الشعراء
Ash-Shu'ara
The Rhetoricians
بسم الله الرحمن الرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
Ṭa. Sin. Mim.
طسم
Dit zijn de tekenen van de uitdrukkelijke Schrift.
تلك ءايت الكتب المبين
Misschien zul je jezelf verteren omdat zij geen gelovenden zijn.
لعلك بخع نفسك الا يكونوا مومنين
Indien het Ons behaagde, zouden Wij vanuit de hemel een teken op hen doen neerdalen waarvoor hun nekken gebogen zouden blijven.
ان نشا ننزل عليهم من السماء ءاية فظلت اعنقهم لها خضعين
En geen enkele recente herinnering komt hun van de Alwelwillende toe zonder dat zij zich eraan onttrekken.
وما ياتيهم من ذكر من الرحمن محدث الا كانوا عنه معرضين
Zij hebben toch ontkend; weldra zullen hun de berichten toekomen over datgene wat zij hoonden.
فقد كذبوا فسياتيهم انبوا ما كانوا به يستهزءون
Hebben zij de aarde niet gezien, hoeveel Wij erop van elk edel paar hebben doen groeien?
اولم يروا الى الارض كم انبتنا فيها من كل زوج كريم
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
En toen je Voogd Moesa toeriep: “Ga naar het onrechtvaardige volk, het volk van Fir'aun.
واذ نادى ربك موسى ان ايت القوم الظلمين قوم فرعون
Zullen zij zich niet behoeden?”
الا يتقون
Hij zei: “Mijn Voogd, ik vrees dat zij mij ontkennen; en mijn borst wordt benauwd, en mijn tong raakt niet los: zend dus naar Haroen. Zij houden mij een vergrijp voor, en ik vrees dat zij mij doden.”
قال رب اني اخاف ان يكذبون ويضيق صدري ولا ينطلق لساني فارسل الى هرون ولهم على ذنب فاخاف ان يقتلون
Hij zei: “Geenszins!
قال كلا
Ga beiden met Onze tekenen; Wij zijn gewis met jullie, luisterend.
فاذهبا بايتنا انا معكم مستمعون
Ga dus naar Fir'aun en zeg hem: ‘Wij zijn gewis de gezanten van de Voogd van alle wezens; laat met ons de zonen van Israël heengaan.’”
فاتيا فرعون فقولا انا رسول رب العلمين ان ارسل معنا بني اسرءيل
Hij zei: “Hebben wij jou niet onder ons opgevoed als klein kind, en heb jij onder ons geen jaren van je leven doorgebracht? Je hebt de daad gepleegd die je gepleegd hebt, en jij bent een van hen die verloochenen.”
قال الم نربك فينا وليدا ولبثت فينا من عمرك سنين وفعلت فعلتك التي فعلت وانت من الكفرين
Hij zei: “Ik heb het gedaan, in die tijd, toen ik tot de dwalenden behoorde.
قال فعلتها اذا وانا من الضالين
Ik ben dus voor jullie gevlucht toen ik jullie vreesde; vervolgens heeft mijn Voogd mij een oordeel geschonken en mij gemaakt tot een van de gezondenen.
ففررت منكم لما خفتكم فوهب لي ربي حكما وجعلني من المرسلين
En die weldaad waarmee jij gelooft mij te begunstigen, dat is dat jij de zonen van Israël dienstbaar hebt gemaakt!”
وتلك نعمة تمنها على ان عبدت بني اسرءيل
Fir'aun zei: “En wat is de Voogd van alle wezens?”
قال فرعون وما رب العلمين
Hij zei: “De Voogd van de hemelen en de aarde en van wat tussen hen is, indien jullie behoren tot hen die met zekerheid weten.”
قال رب السموت والارض وما بينهما ان كنتم موقنين
Hij zei tot hen die om hem heen waren: “Luisteren jullie niet?”
قال لمن حوله الا تستمعون
Hij zei: “Jullie Voogd en de Voogd van jullie eerste voorouders.”
