.

وذلك جزا المحسنين

En zij die verloochend hebben en Onze tekenen ontkend hebben – dat zijn de metgezellen van de Gloeioven.

والذين كفروا وكذبوا بايتنا اوليك اصحب الجحيم

5:87

O jullie die geloofd hebben! Beschouw de goede dingen die God jullie geoorloofd heeft gemaakt niet als ontzegd, en overschrijd de grenzen niet:

يايها الذين امنوا لا تحرموا طيبت ما احل الله لكم ولا تعتدوا

5:87

God houdt gewis niet van hen die de grenzen overschrijden.

ان الله لا يحب المعتدين

5:88

En eet van datgene waarvan God jullie voorzien heeft, van wat geoorloofd en goed is,

وكلوا مما رزقكم الله حللا طيبا

en behoed jullie voor God, in wie jullie geloven.

واتقوا الله الذي انتم به مومنون

God zal jullie niet grijpen om de nietigheid in jullie eden,

لا يواخذكم الله باللغو في ايمنكم

maar Hij zal jullie grijpen voor de eden die jullie stevig gesloten hebben.

ولكن يواخذكم بما عقدتم الايمن

5:89

De boetedoening ervoor is tien behoeftigen te voeden, van het voortreffelijkste voedsel waarmee jullie jullie families voeden, of hen te kleden, of een door een schuld gebonden persoon zijn onafhankelijkheid terug te geven;

فكفرته اطعام عشره مسكين من اوسط ما تطعمون اهليكم او كسوتهم او تحرير رقبه

en wie er de middelen niet voor vindt, dan een onthouding van drie dagen.

فمن لم يجد فصيام ثلثه ايام

Dat is de boetedoening voor jullie eden, wanneer jullie een eed zweren.

ذلك كفره ايمنكم اذا حلفتم

En bewaar jullie eden.

واحفظوا ايمنكم

Zo maakt God voor jullie Zijn tekenen duidelijk, misschien zullen jullie dankbaar zijn.

كذلك يبين الله لكم ايته لعلكم تشكرون

5:90

O jullie die geloofd hebben! De combinatie van wijn en kansspel, alsook de verdeling van gemeenschappelijke goederen door het lot, zijn niets dan slijk, werk van de Afleider; mijd ze dus, misschien zullen jullie slagen.

يايها الذين امنوا انما الخمر والميسر والانصاب والازلم رجس من عمل الشيطن فاجتنبوه لعلكم تفلحون

5:91

De Afleider wil slechts, onder jullie, door wijn en kansspel, de vijandigheid en de haat werpen, en jullie de toegang tot de herinnering aan God en tot het Contact versperren.

انما يريد الشيطن ان يوقع بينكم العدوه والبغضا في الخمر والميسر ويصدكم عن ذكر الله وعن الصلوه

Zullen jullie dus ophouden?

فهل انتم منتهون

En voeg jullie naar God, en voeg jullie naar de gezant, en wees waakzaam.

واطيعوا الله واطيعوا الرسول واحذروا

Maar als jullie de rug toekeren, weet dan dat op Onze gezant slechts de uitdrukkelijke overbrenging rust.

فان توليتم فاعلموا انما علي رسولنا البلغ المبين

5:93

Geen verwijt tegen hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken verricht hebben, om wat zij gegeten hebben, voor zover zij zich behoed hebben, geloofd hebben, en de deugdelijke werken verricht hebben, daarna zich behoed hebben en geloofd hebben, daarna zich behoed hebben en goed gehandeld hebben.

ليس علي الذين امنوا وعملوا الصلحت جناح فيما طعموا اذا ما اتقوا وامنوا وعملوا الصلحت ثم اتقوا وامنوا ثم اتقوا واحسنوا

God houdt van hen die het goede doen.

والله يحب المحسنين

5:94

O jullie die geloofd hebben! God zal jullie voorzeker beproeven met enig wild dat in jullie handen en op jullie speren valt, opdat God onderscheidt wie Hem vreest hoewel Hij zijn zintuigen ontgaat.

يايها الذين امنوا ليبلونكم الله بشي من الصيد تناله ايديكم ورماحكم ليعلم الله من يخافه بالغيب

Wie hierna de grenzen overschrijdt, zal een schrijnende pijn hebben.

فمن اعتدي بعد ذلك فله عذاب اليم

O jullie die geloofd hebben! Dood geen wild tijdens de onschendbare maanden.

