Naar de inhoud
القرآنal-quran.fr
Menu
100%
القرآن

الانعام

Al-An'am

The Guardian of Every Thing

Soera 6 · 165 verzen

بسم الله الرحمن الرحيم

In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.

6:1

Lof zij God, die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en de duisternissen en het licht gemaakt heeft; toch stellen zij die verloochenen tegenwichten tegenover hun Voogd.

الحمد لله الذي خلق السموت والارض وجعل الظلمت والنور ثم الذين كفروا بربهم يعدلون

6:2

Hij is het die jullie uit klei geschapen heeft, en daarna een termijn bepaald heeft –

هو الذي خلقكم من طين ثم قضى اجلا

6:2

en een genoemde termijn, bij Hem.

واجل مسمى عنده

6:2

Toch treden jullie nog in controverse.

ثم انتم تمترون

En Hij is God,

وهو الله

in de hemelen en op aarde; Hij kent jullie geheim en wat jullie hardop zeggen, en Hij weet wat jullie verwerven.

في السموت وفي الارض يعلم سركم وجهركم ويعلم ما تكسبون

Geen enkel teken, van de tekenen van hun Voogd, komt tot hen zonder dat zij zich eraan onttrekken.

وما تاتيهم من ءاية من ءايت ربهم الا كانوا عنها معرضين

Zij hebben dus de waarheid ontkend, toen zij tot hen kwam;

فقد كذبوا بالحق لما جاءهم

de berichten over wat zij hoonden zullen hen weldra bereiken.

فسوف ياتيهم انبوا ما كانوا به يستهزءون

Zien zij niet hoeveel generaties Wij vóór hen vernietigd hebben, die Wij op aarde gevestigd hadden zoals Wij jullie niet gevestigd hebben,

الم يروا كم اهلكنا من قبلهم من قرن مكنهم في الارض ما لم نمكن لكم

en aan wie Wij de hemel, stromend, gezonden hebben,

وارسلنا السماء عليهم مدرارا

en Wij hebben de rivieren onder hen doen stromen; daarna hebben Wij hen vernietigd voor hun vergrijpen,

وجعلنا الانهر تجري من تحتهم فاهلكنهم بذنوبهم

en Wij hebben na hen een andere generatie doen ontstaan.

وانشانا من بعدهم قرنا ءاخرين

6:7

En als Wij een schrift op een perkament naar jou hadden doen neerdalen, en zij het met hun handen hadden aangeraakt, zouden zij die verloochenen zeker gezegd hebben: “Dit is niets dan een klaarblijkelijke begoocheling.”

ولو نزلنا عليك كتبا في قرطاس فلمسوه بايديهم لقال الذين كفروا ان هذا الا سحر مبين

6:8

En zij zeggen: “Waarom heeft men geen Gemachtigde op hem doen neerdalen!”

وقالوا لولا انزل عليه ملك

6:8

En als Wij een Gemachtigde hadden doen neerdalen, zou de zaak reeds beslist zijn, en hun zou geen uitstel verleend worden.

ولو انزلنا ملكا لقضي الامر ثم لا ينظرون

6:9

En als Wij er een Gemachtigde van gemaakt hadden, zouden Wij er een man van gemaakt hebben, en Wij zouden voor hen door elkaar gehaald hebben wat zijzelf door elkaar halen.

ولو جعلنه ملكا لجعلنه رجلا وللبسنا عليهم ما يلبسون

Gezanten zijn gewis vóór jou gehoond; wat zij hoonden, omhulde toen degenen onder hen die spotten.

ولقد استهزي برسل من قبلك فحاق بالذين سخروا منهم ما كانوا به يستهزءون

Zeg: “Doorkruis de aarde, en kijk dan wat het einde was van hen die ontkenden.”

قل سيروا في الارض ثم انظروا كيف كان عقبة المكذبين

6:12

Zeg: “Aan wie behoort wat in de hemelen en op aarde is?” Zeg: “Aan God.

قل لمن ما في السموت والارض قل لله

6:12

Hij heeft Zichzelf de welwillendheid voorgeschreven.

كتب على نفسه الرحمة

6:12

Voorzeker zal Hij jullie bijeenbrengen op de Dag van het Verschijnen, waaraan geen twijfel is.

ليجمعنكم الى يوم القيمة لا ريب فيه

Zij die het verlies van hun Zelf veroorzaakt zullen hebben, dat zijn zij die niet geloven.”

الذين خسروا انفسهم فهم لا يومنون

En aan Hem behoort toe wat rust in de nacht en de dag;

وله ما سكن في اليل والنهار

en Hij is de Alhorende, de Alwetende.

وهو السميع العليم

6:14

Zeg: “Zou ik een beschermer nemen buiten God, de Oorsprong van de hemelen en de aarde,

قل اغير الله اتخذ وليا فاطر السموت والارض

6:14

Hij is het die voedt en niet gevoed wordt.”

وهو يطعم ولا يطعم

Zeg: “Mij is bevolen de eerste te zijn van hen die integer zijn tegenover God”,

قل اني امرت ان اكون اول من اسلم

en behoor nooit tot hen die associëren.

ولا تكونن من المشركين

Zeg: “Ik vrees gewis, als ik ongehoorzaam ben aan mijn Voogd, de pijn van een ontzaglijke dag.”

قل اني اخاف ان عصيت ربي عذاب يوم عظيم

Wie er die dag van afgewend is, aan hem zal Hij welwillendheid betoond hebben,

من يصرف عنه يوميذ فقد رحمه

en dat is de klaarblijkelijke triomf.

وذلك الفوز المبين

En als God je met schade raakt, kan niemand je ervan verlichten dan Hij;

وان يمسسك الله بضر فلا كاشف له الا هو

en als Hij je met een goed raakt, is Hij tot alles in staat.

وان يمسسك بخير فهو على كل شىء قدير

Hij heerst boven Zijn gehoorzamen,

وهو القاهر فوق عباده

en Hij is de Wijze, de Intieme Kenner.

وهو الحكيم الخبير

6:19

Zeg: “Welk ding is het grootst in getuigenis?” Zeg: “God,

قل اى شىء اكبر شهدة قل الله

6:19

getuige tussen mij en jullie.

شهيد بيني وبينكم

6:19

En deze Lezing is mij geopenbaard opdat ik jullie erdoor waarschuw, alsook wie zij ook bereikt.

واوحي الى هذا القرءان لانذركم به ومن بلغ

Getuigen jullie werkelijk dat er, met God, andere godheden zijn?” Zeg: “Ik getuig niet.”

اينكم لتشهدون ان مع الله ءالهة اخرى قل لا اشهد

Zeg: “Hij is slechts één enige godheid,

قل انما هو اله وحد

en ik ben gewis vrij van wat jullie associëren.”

وانني بريء مما تشركون

6:20

Zij aan wie Wij de Schrift gegeven hebben, herkennen het zoals zij hun eigen zonen herkennen;

الذين ءاتينهم الكتب يعرفونه كما يعرفون ابناءهم

zij die het verlies van hun Zelf veroorzaakt zullen hebben, dat zijn zij die niet geloven.

الذين خسروا انفسهم فهم لا يومنون

En wie is dan onrechtvaardiger dan wie een leugen tegen God verzint, of Zijn tekenen ontkent?

ومن اظلم ممن افترى على الله كذبا او كذب بايته

De onrechtvaardigen slagen gewis niet.

انه لا يفلح الظلمون

En de dag waarop Wij hen allen zullen verzamelen, en daarna zullen zeggen tegen hen die geassocieerd hebben: “Waar zijn jullie geassocieerden, die jullie beweerden?”

ويوم نحشرهم جميعا ثم نقول للذين اشركوا اين شركاوكم الذين كنتم تزعمون

Daarna zal hun enige beproeving geweest zijn te zeggen: “Bij God, onze Voogd, wij behoorden niet tot hen die associëren.”

ثم لم تكن فتنتهم الا ان قالوا والله ربنا ما كنا مشركين

Kijk hoe zij liegen tegen zichzelf! En wat zij verzonnen, zal ver van hen gedwaald hebben.

انظر كيف كذبوا على انفسهم وضل عنهم ما كانوا يفترون

En onder hen zijn er die naar je luisteren,

ومنهم من يستمع اليك

6:25

maar Wij hebben over hun kernen omhulsels geplaatst, opdat zij het niet begrijpen, en in hun oren een doofheid.

وجعلنا على قلوبهم اكنة ان يفقهوه وفي ءاذانهم وقرا

En zelfs al zagen zij elk teken, zij zouden er niet in geloven,

وان يروا كل ءاية لا يومنوا بها

zozeer dat, wanneer zij bij je komen om te debatteren, zij die verloochenen zeggen: “Dit zijn slechts legenden van de ouden.”