قال ربكم ورب ءابايكم الاولين
Hij zei: “Jullie gezant die naar jullie is gezonden is voorzeker verward.”
قال ان رسولكم الذي ارسل اليكم لمجنون
Hij zei: “De Voogd van het oosten en het westen en van wat tussen hen is, indien jullie redeneerden.”
قال رب المشرق والمغرب وما بينهما ان كنتم تعقلون
Hij zei: “Indien jij een andere godheid neemt dan mij, zal ik jou voorzeker tot de gevangenen rekenen.”
قال لين اتخذت الها غيري لاجعلنك من المسجونين
Hij zei: “Zelfs indien ik je iets uitdrukkelijks bracht?”
قال اولو جيتك بشىء مبين
Hij zei: “Breng het dus, indien jij tot de waarachtigen behoort.”
قال فات به ان كنت من الصدقين
Hij wierp toen zijn staf, en zie, hij was een klaarblijkelijke slang; en hij trok zijn hand terug, en zie, zij was wit voor wie keken.
فالقى عصاه فاذا هي ثعبان مبين ونزع يده فاذا هي بيضاء للنظرين
Hij zei tot het hof dat om hem heen was: “Deze is voorzeker een geleerde begoochelaar, die jullie door zijn begoocheling uit jullie land wil doen vertrekken. Wat raden jullie dus aan?”
قال للملا حوله ان هذا لسحر عليم يريد ان يخرجكم من ارضكم بسحره فماذا تامرون
Zij zeiden: “Zet hem in behandeling, hem en zijn broer, en wek in de hoofdsteden verzamelaars op, die je elke grote geleerde begoochelaar zullen aanbrengen.”
قالوا ارجه واخاه وابعث في المداين حشرين ياتوك بكل سحار عليم
De begoochelaars werden dus bijeengebracht voor de vastgestelde afspraak van een bekende dag.
فجمع السحرة لميقت يوم معلوم
En er werd tot de mensen gezegd: “Gaan jullie bijeenkomen, in de hoop dat wij de begoochelaars zullen volgen, indien zij de overwinnaars zijn?”
وقيل للناس هل انتم مجتمعون لعلنا نتبع السحرة ان كانوا هم الغلبين
Toen de begoochelaars aankwamen, zeiden zij tot Fir'aun: “Zal er werkelijk een beloning voor ons zijn, indien wij de overwinnaars zijn?”
فلما جاء السحرة قالوا لفرعون اين لنا لاجرا ان كنا نحن الغلبين
Hij zei: “Ja, en dan zullen jullie voorzeker tot de nabijgebrachten behoren.”
قال نعم وانكم اذا لمن المقربين
Moesa zei tot hen: “Werp wat jullie te werpen hebben.”
قال لهم موسى القوا ما انتم ملقون
Zij wierpen dus hun touwen en hun staven en zeiden: “Bij de macht van Fir'aun, wij zijn het voorzeker die de overwinnaars zullen zijn!”
فالقوا حبالهم وعصيهم وقالوا بعزة فرعون انا لنحن الغلبون
Toen wierp Moesa zijn staf, en zie, hij hapte wat zij vermomden.
فالقى موسى عصاه فاذا هي تلقف ما يافكون
De begoochelaars werden toen geworpen, zich neerwerpend.
فالقي السحرة سجدين
Zij zeiden: “Wij geloven in de Voogd van alle wezens, de Voogd van Moesa en Haroen.”
قالوا ءامنا برب العلمين رب موسى وهرون
Hij zei: “Jullie hebben hem krediet gegeven voordat ik het jullie toestond! Hij is voorzeker de grootste onder jullie, degene die jullie de begoocheling heeft onderwezen.
قال ءامنتم له قبل ان ءاذن لكم انه لكبيركم الذي علمكم السحر
Jullie zullen het dus weldra weten.
فلسوف تعلمون
Ik zal jullie voorzeker de handen en de voeten afsnijden, afwisselend, en ik zal jullie voorzeker allen tezamen kruisigen.”
