الحج
Al-Hajj
Neither Their Flesh nor Their Blood
بسم ٱلله ٱلرحمن ٱلرحيم
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende.
O mensen, behoed jullie voor jullie Voogd,
يأيها ٱلناس ٱتقوا ربكم
want de beving van het Uur is een ontzaglijk ding.
إن زلزلة ٱلساعة شىء عظيم
Op de dag waarop jullie haar zullen zien, zal elke vrouw die een kind in haar zorg heeft, zonder geheugen zijn van het kind dat zij in haar zorg had, elke zwangere vrouw zal haar vracht afleggen, en je zult de mensen dronken zien zonder dat zij het zijn – maar de pijn van God is streng.
يوم ترونها تذهل كل مرضعة عمآ أرضعت وتضع كل ذات حمل حملها وترى ٱلناس سكرى وما هم بسكرى ولكن عذاب ٱلله شديد
En onder de mensen is er een die debatteert over God zonder te weten en elke opstandige Afleider volgt, voor wie is opgetekend dat wie hem als bondgenoot neemt, hij hem zal doen dwalen en hem zal leiden naar de pijn van de Brand.
ومن ٱلناس من يجدل في ٱلله بغير علم ويتبع كل شيطن مريد كتب عليه أنه من تولاه فأنه يضله ويهديه إلى عذاب ٱلسعير
O mensen! Als jullie in twijfel zijn over de Opwekking, dan hebben Wij jullie gewis geschapen uit aarde, daarna uit een druppel, daarna uit een aanhechting, daarna uit een embryo, gevormd of vormeloos, om jullie de dingen duidelijk te maken.
يأيها ٱلناس إن كنتم في ريب من ٱلبعث فإنا خلقنكم من تراب ثم من نطفة ثم من علقة ثم من مضغة مخلقة وغير مخلقة لنبين لكم
En Wij leggen in de baarmoeders vast wat Ons behaagt tot een genoemde termijn,
ونقر في ٱلأرحام ما نشآء إلى أجل مسمى
daarna brengen Wij jullie er als kind naar buiten, opdat jullie vervolgens jullie volle rijpheid bereiken.
ثم نخرجكم طفلا ثم لتبلغوا أشدكم
En onder jullie zijn er die getrouw in bewaring gehouden worden, en onder jullie zijn er die teruggebracht worden naar de laagste leeftijd, om niets meer te weten nadat zij geweten hebben.
ومنكم من يتوفى ومنكم من يرد إلى أرذل ٱلعمر لكيلا يعلم من بعد علم شيا
En je ziet de aarde levenloos; daarna, wanneer Wij het water op haar doen neerdalen, rilt zij, zet uit en doet elk prachtig paar groeien.
وترى ٱلأرض هامدة فإذآ أنزلنا عليها ٱلمآء ٱهتزت وربت وأنبتت من كل زوج بهيج
Dit, omdat God de Waarheid is, omdat Hij de doden opnieuw leven geeft, omdat Hij in staat is tot alles, omdat het Uur komt – geen twijfel daarover – en omdat God hen die in de graven zijn zal opwekken.
ذلك بأن ٱلله هو ٱلحق وأنه يحي ٱلموتى وأنه على كل شىء قدير وأن ٱلساعة ءاتية لا ريب فيها وأن ٱلله يبعث من في ٱلقبور
En onder de mensen is er een die debatteert over God zonder weten, noch leiding, noch lichtgevende Schrift, zijn flank terugvouwend, om weg van de weg van God te doen dwalen.
ومن ٱلناس من يجدل في ٱلله بغير علم ولا هدى ولا كتب منير ثاني عطفه ليضل عن سبيل ٱلله
Hij heeft hienieden een schande,
له في ٱلدنيا خزي
en Wij zullen hem op de Dag van het Verschijnen de pijn van de vuurzee laten proeven.
ونذيقه يوم ٱلقيمة عذاب ٱلحريق
Dat is voor wat jouw handen vooruitgestuurd hebben; en God is in niets onrechtvaardig jegens de onder dwang gehoorzamenden.
ذلك بما قدمت يداك وأن ٱلله ليس بظلم للعبيد
En onder de mensen is er een die God gehoorzaamt op verwrongen manier: als een goed hem overkomt, vindt hij daarin gerustheid, maar als een beproeving hem overkomt, maakt hij rechtsomkeert – zo verliest hij het hienieden en het laatste leven.
