Naar de inhoud
القرآنal-quran.fr
Menu
100%
القرآن

ال عمران

Al-Imran

The Rope of God

Soera 3 · 200 verzen

بسم الله الرحمن الرحيم

In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.

3:1

Alif. Lam. Mim.

الم

3:2

God, geen godheid behalve Hij,

الله لا اله الا هو

3:3

de Levende, Hij die door Zichzelf bestaat. Hij heeft op jou de Schrift doen neerdalen, in alle waarheid, bevestigend wat eraan voorafgaat,

الحى القيوم نزل عليك الكتب بالحق مصدقا لما بين يديه

3:4

en Hij heeft tevoren de Taurah en de Indjil doen neerdalen, een leiding voor de mensen, en Hij heeft het Onderscheid doen neerdalen.

وانزل التورىة والانجيل من قبل هدى للناس وانزل الفرقان

Gewis zullen zij die de tekenen van God hebben verloochend, een strenge pijn hebben.

ان الذين كفروا بايت الله لهم عذاب شديد

God is Almachtig, houder van de wraak.

والله عزيز ذو انتقام

Gewis is niets voor God verborgen, noch op de aarde noch in de hemel.

ان الله لا يخفى عليه شىء في الارض ولا في السماء

Hij is het die jullie vorm geeft in de baarmoeders zoals het Hem behaagt.

هو الذي يصوركم في الارحام كيف يشاء

Geen godheid behalve Hij,

لا اله الا هو

de Almachtige, de Wijze.

العزيز الحكيم

3:7

Hij is het die op jou de Schrift heeft doen neerdalen;

هو الذي انزل عليك الكتب منه

3:7

daarvan zijn er eenduidige tekenen, die de Matrix van de Schrift zijn, en andere, onderhevig aan gelijkenis.

ءايت محكمت هن ام الكتب واخر متشبهت

3:7

Wat hen betreft wier kernen een afwijking dragen, zij volgen wat in de Schrift tot gelijkenis aanleiding geeft, op zoek naar de beproeving en op zoek naar de interpretatie ervan;

فاما الذين في قلوبهم زيغ فيتبعون ما تشبه منه ابتغاء الفتنة وابتغاء تاويله

3:7

doch niemand kent de interpretatie ervan, behalve God.

وما يعلم تاويله الا الله

3:7

En zij die in het weten geworteld zijn, zeggen: “Wij geloven erin; alles komt van onze Voogd”;

والرسخون في العلم يقولون ءامنا به كل من عند ربنا

3:7

en alleen de houders van intelligentie herinneren het zich.

وما يذكر الا اولوا الالبب

“Onze Voogd, laat onze kernen niet afwijken nadat U ons geleid hebt, en schenk ons, van Uw zijde, een welwillendheid;

ربنا لا تزغ قلوبنا بعد اذ هديتنا وهب لنا من لدنك رحمة

want U bent het, de Schenker.

انك انت الوهاب

Onze Voogd, U bent Hij die de mensen bijeenbrengt voor een dag waarover geen twijfel is,

ربنا انك جامع الناس ليوم لا ريب فيه

want God schiet niet tekort in Zijn belofte.”

ان الله لا يخلف الميعاد

Gewis, zij die verloochenen, noch hun bezittingen noch hun kinderen zullen hun iets baten tegenover God.

ان الذين كفروا لن تغني عنهم امولهم ولا اولدهم من الله شيا

3:11

En dat zijn zij die de brandstof van het Vuur zijn, naar het beeld van het gedrag van de clan van Fir'aun,

واوليك هم وقود النار كداب ءال فرعون

3:11

en van hen die vóór hen waren, die Onze tekenen ontkend hebben; God heeft hen toen gegrepen wegens hun vergrijpen.

والذين من قبلهم كذبوا بايتنا فاخذهم الله بذنوبهم

God is streng in de sanctie.

والله شديد العقاب

Zeg tegen hen die verloochenen: “Jullie zullen overwonnen en verzameld worden naar Djahannam.”

قل للذين كفروا ستغلبون وتحشرون الى جهنم

En wat een afschuwelijke ligplaats!

وبيس المهاد

3:13

Voor jullie was er een teken in die twee bataljons die elkaar ontmoetten:

قد كان لكم ءاية في فيتين التقتا

3:13

de een streed op de weg van God, en de ander verloochende; jullie zagen hen, met het blote oog, tweemaal wat zij waren.

فية تقتل في سبيل الله واخرى كافرة يرونهم مثليهم راي العين

3:13

God versterkt, door Zijn hulp, wie het Hem behaagt.

والله يويد بنصره من يشاء

3:13

Voorzeker is daarin een les voor de houders van gezichtsvermogen.

ان في ذلك لعبرة لاولي الابصر

3:14

De liefde voor de passies is voor de mensen verfraaid: de vrouwen, de zonen, de opgestapelde kwintalen goud en zilver, de gemerkte paarden, het vee en de akker.

زين للناس حب الشهوت من النساء والبنين والقنطير المقنطرة من الذهب والفضة والخيل المسومة والانعم والحرث

3:14

Dat is de genieting van het leven hienieden;

ذلك متع الحيوة الدنيا

3:14

doch bij God bevindt zich de schone plaats om terug te keren.

والله عنده حسن الماب

3:15

Zeg: “Zal ik jullie berichten over iets beters dan dat?

قل اونبيكم بخير من ذلكم

3:15

Voor hen die zich behoeden, bij hun Voogd, tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, gereinigde echtgenoten, en een instemming van God.”

للذين اتقوا عند ربهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها وازوج مطهرة ورضون من الله

God is Alziend over Zijn gehoorzamen,

والله بصير بالعباد

zij die zeggen: “Onze Voogd, wij hebben gewis geloofd; vergeef ons dan onze vergrijpen, en behoed ons voor de pijn van het Vuur”,

الذين يقولون ربنا اننا ءامنا فاغفر لنا ذنوبنا وقنا عذاب النار

de geduldigen, de waarachtigen, de toegewijden, zij die uitgeven, en zij die om vergeving smeken in de laatste uren van de nacht.

الصبرين والصدقين والقنتين والمنفقين والمستغفرين بالاسحار

3:18

God betuigt, evenals de Gemachtigden en de houders van het weten, dat er geen godheid is behalve Hij, de billijkheid onderhoudend.

شهد الله انه لا اله الا هو والمليكة واولوا العلم قايما بالقسط

3:18

Geen godheid behalve Hij,

لا اله الا هو

3:18

de Almachtige, de Wijze.

العزيز الحكيم

3:19

Gewis is de Wet, bij God, de integriteit tegenover Hem.

ان الدين عند الله الاسلم

3:19

En zij aan wie de Schrift gegeven is, zijn pas uiteengelopen nadat het weten hun was gekomen,

وما اختلف الذين اوتوا الكتب الا من بعد ما جاءهم العلم

3:19

door afpersing onder elkaar.

بغيا بينهم

3:19

En wie de tekenen van God verloochent – God is gewis snel in de rekening.

ومن يكفر بايت الله فان الله سريع الحساب

3:20

Als zij met jou een geschil voeren, zeg dan: “Ik maak mijn richting integer tegenover God, evenals zij die mij gevolgd hebben.”

فان حاجوك فقل اسلمت وجهي لله ومن اتبعن

3:20

En zeg tegen hen aan wie de Schrift gegeven is, en tegen de lieden zonder voorafgaande Schrift: “Zijn jullie integer geworden tegenover God?”

وقل للذين اوتوا الكتب والامين ءاسلمتم

Als zij het worden, laten zij zich dan leiden;

فان اسلموا فقد اهتدوا

en als zij de rug toekeren, rust op jou slechts de overdracht.

وان تولوا فانما عليك البلغ

God is Alziend over Zijn gehoorzamen.

والله بصير بالعباد

Gewis, zij die de tekenen van God verloochenen, de berichtgevers zonder recht doden, en hen doden die onder de mensen de billijkheid bevelen – kondig hun een schrijnende pijn aan.

ان الذين يكفرون بايت الله ويقتلون النبين بغير حق ويقتلون الذين يامرون بالقسط من الناس فبشرهم بعذاب اليم

Dat zijn zij wier werken ingestort zijn, hienieden en in het laatste leven,

اوليك الذين حبطت اعملهم في الدنيا والءاخرة

en zij zullen geen hulp hebben.

وما لهم من نصرين

3:23

Heb je hen niet gezien aan wie een gedeelte van de Schrift gegeven is, geroepen tot de Schrift van God opdat zij tussen hen oordeelt, en dan een fractie van hen de rug toekeert, zich onttrekkend?

الم تر الى الذين اوتوا نصيبا من الكتب يدعون الى كتب الله ليحكم بينهم ثم يتولى فريق منهم وهم معرضون

Dat komt doordat zij hebben gezegd: “Het Vuur zal ons slechts aanraken gedurende getelde dagen”; en wat zij verzonnen heeft hen bedrogen in hun Wet.

ذلك بانهم قالوا لن تمسنا النار الا اياما معدودت وغرهم في دينهم ما كانوا يفترون

Hoe dan, wanneer Wij hen bijeengebracht zullen hebben voor een dag waarover geen twijfel is, en elk Zelf getrouw zal hebben ontvangen wat het heeft verworven, zonder onrecht te ondergaan?

فكيف اذا جمعنهم ليوم لا ريب فيه ووفيت كل نفس ما كسبت وهم لا يظلمون

3:26

Zeg: “O God, Soeverein van het koningschap! U geeft het koningschap aan wie het U behaagt, en U ontrukt het koningschap aan wie het U behaagt; U maakt machtig wie het U behaagt, en U vernedert wie het U behaagt; het goede is in Uw hand;

قل اللهم ملك الملك توتي الملك من تشاء وتنزع الملك ممن تشاء وتعز من تشاء وتذل من تشاء بيدك الخير

3:26

want U bent tot alles in staat.