حتى اذا جاءوك يجدلونك يقول الذين كفروا ان هذا الا اسطير الاولين

En zij verbieden het, en zij verwijderen zich ervan;

وهم ينهون عنه وينون عنه

en zij vernietigen slechts zichzelf, zonder het te voelen.

وان يهلكون الا انفسهم وما يشعرون

6:27

En als je zag, wanneer zij voor het Vuur geplaatst zullen worden, en zullen zeggen: “Ach, werden wij maar teruggebracht,

ولو ترى اذ وقفوا على النار فقالوا يليتنا نرد

6:27

en wij zullen de tekenen van onze Voogd niet meer ontkennen, en wij zullen tot de gelovenden behoren!”

ولا نكذب بايت ربنا ونكون من المومنين

6:28

Nee! Wat zij voordien verhulden, is hun gebleken.

بل بدا لهم ما كانوا يخفون من قبل

6:28

En als zij teruggebracht werden, zouden zij zeker herhalen wat hun verboden was,

ولو ردوا لعادوا لما نهوا عنه

6:28

en zij zijn voorzeker leugenaars.

وانهم لكذبون

En zij zeggen: “Er is slechts ons leven hienieden, en wij zullen niet opgewekt worden.”

وقالوا ان هي الا حياتنا الدنيا وما نحن بمبعوثين

En als je zag, wanneer zij voor hun Voogd geplaatst zullen worden! Hij zal zeggen: “Is dit niet de waarheid?”

ولو ترى اذ وقفوا على ربهم قال اليس هذا بالحق

Zij zullen zeggen: “Jawel, bij onze Voogd!”

قالوا بلى وربنا

Hij zal zeggen: “Proef dus de pijn, omdat jullie verloochend hebben.”

قال فذوقوا العذاب بما كنتم تكفرون

Zij zijn verliezers, zij die de ontmoeting met God ontkend hebben, zozeer dat, wanneer het Uur onverhoeds tot hen komt, zij zeggen: “Wat een troosteloosheid voor ons, om wat wij erin verwaarloosd hebben!” Zij zullen hun lasten op hun rug dragen.

قد خسر الذين كذبوا بلقاء الله حتى اذا جاءتهم الساعة بغتة قالوا يحسرتنا على ما فرطنا فيها وهم يحملون اوزارهم على ظهورهم

Hoe slecht is de last die zij dragen!

الا ساء ما يزرون

Het leven hienieden is slechts spel en verstrooiing;

وما الحيوة الدنيا الا لعب ولهو

en het laatste verblijf is gewis beter voor hen die zich behoeden.

وللدار الءاخرة خير للذين يتقون

Redeneren jullie dan niet?

افلا تعقلون

6:33

Wij zullen gewis weten dat wat zij zeggen je voorzeker bedroeft;

قد نعلم انه ليحزنك الذي يقولون

6:33

doch niet jou ontkennen zij,

فانهم لا يكذبونك

6:33

maar het zijn de tekenen van God die de onrechtvaardigen halsstarrig betwisten.

ولكن الظلمين بايت الله يجحدون

Gezanten zijn gewis ontkend vóór jou; ontkend en lastiggevallen hebben zij geduld gehad totdat Onze hulp tot hen kwam.

ولقد كذبت رسل من قبلك فصبروا على ما كذبوا واوذوا حتى اتىهم نصرنا

En niemand kan de woorden van God veranderen.

ولا مبدل لكلمت الله

Een deel van het bericht van de gezondenen heeft je gewis bereikt.

ولقد جاءك من نباي المرسلين

6:35

En als hun ontwijking op je weegt, zoek dan, als je daartoe het vermogen hebt, een tunnel in de aarde, of een ladder in de hemel, om hun een teken te brengen.

وان كان كبر عليك اعراضهم فان استطعت ان تبتغي نفقا في الارض او سلما في السماء فتاتيهم باية

6:35

En als het God behaagd had, zou Hij hen op de leiding bijeengebracht hebben;

ولو شاء الله لجمعهم على الهدى

6:35

behoor dus nooit tot de onwetenden.

فلا تكونن من الجهلين

Slechts zij die horen, antwoorden.

انما يستجيب الذين يسمعون

Wat de doden betreft, God zal hen opwekken,

والموتى يبعثهم الله

daarna is het tot Hem dat zij teruggebracht zullen worden.

ثم اليه يرجعون

En zij zeggen: “Waarom heeft men geen teken van zijn Voogd op hem doen neerdalen!”

وقالوا لولا نزل عليه ءاية من ربه

Zeg: “God is gewis in staat een teken te doen neerdalen”,

قل ان الله قادر على ان ينزل ءاية

maar de meesten van hen weten het niet.

ولكن اكثرهم لا يعلمون

6:38

Er is geen wezen dat zich beweegt op de aarde, noch een vogel die met zijn twee vleugels vliegt, die geen gemeenschappen vormt soortgelijk aan jullie.

وما من دابة في الارض ولا طير يطير بجناحيه الا امم امثالكم

6:38

Wij hebben niets verwaarloosd van de Codex.

ما فرطنا في الكتب من شىء

Daarna worden zij tot hun Voogd verzameld.

ثم الى ربهم يحشرون

En zij die Onze tekenen ontkend hebben, zijn doof en stom, in de duisternissen.

والذين كذبوا بايتنا صم وبكم في الظلمت

Wie het God behaagt te doen dwalen, die doet Hij dwalen;

من يشا الله يضلله

en wie het Hem behaagt, die plaatst Hij op een rechtlijnig pad.

ومن يشا يجعله على صرط مستقيم

Zeg: “Zien jullie het? Als de pijn van God tot jullie kwam, of als het Uur tot jullie kwam, zouden jullie dan een ander dan God aanroepen, als jullie waarachtig zijn?”

قل ارءيتكم ان اتىكم عذاب الله او اتتكم الساعة اغير الله تدعون ان كنتم صدقين

In werkelijkheid is het Hem die jullie zouden aanroepen; Hij zou jullie dan verlichten, als het Hem behaagde, van datgene waarvoor jullie Hem aanriepen, en jullie zouden vergeten wat jullie associëren.

بل اياه تدعون فيكشف ما تدعون اليه ان شاء وتنسون ما تشركون

Wij hebben gewis gezonden naar gemeenschappen vóór jou, en Wij hebben hen gegrepen door tegenspoed en schade, misschien zouden zij smeken.

ولقد ارسلنا الى امم من قبلك فاخذنهم بالباساء والضراء لعلهم يتضرعون

Hadden zij maar gesmeekt, toen Onze strengheid tot hen kwam!

فلولا اذ جاءهم باسنا تضرعوا

6:43

Maar hun kernen verhardden, en de Afleider verfraaide hun wat zij deden.

ولكن قست قلوبهم وزين لهم الشيطن ما كانوا يعملون

Daarna, toen zij vergaten waaraan men hen herinnerd had, openden Wij over hen de poorten van alles,

فلما نسوا ما ذكروا به فتحنا عليهم ابوب كل شىء

zozeer dat, toen zij zich verheugden over wat hun gegeven was, Wij hen onverhoeds grepen, en daar zijn zij, wanhopig.

حتى اذا فرحوا بما اوتوا اخذنهم بغتة فاذا هم مبلسون

6:45

Zo werd het laatste overblijfsel van het volk dat onrechtvaardig was geweest, afgesneden.

فقطع دابر القوم الذين ظلموا

6:45

En lof zij God, Voogd van alle wezens.

والحمد لله رب العلمين

Zeg: “Zien jullie het? Als God jullie gehoor en jullie gezichtsvermogen nam, en jullie kernen verzegelde, welke godheid, anders dan God, zou ze jullie teruggeven?”

قل ارءيتم ان اخذ الله سمعكم وابصركم وختم على قلوبكم من اله غير الله ياتيكم به

Kijk hoe Wij de tekenen diversifiëren, en toch onttrekken zij zich eraan.

انظر كيف نصرف الءايت ثم هم يصدفون

Zeg: “Zien jullie het? Als de pijn van God tot jullie kwam, onverhoeds of openlijk, wie zou vernietigd worden dan het onrechtvaardige volk?”

قل ارءيتكم ان اتىكم عذاب الله بغتة او جهرة هل يهلك الا القوم الظلمون

Wij zenden de gezondenen slechts als aankondigers en waarschuwers.

وما نرسل المرسلين الا مبشرين ومنذرين

Wie gelooft en zich saneert, geen vrees over hen, en zij zullen niet bedroefd zijn.

فمن ءامن واصلح فلا خوف عليهم ولا هم يحزنون

En zij die Onze tekenen ontkend hebben, hen zal de pijn raken, omdat zij de grenzen overschreden hebben.