لاقطعن ايديكم وارجلكم من خلف ولاصلبنكم اجمعين
Zij zeiden: “Geen enkel nadeel!
قالوا لا ضير
Het is naar onze Voogd dat wij rechtsomkeert maken.
انا الى ربنا منقلبون
Wij streven ernaar dat onze Voogd ons onze fouten vergeeft, aangezien wij de eersten van de gelovenden zijn.”
انا نطمع ان يغفر لنا ربنا خطينا ان كنا اول المومنين
En Wij openbaarden aan Moesa: “Vertrek 's nachts met Mijn gehoorzamen; jullie zullen achtervolgd worden.”
واوحينا الى موسى ان اسر بعبادي انكم متبعون
Fir'aun zond dus in de hoofdsteden verzamelaars:
فارسل فرعون في المداين حشرين
“Dezen zijn voorzeker een weinig talrijke bende, en zij irriteren ons voorzeker, en wij vormen voorzeker allen tezamen een waakzame kracht.”
ان هولاء لشرذمة قليلون وانهم لنا لغايظون وانا لجميع حذرون
Wij deden hen dus vertrekken uit tuinen en bronnen, en uit schatten en een edele positie.
فاخرجنهم من جنت وعيون وكنوز ومقام كريم
Zo.
كذلك
En Wij lieten de zonen van Israël daarvan erven, en zij achtervolgden hen bij het aanbreken van de dag.
واورثنها بني اسرءيل فاتبعوهم مشرقين
En toen de twee troepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Moesa: “Hier zijn wij voorzeker ingehaald!”
فلما ترءا الجمعان قال اصحب موسى انا لمدركون
Hij zei: “Geenszins!
قال كلا
Mijn Voogd is gewis met mij; Hij zal mij leiden.”
ان معي ربي سيهدين
Toen openbaarden Wij aan Moesa: “Sla de zee met je staf.” Zij spleet, en elk deel was als een ontzaglijke piek.
فاوحينا الى موسى ان اضرب بعصاك البحر فانفلق فكان كل فرق كالطود العظيم
En Wij deden de anderen daar naderen.
وازلفنا ثم الءاخرين
En Wij redden Moesa en allen die met hem waren, vervolgens deden Wij de anderen verdrinken.
وانجينا موسى ومن معه اجمعين ثم اغرقنا الءاخرين
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
En draag hun het bericht voor over Ibrahim, toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: “Aan wat gehoorzamen jullie?”
واتل عليهم نبا ابرهيم اذ قال لابيه وقومه ما تعبدون
Zij zeiden: “Wij gehoorzamen aan idolen, en wij blijven bij hen opgesteld.”
قالوا نعبد اصناما فنظل لها عكفين
Hij zei: “Horen zij jullie wanneer jullie hen aanroepen, of zijn zij jullie nuttig, of schaden zij jullie?”
قال هل يسمعونكم اذ تدعون او ينفعونكم او يضرون
Zij zeiden: “Nee, maar wij hebben onze voorouders aldus handelend aangetroffen.”
قالوا بل وجدنا ءاباءنا كذلك يفعلون
Hij zei: “Zien jullie dus datgene waaraan jullie gehoorzaamden, jullie en jullie verste voorouders? Zij zijn gewis vijanden voor mij,
قال افرءيتم ما كنتم تعبدون انتم وءاباوكم الاقدمون فانهم عدو لي
behalve de Voogd van alle wezens, Hij die mij heeft geschapen en die mij leidt,
الا رب العلمين الذي خلقني فهو يهدين
en Hij die mij voedt en mij laaft, en die, wanneer ik ziek ben, mij geneest,
والذي هو يطعمني ويسقين واذا مرضت فهو يشفين
en Hij die mij zal doen sterven en mij vervolgens weer leven zal geven,
والذي يميتني ثم يحيين
en Hij van wie ik naar de vergeving van mijn fout streef op de Vervaldag.