انك على كل شىء قدير

3:27

U doet de nacht in de dag doordringen, en U doet de dag in de nacht doordringen; U brengt het levende uit het dode naar buiten, en U brengt het dode uit het levende naar buiten; en U voorziet wie het U behaagt, zonder te tellen.”

تولج اليل في النهار وتولج النهار في اليل وتخرج الحى من الميت وتخرج الميت من الحى وترزق من تشاء بغير حساب

Laat de gelovenden hen die verloochenen niet tot bondgenoten nemen, buiten de gelovenden;

لا يتخذ المومنون الكفرين اولياء من دون المومنين

en wie dat doet, heeft niets meer met God te maken – behalve als jullie je voor hen behoeden uit voorzorg.

ومن يفعل ذلك فليس من الله في شىء الا ان تتقوا منهم تقىة

En God maakt jullie waakzaam jegens Zichzelf,

ويحذركم الله نفسه

en tot God is de bestemming.

والى الله المصير

Zeg: “Of jullie verbergen wat in jullie borst is, of het zichtbaar maken, God kent het.

قل ان تخفوا ما في صدوركم او تبدوه يعلمه الله

En Hij weet wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

ويعلم ما في السموت وما في الارض

En God is tot alles in staat.”

والله على كل شىء قدير

De dag waarop elk Zelf aanwezig zal vinden wat het aan goeds heeft gedaan,

يوم تجد كل نفس ما عملت من خير محضرا

en wat het aan kwaads heeft gedaan, het zou willen dat er tussen dat en zichzelf een verre tussenruimte was.

وما عملت من سوء تود لو ان بينها وبينه امدا بعيدا

En God maakt jullie waakzaam jegens Zichzelf.

ويحذركم الله نفسه

God is vol goedheid jegens Zijn gehoorzamen.

والله رءوف بالعباد

3:31

Zeg: “Als jullie van God houden, volg mij: God zal van jullie houden en jullie vergrijpen vergeven.

قل ان كنتم تحبون الله فاتبعوني يحببكم الله ويغفر لكم ذنوبكم

3:31

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.”

والله غفور رحيم

3:32

Zeg: “Voeg jullie naar God en naar de gezant”;

قل اطيعوا الله والرسول

3:32

en als zij de rug toekeren, houdt God gewis niet van hen die verloochenen.

فان تولوا فان الله لا يحب الكفرين

3:33–34

God heeft Adam, Noeh, de clan van Ibrahim en de clan van Imran uitgekozen, boven alle wezens, een nageslacht de een van de ander.

ان الله اصطفى ءادم ونوحا وءال ابرهيم وءال عمرن على العلمين ذرية بعضها من بعض

God is de Alhorende, de Alwetende.

والله سميع عليم

3:35

Toen de vrouw van Imran zei: “Mijn Voogd, ik doe U gelofte van wat in mijn buik is, onafhankelijk gemaakt van alles; aanvaard het dan van mij;

اذ قالت امرات عمرن رب اني نذرت لك ما في بطني محررا فتقبل مني

3:35

want U bent het, de Alhorende, de Alwetende.”

انك انت السميع العليم

3:36

Vervolgens, toen zij haar ter wereld had gebracht, zei zij: “Mijn Voogd, ik heb haar gewis ter wereld gebracht, een dochter” – God kende nochtans het best wat zij ter wereld had gebracht –

فلما وضعتها قالت رب اني وضعتها انثى والله اعلم بما وضعت

3:36

“en het mannetje is niet als het vrouwtje;

وليس الذكر كالانثى

3:36

ik heb haar Marjam tot eigenschap gegeven,

واني سميتها مريم

3:36

en ik plaats haar, haar en haar nageslacht, onder Uw egide, tegen de verbannen Afleider.”

واني اعيذها بك وذريتها من الشيطن الرجيم

3:37

Haar Voogd onthaalde haar met een schoon onthaal, en deed haar groeien met een schone groei,

فتقبلها ربها بقبول حسن وانبتها نباتا حسنا

3:37

en vertrouwde de zorg voor haar toe aan Zakarija.

وكفلها زكريا

3:37

Telkens wanneer Zakarija bij haar binnenkwam in het oratorium, vond hij bij haar een leeftocht.

كلما دخل عليها زكريا المحراب وجد عندها رزقا

3:37

Hij zei: “O Marjam! Vanwaar komt jou dit?”

قال يمريم انى لك هذا

Zij zei: “Dat komt van God.

قالت هو من عند الله

God voorziet wie het Hem behaagt, zonder te tellen.”

ان الله يرزق من يشاء بغير حساب

3:38

Ter plekke riep Zakarija zijn Voogd aan.

هنالك دعا زكريا ربه

3:38

Hij zei: “Mijn Voogd, schenk mij, van Uw zijde, een goed nageslacht; want U bent Hij die de aanroeping hoort.”

قال رب هب لي من لدنك ذرية طيبة انك سميع الدعاء

3:39

De Gemachtigden riepen hem toe terwijl hij het Contact aanknoopte in het oratorium: “God kondigt jou Jahja aan, bevestigend een woord afkomstig van God, een aanvoerder, een man van volledige continentie, en een berichtgever, behorend tot hen die deugdelijk zijn.”

فنادته المليكة وهو قايم يصلي في المحراب ان الله يبشرك بيحيى مصدقا بكلمة من الله وسيدا وحصورا ونبيا من الصلحين

3:40

Hij zei: “Mijn Voogd, hoe zou ik een jongen hebben, terwijl de grote ouderdom mij reeds heeft bereikt, en mijn vrouw onvruchtbaar is?”

قال رب انى يكون لي غلم وقد بلغني الكبر وامراتي عاقر

3:40

Hij zei: “Zo is het:

قال كذلك

3:40

God doet wat het Hem behaagt.”

الله يفعل ما يشاء

3:41

Hij zei: “Mijn Voogd, wijs mij een teken aan.”

قال رب اجعل لي ءاية

3:41

Hij zei: “Jouw teken zal zijn dat je tot de mensen slechts met gebaren zult spreken, gedurende drie dagen.

قال ءايتك الا تكلم الناس ثلثة ايام الا رمزا

3:41

En herinner je jouw Voogd overvloedig, en glorifieer bij avond en bij dageraad.”

واذكر ربك كثيرا وسبح بالعشي والابكر

3:42

En toen de Gemachtigden zeiden: “O Marjam! God heeft jou uitgekozen, heeft jou gereinigd, en heeft jou uitgekozen boven de vrouwen van alle wezens.

واذ قالت المليكة يمريم ان الله اصطفىك وطهرك واصطفىك على نساء العلمين

3:43

O Marjam! Wees toegewijd jegens jouw Voogd, werp je neer, en kniel met hen die knielen.”

يمريم اقنتي لربك واسجدي واركعي مع الركعين

3:44

Dat maakt deel uit van de berichten over wat de zintuigen ontgaat, die Wij jou openbaren.

ذلك من انباء الغيب نوحيه اليك

3:44

Jij was niet bij hen toen zij hun rietstengels wierpen: wie van hen de zorg voor Marjam zou hebben,

وما كنت لديهم اذ يلقون اقلمهم ايهم يكفل مريم

3:45

en jij was niet bij hen toen zij twistten. Toen de Gemachtigden zeiden: “O Marjam! God kondigt jou een woord aan afkomstig van Hem,

وما كنت لديهم اذ يختصمون اذ قالت المليكة يمريم ان الله يبشرك بكلمة منه

3:45

wiens eigenschap Al-Masih zal zijn, Isa, zoon van Marjam, van hoge achting hienieden en in het laatste leven, en behorend tot de naderbijgebrachten.

اسمه المسيح عيسى ابن مريم وجيها في الدنيا والءاخرة ومن المقربين

En hij zal tot de mensen spreken in de wieg en op rijpe leeftijd,

ويكلم الناس في المهد وكهلا

en zal behoren tot hen die deugdelijk zijn.”

ومن الصلحين

Zij zei: “Mijn Voogd, hoe zou ik een kind hebben, terwijl geen enkele sterveling mij heeft aangeraakt?”

قالت رب انى يكون لي ولد ولم يمسسني بشر

Hij zei: “Zo is het:

قال كذلك

God schept wat het Hem behaagt.

الله يخلق ما يشاء

Wanneer Hij een ding decreteert, zegt Hij er slechts tegen: ‘Wees’,

اذا قضى امرا فانما يقول له كن

en het is.”

فيكون

3:48–49

“En Hij zal hem de Codex, de wijsheid, de Taurah en de Indjil onderwijzen, en gezant aan de zonen van Israël: ik breng jullie een teken van jullie Voogd:

ويعلمه الكتب والحكمة والتورىة والانجيل ورسولا الى بني اسرءيل اني قد جيتكم باية من ربكم

ik schep voor jullie, uit klei, een vorm van een vogel, vervolgens blaas ik erin, en het wordt een vogel, met de toestemming van God.

اني اخلق لكم من الطين كهية الطير فانفخ فيه فيكون طيرا باذن الله

En ik herstel de blindgeborene en de lepralijder, en ik geef de doden het leven terug, met de toestemming van God.

وابري الاكمه والابرص واحي الموتى باذن الله

En ik bericht jullie over wat jullie eten en over wat jullie opslaan in jullie huizen.

وانبيكم بما تاكلون وما تدخرون في بيوتكم

Voorzeker is daarin een teken voor jullie, indien jullie gelovenden zijn.

ان في ذلك لءاية لكم ان كنتم مومنين

En bevestigend wat, van de Taurah, mij voorafgaat, en om voor jullie geoorloofd te maken een deel van wat jullie ontzegd was.