والذين كذبوا بايتنا يمسهم العذاب بما كانوا يفسقون

6:50

Zeg: “Ik zeg jullie niet dat ik bij mij de reserves van God heb, noch dat ik ken wat de zintuigen ontgaat, noch zeg ik jullie dat ik een Gemachtigde ben;

قل لا اقول لكم عندي خزاين الله ولا اعلم الغيب ولا اقول لكم اني ملك

ik volg slechts wat mij geopenbaard wordt.”

ان اتبع الا ما يوحى الى

Zeg: “Zijn de blinde en de ziende gelijk?”

قل هل يستوي الاعمى والبصير

Denken jullie dus niet na?

افلا تتفكرون

En waarschuw erdoor hen die vrezen tot hun Voogd verzameld te worden – zij hebben, buiten Hem, geen beschermer noch voorspreker – misschien zullen zij zich behoeden.

وانذر به الذين يخافون ان يحشروا الى ربهم ليس لهم من دونه ولي ولا شفيع لعلهم يتقون

6:52

En wijs hen niet af die hun Voogd aanroepen, ochtend en avond, Zijn richting beogend. Er rust op jou niets van hun rekening, en er rust op hen niets van jouw rekening, opdat jij hen afwijst en dan tot de onrechtvaardigen behoort.

ولا تطرد الذين يدعون ربهم بالغدوة والعشي يريدون وجهه ما عليك من حسابهم من شىء وما من حسابك عليهم من شىء فتطردهم فتكون من الظلمين

6:53

En zo hebben Wij de enen door de anderen beproefd, opdat zij zeggen: “Zijn dit zij die God onder ons begunstigd heeft?”

وكذلك فتنا بعضهم ببعض ليقولوا اهولاء من الله عليهم من بيننا

6:53

Weet God niet het best wie dankbaar zijn?

اليس الله باعلم بالشكرين

En wanneer zij die in Onze tekenen geloven bij je komen, zeg: “Vrede over jullie.

واذا جاءك الذين يومنون بايتنا فقل سلم عليكم

Jullie Voogd heeft Zichzelf de welwillendheid voorgeschreven: wie onder jullie een kwaad begaat uit onwetendheid, daarna, na die daad, berouw heeft en zich saneert – Hij is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.”

كتب ربكم على نفسه الرحمة انه من عمل منكم سوءا بجهلة ثم تاب من بعده واصلح فانه غفور رحيم

6:55

Zo detailleren Wij de tekenen, opdat de weg van de afgezonderden duidelijk wordt.

وكذلك نفصل الءايت ولتستبين سبيل المجرمين

Zeg: “Het is mij gewis verboden te gehoorzamen aan hen die jullie aanroepen buiten God.”

قل اني نهيت ان اعبد الذين تدعون من دون الله

6:56

Zeg: “Ik volg jullie emoties niet;

قل لا اتبع اهواءكم

dan zou ik dwalend zijn, en ik zou niet behoren tot hen die zich laten leiden.”

قد ضللت اذا وما انا من المهتدين

Zeg: “Ik steun gewis op een duidelijk bewijs van mijn Voogd, en jullie hebben het ontkend.

قل اني على بينة من ربي وكذبتم به

Ik heb niet bij mij wat jullie zoeken te verhaasten.

ما عندي ما تستعجلون به

Het oordeel behoort alleen aan God toe.

ان الحكم الا لله

6:57

Hij decreteert de waarheid,

يقص الحق

en Hij is de voortreffelijkste van hen die de scheiding maken.”

وهو خير الفصلين

Zeg: “Als ik bij mij had wat jullie zoeken te verhaasten, zou de zaak reeds beslist zijn tussen mij en jullie.”

قل لو ان عندي ما تستعجلون به لقضي الامر بيني وبينكم

God kent de onrechtvaardigen het best.

والله اعلم بالظلمين

6:59

En Hij heeft bij Zich de sleutels van wat de zintuigen ontgaat: niemand kent ze, uitgezonderd Hij.

وعنده مفاتح الغيب لا يعلمها الا هو

6:59

En Hij weet wat op het vasteland en in de zee is.

ويعلم ما في البر والبحر

6:59

Geen blad valt of Hij weet het; geen korrel, in de duisternissen van de aarde, niets vochtigs of droogs, dat niet in een uitdrukkelijk register is.

وما تسقط من ورقة الا يعلمها ولا حبة في ظلمت الارض ولا رطب ولا يابس الا في كتب مبين

Hij is het die jullie getrouw in bewaring houdt, 's nachts, en weet wat jullie overdag bedreven hebben, daarna wekt Hij jullie erin op, opdat een genoemde termijn ten einde loopt;

وهو الذي يتوفىكم باليل ويعلم ما جرحتم بالنهار ثم يبعثكم فيه ليقضى اجل مسمى

daarna is het tot Hem dat jullie terugkeer zal zijn, en Hij zal jullie berichten over wat jullie deden.

ثم اليه مرجعكم ثم ينبيكم بما كنتم تعملون

Hij heerst boven Zijn gehoorzamen,

وهو القاهر فوق عباده

en Hij zendt over jullie bewaarders,

ويرسل عليكم حفظة

zozeer dat, wanneer de dood bij een van jullie komt, Onze gezondenen hem getrouw in bewaring houden, zonder nalatigheid.

حتى اذا جاء احدكم الموت توفته رسلنا وهم لا يفرطون

Daarna worden zij tot God teruggebracht, hun ware naaste Garant.

ثم ردوا الى الله مولىهم الحق

Is het niet aan Hem dat het oordeel toebehoort?

الا له الحكم

Hij is de vlugste van hen die de rekeningen bijhouden.

وهو اسرع الحسبين

6:63

Zeg: “Wie redt jullie uit de duisternissen van het vasteland en van de zee?” – jullie roepen Hem aan smekend en in het geheim: “Als U ons hiervan redt, zullen wij voorzeker tot de dankbaren behoren.”

قل من ينجيكم من ظلمت البر والبحر تدعونه تضرعا وخفية لين انجىنا من هذه لنكونن من الشكرين

Zeg: “God redt jullie ervan, alsook van elke nood; toch associëren jullie.”

قل الله ينجيكم منها ومن كل كرب ثم انتم تشركون

Zeg: “Hij is in staat over jullie een pijn op te wekken, van boven jullie of van onder jullie voeten, of jullie in facties te verwarren, en de enen het geweld van de anderen te doen proeven.”

قل هو القادر على ان يبعث عليكم عذابا من فوقكم او من تحت ارجلكم او يلبسكم شيعا ويذيق بعضكم باس بعض

Kijk hoe Wij de tekenen diversifiëren, misschien zullen zij begrijpen.

انظر كيف نصرف الءايت لعلهم يفقهون

Doch jouw volk heeft haar ontkend, terwijl zij de waarheid is.

وكذب به قومك وهو الحق

6:66

Zeg: “Ik ben voor jullie geen lasthebber.

قل لست عليكم بوكيل

Elk bericht heeft zijn stabiele plaats,

لكل نبا مستقر

en jullie zullen weldra weten.”

وسوف تعلمون

En wanneer je hen ziet die zich onderdompelen in Onze tekenen, ontwijk hen, totdat zij zich onderdompelen in een andere rede.

واذا رايت الذين يخوضون في ءايتنا فاعرض عنهم حتى يخوضوا في حديث غيره

6:68

En als de Afleider je doet vergeten, blijf dan niet zitten, na deze herinnering, bij het onrechtvaardige volk.

واما ينسينك الشيطن فلا تقعد بعد الذكرى مع القوم الظلمين

En er rust niets van hun rekening op hen die zich behoeden,

وما على الذين يتقون من حسابهم من شىء

behalve een herinnering, misschien zullen zij zich behoeden.

ولكن ذكرى لعلهم يتقون

En laat hen achter die hun Wet tot verstrooiing en tot spel genomen hebben, en die het leven hienieden bedrogen heeft.

وذر الذين اتخذوا دينهم لعبا ولهوا وغرتهم الحيوة الدنيا

En herinner erdoor, uit vrees dat een Zelf wordt uitgeleverd voor wat het verworven heeft, zonder buiten God een beschermer noch voorspreker te hebben;

وذكر به ان تبسل نفس بما كسبت ليس لها من دون الله ولي ولا شفيع

en zelfs al bood het elke compensatie aan, zij zou niet van hem genomen worden.

وان تعدل كل عدل لا يوخذ منها

Dat zijn zij die uitgeleverd zullen zijn voor wat zij verworven hebben; zij zullen een drank van kokend water hebben en een schrijnende pijn, omdat zij verloochend hebben.