والذي اطمع ان يغفر لي خطيتي يوم الدين
Mijn Voogd, schenk mij een oordeel en doe mij aansluiten bij hen die deugdelijk zijn,
رب هب لي حكما والحقني بالصلحين
en gun mij een waarachtige tong onder de laatsten,
واجعل لي لسان صدق في الءاخرين
en maak mij tot een van de erfgenamen van de tuin van de weldaad,
واجعلني من ورثة جنة النعيم
en vergeef mijn vader, want hij behoorde tot de dwalenden,
واغفر لابي انه كان من الضالين
en dek mij niet met schande op de dag waarop zij zullen worden opgewekt, de dag waarop noch bezit noch zonen nuttig zullen zijn, behalve voor wie tot God komt met een intacte kern.”
ولا تخزني يوم يبعثون يوم لا ينفع مال ولا بنون الا من اتى الله بقلب سليم
En de Tuin zal nabij gebracht worden voor hen die zich behoeden,
وازلفت الجنة للمتقين
en de Gloeioven zal getoond worden aan de dolenden.
وبرزت الجحيم للغاوين
En er zal tot hen gezegd worden: “Waar zijn degenen aan wie jullie gehoorzaamden, buiten God,
وقيل لهم اين ما كنتم تعبدون من دون الله
helpen zij jullie, of helpen zij zichzelf?”
هل ينصرونكم او ينتصرون
Zij zullen daarin ondersteboven worden gestort, zij en de dolenden, en de legers van Iblis, allen tezamen.
فكبكبوا فيها هم والغاون وجنود ابليس اجمعون
Zij zullen zeggen, terwijl zij daarin twisten: “Bij God, wij waren voorzeker in een klaarblijkelijke dwaling, toen wij jullie op gelijke rang stelden met de Voogd van alle wezens.
قالوا وهم فيها يختصمون تالله ان كنا لفي ضلل مبين اذ نسويكم برب العلمين
En het zijn slechts de afgezonderden die ons hebben doen dwalen.
وما اضلنا الا المجرمون
Wij hebben dus noch voorsprekers, noch een warme vriend.
فما لنا من شفعين ولا صديق حميم
Hadden wij maar een revanche, dan zouden wij tot de gelovenden behoren!”
فلو ان لنا كرة فنكون من المومنين
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
Het volk van Noeh ontkende de gezondenen, toen hun broer Noeh tot hen zei: “Behoeden jullie je niet? Ik ben gewis voor jullie een gezant van vertrouwen.
كذبت قوم نوح المرسلين اذ قال لهم اخوهم نوح الا تتقون اني لكم رسول امين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning;
وما اسلكم عليه من اجر
mijn beloning berust slechts bij de Voogd van alle wezens.
ان اجري الا على رب العلمين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.”
فاتقوا الله واطيعون
Zij zeiden: “Zullen wij jou krediet verlenen terwijl het de laagsten zijn die jou zijn gevolgd?”
قالوا انومن لك واتبعك الارذلون
Hij zei: “Wat weet ik van wat zij deden?
قال وما علمي بما كانوا يعملون
Hun rekening berust slechts bij mijn Voogd, indien jullie het maar voelden.
ان حسابهم الا على ربي لو تشعرون
En ik behoor niet tot hen die de gelovenden afwijzen; ik ben slechts een uitdrukkelijke waarschuwer.”
وما انا بطارد المومنين ان انا الا نذير مبين
Zij zeiden: “Indien jij niet ophoudt, o Noeh, zul jij voorzeker tot de verbannenen behoren.”
قالوا لين لم تنته ينوح لتكونن من المرجومين
Hij zei: “Mijn Voogd, mijn volk heeft mij gewis ontkend. Open dus tussen mij en hen een opening, en red mij samen met hen van de gelovenden die met mij zijn.”
قال رب ان قومي كذبون فافتح بيني وبينهم فتحا ونجني ومن معي من المومنين
Wij redden hem dus, hem en hen die met hem waren, in het geladen vaartuig.
فانجينه ومن معه في الفلك المشحون
Vervolgens deden Wij daarna degenen die overbleven verdrinken.