ومصدقا لما بين يدى من التورىة ولاحل لكم بعض الذي حرم عليكم

En ik breng jullie een teken van jullie Voogd;

وجيتكم باية من ربكم

behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij,

فاتقوا الله واطيعون

want God is mijn Voogd en jullie Voogd; gehoorzaam Hem dan.

ان الله ربي وربكم فاعبدوه

Dit is een rechtlijnig pad.”

هذا صرط مستقيم

3:52

Toen Isa van hen de verloochening bespeurde, zei hij: “Wie zijn mijn helpers naar God?”

فلما احس عيسى منهم الكفر قال من انصاري الى الله

3:52

De leerlingen zeiden: “Wij zijn de helpers van God.

قال الحواريون نحن انصار الله

Wij geloven in God, en wees getuige dat wij integer zijn tegenover Hem.

ءامنا بالله واشهد بانا مسلمون

Onze Voogd, wij hebben geloofd in wat U hebt doen neerdalen, en wij hebben de gezant gevolgd; schrijf ons dan in onder de getuigen.”

ربنا ءامنا بما انزلت واتبعنا الرسول فاكتبنا مع الشهدين

3:54

En zij complotteerden, en God complotteerde,

ومكروا ومكر الله

3:54

en God is de voortreffelijkste van hen die complotteren.

والله خير المكرين

3:55

Toen God zei: “O Isa! Ik zal jou gewis getrouw in bewaring houden, jou tot Mij verheffen, en jou reinigen van hen die verloochend hebben,

اذ قال الله يعيسى اني متوفيك ورافعك الى ومطهرك من الذين كفروا

3:55

en hen die jou gevolgd zijn boven hen die verloochend hebben plaatsen, tot de Dag van het Verschijnen.

وجاعل الذين اتبعوك فوق الذين كفروا الى يوم القيمة

3:55

Vervolgens is het tot Mij dat jullie terugkeer zal zijn, en Ik zal tussen jullie oordelen over datgene waarin jullie uiteenliepen.

ثم الى مرجعكم فاحكم بينكم فيما كنتم فيه تختلفون

3:56

Wat hen betreft die verloochend hebben, Ik zal hun een strenge pijn opleggen, hienieden en in het laatste leven,

فاما الذين كفروا فاعذبهم عذابا شديدا في الدنيا والءاخرة

3:56

en zij zullen geen hulp hebben.

وما لهم من نصرين

3:57

En wat hen betreft die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, Hij zal hun getrouw hun beloningen teruggeven.

واما الذين ءامنوا وعملوا الصلحت فيوفيهم اجورهم

3:57

God houdt niet van de onrechtvaardigen.”

والله لا يحب الظلمين

Dat is wat Wij jou voordragen van de tekenen en van de Herinnering vol wijsheid.

ذلك نتلوه عليك من الءايت والذكر الحكيم

3:59

Gewis is het voorbeeld van Isa, bij God, gelijkend aan dat van Adam:

ان مثل عيسى عند الله كمثل ءادم

3:59

Hij schiep hem uit aarde, en zei vervolgens tegen hem: “Wees”,

خلقه من تراب ثم قال له كن

3:59

en hij was.

فيكون

3:60

De waarheid komt van jouw Voogd;

الحق من ربك

3:60

behoor dan niet tot hen die in controverse treden.

فلا تكن من الممترين

3:61

Tegen wie met jou hierover een geschil zou voeren, nadat het weten tot jou was gekomen, zeg: “Kom, laten wij onze zonen en jullie zonen roepen, onze vrouwen en jullie vrouwen, onszelf en jullie zelf, en laten wij vervolgens dringend verzoeken, en laten wij de vloek van God over de leugenaars afroepen.”

فمن حاجك فيه من بعد ما جاءك من العلم فقل تعالوا ندع ابناءنا وابناءكم ونساءنا ونساءكم وانفسنا وانفسكم ثم نبتهل فنجعل لعنت الله على الكذبين

3:62

Voorzeker is dit het ware verhaal,

ان هذا لهو القصص الحق

en er is geen godheid dan God.

وما من اله الا الله

En voorzeker is God de Almachtige, de Wijze.

وان الله لهو العزيز الحكيم

Als zij de rug toekeren, is God gewis Alwetend over de bedervers.

فان تولوا فان الله عليم بالمفسدين

3:64

Zeg: “O lieden van de Schrift! Kom tot een billijk woord tussen ons en jullie: dat wij alleen God gehoorzamen, dat wij niets met Hem associëren, en dat niemand van ons de anderen tot meesters neemt buiten God.”

قل ياهل الكتب تعالوا الى كلمة سواء بيننا وبينكم الا نعبد الا الله ولا نشرك به شيا ولا يتخذ بعضنا بعضا اربابا من دون الله

3:64

Als zij de rug toekeren, zeg dan: “Wees getuigen dat wij integer zijn tegenover God.”

فان تولوا فقولوا اشهدوا بانا مسلمون

3:65

O lieden van de Schrift! Waarom voeren jullie een geschil over Ibrahim,

ياهل الكتب لم تحاجون في ابرهيم

terwijl de Taurah en de Indjil pas na hem zijn neergedaald?

وما انزلت التورىة والانجيل الا من بعده

Redeneren jullie dan niet?

افلا تعقلون

Daar zijn jullie, een geschil voerend over iets waarvan jullie enig weten hebben; maar waarom voeren jullie een geschil over iets waarvan jullie geen enkel weten hebben?

هانتم هولاء حججتم فيما لكم به علم فلم تحاجون فيما ليس لكم به علم

God weet,

والله يعلم

en jullie weten niet.

وانتم لا تعلمون

3:67

Ibrahim was noch een Geheroriënteerde noch een Helper, maar hij was geheel op God gericht, integer tegenover Hem,

ما كان ابرهيم يهوديا ولا نصرانيا ولكن كان حنيفا مسلما

en hij behoorde niet tot hen die associëren.

وما كان من المشركين

3:68

Voorzeker zijn de meest nabije mensen van Ibrahim zij die hem gevolgd zijn, evenals deze berichtgever en zij die geloofd hebben.

ان اولى الناس بابرهيم للذين اتبعوه وهذا النبي والذين ءامنوا

God is de beschermer van de gelovenden.

والله ولي المومنين

3:69

Een groep onder de lieden van de Schrift zou jullie hebben willen doen dwalen;

ودت طايفة من اهل الكتب لو يضلونكم

maar zij doen slechts zichzelf dwalen, zonder het te voelen.

وما يضلون الا انفسهم وما يشعرون

3:70

O lieden van de Schrift! Waarom verloochenen jullie de tekenen van God, terwijl jullie er getuigen van zijn?

ياهل الكتب لم تكفرون بايت الله وانتم تشهدون

3:71

O lieden van de Schrift! Waarom bekleden jullie de waarheid met het valse, en verzwijgen jullie de waarheid, terwijl jullie weten?

ياهل الكتب لم تلبسون الحق بالبطل وتكتمون الحق وانتم تعلمون

3:72

En een groep onder de lieden van de Schrift zei: “Geloof in wat is neergedaald aan hen die geloofd hebben, aan het begin van de dag, en verloochen het aan het einde ervan, misschien zullen zij terugkeren.”

وقالت طايفة من اهل الكتب ءامنوا بالذي انزل على الذين ءامنوا وجه النهار واكفروا ءاخره لعلهم يرجعون

“En verleen alleen krediet aan wie jullie Wet volgt.”

ولا تومنوا الا لمن تبع دينكم

Zeg: “De leiding is gewis de leiding van God” – uit angst dat aan iemand iets wordt gegeven dat gelijk is aan wat jullie is gegeven, of dat zij een geschil met jullie voeren bij jullie Voogd.

قل ان الهدى هدى الله ان يوتى احد مثل ما اوتيتم او يحاجوكم عند ربكم

Zeg: “De gunst is in de hand van God,

قل ان الفضل بيد الله

Hij geeft haar aan wie het Hem behaagt.

يوتيه من يشاء

God is Veelomvattend, Alwetend.”

والله وسع عليم

Hij behoudt Zijn welwillendheid voor wie het Hem behaagt.

يختص برحمته من يشاء

En God bezit de ontzaglijke gunst.

والله ذو الفضل العظيم

3:75

En onder de lieden van de Schrift zijn er die, als jij hun een kwintaal toevertrouwt, het jou restitueren;

ومن اهل الكتب من ان تامنه بقنطار يوده اليك

3:75

en er zijn er die, als jij hun een dinar toevertrouwt, het jou slechts restitueren zolang jij je handhaaft in het opeisen ervan bij hen.

ومنهم من ان تامنه بدينار لا يوده اليك الا ما دمت عليه قايما

3:75

Dat komt doordat zij zeggen: “Wij hebben, jegens de lieden zonder voorafgaande Schrift, geen enkele verplichting”,

ذلك بانهم قالوا ليس علينا في الامين سبيل

3:75

en zij zeggen de leugen tegen God, terwijl zij weten.

ويقولون على الله الكذب وهم يعلمون

3:76

Maar jawel: wie trouw is aan zijn pact en zich behoedt – God houdt gewis van hen die zich behoeden.

بلى من اوفى بعهده واتقى فان الله يحب المتقين

Gewis, zij die kopen, met het pact van God en hun eden, een schamele prijs – dat zijn zij die geen enkel lot zullen hebben in het laatste leven; God zal het woord niet tot hen richten, hen niet aankijken op de Dag van het Verschijnen, en hen niet zuiveren.

ان الذين يشترون بعهد الله وايمنهم ثمنا قليلا اوليك لا خلق لهم في الءاخرة ولا يكلمهم الله ولا ينظر اليهم يوم القيمة ولا يزكيهم

En zij zullen een schrijnende pijn hebben.