اوليك الذين ابسلوا بما كسبوا لهم شراب من حميم وعذاب اليم بما كانوا يكفرون

6:71

Zeg: “Zouden wij buiten God aanroepen wat ons niet baat noch schaadt, en zouden wij op onze hielen teruggebracht worden nadat God ons geleid heeft, zoals hij die de Afleiders op aarde hebben aangetrokken, verdwaasd,

قل اندعوا من دون الله ما لا ينفعنا ولا يضرنا ونرد على اعقابنا بعد اذ هدىنا الله كالذي استهوته الشيطين في الارض حيران

terwijl hij metgezellen heeft die hem naar de leiding roepen: ‘Kom naar ons’?”

له اصحب يدعونه الى الهدى ايتنا

Zeg: “De leiding van God, dat is de leiding; en het is ons bevolen integer te zijn tegenover de Voogd van alle wezens, en het Contact te onderhouden, en ons voor Hem te behoeden.”

قل ان هدى الله هو الهدى وامرنا لنسلم لرب العلمين وان اقيموا الصلوة واتقوه

En het is tot Hem dat jullie verzameld zullen worden.

وهو الذي اليه تحشرون

Hij is het die de hemelen en de aarde geschapen heeft in alle waarheid,

وهو الذي خلق السموت والارض بالحق

en de dag waarop Hij zegt: “Wees”,

ويوم يقول كن

dat is.

فيكون

Zijn uitspraak is de waarheid,

قوله الحق

6:73

en aan Hem behoort het koningschap toe,

وله الملك

6:73

op de dag waarop men in de Hoorn zal blazen.

يوم ينفخ في الصور

6:73

Hij die weet wat de zintuigen ontgaat en wat geattesteerd is,

علم الغيب والشهدة

Hij is de Wijze, de Intieme Kenner.

وهو الحكيم الخبير

6:74

En toen Ibrahim tot zijn vader Azar zei: “Neem jij idolen tot godheden?

واذ قال ابرهيم لابيه ءازر اتتخذ اصناما ءالهة

Ik zie jou gewis, jou en jouw volk, in een klaarblijkelijke dwaling.”

اني ارىك وقومك في ضلل مبين

6:75

Zo toonden Wij Ibrahim het soevereine koningschap van de hemelen en de aarde, opdat hij behoort tot hen die de zekerheid bezitten.

وكذلك نري ابرهيم ملكوت السموت والارض وليكون من الموقنين

6:76

Toen de nacht hem verborg, zag hij een hemellichaam; hij zei: “Dit is mijn voogd”;

فلما جن عليه اليل رءا كوكبا قال هذا ربي

6:76

maar toen het verdween, zei hij: “Ik hou niet van hen die verdwijnen.”

فلما افل قال لا احب الءافلين

6:77

Daarna, toen hij de maan zag opkomen, zei hij: “Dit is mijn voogd”;

فلما رءا القمر بازغا قال هذا ربي

6:77

maar toen zij verdween, zei hij: “Als mijn Voogd mij niet leidt, zal ik voorzeker van het dwalende volk zijn.”

فلما افل قال لين لم يهدني ربي لاكونن من القوم الضالين

6:78

Daarna, toen hij de zon zag opkomen, zei hij: “Dit is mijn voogd, deze is groter”;

فلما رءا الشمس بازغة قال هذا ربي هذا اكبر

6:78

maar toen hij verdween, zei hij: “O mijn volk! Ik ben gewis vrij van wat jullie associëren.

فلما افلت قال يقوم اني بريء مما تشركون

6:79

Ik heb mijn richting georiënteerd naar Hem die de hemelen en de aarde oorspronkelijk geschapen heeft, geheel naar Hem toegekeerd,

اني وجهت وجهي للذي فطر السموت والارض حنيفا

en ik behoor niet tot hen die associëren.”

وما انا من المشركين

6:80

En zijn volk disputeerde met hem.

وحاجه قومه

Hij zei: “Disputeren jullie met mij over God, terwijl Hij mij geleid heeft?

قال اتحجوني في الله وقد هدىن

En ik vrees niet wat jullie met Hem associëren, tenzij het mijn Voogd behaagt dat mij iets overkomt.

ولا اخاف ما تشركون به الا ان يشاء ربي شيا

Mijn Voogd omvat alles met Zijn weten.

وسع ربي كل شىء علما

Herinneren jullie je dan niet?

افلا تتذكرون

En hoe zou ik vrezen wat jullie associëren,

وكيف اخاف ما اشركتم

terwijl jullie niet vrezen aan God datgene te hebben geassocieerd waarvoor Hij op jullie geen enkel gezag heeft doen neerdalen?

ولا تخافون انكم اشركتم بالله ما لم ينزل به عليكم سلطنا

6:81

Welke van de twee fracties heeft dus het meeste recht op de veiligheid, als jullie weten?”

فاى الفريقين احق بالامن ان كنتم تعلمون

6:82

Zij die geloofd hebben en hun geloof niet met enig onrecht bekleed hebben – dat zijn zij die de veiligheid hebben, en zij laten zich leiden.

الذين ءامنوا ولم يلبسوا ايمنهم بظلم اوليك لهم الامن وهم مهتدون

6:83

En dat is Ons argument, dat Wij Ibrahim gegeven hebben tegen zijn volk.

وتلك حجتنا ءاتينها ابرهيم على قومه

Wij verheffen in graden wie het Ons behaagt,

نرفع درجت من نشاء

want jouw Voogd is Wijs, Alwetend.

ان ربك حكيم عليم

En Wij schonken hem Ishaq en Ja'qoeb;

ووهبنا له اسحق ويعقوب

Wij hebben hen beiden geleid.

كلا هدينا

6:84

En Noeh, Wij hadden hem voordien geleid;

ونوحا هدينا من قبل

6:84

en onder zijn nageslacht, Dawoed, Soelaiman, Ajjoeb, Joesoef, Moesa en Haroen.

ومن ذريته داود وسليمن وايوب ويوسف وموسى وهرون

Zo vergelden Wij hen die het goede doen.

وكذلك نجزي المحسنين

6:85

En Zakarija, Jahja, Isa en Iljas –

وزكريا ويحيى وعيسى والياس

allen behoren tot hen die gezond zijn.

كل من الصلحين

6:86

En Isma'il, Al-Jasa', Joenoes en Loet –

واسمعيل واليسع ويونس ولوطا

en allen, Wij hebben hen bevoorrecht boven alle wezens.

وكلا فضلنا على العلمين

En onder hun voorouders, hun nageslachten en hun broers –

ومن ءابايهم وذريتهم واخونهم

Wij hebben hen verkozen, en Wij hebben hen geleid naar een rechtlijnig pad.

واجتبينهم وهدينهم الى صرط مستقيم

Dat is de leiding van God, waarmee Hij leidt wie het Hem behaagt onder Zijn gehoorzamen.

ذلك هدى الله يهدي به من يشاء من عباده

En als zij geassocieerd hadden, zou wat zij deden voor hen ingestort zijn.

ولو اشركوا لحبط عنهم ما كانوا يعملون

6:89

Dat zijn zij aan wie Wij de Schrift, het oordeel en de berichtgeving gegeven hebben.

اوليك الذين ءاتينهم الكتب والحكم والنبوة

Als dezen haar dus verloochenen, hebben Wij reeds een volk voor haar gemandateerd dat er geen verloochenaar van is.

فان يكفر بها هولاء فقد وكلنا بها قوما ليسوا بها بكفرين

6:90

Dat zijn zij die God geleid heeft; modelleer je dus naar hun leiding.

اوليك الذين هدى الله فبهدىهم اقتده

6:90

Zeg: “Ik vraag jullie hiervoor geen enkele beloning.

قل لا اسلكم عليه اجرا

6:90

Het is slechts een herinnering voor alle wezens.”

ان هو الا ذكرى للعلمين

6:91

Zij hebben God niet gemeten naar Zijn juiste maat, toen zij zeiden: “God heeft niets doen neerdalen op een sterveling.”

وما قدروا الله حق قدره اذ قالوا ما انزل الله على بشر من شىء

6:91

Zeg: “Wie heeft de Schrift doen neerdalen die Moesa gebracht heeft, licht en leiding voor de mensen,

قل من انزل الكتب الذي جاء به موسى نورا وهدى للناس

6:91

die zij op perkamenten zetten, door sommige te doen blijken en er veel van te verhullen –

تجعلونه قراطيس تبدونها وتخفون كثيرا

6:91

en men heeft jullie onderwezen wat jullie niet wisten, noch jullie noch jullie voorouders?” Zeg: “God”;

وعلمتم ما لم تعلموا انتم ولا ءاباوكم قل الله

daarna laat hen achter in hun ijdele redevoeringen, waarin zij spelen.