ثم اغرقنا بعد الباقين
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
De Aad ontkenden de gezondenen, toen hun broer Hoed tot hen zei: “Behoeden jullie je niet? Ik ben gewis voor jullie een gezant van vertrouwen.
كذبت عاد المرسلين اذ قال لهم اخوهم هود الا تتقون اني لكم رسول امين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning;
وما اسلكم عليه من اجر
mijn beloning berust slechts bij de Voogd van alle wezens.
ان اجري الا على رب العلمين
Bouwen jullie op elke heuvel een teken, voor het spel, en nemen jullie fabrieken in de hoop eeuwig te blijven, en wanneer jullie grijpen, grijpen jullie als tirannen?
اتبنون بكل ريع ءاية تعبثون وتتخذون مصانع لعلكم تخلدون واذا بطشتم بطشتم جبارين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En behoed jullie voor Hem die jullie heeft uitgerust met wat jullie weten: Hij heeft jullie uitgerust met vee, zonen, tuinen en bronnen,
واتقوا الذي امدكم بما تعلمون امدكم بانعم وبنين وجنت وعيون
want ik vrees voor jullie de pijn van een ontzaglijke dag.”
اني اخاف عليكم عذاب يوم عظيم
Zij zeiden: “Het is ons gelijk, of jij nu vermaant of niet tot hen behoort die vermanen; dit is slechts de aard van de ouden, en ons zal geen pijn opgelegd worden.”
قالوا سواء علينا اوعظت ام لم تكن من الوعظين ان هذا الا خلق الاولين وما نحن بمعذبين
Zij ontkenden hem dus, en Wij roeiden hen uit.
فكذبوه فاهلكنهم
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
De Thamoed ontkenden de gezondenen, toen hun broer Salih tot hen zei: “Behoeden jullie je niet? Ik ben gewis voor jullie een gezant van vertrouwen.
كذبت ثمود المرسلين اذ قال لهم اخوهم صلح الا تتقون اني لكم رسول امين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning;
وما اسلكم عليه من اجر
mijn beloning berust slechts bij de Voogd van alle wezens.
ان اجري الا على رب العلمين
Zal men jullie hier in veiligheid laten, te midden van tuinen en bronnen, en akkers en palmen met een smeltende spatha, terwijl jullie huizen uithouwen in de bergen, als bekwame deskundigen?
اتتركون في ما ههنا ءامنين في جنت وعيون وزروع ونخل طلعها هضيم وتنحتون من الجبال بيوتا فرهين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En voeg jullie niet naar het bevel van de buitensporigen, die bederf zaaien op de aarde en niets saneren.”
ولا تطيعوا امر المسرفين الذين يفسدون في الارض ولا يصلحون
Zij zeiden: “Jij behoort slechts tot hen die door de begoocheling zijn misleid; jij bent slechts een sterveling zoals wij; breng dus een teken, indien jij tot de waarachtigen behoort.”
قالوا انما انت من المسحرين ما انت الا بشر مثلنا فات باية ان كنت من الصدقين
Hij zei: “Hier is een kamelin; zij heeft een drinkbeurt,
قال هذه ناقة لها شرب
en jullie hebben een drinkbeurt op een bekende dag.
ولكم شرب يوم معلوم
En raak haar met geen enkel kwaad aan, anders zou de pijn van een ontzaglijke dag jullie grijpen.”
ولا تمسوها بسوء فياخذكم عذاب يوم عظيم
Zij verminkten haar toch, vervolgens bevonden zij zich vol spijt, en de pijn greep hen.
فعقروها فاصبحوا ندمين فاخذهم العذاب
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
Het volk van Loet ontkende de gezondenen, toen hun broer Loet tot hen zei: “Behoeden jullie je niet? Ik ben gewis voor jullie een gezant van vertrouwen.
كذبت قوم لوط المرسلين اذ قال لهم اخوهم لوط الا تتقون اني لكم رسول امين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning;
وما اسلكم عليه من اجر
mijn beloning berust slechts bij de Voogd van alle wezens.