ومن ٱلناس من يعبد ٱلله على حرف فإن أصابه خير ٱطمأن به وإن أصابته فتنة ٱنقلب على وجهه خسر ٱلدنيا وٱلءاخرة
Dat is wel degelijk het klaarblijkelijke verlies.
ذلك هو ٱلخسران ٱلمبين
Hij roept aan, buiten God, wat hem noch schaadt noch baat.
يدعوا من دون ٱلله ما لا يضره وما لا ينفعه
Dat is wel degelijk de verre dwaling – hij roept aan
ذلك هو ٱلضلل ٱلبعيد يدعوا
degene wiens schade nabijer is dan het voordeel. Wat een verwerpelijke borg, en wat een verwerpelijke metgezel!
لمن ضره أقرب من نفعه لبئس ٱلمولى ولبئس ٱلعشير
Gewis doet God hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen,
إن ٱلله يدخل ٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت جنت تجري من تحتها ٱلأنهر
want God doet wat Hij wil.
إن ٱلله يفعل ما يريد
Wie vermoedt dat God hem nooit zal helpen hienieden en in het laatste leven, laat hij een schakel naar de hemel spannen, daarna zich ervan terugtrekken, daarna afwachten om te kijken of zijn list wegneemt wat hem woedend maakt.
من كان يظن أن لن ينصره ٱلله في ٱلدنيا وٱلءاخرة فليمدد بسبب إلى ٱلسمآء ثم ليقطع فلينظر هل يذهبن كيده ما يغيظ
Zo hebben Wij het doen neerdalen als duidelijke tekenen,
وكذلك أنزلنه ءايت بينت
en omdat God leidt wie Hij wil.
وأن ٱلله يهدي من يريد
Zij die geloofd hebben, de Geheroriënteerden, de Aspiranten, de Helpers, de Magiërs, en zij die met God associëren – God zal gewis de scheiding tussen hen maken op de Dag van het Verschijnen;
إن ٱلذين ءامنوا وٱلذين هادوا وٱلصبين وٱلنصرى وٱلمجوس وٱلذين أشركوا إن ٱلله يفصل بينهم يوم ٱلقيمة
want God is getuige van alles.
إن ٱلله على كل شىء شهيد
Heb je niet gezien dat allen die in de hemelen en op de aarde zijn, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen, de wezens die zich bewegen, en veel mensen zich voor God neerwerpen?
ألم تر أن ٱلله يسجد له من في ٱلسموت ومن في ٱلأرض وٱلشمس وٱلقمر وٱلنجوم وٱلجبال وٱلشجر وٱلدوآب وكثير من ٱلناس
En op velen is de pijn bewaarheid geworden.
وكثير حق عليه ٱلعذاب
En wie God verlaagt, heeft niemand om hem te eren,
ومن يهن ٱلله فما له من مكرم
want God doet wat het Hem behaagt.
إن ٱلله يفعل ما يشآء
Dit zijn twee tegenpartijen, die over hun Voogd getwist hebben.
هذان خصمان ٱختصموا في ربهم
Zij die verloochenen zullen kleren van vuur op hun maat gesneden krijgen; men zal over hun hoofden kokend water gieten, dat zal doen smelten wat in hun buiken is, evenals hun huiden.
فٱلذين كفروا قطعت لهم ثياب من نار يصب من فوق رءوسهم ٱلحميم يصهر به ما في بطونهم وٱلجلود
En voor hen, mokers van ijzer.
ولهم مقمع من حديد
Telkens wanneer zij eruit zullen willen komen, overmand door benauwdheid, zullen zij daarin teruggebracht worden:
كلمآ أرادوا أن يخرجوا منها من غم أعيدوا فيها
“Proef de pijn van de vuurzee!”
وذوقوا عذاب ٱلحريق
Gewis doet God hen die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht binnengaan in tuinen waaronder de rivieren stromen; zij zullen er versierd worden met armbanden van goud en parels,
إن ٱلله يدخل ٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت جنت تجري من تحتها ٱلأنهر يحلون فيها من أساور من ذهب ولؤلؤا
en hun kleding zal er van zijde zijn.