ثم ذرهم في خوضهم يلعبون

6:92

En dit is een Schrift die Wij hebben doen neerdalen, gezegend, bevestigend wat haar voorafgaat, opdat jij de metropool der steden en hen die haar omringen waarschuwt.

وهذا كتب انزلنه مبارك مصدق الذي بين يديه ولتنذر ام القرى ومن حولها

En zij die in het laatste leven geloven, geloven erin, en zij bewaren voortdurend hun Contact.

والذين يومنون بالءاخرة يومنون به وهم على صلاتهم يحافظون

En wie is dus onrechtvaardiger dan wie een leugen verzint tegen God, of zegt: “Het is mij geopenbaard”, terwijl hem niets geopenbaard is, en wie zegt: “Ik zal het soortgelijke doen neerdalen van wat God heeft doen neerdalen”?

ومن اظلم ممن افترى على الله كذبا او قال اوحي الى ولم يوح اليه شىء ومن قال سانزل مثل ما انزل الله

6:93

En als je zag, wanneer de onrechtvaardigen in de doodsstrijd zijn, en de Gemachtigden de handen uitstrekken: “Breng jullie Zelf naar buiten.

ولو ترى اذ الظلمون في غمرت الموت والمليكة باسطوا ايديهم اخرجوا انفسكم

Vandaag zullen jullie vergolden worden met de pijn van de verlaging, omdat jullie over God iets anders dan de waarheid gezegd hebben, en omdat jullie tegenover Zijn tekenen van hoogmoed zijn opgezwollen.”

اليوم تجزون عذاب الهون بما كنتم تقولون على الله غير الحق وكنتم عن ءايته تستكبرون

Hier zijn jullie dan gewis, tot Ons gekomen, geïsoleerd, zoals Wij jullie de eerste keer geschapen hebben, en jullie hebben achter jullie rug gelaten wat Wij jullie toegekend hadden;

ولقد جيتمونا فردى كما خلقنكم اول مرة وتركتم ما خولنكم وراء ظهوركم

en Wij zien jullie voorsprekers niet bij jullie, van wie jullie beweerden dat zij geassocieerden waren onder jullie.

وما نرى معكم شفعاءكم الذين زعمتم انهم فيكم شركوا

De schakels tussen jullie zijn gewis verbroken, en wat jullie beweerden is ver van jullie gedwaald.

لقد تقطع بينكم وضل عنكم ما كنتم تزعمون

God is Hij die het zaad en de kern splijt.

ان الله فالق الحب والنوى

Hij brengt de levende uit de dode naar buiten, en Hij brengt de dode uit de levende naar buiten.

يخرج الحى من الميت ومخرج الميت من الحى

Dat is God.

ذلكم الله

Hoe worden jullie dan van het spoor gebracht?

فانى توفكون

Hij die het krieken van de dag splijt, en die van de nacht een rust gemaakt heeft,

فالق الاصباح وجعل اليل سكنا

en van de zon en de maan, een berekening.

والشمس والقمر حسبانا

Dat is de maat die vastgelegd is door de Almachtige, de Alwetende.

ذلك تقدير العزيز العليم

En Hij is het die voor jullie de sterren gemaakt heeft, opdat jullie je erdoor laten leiden in de duisternissen van het vasteland en van de zee.

وهو الذي جعل لكم النجوم لتهتدوا بها في ظلمت البر والبحر

Wij hebben de tekenen gedetailleerd voor een volk dat weet.

قد فصلنا الءايت لقوم يعلمون

6:98

En Hij is het die jullie uit één enkel Zelf heeft doen ontstaan – daarna een haven en een depot.

وهو الذي انشاكم من نفس وحدة فمستقر ومستودع

Wij hebben de tekenen gedetailleerd voor een volk dat begrijpt.

قد فصلنا الءايت لقوم يفقهون

En Hij is het die uit de hemel een water heeft doen neerdalen, en Wij hebben daarmee de plantengroei van alles naar buiten gebracht; Wij hebben daaruit groen naar buiten gebracht, waaruit Wij opeengestapelde korrels naar buiten brengen, en, uit de palm, uit zijn bloeischede, trossen binnen handbereik, en tuinen van wijnstokken, de olijfboom en de granaatappelboom, gelijkend en niet gelijkend.

وهو الذي انزل من السماء ماء فاخرجنا به نبات كل شىء فاخرجنا منه خضرا نخرج منه حبا متراكبا ومن النخل من طلعها قنوان دانية وجنت من اعناب والزيتون والرمان مشتبها وغير متشبه

Kijk naar zijn vrucht, wanneer hij vrucht draagt, en naar zijn rijping.

انظروا الى ثمره اذا اثمر وينعه

Daarin zijn voorzeker tekenen voor een volk dat gelooft.

ان في ذلكم لءايت لقوم يومنون

6:100

En zij hebben aan God geassocieerden toegewezen: de Verborgenen, terwijl Hij hen geschapen heeft;

وجعلوا لله شركاء الجن وخلقهم

en zij hebben Hem, zonder enig weten, zonen en dochters toegeschreven.

وخرقوا له بنين وبنت بغير علم

Glorie zij Hem! Hij staat ver boven wat zij beschrijven.

سبحنه وتعلى عما يصفون

Schepper zonder precedent van de hemelen en de aarde.

بديع السموت والارض

Hoe zou Hij een kind hebben, terwijl Hij geen metgezellin heeft,

انى يكون له ولد ولم تكن له صحبة

en Hij alles geschapen heeft,

وخلق كل شىء

en Hij Alwetend is over alles?

وهو بكل شىء عليم

Dat is God, jullie Voogd.

ذلكم الله ربكم

Geen godheid behalve Hij,

لا اله الا هو

Schepper van alles;

خلق كل شىء

gehoorzaam Hem dus.

فاعبدوه

6:102

Hij is, over alles, lasthebber.

وهو على كل شىء وكيل

6:103

Het gezichtsvermogen haalt Hem niet in,

لا تدركه الابصر

6:103

maar Hij haalt het gezichtsvermogen in.

وهو يدرك الابصر

6:103

Hij is de Subtiele, de Intieme Kenner.

وهو اللطيف الخبير

Er zijn jullie klaarzichtigheden van jullie Voogd gekomen.

قد جاءكم بصاير من ربكم

Wie klaar ziet, dat is voor zichzelf; en wie blind is, dat is ten nadele van hemzelf.

فمن ابصر فلنفسه ومن عمي فعليها

En ik ben over jullie geen bewaarder.

وما انا عليكم بحفيظ

En zo diversifiëren Wij de tekenen; en opdat zij zeggen: “Je hebt gestudeerd”, en opdat Wij het duidelijk maken voor een volk dat weet.

وكذلك نصرف الءايت وليقولوا درست ولنبينه لقوم يعلمون

Volg wat je geopenbaard wordt van de zijde van jouw Voogd.

اتبع ما اوحي اليك من ربك

Geen godheid behalve Hij,

لا اله الا هو

en ontwijk hen die associëren.

واعرض عن المشركين

En als het God behaagd had, zouden zij niet geassocieerd hebben.

ولو شاء الله ما اشركوا

En Wij hebben je niet hun bewaarder gemaakt,

وما جعلنك عليهم حفيظا

6:107

en jij bent voor hen geen lasthebber.

وما انت عليهم بوكيل

6:108

En beledig hen niet die zij buiten God aanroepen, uit vrees dat zij God beledigen uit vijandigheid, zonder te weten.

ولا تسبوا الذين يدعون من دون الله فيسبوا الله عدوا بغير علم

6:108

Zo hebben Wij voor elke gemeenschap haar werk verfraaid;

كذلك زينا لكل امة عملهم

6:108

daarna is het tot hun Voogd dat hun terugkeer zal zijn, en Hij zal hen berichten over wat zij deden.

ثم الى ربهم مرجعهم فينبيهم بما كانوا يعملون

En zij hebben bij God gezworen, met de volle kracht van hun eden, dat als een teken tot hen kwam, zij er voorzeker in zouden geloven.

واقسموا بالله جهد ايمنهم لين جاءتهم ءاية ليومنن بها

Zeg: “De tekenen zijn slechts bij God”;

قل انما الءايت عند الله

6:109

en wat doet jullie het voelen?

وما يشعركم

6:109

Gewis, wanneer het komt, zullen zij er niet in geloven.

انها اذا جاءت لا يومنون

En Wij keren hun Bewustzijnen en hun gezichtsvermogen om, zoals zij er de eerste keer niet in geloofd hebben, en Wij laten hen achter in hun mateloosheid, waarin zij rondtasten.