ان اجري الا على رب العلمين
Komen jullie bij de mannelijken, onder alle wezens, en laten jullie achter wat jullie Voogd voor jullie als echtgenoten heeft geschapen?
اتاتون الذكران من العلمين وتذرون ما خلق لكم ربكم من ازوجكم
Jullie zijn veeleer een volk dat de grenzen overschrijdt.”
بل انتم قوم عادون
Zij zeiden: “Indien jij niet ophoudt, o Loet, zul jij voorzeker tot de uitgewezenen behoren.”
قالوا لين لم تنته يلوط لتكونن من المخرجين
Hij zei: “Ik behoor gewis tot hen die jullie handelwijze verfoeien.
قال اني لعملكم من القالين
Mijn Voogd, red mij, evenals mijn familie, van wat zij doen.”
رب نجني واهلي مما يعملون
Wij redden hem dus, hem en de zijnen, allen, behalve een oude vrouw onder hen die talmden; vervolgens vernietigden Wij de anderen.
فنجينه واهله اجمعين الا عجوزا في الغبرين ثم دمرنا الءاخرين
En Wij deden over hen een regen regenen;
وامطرنا عليهم مطرا
wat een slechte regen, die van hen die gewaarschuwd waren!
فساء مطر المنذرين
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
De metgezellen van het Struikgewas ontkenden de gezondenen, toen Sjoe'aib tot hen zei: “Behoeden jullie je niet? Ik ben gewis voor jullie een gezant van vertrouwen.
كذب اصحب ليكة المرسلين اذ قال لهم شعيب الا تتقون اني لكم رسول امين
Behoed jullie dus voor God en voeg jullie naar mij.
فاتقوا الله واطيعون
En ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning;
وما اسلكم عليه من اجر
mijn beloning berust slechts bij de Voogd van alle wezens.
ان اجري الا على رب العلمين
Geef getrouw de maat,
اوفوا الكيل
en behoor niet tot hen die doen verliezen.
ولا تكونوا من المخسرين
En weeg met de rechte precisiewaag,
وزنوا بالقسطاس المستقيم
en benadeel de mensen niet in hun dingen,
ولا تبخسوا الناس اشياءهم
en zaai geen wanorde op de aarde als bedervers.
ولا تعثوا في الارض مفسدين
En behoed jullie voor Hem die jullie heeft geschapen, jullie en de menigte van de eersten.”
واتقوا الذي خلقكم والجبلة الاولين
Zij zeiden: “Jij behoort slechts tot hen die door de begoocheling zijn misleid; jij bent slechts een sterveling zoals wij, en wij vermoeden jou voorzeker tot de leugenaars te behoren. Doe dus op ons een fragment van de hemel neerstorten, indien jij tot de waarachtigen behoort.”
قالوا انما انت من المسحرين وما انت الا بشر مثلنا وان نظنك لمن الكذبين فاسقط علينا كسفا من السماء ان كنت من الصدقين
Hij zei: “Mijn Voogd weet het best wat jullie doen.”
قال ربي اعلم بما تعملون
Zij ontkenden hem dus, en de pijn van de dag van het baldakijn greep hen.
فكذبوه فاخذهم عذاب يوم الظلة
Dat was de pijn van een ontzaglijke dag.
انه كان عذاب يوم عظيم
Daarin is voorzeker een teken.
ان في ذلك لءاية
Maar de meesten onder hen zijn geen gelovenden.
وما كان اكثرهم مومنين
En je Voogd is voorzeker de Almachtige, de Welwillende.
وان ربك لهو العزيز الرحيم
En dit is voorzeker wel een neerdaling afkomstig van de Voogd van alle wezens.
وانه لتنزيل رب العلمين
De Toestroom van vertrouwen is met haar neergedaald, op je kern, opdat jij tot de waarschuwers behoort, in een onberispelijke, uitdrukkelijke taal.
نزل به الروح الامين على قلبك لتكون من المنذرين بلسان عربي مبين
En dit bevindt zich voorzeker in de Formularia van de ouden.
وانه لفي زبر الاولين
Is het niet voor hen een teken, dat de geleerden van de zonen van Israël het weten?