ولهم عذاب اليم

3:78

En onder hen is er voorzeker een fractie die haar tongen verdraait met de Schrift, opdat jullie het voor een uittreksel uit de Schrift houden, terwijl het er geen deel van uitmaakt,

وان منهم لفريقا يلون السنتهم بالكتب لتحسبوه من الكتب وما هو من الكتب

en zij zeggen: “Dat komt van God”,

ويقولون هو من عند الله

3:78

terwijl het niet van God komt,

وما هو من عند الله

en zij zeggen de leugen tegen God, terwijl zij weten.

ويقولون على الله الكذب وهم يعلمون

3:79

Het komt aan geen enkele sterveling toe, aan wie God de Schrift, het oordeel en de berichtgeving heeft gegeven, vervolgens tot de mensen te zeggen: “Wees voor mij gehoorzaam, buiten God”; maar eerder: “Wees geestelijke meesters, wegens wat jullie onderwijzen van de Schrift en wat jullie bestuderen.”

ما كان لبشر ان يوتيه الله الكتب والحكم والنبوة ثم يقول للناس كونوا عبادا لي من دون الله ولكن كونوا ربنين بما كنتم تعلمون الكتب وبما كنتم تدرسون

3:80

En hij zou jullie niet bevelen de Gemachtigden en de berichtgevers tot meesters te nemen.

ولا يامركم ان تتخذوا المليكة والنبين اربابا

3:80

Zou hij jullie de verloochening bevelen, nadat jullie integer zijn geworden tegenover God?

ايامركم بالكفر بعد اذ انتم مسلمون

3:81

En toen God de plechtige verbintenis van de berichtgevers afnam: “Wat Ik jullie gegeven heb aan Schrift en wijsheid, en dat dan een gezant tot jullie komt, bevestigend wat bij jullie is, jullie moeten voorzeker in hem geloven, en hem voorzeker helpen.”

واذ اخذ الله ميثق النبين لما ءاتيتكم من كتب وحكمة ثم جاءكم رسول مصدق لما معكم لتومنن به ولتنصرنه

3:81

Hij zei: “Hebben jullie ingestemd, en onder deze voorwaarde Mijn juk op jullie genomen?”

قال ءاقررتم واخذتم على ذلكم اصري

3:81

Zij zeiden: “Wij hebben ingestemd.”

قالوا اقررنا

3:81

Hij zei: “Wees er dan getuigen van, en Ik behoor, met jullie, tot de getuigen.”

قال فاشهدوا وانا معكم من الشهدين

3:82

Wie hierna de rug toekeert – dat zijn de grensoverschrijders.

فمن تولى بعد ذلك فاوليك هم الفسقون

3:83

Zouden zij dan een andere Wet zoeken dan die van God, terwijl het tegenover Hem is dat zich integer maakt wie in de hemelen en op de aarde is, gewillig of gedwongen,

افغير دين الله يبغون وله اسلم من في السموت والارض طوعا وكرها

3:83

en dat het tot Hem is dat zij teruggebracht zullen worden?

واليه يرجعون

3:84

Zeg: “Wij geloven in God, in wat ons is neergedaald, in wat aan Ibrahim, Isma'il, Ishaq, Ja'qoeb en de afstammingslijnen is neergedaald, en in wat aan Moesa, aan Isa en aan de berichtgevers is gegeven, van de zijde van hun Voogd; wij maken geen enkel verschil tussen hen, en het is tegenover Hem dat wij integer zijn.”

قل ءامنا بالله وما انزل علينا وما انزل على ابرهيم واسمعيل واسحق ويعقوب والاسباط وما اوتي موسى وعيسى والنبيون من ربهم لا نفرق بين احد منهم ونحن له مسلمون

En wie een andere Wet zoekt dan de integriteit tegenover God, zij zal nooit van hem aanvaard worden,

ومن يبتغ غير الاسلم دينا فلن يقبل منه

en hij zal, in het laatste leven, tot de verliezers behoren.

وهو في الءاخرة من الخسرين

Hoe zou God een volk leiden dat verloochend heeft nadat het geloofd had, en nadat het getuigd had dat de gezant waar is, terwijl de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen?

كيف يهدي الله قوما كفروا بعد ايمنهم وشهدوا ان الرسول حق وجاءهم البينت

En God leidt het onrechtvaardige volk niet.

والله لا يهدي القوم الظلمين

Dat zijn zij wier vergelding is dat over hen de vloek van God zal drukken, van de Gemachtigden, en van de mensen, allen tezamen, waarin zij eeuwig zullen blijven; de pijn zal hun niet verlicht worden, en er zal hun geen uitstel verleend worden – behalve zij die hierna terugkeren, en zich saneren: God is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

اوليك جزاوهم ان عليهم لعنة الله والمليكة والناس اجمعين خلدين فيها لا يخفف عنهم العذاب ولا هم ينظرون الا الذين تابوا من بعد ذلك واصلحوا فان الله غفور رحيم

Gewis, zij die verloochenen nadat zij geloofd hebben, en vervolgens toenemen in verloochening, hun berouw zal nooit aanvaard worden,

ان الذين كفروا بعد ايمنهم ثم ازدادوا كفرا لن تقبل توبتهم

en dat zijn de dwalenden.

واوليك هم الضالون

Gewis, zij die verloochenen en sterven terwijl zij verloochenen, van een van hen zal nooit de gehele aarde gevuld met goud aanvaard worden, ook al zou hij haar als losgeld aanbieden.

ان الذين كفروا وماتوا وهم كفار فلن يقبل من احدهم ملء الارض ذهبا ولو افتدى به

Dat zijn zij die een schrijnende pijn zullen hebben,

اوليك لهم عذاب اليم

en zij zullen geen hulp hebben.

وما لهم من نصرين

3:92

De deugd zal jullie slechts toevallen als jullie uitgeven van datgene waarvan jullie houden.

لن تنالوا البر حتى تنفقوا مما تحبون

3:92

En wat jullie ook uitgeven, God is er gewis Alwetend over.

وما تنفقوا من شىء فان الله به عليم

Al het voedsel was geoorloofd voor de zonen van Israël, behalve wat Israël zichzelf had ontzegd, voordat de Taurah was neergedaald.

كل الطعام كان حلا لبني اسرءيل الا ما حرم اسرءيل على نفسه من قبل ان تنزل التورىة

Zeg: “Breng dan de Taurah, en draag haar voor, als jullie waarachtig zijn.”

قل فاتوا بالتورىة فاتلوها ان كنتم صدقين

Wie dan, hierna, de leugen tegen God verzint – dat zijn de onrechtvaardigen.

فمن افترى على الله الكذب من بعد ذلك فاوليك هم الظلمون

Zeg: “God heeft waar gezegd.

قل صدق الله

3:95

Volg dan de leer van Ibrahim, geheel op God gericht,

فاتبعوا ملة ابرهيم حنيفا

en hij behoorde niet tot hen die associëren.”

وما كان من المشركين

Voorzeker is het eerste Huis dat voor de mensen is neergezet dat van de plaats van de toeloop, gezegend en een leiding voor alle wezens; daarin zijn duidelijke tekenen.

ان اول بيت وضع للناس للذي ببكة مباركا وهدى للعلمين فيه ءايت بينت

De standplaats van Ibrahim,

مقام ابرهيم

en wie erin binnengaat is in veiligheid.

ومن دخله كان ءامنا

En de hadj van het Huis is een plicht jegens God voor de mensen, voor wie het vermogen heeft de weg ernaartoe te nemen;

ولله على الناس حج البيت من استطاع اليه سبيلا

en wie verloochent – God is gewis Rijk, zonder afhankelijk te zijn van ook maar één van de wezens.

ومن كفر فان الله غني عن العلمين

3:98

Zeg: “O lieden van de Schrift! Waarom verloochenen jullie de tekenen van God, terwijl God getuige is van wat jullie doen?”

قل ياهل الكتب لم تكفرون بايت الله والله شهيد على ما تعملون

3:99

Zeg: “O lieden van de Schrift! Waarom versperren jullie de weg van God voor hem die geloofd heeft, zoekend haar kronkelig te maken, terwijl jullie er getuigen van zijn?”

قل ياهل الكتب لم تصدون عن سبيل الله من ءامن تبغونها عوجا وانتم شهداء

En God is niet onbekommerd over wat jullie doen.

وما الله بغفل عما تعملون

3:100

O jullie die geloofd hebben! Als jullie je voegen naar een fractie onder hen aan wie de Schrift gegeven is, zullen zij jullie, na jullie geloof, terugbrengen tot een verloochening.

يايها الذين ءامنوا ان تطيعوا فريقا من الذين اوتوا الكتب يردوكم بعد ايمنكم كفرين

En hoe zouden jullie verloochenen, terwijl de tekenen van God jullie worden voorgedragen, en Zijn gezant onder jullie is?

وكيف تكفرون وانتم تتلى عليكم ءايت الله وفيكم رسوله

En wie zich stevig hecht aan God, is reeds geleid naar een rechtlijnig pad.

ومن يعتصم بالله فقد هدي الى صرط مستقيم

O jullie die geloofd hebben! Behoed jullie voor God zoals het betaamt zich voor Hem te behoeden,

يايها الذين ءامنوا اتقوا الله حق تقاته

en sterf slechts terwijl jullie integer zijn tegenover Hem.

ولا تموتن الا وانتم مسلمون

3:103

En hecht jullie allen, stevig, aan het koord van God,

واعتصموا بحبل الله جميعا

3:103

en scheur jullie niet.

ولا تفرقوا

3:103

En herinner jullie de weldaad van God over jullie, toen jullie vijanden waren, en Hij jullie kernen verzoende, zodat jullie, door Zijn weldaad, broers zijn geworden;

واذكروا نعمت الله عليكم اذ كنتم اعداء فالف بين قلوبكم فاصبحتم بنعمته اخونا

3:103

en jullie waren aan de rand van een kuil van vuur, en Hij heeft jullie ervan gered.