ونقلب افدتهم وابصرهم كما لم يومنوا به اول مرة ونذرهم في طغينهم يعمهون

6:111

En zelfs als Wij de Gemachtigden naar hen hadden doen neerdalen, en de doden tot hen hadden gesproken, en Wij alles voor hen hadden verzameld, oog in oog, zij zouden niet geloofd hebben, tenzij het God behaagt;

ولو اننا نزلنا اليهم المليكة وكلمهم الموتى وحشرنا عليهم كل شىء قبلا ما كانوا ليومنوا الا ان يشاء الله

maar de meesten onder hen zijn onwetend.

ولكن اكثرهم يجهلون

6:112

En zo hebben Wij aan elke berichtgever een vijand toegewezen: de afleiders onder de stervelingen en de Verborgenen, die elkaar een vergulde uitspraak ingeven, om te bedriegen.

وكذلك جعلنا لكل نبي عدوا شيطين الانس والجن يوحي بعضهم الى بعض زخرف القول غرورا

6:112

En als het jouw Voogd behaagd had, zouden zij het niet gedaan hebben;

ولو شاء ربك ما فعلوه

6:112

laat hen dus achter, alsook wat zij verzinnen.

فذرهم وما يفترون

6:113

En opdat de Bewustzijnen van hen die niet in het laatste leven geloven ertoe overhellen, zij er zich mee tevreden stellen, en zij begaan wat zij te begaan hebben.

ولتصغى اليه افدة الذين لا يومنون بالءاخرة وليرضوه وليقترفوا ما هم مقترفون

6:114

Zou ik dus een andere rechter dan God zoeken, terwijl Hij het is die de Schrift, gedetailleerd, naar jullie heeft doen neerdalen?

افغير الله ابتغي حكما وهو الذي انزل اليكم الكتب مفصلا

6:114

En zij aan wie Wij de Schrift gegeven hebben, weten dat zij van jouw Voogd neergedaald is in alle waarheid;

والذين ءاتينهم الكتب يعلمون انه منزل من ربك بالحق

behoor dus nooit tot hen die in controverse treden.

فلا تكونن من الممترين

6:115

En het woord van jouw Voogd is voltooid, in alle waarachtigheid en in alle rechtvaardigheid.

وتمت كلمت ربك صدقا وعدلا

6:115

Niemand kan Zijn woorden veranderen,

لا مبدل لكلمته

en Hij is de Alhorende, de Alwetende.

وهو السميع العليم

6:116

En als je je voegt naar de meesten van hen die op de aarde zijn, zullen zij je ver van de weg van God doen dwalen.

وان تطع اكثر من في الارض يضلوك عن سبيل الله

6:116

Zij volgen slechts het vermoeden,

ان يتبعون الا الظن

6:116

en zij doen niets dan gissen.

وان هم الا يخرصون

Jouw Voogd kent gewis het best wie ver van Zijn weg dwaalt,

ان ربك هو اعلم من يضل عن سبيله

en Hij weet het best wie zich laten leiden.

وهو اعلم بالمهتدين

Eet dus van datgene waarover de naam van God herinnerd is, als jullie gelovenden zijn in Zijn tekenen.

فكلوا مما ذكر اسم الله عليه ان كنتم بايته مومنين

En wat is er met jullie, dat jullie niet eten van datgene waarover de naam van God herinnerd is, terwijl Hij jullie gedetailleerd heeft wat Hij jullie ontzegd heeft, behoudens datgene waartoe jullie in het nauw gedreven worden?

وما لكم الا تاكلوا مما ذكر اسم الله عليه وقد فصل لكم ما حرم عليكم الا ما اضطررتم اليه

6:119

En velen doen voorzeker dwalen door hun emoties, zonder te weten,

وان كثيرا ليضلون باهوايهم بغير علم

want jouw Voogd weet het best wie de grenzen overschrijden.

ان ربك هو اعلم بالمعتدين

En laat de overtreding achter, onbedekt en innerlijk,

وذروا ظهر الاثم وباطنه

want zij die de overtreding verwerven zullen vergolden worden voor wat zij begingen.

ان الذين يكسبون الاثم سيجزون بما كانوا يقترفون

En eet niet van datgene waarover de naam van God niet herinnerd is: het is voorzeker een grensoverschrijding.

ولا تاكلوا مما لم يذكر اسم الله عليه وانه لفسق

6:121

En de Afleiders geven voorzeker hun bondgenoten in om met jullie te debatteren;

وان الشيطين ليوحون الى اوليايهم ليجدلوكم

en als jullie je naar hen voegden, zouden jullie voorzeker tot hen behoren die associëren.

وان اطعتموهم انكم لمشركون

Wie dood was, en aan wie Wij het leven gegeven hebben, en voor wie Wij een licht gemaakt hebben waarmee hij onder de mensen loopt, is hij soortgelijk aan hem wiens voorbeeld is dat hij in de duisternissen is, zonder eruit te kunnen gaan?

اومن كان ميتا فاحيينه وجعلنا له نورا يمشي به في الناس كمن مثله في الظلمت ليس بخارج منها

Zo werden voor hen die verloochenen de daden verfraaid die zij verrichtten.

كذلك زين للكفرين ما كانوا يعملون

En zo hebben Wij in elke stad de grootsten van haar afgezonderden geplaatst, opdat zij er complotteren;

وكذلك جعلنا في كل قرية اكبر مجرميها ليمكروا فيها

maar zij complotteren slechts tegen zichzelf, zonder het te voelen.

وما يمكرون الا بانفسهم وما يشعرون

6:124

En wanneer een teken tot hen komt, zeggen zij: “Wij zullen niet geloven, totdat men ons het soortgelijke geeft van wat aan de gezanten van God gegeven is.”

واذا جاءتهم ءاية قالوا لن نومن حتى نوتى مثل ما اوتي رسل الله

6:124

God weet het best waar Hij Zijn boodschap plaatst.

الله اعلم حيث يجعل رسالته

Een verlaging bij God, en een strenge pijn, zullen hen te beurt vallen die zich afgezonderd hebben, omdat zij gecomplotteerd hebben.

سيصيب الذين اجرموا صغار عند الله وعذاب شديد بما كانوا يمكرون

6:125

Wie God wil leiden, diens borst opent Hij voor de integriteit tegenover God;

فمن يرد الله ان يهديه يشرح صدره للاسلم

en wie Hij wil doen dwalen, diens borst maakt Hij nauw en benauwd, alsof hij in de hemel opsteeg.

ومن يرد ان يضله يجعل صدره ضيقا حرجا كانما يصعد في السماء

Zo plaatst God het slijk op hen die niet geloven.

كذلك يجعل الله الرجس على الذين لا يومنون

En dit is het pad van jouw Voogd, rechtlijnig.

وهذا صرط ربك مستقيما

Wij hebben de tekenen gedetailleerd voor een volk dat zich herinnert.

قد فصلنا الءايت لقوم يذكرون

Zij hebben het Verblijf van de Vrede, bij hun Voogd,

لهم دار السلم عند ربهم

en Hij is hun beschermer, om wat zij deden.

وهو وليهم بما كانوا يعملون

6:128

En de dag waarop Hij hen allen zal verzamelen: “O vergadering van de Verborgenen! Jullie hebben wel veel stervelingen voor jullie gewonnen”;

ويوم يحشرهم جميعا يمعشر الجن قد استكثرتم من الانس

en hun bondgenoten onder de stervelingen zullen zeggen: “Onze Voogd, wij hebben van elkaar genoten, en wij hebben onze termijn bereikt, die U ons had vastgelegd.”

وقال اولياوهم من الانس ربنا استمتع بعضنا ببعض وبلغنا اجلنا الذي اجلت لنا

Hij zal zeggen: “Het Vuur is jullie onderkomen, jullie blijven daar eeuwig” – behoudens wat het God zal behagen,

قال النار مثوىكم خلدين فيها الا ما شاء الله

want jouw Voogd is Wijs, Alwetend.

ان ربك حكيم عليم

En zo doen Wij de onrechtvaardigen elkaars bondgenoten worden, om wat zij verwierven.

وكذلك نولي بعض الظلمين بعضا بما كانوا يكسبون

6:130

“O vergadering van de Verborgenen en van de stervelingen! Zijn er geen gezanten uit jullie midden tot jullie gekomen, die jullie Mijn tekenen vertelden en jullie waarschuwden voor de ontmoeting van deze dag die van jullie is?”

يمعشر الجن والانس الم ياتكم رسل منكم يقصون عليكم ءايتي وينذرونكم لقاء يومكم هذا

Zij zullen zeggen: “Wij getuigen tegen onszelf”;

قالوا شهدنا على انفسنا

en het leven hienieden heeft hen bedrogen, en zij zullen tegen zichzelf getuigen dat zij verloochenden.

وغرتهم الحيوة الدنيا وشهدوا على انفسهم انهم كانوا كفرين

Dat komt doordat het niet in de aard van jouw Voogd ligt steden op onrechtvaardige wijze te vernietigen, terwijl de lieden erin onbekommerd zouden zijn.