يايها الذين امنوا لا تقتلوا الصيد وانتم حرم

5:95

En wie van jullie het opzettelijk doodt, een gelijkwaardige vergelding in vee, waarover twee rechtvaardigen onder jullie zullen oordelen, als gave die de Ka'ba bereikt, of een boetedoening bestaande uit het voeden van behoeftigen, of het equivalent daarvan in onthouding, opdat hij de funeste gevolgen van zijn gedrag proeft.

ومن قتله منكم متعمدا فجزا مثل ما قتل من النعم يحكم به ذوا عدل منكم هديا بلغ الكعبه او كفره طعام مسكين او عدل ذلك صياما ليذوق وبال امره

God heeft wat voorbij is kwijtgescholden;

عفا الله عما سلف

maar wie recidiveert, God zal Zich op hem wreken.

ومن عاد فينتقم الله منه

God is Almachtig, houder van de wraak.

والله عزيز ذو انتقام

Geoorloofd gemaakt is voor jullie de jacht van de zee en haar voedsel,

احل لكم صيد البحر وطعامه

als genieting voor jullie en voor de konvooien;

متعا لكم وللسياره

maar de jacht van het vasteland is jullie ontzegd zolang de onschendbare maanden duren.

وحرم عليكم صيد البر ما دمتم حرما

En behoed jullie voor God, naar wie jullie verzameld zullen worden.

واتقوا الله الذي اليه تحشرون

5:97

God heeft van de Ka'ba, het onschendbare Huis, een onderhoud voor de mensen gemaakt, alsook van de onschendbare maand, de vrijwillige gaven, en de krachtens gelofte verschuldigde giften.

جعل الله الكعبه البيت الحرام قيما للناس والشهر الحرام والهدي والقليد

Dit, opdat jullie weten dat God weet wat in de hemelen is en wat op aarde is, en dat God Alwetend is over alles.

ذلك لتعلموا ان الله يعلم ما في السموت وما في الارض وان الله بكل شي عليم

Weet dat God streng is in de sanctie, en dat God Zeer Vergevensgezind, Welwillend is.

اعلموا ان الله شديد العقاب وان الله غفور رحيم

Op de gezant rust slechts de overbrenging.

ما علي الرسول الا البلغ

God weet wat jullie zichtbaar maken en wat jullie verzwijgen.

والله يعلم ما تبدون وما تكتمون

5:100

Zeg: “Het snode en het goede zijn niet gelijk, ook al verblindt de overvloed van het snode jou.”

قل لا يستوي الخبيث والطيب ولو اعجبك كثره الخبيث

Behoed jullie dus voor God, o houders van intelligentie, misschien zullen jullie slagen.

فاتقوا الله ياولي الالبب لعلكم تفلحون

5:101

O jullie die geloofd hebben! Stel geen vragen over dingen die jullie zouden mishagen als zij jullie verschenen.

يايها الذين امنوا لا تسلوا عن اشيا ان تبد لكم تسوكم

5:101

En als jullie ze stellen terwijl deze Lezing neerdaalt, zullen zij jullie verschijnen. God heeft dat kwijtgescholden.

وان تسلوا عنها حين ينزل القران تبد لكم عفا الله عنها

5:101

God is Zeer Vergevensgezind, Lankmoedig.

والله غفور حليم

5:102

Een volk vóór jullie heeft ze gesteld, en is er daarna een volk door geworden dat verloochent.

قد سالها قوم من قبلكم ثم اصبحوا بها كفرين

5:103

God heeft geen bahira ingesteld, geen sa'iba, geen wasila, geen ham,

ما جعل الله من بحيره ولا سايبه ولا وصيله ولا حام

maar zij die verloochenen verzinnen de leugen tegen God, en de meesten van hen redeneren niet.

ولكن الذين كفروا يفترون علي الله الكذب واكثرهم لا يعقلون

En wanneer tot hen gezegd wordt: “Kom tot wat God heeft doen neerdalen, en tot de gezant”, zeggen zij: “Ons volstaat datgene waarbij wij onze voorouders aangetroffen hebben.”

واذا قيل لهم تعالوا الي ما انزل الله والي الرسول قالوا حسبنا ما وجدنا عليه ابانا

Wat! Zelfs als hun voorouders niets wisten en zich niet lieten leiden?

اولو كان اباوهم لا يعلمون شيا ولا يهتدون

5:105

O jullie die geloofd hebben! Zorg voor jullie zelf:

يايها الذين امنوا عليكم انفسكم

5:105

wie dwaalt kan jullie niet schaden, zolang jullie je laten leiden.