وكنتم على شفا حفرة من النار فانقذكم منها

3:103

Zo maakt God voor jullie Zijn tekenen duidelijk, misschien zullen jullie je laten leiden.

كذلك يبين الله لكم ءايته لعلكم تهتدون

En laat uit jullie een gemeenschap voortkomen die tot het goede roept, beveelt wat erkend is, en verbiedt wat afgekeurd is.

ولتكن منكم امة يدعون الى الخير ويامرون بالمعروف وينهون عن المنكر

En dat zijn zij die slagen.

واوليك هم المفلحون

En wees niet zoals zij die zich gescheurd hebben en uiteengelopen zijn nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen.

ولا تكونوا كالذين تفرقوا واختلفوا من بعد ما جاءهم البينت

3:106

En dat zijn zij die een ontzaglijke pijn zullen hebben, de dag waarop gezichten zullen opklaren en gezichten zullen versomberen.

واوليك لهم عذاب عظيم يوم تبيض وجوه وتسود وجوه

3:106

Wat betreft zij wier gezichten versomberd zullen zijn: “Hebben jullie verloochend na jullie geloof? Proef dan de pijn, omdat jullie verloochend hebben.”

فاما الذين اسودت وجوههم اكفرتم بعد ايمنكم فذوقوا العذاب بما كنتم تكفرون

3:107

En wat betreft zij wier gezichten opgeklaard zullen zijn, zij zullen in de welwillendheid van God zijn,

واما الذين ابيضت وجوههم ففي رحمة الله

waarin zij eeuwig zullen blijven.

هم فيها خلدون

Dat zijn de tekenen van God, die Wij jou voordragen in alle waarheid.

تلك ءايت الله نتلوها عليك بالحق

En God wil geen enkel onrecht voor alle wezens.

وما الله يريد ظلما للعلمين

En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is,

ولله ما في السموت وما في الارض

en tot God keren alle zaken terug.

والى الله ترجع الامور

Jullie zijn de voortreffelijkste gemeenschap die naar buiten is gebracht voor de mensen: jullie bevelen wat erkend is, jullie verbieden wat afgekeurd is, en jullie geloven in God.

كنتم خير امة اخرجت للناس تامرون بالمعروف وتنهون عن المنكر وتومنون بالله

3:110

En als de lieden van de Schrift geloofd hadden, zou dat beter voor hen zijn geweest.

ولو ءامن اهل الكتب لكان خيرا لهم

Onder hen zijn er gelovenden,

منهم المومنون

maar de meesten van hen zijn grensoverschrijders.

واكثرهم الفسقون

Zij zullen jullie nooit kunnen schaden,

لن يضروكم

behalve door hinder.

الا اذى

En als zij jullie bevechten, zullen zij jullie de rug toekeren;

وان يقتلوكم يولوكم الادبار

daarna zullen zij niet geholpen worden.

ثم لا ينصرون

De vernedering is hun opgedrukt, waar zij ook betrapt worden,

ضربت عليهم الذلة اين ما ثقفوا

behalve door een koord van God en een koord van de mensen; zij halen zich de woede van God op de hals,

الا بحبل من الله وحبل من الناس وباءو بغضب من الله

en de behoeftigheid is hun opgedrukt.

وضربت عليهم المسكنة

Dat is omdat zij de tekenen van God verloochenden, en de berichtgevers zonder recht doodden.

ذلك بانهم كانوا يكفرون بايت الله ويقتلون الانبياء بغير حق

Dat is omdat zij ongehoorzaam zijn geweest en de grenzen overschreden hebben.

ذلك بما عصوا وكانوا يعتدون

3:113

Zij zijn niet allen gelijk:

ليسوا سواء

3:113

onder de lieden van de Schrift is er een rechtschapen gemeenschap, die de tekenen van God voordraagt in de uren van de nacht, zich neerwerpend.

من اهل الكتب امة قايمة يتلون ءايت الله ءاناء اليل وهم يسجدون

3:114

Zij geloven in God en in de Laatste Dag, bevelen wat erkend is, verbieden wat afgekeurd is, en haasten zich naar het voortreffelijkste.

يومنون بالله واليوم الءاخر ويامرون بالمعروف وينهون عن المنكر ويسرعون في الخيرت

3:114

En die behoren tot hen die deugdelijk zijn.

واوليك من الصلحين

3:115

En welk goed zij ook doen, het zal hun nooit verloochend worden.

وما يفعلوا من خير فلن يكفروه

3:115

God is Alwetend over hen die zich behoeden.

والله عليم بالمتقين

Gewis, zij die verloochenen, noch hun bezittingen noch hun kinderen zullen hun iets baten tegenover God,

ان الذين كفروا لن تغني عنهم امولهم ولا اولدهم من الله شيا

en dat zijn de metgezellen van het Vuur, zij blijven daar eeuwig.

واوليك اصحب النار هم فيها خلدون

Het voorbeeld van wat zij uitgeven in dit leven hienieden is dat van een ijskoude wind, die de akker overkomt van een volk dat onrechtvaardig is geweest jegens zichzelf, en het vernietigt.

مثل ما ينفقون في هذه الحيوة الدنيا كمثل ريح فيها صر اصابت حرث قوم ظلموا انفسهم فاهلكته

En God is niet onrechtvaardig geweest jegens hen,

وما ظلمهم الله

maar het is jegens zichzelf dat zij onrechtvaardig zijn.

ولكن انفسهم يظلمون

O jullie die geloofd hebben! Neem geen intieme vertrouwelingen buiten die van jullie: zij houden niet op jullie ontreddering te bezorgen, en zouden willen dat jullie verpletterd zijn.

يايها الذين ءامنوا لا تتخذوا بطانة من دونكم لا يالونكم خبالا ودوا ما عنتم

De haat is reeds zichtbaar geworden in hun monden, en wat hun borst verbergt is nog veel ernstiger.

قد بدت البغضاء من افوههم وما تخفي صدورهم اكبر

Wij hebben voor jullie de tekenen reeds duidelijk gemaakt, als jullie redeneren.

قد بينا لكم الءايت ان كنتم تعقلون

3:119

Daar zijn jullie, jullie die van hen houden, terwijl zij niet van jullie houden, en jullie geloven in de gehele Schrift.

هانتم اولاء تحبونهم ولا يحبونكم وتومنون بالكتب كله

En wanneer zij jullie ontmoeten, zeggen zij: “Wij hebben geloofd”;

واذا لقوكم قالوا ءامنا

maar wanneer zij alleen zijn, bijten zij zich in de vingertoppen, van woede tegen jullie.

واذا خلوا عضوا عليكم الانامل من الغيظ

Zeg: “Sterf van jullie woede.”

قل موتوا بغيظكم

God is gewis Alwetend over de inhoud van de borsten.

ان الله عليم بذات الصدور

3:120

Als een goed jullie treft, mishaagt het hun,

ان تمسسكم حسنة تسوهم

3:120

en als een kwaad jullie overkomt, verheugen zij zich erover.

وان تصبكم سيية يفرحوا بها

3:120

Maar als jullie geduldig zijn en je behoeden, zal hun list jullie in niets schaden,

وان تصبروا وتتقوا لا يضركم كيدهم شيا

3:120

want God omvat volkomen wat zij doen.

ان الله بما يعملون محيط

3:121

En toen jij de jouwen vroeg verliet, om de gelovenden op gevechtsposten te installeren.

واذ غدوت من اهلك تبوي المومنين مقعد للقتال

3:121

God is de Alhorende, de Alwetende.

والله سميع عليم

3:122

Toen twee van jullie groepen op het punt stonden te wijken, terwijl God hun beider beschermer was –

اذ همت طايفتان منكم ان تفشلا والله وليهما

3:122

en aan God moeten de gelovenden lastgeving verlenen.

وعلى الله فليتوكل المومنون

3:123

God heeft jullie gewis geholpen bij Badr, terwijl jullie vernederd waren.

ولقد نصركم الله ببدر وانتم اذلة

3:123

Behoed jullie dus voor God, misschien zullen jullie dankbaar zijn.

فاتقوا الله لعلكم تشكرون

3:124

Toen jij tegen de gelovenden zei: “Volstaat het niet voor jullie dat jullie Voogd jullie versterkt met drieduizend neergedaalde Gemachtigden?”

اذ تقول للمومنين الن يكفيكم ان يمدكم ربكم بثلثة ءالف من المليكة منزلين

3:125

Maar jawel: als jullie geduldig zijn en je behoeden, en zij tot jullie komen, daar, ogenblikkelijk, zal jullie Voogd jullie versterken met vijfduizend duidelijk gemerkte Gemachtigden.

بلى ان تصبروا وتتقوا وياتوكم من فورهم هذا يمددكم ربكم بخمسة ءالف من المليكة مسومين

En God maakte er slechts een blijde aankondiging van voor jullie, en opdat jullie kernen daarin gerustheid vinden.

وما جعله الله الا بشرى لكم ولتطمين قلوبكم به

Nu komt de hulp slechts bij God vandaan, de Almachtige, de Wijze, opdat Hij een deel afsnijdt van hen die verloochenen, of hen terneerslaat, en zij teleurgesteld vertrekken. Jij hebt, in deze zaak, geen enkele macht: of Hij keert met mildheid tot hen terug, of Hij legt hun pijn op, want zij zijn onrechtvaardig.

وما النصر الا من عند الله العزيز الحكيم ليقطع طرفا من الذين كفروا او يكبتهم فينقلبوا خايبين ليس لك من الامر شىء او يتوب عليهم او يعذبهم فانهم ظلمون

3:129

En aan God behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.

ولله ما في السموت وما في الارض

3:129

Hij vergeeft aan wie het Hem behaagt, en Hij legt pijn op aan wie het Hem behaagt.