ذلك ان لم يكن ربك مهلك القرى بظلم واهلها غفلون

En voor ieder, graden, naar wat zij gedaan hebben.

ولكل درجت مما عملوا

En jouw Voogd is niet onbekommerd over wat zij doen.

وما ربك بغفل عما يعملون

En jouw Voogd is de Rijke, houder van de welwillendheid.

وربك الغني ذو الرحمة

Als het Hem behaagt, voert Hij jullie weg, en Hij laat na jullie opvolgen wat het Hem behaagt, zoals Hij jullie heeft doen ontstaan uit het nageslacht van een ander volk.

ان يشا يذهبكم ويستخلف من بعدكم ما يشاء كما انشاكم من ذرية قوم ءاخرين

Wat jullie beloofd wordt, zal voorzeker komen,

ان ما توعدون لءات

en jullie zullen Hem niet tot onmacht weten te brengen.

وما انتم بمعجزين

Zeg: “O mijn volk! Handel naar jullie plaats, want ook ik handel.

قل يقوم اعملوا على مكانتكم اني عامل

Jullie zullen weldra weten aan wie de afloop van het verblijf zal toekomen,

فسوف تعلمون من تكون له عقبة الدار

want de onrechtvaardigen slagen niet.”

انه لا يفلح الظلمون

6:136

En zij hebben aan God, van wat Hij als akker en vee heeft verspreid, een deel toegewezen, zeggend: “Dit is voor God” – volgens hun bewering – “en dit is voor onze geassocieerden”;

وجعلوا لله مما ذرا من الحرث والانعم نصيبا فقالوا هذا لله بزعمهم وهذا لشركاينا

6:136

en wat voor hun geassocieerden bestemd is, bereikt God niet,

فما كان لشركايهم فلا يصل الى الله

6:136

terwijl wat voor God bestemd is, dat bereikt hun geassocieerden.

وما كان لله فهو يصل الى شركايهم

6:136

Hoe slecht is hun oordeel!

ساء ما يحكمون

En zo hebben hun geassocieerden voor velen van de associeerders de moord op hun kinderen verfraaid, om hen tot hun val te voeren en voor hen hun Wet te verwarren.

وكذلك زين لكثير من المشركين قتل اولدهم شركاوهم ليردوهم وليلبسوا عليهم دينهم

En als het God behaagd had, zouden zij het niet gedaan hebben;

ولو شاء الله ما فعلوه

laat hen dus achter, alsook wat zij verzinnen.

فذرهم وما يفترون

6:138

En zij hebben gezegd: “Hier is vee en een akker verboden: niemand zal zich ervan voeden, behoudens wie het ons behaagt” – volgens hun bewering – “en vee waarvan de rug ontzegd is”, en vee waarover zij de naam van God niet herinneren, als verzinsel tegen Hem.

وقالوا هذه انعم وحرث حجر لا يطعمها الا من نشاء بزعمهم وانعم حرمت ظهورها وانعم لا يذكرون اسم الله عليها افتراء عليه

Hij zal hen vergelden voor wat zij verzonnen.

سيجزيهم بما كانوا يفترون

6:139

En zij hebben gezegd: “Wat in de buik van dit vee is, behoort uitsluitend aan onze mannelijken toe, en is onze echtgenoten ontzegd”;

وقالوا ما في بطون هذه الانعم خالصة لذكورنا ومحرم على ازوجنا

maar als het een doodgeborene is, nemen zij er allen aan deel.

وان يكن ميتة فهم فيه شركاء

Hij zal hen vergelden voor hun toerekening,

سيجزيهم وصفهم

want Hij is Wijs, Alwetend.

انه حكيم عليم

Zij zijn verliezers, zij die hun kinderen gedood hebben uit dwaasheid, zonder te weten, en die datgene voor ontzegd hebben gehouden waarmee God hen voorzien had, als verzinsel tegen God.

قد خسر الذين قتلوا اولدهم سفها بغير علم وحرموا ما رزقهم الله افتراء على الله

Zij zijn gedwaald, en zij lieten zich niet leiden.

قد ضلوا وما كانوا مهتدين

En Hij is het die tuinen heeft doen ontstaan, met latwerk en zonder latwerk, alsook de palm en de teelt, met verscheidene spijzen, en de olijfboom en de granaatappelboom, gelijkend en niet gelijkend.

وهو الذي انشا جنت معروشت وغير معروشت والنخل والزرع مختلفا اكله والزيتون والرمان متشبها وغير متشبه

Eet van zijn vrucht, wanneer hij vrucht draagt, en geef wat hem verschuldigd is, op de dag van zijn oogst,

كلوا من ثمره اذا اثمر وءاتوا حقه يوم حصاده

maar verspil niet,

ولا تسرفوا

want Hij houdt niet van de verspillers.

انه لا يحب المسرفين

En onder het vee zijn er de lastdieren en die van de vacht.

ومن الانعم حمولة وفرشا

Eet van datgene waarmee God jullie voorzien heeft,

كلوا مما رزقكم الله

6:142

en volg de passen van de Afleider niet,

ولا تتبعوا خطوت الشيطن

want hij is voor jullie een klaarblijkelijke vijand.

انه لكم عدو مبين

Acht, in paren:

ثمنية ازوج

schapen, twee, en geitachtigen, twee.

من الضان اثنين ومن المعز اثنين

Zeg: “Zijn het de twee mannetjes die Hij voor ontzegd heeft gehouden, of de twee wijfjes, of wat de baarmoeders van de twee wijfjes bevatten?

قل ءالذكرين حرم ام الانثيين اما اشتملت عليه ارحام الانثيين

Bericht mij erover in vol weten, als jullie waarachtig zijn.”

نبوني بعلم ان كنتم صدقين

6:144

En massieve dieren, twee, en runderen, twee.

ومن الابل اثنين ومن البقر اثنين

Zeg: “Zijn het de twee mannetjes die Hij voor ontzegd heeft gehouden, of de twee wijfjes, of wat de baarmoeders van de twee wijfjes bevatten?

قل ءالذكرين حرم ام الانثيين اما اشتملت عليه ارحام الانثيين

Of waren jullie getuigen, toen God jullie dit heeft aanbevolen?”

ام كنتم شهداء اذ وصىكم الله بهذا

Wie is dus onrechtvaardiger dan wie een leugen verzint tegen God, om de mensen te doen dwalen zonder te weten?

فمن اظلم ممن افترى على الله كذبا ليضل الناس بغير علم

God leidt gewis het onrechtvaardige volk niet.

ان الله لا يهدي القوم الظلمين

6:145

Zeg: “Ik vind, in wat mij geopenbaard is, niets ontzegd aan wie zich ervan wil voeden, behoudens dat het een dood dier is, of vergoten bloed, of varkensvlees – want dat is slijk –

قل لا اجد في ما اوحي الى محرما على طاعم يطعمه الا ان يكون ميتة او دما مسفوحا او لحم خنزير فانه رجس

6:145

of een grensoverschrijding opgedragen aan een ander dan God.

او فسقا اهل لغير الله به

6:145

Maar wie ertoe in het nauw gedreven wordt, zonder opstandig te zijn noch de grenzen te overschrijden – jouw Voogd is gewis Zeer Vergevensgezind, Welwillend.”

فمن اضطر غير باغ ولا عاد فان ربك غفور رحيم

En aan de Geheroriënteerden hebben Wij elke drager van een ongespleten nagel ontzegd: zowel van de runderen als van de schapenachtigen,

وعلى الذين هادوا حرمنا كل ذي ظفر ومن البقر والغنم

Wij hebben hun vetten ontzegd, behoudens wat hun ruggen dragen, of de ingewanden, of wat met een bot vermengd is.

حرمنا عليهم شحومهما الا ما حملت ظهورهما او الحوايا او ما اختلط بعظم

Dat is hoe Wij hen vergolden hebben voor hun afpersing,

ذلك جزينهم ببغيهم

en Wij zijn voorzeker waarachtig.

وانا لصدقون

Als zij je ontkennen, zeg dan: “Jullie Voogd is houder van een ruime welwillendheid,

فان كذبوك فقل ربكم ذو رحمة وسعة

en Zijn strengheid zal niet herroepen worden ten aanzien van het volk van de afgezonderden.”

ولا يرد باسه عن القوم المجرمين

Zij die geassocieerd hebben zullen zeggen: “Als het God behaagd had, zouden wij niet geassocieerd hebben, noch onze voorouders, en wij zouden niets voor ontzegd gehouden hebben.”

سيقول الذين اشركوا لو شاء الله ما اشركنا ولا ءاباونا ولا حرمنا من شىء

Zo hebben zij die vóór hen waren ontkend, totdat zij Onze strengheid geproefd hebben.