لا يضركم من ضل اذا اهتديتم

Naar God zal de terugkeer van jullie allen zijn, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.

الي الله مرجعكم جميعا فينبيكم بما كنتم تعملون

5:106

O jullie die geloofd hebben! De getuigenis onder jullie, wanneer de dood zich aandient bij een van jullie, op het moment van het testament: twee rechtvaardigen onder jullie, of twee anderen, buiten jullie, als jullie rondtrekken over de aarde en het ongeluk van de dood jullie overkomt.

يايها الذين امنوا شهده بينكم اذا حضر احدكم الموت حين الوصيه اثنان ذوا عدل منكم او اخران من غيركم ان انتم ضربتم في الارض فاصبتكم مصيبه الموت

Jullie zullen hen beiden in afwachting houden na het Contact, en zij zullen beiden zweren bij God, als jullie twijfel hebben: “Wij zullen er niets door kopen, voor geen enkele prijs, al is het jegens een verwant,

تحبسونهما من بعد الصلوه فيقسمان بالله ان ارتبتم لا نشتري به ثمنا ولو كان ذا قربي

en wij zullen de getuigenis van God niet verzwijgen; wij zouden dan voorzeker tot de overtreders behoren.”

ولا نكتم شهده الله انا اذا لمن الاثمين

Maar als men erachter komt dat die twee zich schuldig hebben gemaakt aan een overtreding, zullen twee anderen hun plaats innemen, onder hen wier recht met voeten getreden is, de twee naasten, en zij zullen beiden zweren

فان عثر علي انهما استحقا اثما فاخران يقومان مقامهما من الذين استحق عليهم الاولين فيقسمان

bij God: “Onze getuigenis is gewis beter gegrond in het recht dan de hunne, en wij hebben de grenzen niet overschreden;

بالله لشهدتنا احق من شهدتهما وما اعتدينا

wij zouden dan voorzeker behoren tot de onrechtvaardigen.”

انا اذا لمن الظلمين

Dat is dichter bij de getuigenis die in haar juiste vorm wordt afgelegd, of bij hun vrees dat andere eden na hun eden teruggegeven worden.

ذلك ادني ان ياتوا بالشهده علي وجهها او يخافوا ان ترد ايمن بعد ايمنهم

En behoed jullie voor God,

واتقوا الله

en luister.

واسمعوا

En God leidt het volk van de grensoverschrijders niet.

والله لا يهدي القوم الفسقين

De dag waarop God de gezanten bijeenbrengt, en zegt: “Welk antwoord hebben jullie ontvangen?”

يوم يجمع الله الرسل فيقول ماذا اجبتم

5:109

Zij zullen zeggen: “Wij hebben daarvan geen enkel weten; gewis bent U het die volkomen weet wat de zintuigen ontgaat.”

قالوا لا علم لنا انك انت علم الغيوب

5:110

Wanneer God zal zeggen: “O Isa, zoon van Marjam! Herinner je Mijn weldaad over jou en over je moeder, toen Ik jou versterkt heb met de heilige Toestroom, jij sprak tot de mensen in de wieg en op rijpe leeftijd,

اذ قال الله يعيسي ابن مريم اذكر نعمتي عليك وعلي ولدتك اذ ايدتك بروح القدس تكلم الناس في المهد وكهلا

5:110

en toen Ik jou de Codex, de wijsheid, de Taurah en de Indjil onderwezen heb;

واذ علمتك الكتب والحكمه والتوريه والانجيل

en toen jij in de klei de vorm van een vogel schiep, met Mijn toestemming, daarna erin blies, en zij een vogel werd, met Mijn toestemming;

واذ تخلق من الطين كهيه الطير باذني فتنفخ فيها فتكون طيرا باذني

en jij de blindgeborene en de melaatse herstelde, met Mijn toestemming;

وتبري الاكمه والابرص باذني

en toen jij de doden deed uitgaan, met Mijn toestemming;

واذ تخرج الموتي باذني

en toen Ik de zonen van Israël van jou weerhield, toen jij tot hen kwam met de duidelijke bewijzen, en zij onder hen die verloochenden zeiden: ‘Dit is niets dan een klaarblijkelijke begoocheling.’”