يغفر لمن يشاء ويعذب من يشاء

3:129

En God is Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

والله غفور رحيم

3:130

O jullie die geloofd hebben! Verslind de woeker niet, dubbel verdubbeld.

يايها الذين ءامنوا لا تاكلوا الربوا اضعفا مضعفة

3:130

En behoed jullie voor God, misschien zullen jullie slagen.

واتقوا الله لعلكم تفلحون

3:131

En behoed jullie voor het Vuur, dat bereid is voor hen die verloochenen.

واتقوا النار التي اعدت للكفرين

3:132

En voeg jullie naar God en de gezant, misschien wordt jullie welwillendheid betoond.

واطيعوا الله والرسول لعلكم ترحمون

En haast jullie naar een vergeving van jullie Voogd, en een Tuin waarvan de uitgestrektheid die van de hemelen en de aarde is, bereid voor de behoedzamen, die uitgeven in de welstand en de schade, hun woede bedwingen, en het de mensen kwijtschelden.

وسارعوا الى مغفرة من ربكم وجنة عرضها السموت والارض اعدت للمتقين الذين ينفقون في السراء والضراء والكظمين الغيظ والعافين عن الناس

God houdt van hen die het goede doen.

والله يحب المحسنين

3:135

En zij die, wanneer zij een schanddaad plegen of onrecht doen aan zichzelf, zich God herinneren en om vergeving smeken voor hun vergrijpen –

والذين اذا فعلوا فحشة او ظلموا انفسهم ذكروا الله فاستغفروا لذنوبهم

3:135

en wie vergeeft de vergrijpen, behalve God? –

ومن يغفر الذنوب الا الله

3:135

en die niet volharden in wat zij gedaan hebben, terwijl zij weten.

ولم يصروا على ما فعلوا وهم يعلمون

Dat zijn zij wier vergelding een vergeving van hun Voogd is, en tuinen waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven.

اوليك جزاوهم مغفرة من ربهم وجنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها

En wat een uitstekende beloning voor hen die werken!

ونعم اجر العملين

Normen zijn reeds voorbijgegaan vóór jullie;

قد خلت من قبلكم سنن

doorkruis dus de aarde en kijk wat het einde was van hen die ontkenden.

فسيروا في الارض فانظروا كيف كان عقبة المكذبين

Dit is een duidelijke uiteenzetting voor de mensen, een leiding en een vermaning voor de behoedzamen.

هذا بيان للناس وهدى وموعظة للمتقين

En verslap niet, en wees niet bedroefd: jullie zijn de hoogsten, als jullie gelovenden zijn.

ولا تهنوا ولا تحزنوا وانتم الاعلون ان كنتم مومنين

Als een wond jullie treft, heeft een soortgelijke wond dat volk reeds getroffen.

ان يمسسكم قرح فقد مس القوم قرح مثله

3:140

Zo gaan de dagen: Wij laten ze van de een naar de ander gaan onder de mensen,

وتلك الايام نداولها بين الناس

opdat God hen onderscheidt die geloofd hebben, en uit jullie midden getuigen neemt –

وليعلم الله الذين ءامنوا ويتخذ منكم شهداء

God houdt niet van de onrechtvaardigen –

والله لا يحب الظلمين

en opdat God hen loutert die geloofd hebben, en hen die verloochenen tot niets herleidt.

وليمحص الله الذين ءامنوا ويمحق الكفرين

Of dachten jullie de Tuin binnen te gaan zonder dat God nog hen onder jullie onderscheiden heeft die gestreden hebben, en de geduldigen onderscheiden heeft?

ام حسبتم ان تدخلوا الجنة ولما يعلم الله الذين جهدوا منكم ويعلم الصبرين

Jullie wensten gewis de dood voordat jullie hem ontmoetten; jullie hebben hem dus gezien, en jullie keken ernaar.

ولقد كنتم تمنون الموت من قبل ان تلقوه فقد رايتموه وانتم تنظرون

3:144

Moehammad is slechts een gezant; gezanten zijn reeds voorbijgegaan vóór hem.

وما محمد الا رسول قد خلت من قبله الرسل

3:144

Als hij dus stierf, of gedood werd, zouden jullie je dan omdraaien op jullie hielen?

افاين مات او قتل انقلبتم على اعقبكم

3:144

En wie zich omdraait op zijn hielen, schaadt God in niets,

ومن ينقلب على عقبيه فلن يضر الله شيا

3:144

en God zal de dankbaren vergelden.

وسيجزي الله الشكرين

En het komt geen enkel Zelf toe te sterven, behalve met de toestemming van God,

وما كان لنفس ان تموت الا باذن الله

3:145

volgens een register met een vastgestelde termijn.

كتبا موجلا

En wie de tegenprestatie van hienieden wil, die geven Wij hem;

ومن يرد ثواب الدنيا نوته منها

en wie de tegenprestatie van het laatste leven wil, die geven Wij hem.

ومن يرد ثواب الءاخرة نوته منها

En Wij zullen de dankbaren vergelden.

وسنجزي الشكرين

3:146

Hoeveel berichtgevers zijn er gedood, met aan hun zijde talrijke aan de Voogd verbondenen!

وكاين من نبي قتل معه ربيون كثير

3:146

Zij verslapten niet door wat hun overkwam op de weg van God, werden niet zwak, en bogen niet.

فما وهنوا لما اصابهم في سبيل الله وما ضعفوا وما استكانوا

3:146

God houdt van de geduldigen.

والله يحب الصبرين

3:147

En hun enige uitspraak was te zeggen: “Onze Voogd, vergeef ons onze vergrijpen en onze buitensporigheden in ons gedrag, maak onze passen vast, en help ons tegen het volk dat verloochent.”

وما كان قولهم الا ان قالوا ربنا اغفر لنا ذنوبنا واسرافنا في امرنا وثبت اقدامنا وانصرنا على القوم الكفرين

3:148

God gaf hun toen de tegenprestatie van hienieden, en de schone tegenprestatie van het laatste leven.

فاتىهم الله ثواب الدنيا وحسن ثواب الءاخرة

3:148

God houdt van hen die het goede doen.

والله يحب المحسنين

O jullie die geloofd hebben! Als jullie je voegen naar hen die verloochenen, zullen zij jullie terugbrengen op jullie hielen, en zullen jullie als verliezers vertrekken.

يايها الذين ءامنوا ان تطيعوا الذين كفروا يردوكم على اعقبكم فتنقلبوا خسرين

God is, integendeel, jullie naaste Garant,

بل الله مولىكم

en Hij is de beste der helpers.

وهو خير النصرين

Wij zullen schrik werpen in de kernen van hen die verloochenen, omdat zij met God hebben geassocieerd wat Hij geen enkel gezag heeft doen neerdalen.

سنلقي في قلوب الذين كفروا الرعب بما اشركوا بالله ما لم ينزل به سلطنا

En hun toevlucht zal het Vuur zijn,

وماوىهم النار

en wat een verwerpelijke onderkomen is die van de onrechtvaardigen!

وبيس مثوى الظلمين

3:152

God heeft jullie gewis Zijn belofte gehouden, toen jullie hen decimeerden met Zijn toestemming,

ولقد صدقكم الله وعده اذ تحسونهم باذنه

3:152

totdat jullie, na te zijn geweken, in betwisting raakten over de zaak, en ongehoorzaam zijn geweest, nadat Hij jullie had doen zien datgene waarvan jullie hielden.

حتى اذا فشلتم وتنزعتم في الامر وعصيتم من بعد ما ارىكم ما تحبون

3:152

Onder jullie zijn er die het hienieden wilden, en onder jullie zijn er die het laatste leven wilden;

منكم من يريد الدنيا ومنكم من يريد الءاخرة

3:152

vervolgens verwijderde Hij jullie van hen, om jullie op de proef te stellen.

ثم صرفكم عنهم ليبتليكم

3:152

Hij heeft het jullie gewis kwijtgescholden.

ولقد عفا عنكم

3:152

God bezit een gunst jegens de gelovenden.

والله ذو فضل على المومنين

3:153

Toen jullie omhoogklommen, zonder naar iemand om te kijken, terwijl de gezant jullie riep, achter in jullie gelederen; toen gaf Hij jullie als tegenprestatie een angst na een angst, opdat jullie je niet zouden bedroeven om wat jullie verlaten had, noch om wat jullie was overkomen.

اذ تصعدون ولا تلون على احد والرسول يدعوكم في اخرىكم فاثبكم غما بغم لكيلا تحزنوا على ما فاتكم ولا ما اصبكم

3:153

En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.

والله خبير بما تعملون

3:154

Vervolgens deed Hij over jullie, na de angst, een veiligheid neerdalen, een sluimering die een groep onder jullie overviel,

ثم انزل عليكم من بعد الغم امنة نعاسا يغشى طايفة منكم

3:154

terwijl een groep, bekommerd om zijn eigen Zelf, over God, in strijd met de waarheid, een vermoeden van het tijdperk van de onwetendheid vormde,

وطايفة قد اهمتهم انفسهم يظنون بالله غير الحق ظن الجهلية

3:154

zeggend: “Hebben wij ook maar enig aandeel in de zaak?”

يقولون هل لنا من الامر من شىء

3:154

Zeg: “De zaak, in haar geheel, behoort gewis aan God toe.”

قل ان الامر كله لله

3:154

Zij verbergen, in zichzelf, wat zij jou niet doen blijken,

يخفون في انفسهم ما لا يبدون لك

3:154

zeggend: “Als wij in deze zaak enige macht hadden gehad, waren wij hier niet gedood.”