كذلك كذب الذين من قبلهم حتى ذاقوا باسنا

Zeg: “Hebben jullie enig weten, dat jullie voor ons naar buiten kunnen brengen?

قل هل عندكم من علم فتخرجوه لنا

Jullie volgen slechts het vermoeden,

ان تتبعون الا الظن

en jullie doen niets dan gissen.”

وان انتم الا تخرصون

Zeg: “Aan God behoort het beslissende argument toe.

قل فلله الحجة البلغة

Als het Hem behaagd had, zou Hij jullie allen geleid hebben.”

فلو شاء لهدىكم اجمعين

Zeg: “Breng jullie getuigen aan, zij die getuigen dat God dit voor ontzegd heeft gehouden.”

قل هلم شهداءكم الذين يشهدون ان الله حرم هذا

Als zij getuigen, getuig niet met hen,

فان شهدوا فلا تشهد معهم

en volg de emoties niet van hen die Onze tekenen ontkend hebben, en van hen die niet in het laatste leven geloven, en die tegenwichten stellen tegenover hun Voogd.

ولا تتبع اهواء الذين كذبوا بايتنا والذين لا يومنون بالءاخرة وهم بربهم يعدلون

6:151

Zeg: “Kom, opdat ik voordraag wat jullie Voogd jullie ontzegd heeft: associeer niets aan Hem;

قل تعالوا اتل ما حرم ربكم عليكم الا تشركوا به شيا

6:151

weldadigheid jegens de twee ouders;

وبالولدين احسنا

6:151

en dood jullie kinderen niet uit schaarste –

ولا تقتلوا اولدكم من املق

6:151

Wij zijn het die jullie voorzien, alsook hen;

نحن نرزقكم واياهم

6:151

en nader de snoodheden niet, onbedekt of innerlijk;

ولا تقربوا الفوحش ما ظهر منها وما بطن

6:151

en dood het Zelf niet dat God onschendbaar gemaakt heeft, behoudens met goed recht;

ولا تقتلوا النفس التي حرم الله الا بالحق

6:151

dat is wat Hij jullie aanbevolen heeft, misschien zullen jullie redeneren.

ذلكم وصىكم به لعلكم تعقلون

6:152

En nader het goed van de wees niet, behoudens op de schoonste wijze, totdat hij zijn volle rijpheid bereikt;

ولا تقربوا مال اليتيم الا بالتي هي احسن حتى يبلغ اشده

6:152

en geef getrouw de maat en de weegschaal, met billijkheid –

واوفوا الكيل والميزان بالقسط

6:152

Wij leggen aan geen enkel Zelf iets op dan zijn vermogen –

لا نكلف نفسا الا وسعها

6:152

en wanneer jullie een uitspraak doen, wees rechtvaardig, al is het jegens een verwant;

واذا قلتم فاعدلوا ولو كان ذا قربى

6:152

en wees getrouw aan het pact van God:

وبعهد الله اوفوا

6:152

dat is wat Hij jullie aanbevolen heeft, misschien zullen jullie je herinneren.

ذلكم وصىكم به لعلكم تذكرون

6:153

En: dit is mijn pad, rechtlijnig; volg het dus,

وان هذا صرطي مستقيما فاتبعوه

6:153

en volg de wegen niet, die jullie van Zijn weg zouden scheiden:

ولا تتبعوا السبل فتفرق بكم عن سبيله

6:153

dat is wat Hij jullie aanbevolen heeft, misschien zullen jullie je behoeden.”

ذلكم وصىكم به لعلكم تتقون

6:154

Daarna hebben Wij Moesa de Schrift gegeven, als volledigheid jegens wie het goede doet, als detail van alles, als leiding en als welwillendheid, misschien zouden zij geloven in de ontmoeting met hun Voogd.

ثم ءاتينا موسى الكتب تماما على الذي احسن وتفصيلا لكل شىء وهدى ورحمة لعلهم بلقاء ربهم يومنون

En dit is een Schrift die Wij hebben doen neerdalen, gezegend; volg haar dus, en behoed jullie, misschien zal jullie welwillendheid betoond worden – uit vrees dat jullie zeggen: “De Schrift is slechts op twee groepen vóór ons neergedaald, en wij waren voorzeker onbekommerd over hun studie”, of dat jullie zeggen: “Als de Schrift op ons neergedaald was, zouden wij beter geleid zijn geweest dan zij.”

وهذا كتب انزلنه مبارك فاتبعوه واتقوا لعلكم ترحمون ان تقولوا انما انزل الكتب على طايفتين من قبلنا وان كنا عن دراستهم لغفلين او تقولوا لو انا انزل علينا الكتب لكنا اهدى منهم

Een duidelijk bewijs is dus tot jullie gekomen van jullie Voogd, alsook een leiding en een welwillendheid.

فقد جاءكم بينة من ربكم وهدى ورحمة

Wie is dus onrechtvaardiger dan wie de tekenen van God ontkend heeft en zich eraan onttrokken heeft?

فمن اظلم ممن كذب بايت الله وصدف عنها

Wij zullen hen die zich aan Onze tekenen onttrekken vergelden met de slechte pijn, omdat zij zich eraan onttrokken hebben.

سنجزي الذين يصدفون عن ءايتنا سوء العذاب بما كانوا يصدفون

6:158

Wachten zij slechts tot de Gemachtigden tot hen komen, of tot jouw Voogd komt, of tot bepaalde tekenen van jouw Voogd komen?

هل ينظرون الا ان تاتيهم المليكة او ياتي ربك او ياتي بعض ءايت ربك

Op de dag waarop bepaalde tekenen van jouw Voogd zullen komen, zal het geloof van een Zelf het niet baten, als het voordien niet geloofd heeft, of in zijn geloof geen enkel goed verworven heeft.

يوم ياتي بعض ءايت ربك لا ينفع نفسا ايمنها لم تكن ءامنت من قبل او كسبت في ايمنها خيرا

Zeg: “Wacht,

قل انتظروا

want wij wachten.”

انا منتظرون

6:159

Gewis, zij die hun Wet verdeeld hebben en facties geworden zijn, jij bent in niets met hen verbonden.

ان الذين فرقوا دينهم وكانوا شيعا لست منهم في شىء

6:159

Hun zaak ressorteert slechts onder God,

انما امرهم الى الله

6:159

daarna zal Hij hen berichten over wat zij deden.

ثم ينبيهم بما كانوا يفعلون

Wie met de goede daad komt, heeft recht op tienmaal zijn equivalent,

من جاء بالحسنة فله عشر امثالها

en wie met de slechte daad komt, wordt slechts met zijn equivalent vergolden, zonder onrecht te ondergaan.

ومن جاء بالسيية فلا يجزى الا مثلها وهم لا يظلمون

Zeg: “Mijn Voogd heeft mij gewis geleid naar een rechtlijnig pad,

قل انني هدىني ربي الى صرط مستقيم

6:161

een rechte Wet, de leer van Ibrahim, geheel naar God toegekeerd;

دينا قيما ملة ابرهيم حنيفا

en hij behoorde niet tot hen die associëren.”

وما كان من المشركين

Zeg: “Mijn Contact, mijn weldadige praktijk, mijn leven en mijn dood behoren gewis aan God, Voogd van alle wezens; geen geassocieerde aan Hem.

قل ان صلاتي ونسكي ومحياي ومماتي لله رب العلمين لا شريك له

En dat is wat mij bevolen is,

وبذلك امرت

en ik ben de eerste van de integeren tegenover God.”

وانا اول المسلمين

6:164

Zeg: “Zou ik een andere Voogd zoeken dan God, terwijl Hij de Voogd van alles is?”

قل اغير الله ابغي ربا وهو رب كل شىء

6:164

En ieder Zelf verwerft slechts ten nadele van zichzelf,

ولا تكسب كل نفس الا عليها

6:164

en geen drager van een last zal de last van een ander dragen.

ولا تزر وازرة وزر اخرى

6:164

Daarna is jullie terugkeer tot jullie Voogd, en Hij zal jullie berichten over datgene waarin jullie uiteenliepen.

ثم الى ربكم مرجعكم فينبيكم بما كنتم فيه تختلفون

En Hij is het die jullie tot opvolgers op de aarde heeft gemaakt, en sommigen van jullie boven anderen heeft verheven in graden, om jullie te beproeven in wat Hij jullie gegeven heeft.

وهو الذي جعلكم خليف الارض ورفع بعضكم فوق بعض درجت ليبلوكم في ما ءاتىكم

Je Voogd is gewis snel in de sanctie,

ان ربك سريع العقاب

en Hij is voorzeker Zeer Vergevensgezind, Welwillend.

وانه لغفور رحيم

← Index van de soera's