واذ كففت بني اسريل عنك اذ جيتهم بالبينت فقال الذين كفروا منهم ان هذا الا سحر مبين

5:111

En toen Ik aan de leerlingen openbaarde: “Geloof in Mij en in Mijn gezant”;

واذ اوحيت الي الحوارين ان امنوا بي وبرسولي

zeiden zij: “Wij geloven, en wees getuige dat wij integer zijn tegenover God.”

قالوا امنا واشهد باننا مسلمون

5:112

Toen de leerlingen zeiden: “O Isa, zoon van Marjam! Kun jij aan je Voogd vragen een tafel uit de hemel op ons te doen neerdalen?”

اذ قال الحواريون يعيسي ابن مريم هل يستطيع ربك ان ينزل علينا مايده من السما

5:112

Hij zei: “Behoed jullie voor God, als jullie gelovenden zijn.”

قال اتقوا الله ان كنتم مومنين

5:113

Zij zeiden: “Wij willen ervan eten, opdat onze kernen gerustheid vinden, wij weten dat jij ons de waarheid gezegd hebt, en wij er getuigen van zijn.”

قالوا نريد ان ناكل منها وتطمين قلوبنا ونعلم ان قد صدقتنا ونكون عليها من الشهدين

5:114

Isa, zoon van Marjam, zei: “O God, onze Voogd! Doe op ons een tafel uit de hemel neerdalen, die voor ons een feest zij, voor de eerste van ons zowel als voor de laatste, en een teken van U;

قال عيسي ابن مريم اللهم ربنا انزل علينا مايده من السما تكون لنا عيدا لاولنا واخرنا وايه منك

en voorzie ons;

وارزقنا

U bent de voortreffelijkste der voorzieners.”

وانت خير الرزقين

5:115

God zei: “Ik doe haar op jullie neerdalen; maar wie van jullie daarna verloochent, hem zal Ik gewis pijn opleggen met een pijn waarmee Ik niemand anders onder alle wezens pijn zal opleggen.”

قال الله اني منزلها عليكم فمن يكفر بعد منكم فاني اعذبه عذابا لا اعذبه احدا من العلمين

5:116

En wanneer God zal zeggen: “O Isa, zoon van Marjam! Ben jij het die tot de mensen gezegd hebt: Neem mij, evenals mijn moeder, tot twee godheden buiten God?”

واذ قال الله يعيسي ابن مريم انت قلت للناس اتخذوني وامي الهين من دون الله

5:116

Hij zal zeggen: “Glorie zij U! Het kwam mij niet toe te zeggen wat niet mijn recht is.

قال سبحنك ما يكون لي ان اقول ما ليس لي بحق

Als ik het gezegd had, zou U het geweten hebben.

ان كنت قلته فقد علمته

5:116

U weet wat in mijn Zelf is, en ik weet niet wat in Uw Zelf is.

تعلم ما في نفسي ولا اعلم ما في نفسك

5:116

Gewis bent U het die volkomen weet wat de zintuigen ontgaat.

انك انت علم الغيوب

5:117

Ik heb hun slechts gezegd wat U mij bevolen hebt: Gehoorzaam God, mijn Voogd en jullie Voogd;

ما قلت لهم الا ما امرتني به ان اعبدوا الله ربي وربكم

5:117

en ik was getuige over hen, zolang ik onder hen was;

وكنت عليهم شهيدا ما دمت فيهم

5:117

daarna, toen U mij getrouw in bewaring hield, was U het die de Waarnemer over hen was.

فلما توفيتني كنت انت الرقيب عليهم

En U bent getuige van alles.

وانت علي كل شي شهيد

Als U hen pijn oplegt, zijn zij Uw gehoorzamen;

ان تعذبهم فانهم عبادك

en als U hen vergeeft, dan bent U het gewis, de Almachtige, de Wijze.”

وان تغفر لهم فانك انت العزيز الحكيم

5:119

God zal zeggen: “Dit is de dag waarop de waarachtigheid de waarachtigen zal baten.

قال الله هذا يوم ينفع الصدقين صدقهم

5:119

Zij hebben tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, voor altijd.”

لهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها ابدا

5:119

God is tevreden over hen, en zij zijn tevreden over Hem.

رضي الله عنهم ورضوا عنه

Dat is de ontzaglijke triomf.

ذلك الفوز العظيم

Aan God behoort het koningschap van de hemelen en de aarde, en van wat zich daarin bevindt.

لله ملك السموت والارض وما فيهن

En Hij is tot alles in staat.

وهو علي كل شي قدير

← Index van de soera's