يقولون لو كان لنا من الامر شىء ما قتلنا ههنا

3:154

Zeg: “Waren jullie in jullie huizen geweest, dan zouden zij voor wie de moord was voorgeschreven zich zeker begeven hebben naar de plaatsen waar zij zich moesten uitstrekken” – en opdat God op de proef stelt wat in jullie borsten is, en loutert wat in jullie kernen is.

قل لو كنتم في بيوتكم لبرز الذين كتب عليهم القتل الى مضاجعهم وليبتلي الله ما في صدوركم وليمحص ما في قلوبكم

3:154

En God is Alwetend over de inhoud van de borsten.

والله عليم بذات الصدور

3:155

Zij onder jullie die de rug toekeerden op de dag dat de twee troepen elkaar ontmoetten, het was slechts de Afleider die hen deed uitglijden, om een deel van wat zij verworven hadden.

ان الذين تولوا منكم يوم التقى الجمعان انما استزلهم الشيطن ببعض ما كسبوا

God heeft het hun gewis kwijtgescholden,

ولقد عفا الله عنهم

want God is Zeer Vergevensgezind, Lankmoedig.

ان الله غفور حليم

O jullie die geloofd hebben! Wees niet als zij die verloochend hebben, en die van hun broers zeggen, wanneer zij de aarde afstruinen of op expeditie gaan: “Als zij bij ons waren gebleven, zouden zij niet gestorven zijn, en niet gedood zijn” – opdat God er een ontreddering van maakt in hun kernen.

يايها الذين ءامنوا لا تكونوا كالذين كفروا وقالوا لاخونهم اذا ضربوا في الارض او كانوا غزى لو كانوا عندنا ما ماتوا وما قتلوا ليجعل الله ذلك حسرة في قلوبهم

God doet leven en doet sterven.

والله يحي ويميت

En God is Alziend over wat jullie doen.

والله بما تعملون بصير

En als jullie gedood worden op de weg van God, of sterven, zijn een vergeving van God en een welwillendheid gewis beter dan wat zij vergaren.

ولين قتلتم في سبيل الله او متم لمغفرة من الله ورحمة خير مما يجمعون

En of jullie sterven, of gedood worden, het is naar God dat jullie verzameld zullen worden.

ولين متم او قتلتم لالى الله تحشرون

3:159

Het is door een welwillendheid van God dat jij je zacht jegens hen hebt getoond;

فبما رحمة من الله لنت لهم

3:159

en als jij nors was geweest, met een harde kern, zouden zij zich zeker weg van jou verspreid hebben.

ولو كنت فظا غليظ القلب لانفضوا من حولك

3:159

Scheld het hun dus kwijt, smeek om vergeving voor hen, en pleeg overleg met hen over de zaak;

فاعف عنهم واستغفر لهم وشاورهم في الامر

3:159

en wanneer jij je besluit hebt genomen, verleen lastgeving aan God,

فاذا عزمت فتوكل على الله

3:159

want God houdt van hen die lastgeving verlenen.

ان الله يحب المتوكلين

Als God jullie helpt, kan niemand jullie overwinnen;

ان ينصركم الله فلا غالب لكم

en als Hij jullie in de steek laat, wie zou jullie dan na Hem kunnen helpen?

وان يخذلكم فمن ذا الذي ينصركم من بعده

En aan God moeten de gelovenden lastgeving verlenen.

وعلى الله فليتوكل المومنون

3:161

Het komt een berichtgever niet toe een malversatie te plegen;

وما كان لنبي ان يغل

3:161

en wie een malversatie pleegt, zal komen, op de Dag van het Verschijnen, met wat hij door malversatie zal hebben ontfutseld,

ومن يغلل يات بما غل يوم القيمة

3:161

vervolgens zal ieder Zelf getrouw ontvangen wat het verworven heeft, zonder onrecht te ondergaan.

ثم توفى كل نفس ما كسبت وهم لا يظلمون

Is hij die de instemming van God volgt dan als hij die de toorn van God oploopt, en wiens toevlucht Djahannam zal zijn?

افمن اتبع رضون الله كمن باء بسخط من الله وماوىه جهنم

En wat een afschuwelijke bestemming!

وبيس المصير

Zij hebben graden bij God.

هم درجت عند الله

God is Alziend over wat zij doen.

والله بصير بما يعملون

3:164

God heeft de gelovenden gewis begunstigd, door onder hen een gezant op te wekken, uit hunzelf voortgekomen, die hun Zijn tekenen voordraagt, hen zuivert, en hun de Schrift en de wijsheid onderwijst, terwijl zij voorheen voorzeker in een klaarblijkelijke dwaling waren.

لقد من الله على المومنين اذ بعث فيهم رسولا من انفسهم يتلوا عليهم ءايته ويزكيهم ويعلمهم الكتب والحكمة وان كانوا من قبل لفي ضلل مبين

3:165

Hoe dan, wanneer een tegenslag jullie overkomt, terwijl jullie er het dubbele hadden doen overkomen, zeggen jullie: “Vanwaar komt dit dan?”

اولما اصبتكم مصيبة قد اصبتم مثليها قلتم انى هذا

3:165

Zeg: “Dit komt van jullie zelf.”

قل هو من عند انفسكم

3:165

God is gewis tot alles in staat.

ان الله على كل شىء قدير

En wat jullie is overkomen, op de dag dat de twee troepen elkaar ontmoetten, was met de toestemming van God, en opdat Hij de gelovenden onderscheidt, en hen onderscheidt die de huichelarij beoefenden,

وما اصبكم يوم التقى الجمعان فباذن الله وليعلم المومنين وليعلم الذين نافقوا

en tot wie gezegd werd: “Kom vechten op de weg van God, of sla terug”;

وقيل لهم تعالوا قتلوا في سبيل الله او ادفعوا

zij zeiden: “Als wij wisten te vechten, zouden wij jullie zeker gevolgd zijn.”

قالوا لو نعلم قتالا لاتبعنكم

Op die dag waren zij dichter bij de verloochening dan bij het geloof,

هم للكفر يوميذ اقرب منهم للايمن

zeggend met hun monden wat niet in hun kernen was.

يقولون بافوههم ما ليس في قلوبهم

God weet het best wat zij verzwijgen.

والله اعلم بما يكتمون

Zij die, zittend gebleven, van hun broers zeiden: “Als zij zich naar ons hadden gevoegd, zouden zij niet gedood zijn.”

الذين قالوا لاخونهم وقعدوا لو اطاعونا ما قتلوا

Zeg: “Wend de dood dan van jullie zelf af, als jullie waarachtig zijn.”

قل فادرءوا عن انفسكم الموت ان كنتم صدقين

3:169

En denk vooral niet dat zij die gedood zijn op de weg van God dood zijn.

ولا تحسبن الذين قتلوا في سبيل الله اموتا

3:170

Nee, zij zijn levend, bij hun Voogd, van leeftocht voorzien, zich verheugend over wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft, en jubelend om hen die, achter hen achtergebleven, hen nog niet hebben bereikt: geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.

بل احياء عند ربهم يرزقون فرحين بما ءاتىهم الله من فضله ويستبشرون بالذين لم يلحقوا بهم من خلفهم الا خوف عليهم ولا هم يحزنون

Zij jubelen om een weldaad van God en een gunst, en omdat God de beloning van de gelovenden niet laat vervliegen, zij die God en de gezant hebben geantwoord nadat de wond hun was overkomen.

يستبشرون بنعمة من الله وفضل وان الله لا يضيع اجر المومنين الذين استجابوا لله والرسول من بعد ما اصابهم القرح

Aan hen onder hen die het goede gedaan hebben en zich behoed hebben, komt een ontzaglijke beloning toe.

للذين احسنوا منهم واتقوا اجر عظيم

3:173

Zij tot wie de mensen zeiden: “De mensen zijn gewis tegen jullie bijeengekomen, ducht hen dus” – dat deed hun geloof toenemen.

الذين قال لهم الناس ان الناس قد جمعوا لكم فاخشوهم فزادهم ايمنا

3:173

En zij zeiden: “God volstaat voor ons; wat een uitstekende lasthebber!”

وقالوا حسبنا الله ونعم الوكيل

3:174

Zij vertrokken toen met een weldaad van God en een gunst, zonder dat enig kwaad hen had getroffen, en zij volgden de instemming van God.

فانقلبوا بنعمة من الله وفضل لم يمسسهم سوء واتبعوا رضون الله

3:174

God bezit een ontzaglijke gunst.

والله ذو فضل عظيم

3:175

Het is slechts die Afleider die jullie zijn bondgenoten doet vrezen; vrees hen dus niet,

انما ذلكم الشيطن يخوف اولياءه فلا تخافوهم

3:175

maar vrees Mij, als jullie gelovenden zijn.

وخافون ان كنتم مومنين

En laat hen die zich haasten in de verloochening jou niet bedroeven,

ولا يحزنك الذين يسرعون في الكفر

want zij zullen God in niets schaden.

انهم لن يضروا الله شيا

God wil hun geen enkel aandeel toewijzen in het laatste leven,

يريد الله الا يجعل لهم حظا في الءاخرة

en zij zullen een ontzaglijke pijn hebben.

ولهم عذاب عظيم

Gewis zullen zij die de verloochening gekocht hebben tegen de prijs van het geloof, God in niets schaden, en zij zullen een schrijnende pijn hebben.

ان الذين اشتروا الكفر بالايمن لن يضروا الله شيا ولهم عذاب اليم

En laat hen die verloochenen vooral niet denken dat het respijt dat Wij hun verlenen een goed voor henzelf is:

ولا يحسبن الذين كفروا انما نملي لهم خير لانفسهم

Wij verlenen het hun slechts opdat zij toenemen in overtreding,

انما نملي لهم ليزدادوا اثما

en zij zullen een verlagende pijn hebben.