اولم يكن لهم ءاية ان يعلمه علموا بني اسرءيل
En indien Wij haar hadden doen neerdalen op een van hen wier taal niet onberispelijk is, en hij haar hun had voorgelezen, zouden zij er niet in hebben geloofd.
ولو نزلنه على بعض الاعجمين فقراه عليهم ما كانوا به مومنين
Zo hebben Wij haar in de kernen van de afgezonderden ingevoerd; zij zullen er niet in geloven totdat zij de schrijnende pijn zien, die hun onverhoeds zal komen, zonder dat zij haar voelen, en zij zullen dan zeggen: “Zal ons uitstel verleend worden?”
كذلك سلكنه في قلوب المجرمين لا يومنون به حتى يروا العذاب الاليم فياتيهم بغتة وهم لا يشعرون فيقولوا هل نحن منظرون
Is het dus Onze pijn die zij trachten te verhaasten?
افبعذابنا يستعجلون
Zie je? Indien Wij hun jarenlang genieting hebben gegund, en vervolgens wat hun beloofd werd hun is gekomen, waartoe zal die genieting die hun gegund werd hun hebben gediend?
افرءيت ان متعنهم سنين ثم جاءهم ما كانوا يوعدون ما اغنى عنهم ما كانوا يمتعون
En Wij hebben geen enkele stad uitgeroeid zonder dat zij waarschuwers had gehad, als herinnering;
وما اهلكنا من قرية الا لها منذرون ذكرى
en Wij zijn nooit onrechtvaardig geweest.
وما كنا ظلمين
En het zijn niet de Afleiders die ermee zijn neergedaald; dat past hun niet, en zij kunnen het niet.
وما تنزلت به الشيطين وما ينبغي لهم وما يستطيعون
Zij zijn voorzeker afgewend van elk luisteren.
انهم عن السمع لمعزولون
Roep dus met God geen andere godheid aan, anders zou jij behoren tot hen die pijn opgelegd krijgen.
فلا تدع مع الله الها ءاخر فتكون من المعذبين
En waarschuw je naaste huisgenoten, en laat je vleugel zakken voor hen die jou volgen, onder de gelovenden.
وانذر عشيرتك الاقربين واخفض جناحك لمن اتبعك من المومنين
Indien zij je ongehoorzaam zijn, zeg dan: “Ik ben gewis ontheven van wat jullie doen.”
فان عصوك فقل اني بريء مما تعملون
En verleen lastgeving aan de Almachtige, aan de Welwillende, Hij die jou ziet wanneer jij staat, en je heen en weer gaan onder hen die zich neerwerpen.
وتوكل على العزيز الرحيم الذي يرىك حين تقوم وتقلبك في السجدين
Gewis is Hij het, de Alhorende, de Alwetende.
انه هو السميع العليم
Zal ik jullie berichten over degenen op wie de Afleiders neerdalen? Zij dalen neer op elke verstokte vermommer, beladen met overtredingen. Zij gaan luisteren, en de meesten onder hen zijn leugenaars.
هل انبيكم على من تنزل الشيطين تنزل على كل افاك اثيم يلقون السمع واكثرهم كذبون
En de verleidelijke redenaars, het zijn de dolenden die hen volgen.
والشعراء يتبعهم الغاون
Heb je niet gezien dat zij ijlen in elke vallei, en dat zij zeggen wat zij nooit doen?
الم تر انهم في كل واد يهيمون وانهم يقولون ما لا يفعلون
behalve zij die geloofd hebben, de deugdelijke werken hebben verricht, zich God overvloedig hebben herinnerd, en zichzelf hebben geholpen nadat men hun onrecht had aangedaan;
الا الذين ءامنوا وعملوا الصلحت وذكروا الله كثيرا وانتصروا من بعد ما ظلموا
en zij die onrecht hebben gepleegd, zullen weldra weten tot welke kentering hun rechtsomkeert zal uitlopen.
وسيعلم الذين ظلموا اى منقلب ينقلبون