ولهم عذاب مهين

Het past God niet de gelovenden achter te laten in de toestand waarin jullie zijn, zonder het snode van het goede te onderscheiden,

ما كان الله ليذر المومنين على ما انتم عليه حتى يميز الخبيث من الطيب

3:179

en het past God niet jullie te laten doordringen tot wat de zintuigen ontgaat,

وما كان الله ليطلعكم على الغيب

maar God kiest, uit Zijn gezanten, wie het Hem behaagt.

ولكن الله يجتبي من رسله من يشاء

Geloof dus in God en in Zijn gezanten;

فامنوا بالله ورسله

en als jullie geloven en je behoeden, zullen jullie een ontzaglijke beloning hebben.

وان تومنوا وتتقوا فلكم اجر عظيم

En laat hen die gierig zijn met wat God hun van Zijn gunst gegeven heeft vooral niet denken dat het een goed voor hen is;

ولا يحسبن الذين يبخلون بما ءاتىهم الله من فضله هو خيرا لهم

het is integendeel een kwaad voor hen.

بل هو شر لهم

Zij zullen omcirkeld worden door datgene waarmee zij gierig zijn geweest, op de Dag van het Verschijnen.

سيطوقون ما بخلوا به يوم القيمة

En aan God komt de erfenis van de hemelen en de aarde toe.

ولله ميرث السموت والارض

En God is Intiem Kenner van wat jullie doen.

والله بما تعملون خبير

3:181

God heeft zeker de uitspraak gehoord van hen die gezegd hebben: “God is arm, en wij zijn rijk.”

لقد سمع الله قول الذين قالوا ان الله فقير ونحن اغنياء

3:181

Wij zullen optekenen wat zij gezegd hebben, alsook hun moord op de berichtgevers zonder recht, en Wij zullen zeggen: “Proef de pijn van de verbranding.

سنكتب ما قالوا وقتلهم الانبياء بغير حق ونقول ذوقوا عذاب الحريق

Dat is voor wat jullie handen vooruitgestuurd hebben; en God is in niets onrechtvaardig jegens de onder dwang gehoorzamenden.”

ذلك بما قدمت ايديكم وان الله ليس بظلام للعبيد

Zij die gezegd hebben: “God heeft ons door een pact verbonden om aan geen enkele gezant krediet te geven, voordat hij ons een gave brengt die het vuur verteert”,

الذين قالوا ان الله عهد الينا الا نومن لرسول حتى ياتينا بقربان تاكله النار

zeg: “Gezanten vóór mij zijn tot jullie gekomen met de duidelijke bewijzen, en met wat jullie gezegd hebben; waarom hebben jullie hen dan gedood, als jullie waarachtig zijn?”

قل قد جاءكم رسل من قبلي بالبينت وبالذي قلتم فلم قتلتموهم ان كنتم صدقين

3:184

Als zij jou ontkennen, zijn er vóór jou reeds gezanten ontkend, die gekomen waren met de duidelijke bewijzen, de Formularia en de lichtgevende Schrift.

فان كذبوك فقد كذب رسل من قبلك جاءو بالبينت والزبر والكتب المنير

3:185

Ieder Zelf zal de dood proeven,

كل نفس ذايقة الموت

3:185

en het is slechts op de Dag van het Verschijnen dat jullie getrouw jullie beloningen zullen ontvangen.

وانما توفون اجوركم يوم القيمة

3:185

Wie dus van het Vuur is vrijgemaakt en in de Tuin is binnengeleid, heeft getriomfeerd.

فمن زحزح عن النار وادخل الجنة فقد فاز

3:185

En het leven hienieden is slechts een genieting die bedriegt.

وما الحيوة الدنيا الا متع الغرور

3:186

Jullie zullen voorzeker op de proef gesteld worden in jullie bezittingen en in jullie Zelf, en jullie zullen voorzeker horen, van hen aan wie de Schrift vóór jullie gegeven is, en van hen die geassocieerd hebben, veel hinder.

لتبلون في امولكم وانفسكم ولتسمعن من الذين اوتوا الكتب من قبلكم ومن الذين اشركوا اذى كثيرا

Maar als jullie geduldig zijn en je behoeden, behoort dat gewis tot de zaken die vastberadenheid vereisen.

وان تصبروا وتتقوا فان ذلك من عزم الامور

3:187

En toen God de plechtige verbintenis afnam van hen aan wie de Schrift gegeven is: “Jullie zullen haar voorzeker duidelijk maken voor de mensen, en jullie zullen haar niet verzwijgen”; maar zij hebben haar achter hun rug geworpen, en daarmee een schamele prijs gekocht.

واذ اخذ الله ميثق الذين اوتوا الكتب لتبيننه للناس ولا تكتمونه فنبذوه وراء ظهورهم واشتروا به ثمنا قليلا

Hoe afschuwelijk is wat zij kopen!

فبيس ما يشترون

Denk vooral niet dat zij die zich verheugen over wat zij volbracht hebben, en ervan houden geloofd te worden voor wat zij niet gedaan hebben – denk vooral niet dat zij de pijn zullen ontwijken.

لا تحسبن الذين يفرحون بما اتوا ويحبون ان يحمدوا بما لم يفعلوا فلا تحسبنهم بمفازة من العذاب

En zij zullen een schrijnende pijn hebben.

ولهم عذاب اليم

En aan God behoort het koningschap van de hemelen en de aarde toe.

ولله ملك السموت والارض

En God is tot alles in staat.

والله على كل شىء قدير

Er zijn voorzeker, in de schepping van de hemelen en de aarde, en in de afwisseling van de nacht en de dag, tekenen voor de houders van intelligentie, zij die zich God herinneren, staand, zittend, of liggend op de zij, en nadenken over de schepping van de hemelen en de aarde:

ان في خلق السموت والارض واختلف اليل والنهار لءايت لاولي الالبب الذين يذكرون الله قيما وقعودا وعلى جنوبهم ويتفكرون في خلق السموت والارض

“Onze Voogd, U hebt dit niet tevergeefs geschapen. Glorie zij U!

ربنا ما خلقت هذا بطلا سبحنك

Behoed ons dus voor de pijn van het Vuur.

فقنا عذاب النار

3:192

Onze Voogd, hem die U in het Vuur doet binnengaan, hebt U gewis met schande bedekt,

ربنا انك من تدخل النار فقد اخزيته

3:192

en de onrechtvaardigen hebben geen enkele hulp.

وما للظلمين من انصار

3:193

Onze Voogd, wij hebben een heraut horen oproepen tot het geloof: Geloof in jullie Voogd – en wij hebben geloofd.

ربنا اننا سمعنا مناديا ينادي للايمن ان ءامنوا بربكم فامنا

3:193

Onze Voogd, vergeef ons dus onze vergrijpen, bedek voor ons onze slechte daden, en houd ons getrouw in bewaring samen met de deugdzamen.

ربنا فاغفر لنا ذنوبنا وكفر عنا سياتنا وتوفنا مع الابرار

3:194

Onze Voogd, en verleen ons wat U ons beloofd hebt door Uw gezanten, en bedek ons niet met schande op de Dag van het Verschijnen,

ربنا وءاتنا ما وعدتنا على رسلك ولا تخزنا يوم القيمة

3:194

want U schiet niet tekort in Uw belofte.”

انك لا تخلف الميعاد

3:195

Hun Voogd antwoordde hun dus: “Ik laat het werk van wie onder jullie werkt niet vervliegen, man of vrouw –

فاستجاب لهم ربهم اني لا اضيع عمل عمل منكم من ذكر او انثى

3:195

jullie zijn van elkaar.

بعضكم من بعض

3:195

Zij die geëmigreerd zijn, uit hun woningen verdreven zijn, op Mijn weg lastiggevallen zijn, gevochten hebben en gedood zijn, Ik zal voorzeker hun slechte daden bedekken, en Ik zal hen voorzeker doen binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen” – een tegenprestatie afkomstig van God.

فالذين هاجروا واخرجوا من ديرهم واوذوا في سبيلي وقتلوا وقتلوا لاكفرن عنهم سياتهم ولادخلنهم جنت تجري من تحتها الانهر ثوابا من عند الله

3:195

En het is bij God dat de schone tegenprestatie zich bevindt.

والله عنده حسن الثواب

Laat het heen en weer gaan van hen die verloochenen door de landstreken jou niet bedriegen.

لا يغرنك تقلب الذين كفروا في البلد

Het is een genieting van weinig waarde,

متع قليل

vervolgens zal hun toevlucht Djahannam zijn,

ثم ماوىهم جهنم

en wat een afschuwelijke ligplaats!

وبيس المهاد

Maar zij die zich behoed hebben voor hun Voogd, zullen tuinen hebben waaronder de rivieren stromen, waarin zij eeuwig zullen blijven, als onthaal afkomstig van God.

لكن الذين اتقوا ربهم لهم جنت تجري من تحتها الانهر خلدين فيها نزلا من عند الله

3:198

En wat bij God is, is beter voor de deugdzamen.

وما عند الله خير للابرار

3:199

En onder de lieden van de Schrift zijn er voorzeker die geloven in God, in wat aan jullie is neergedaald, en in wat aan hen is neergedaald, nederig tegenover God,

وان من اهل الكتب لمن يومن بالله وما انزل اليكم وما انزل اليهم خشعين لله

zonder met de tekenen van God een schamele prijs te kopen.

لا يشترون بايت الله ثمنا قليلا

Dat zijn zij die hun beloning bij hun Voogd hebben,

اوليك لهم اجرهم عند ربهم

want God is snel in de rekening.

ان الله سريع الحساب

3:200

O jullie die geloofd hebben! Wees geduldig, overtref in geduld, houd jullie gereed met standvastigheid, en behoed jullie voor God, misschien zullen jullie slagen.

يايها الذين ءامنوا اصبروا وصابروا ورابطوا واتقوا الله لعلكم تفلحون

← Index van de soera's