ولباسهم فيها حرير
En zij zullen geleid zijn naar wat goed is in de uitspraak,
وهدوا إلى ٱلطيب من ٱلقول
en zij zullen geleid zijn naar het pad van de Lofwaardige.
وهدوا إلى صرط ٱلحميد
Gewis, zij die verloochenen en de weg van God versperren, en de onschendbare plaats van neerwerping die Wij voor de mensen hebben geplaatst, allen gelijk, of zij nu ter plaatse inwoners zijn of op doorreis –
إن ٱلذين كفروا ويصدون عن سبيل ٱلله وٱلمسجد ٱلحرام ٱلذي جعلنه للناس سوآء ٱلعكف فيه وٱلباد
en wie daar een onrechtvaardige ontsporing wil plegen, Wij zullen hem een schrijnende pijn laten proeven.
ومن يرد فيه بإلحاد بظلم نذقه من عذاب أليم
En toen Wij voor Ibrahim de standplaats van het Huis vestigden: “Associeer niets met Mij,
وإذ بوأنا لإبرهيم مكان ٱلبيت أن لا تشرك بي شيا
en rein Mijn Huis voor hen die er verkeren, hen die het onderhouden, en hen die in dienst knielen en zich in hulde neerwerpen.”
وطهر بيتي للطآئفين وٱلقآئمين وٱلركع ٱلسجود
En kondig de hadj openlijk af onder de mensen: zij zullen te voet tot jou komen, en op elk vermagerd rijdier, komend van elk diep ingesneden en ver pad, om te getuigen van de voordelen die hun toekomen, en om de naam van God in herinnering te roepen, op bekende dagen, over de kuddedieren waarvan Hij hen heeft voorzien.
وأذن في ٱلناس بٱلحج يأتوك رجالا وعلى كل ضامر يأتين من كل فج عميق ليشهدوا منفع لهم ويذكروا ٱسم ٱلله في أيام معلومت على ما رزقهم من بهيمة ٱلأنعم
Eet er dus van, en voed er de noodlijdende, de arme mee.
فكلوا منها وأطعموا ٱلبآئس ٱلفقير
Laten zij daarna een einde maken aan hun verwaarloosde staat, laten zij trouw zijn aan hun geloften, en laten zij bij het vrijgelaten Huis verkeren.
ثم ليقضوا تفثهم وليوفوا نذورهم وليطوفوا بٱلبيت ٱلعتيق
Dat is het.
ذلك
En wie de onschendbare dingen van God verheerlijkt, dat is beter voor hem bij zijn Voogd.
ومن يعظم حرمت ٱلله فهو خير له عند ربه
En voor jullie is het vee geoorloofd gemaakt, behalve wat jullie wordt voorgedragen:
وأحلت لكم ٱلأنعم إلا ما يتلى عليكم
mijd dus het slijk van de schijnbeelden, en mijd de uitspraak van vervalsing, geheel op God gericht, zonder iets met Hem te associëren.
فٱجتنبوا ٱلرجس من ٱلأوثن وٱجتنبوا قول ٱلزور حنفآء لله غير مشركين به
En wie met God associeert, het is alsof hij uit de hemel viel: de vogels voeren hem weg, of de wind doet hem ten onder gaan op een verre plaats.
ومن يشرك بٱلله فكأنما خر من ٱلسمآء فتخطفه ٱلطير أو تهوي به ٱلريح في مكان سحيق
Dat is het.
ذلك
En wie de waarneembare bakens van God verheerlijkt, dat behoort gewis tot de behoedzaamheid van de kernen.
ومن يعظم شعئر ٱلله فإنها من تقوى ٱلقلوب
Jullie trekken daaruit voordelen tot een genoemde termijn; daarna is hun plaats van aflevering bij het vrijgelaten Huis.
لكم فيها منفع إلى أجل مسمى ثم محلهآ إلى ٱلبيت ٱلعتيق
En aan elke gemeenschap hebben Wij een weldadige praktijk toegewezen, opdat zij de naam van God in herinnering roepen over de kuddedieren waarvan Hij hen heeft voorzien.
ولكل أمة جعلنا منسكا ليذكروا ٱسم ٱلله على ما رزقهم من بهيمة ٱلأنعم
Jullie godheid is een enige godheid.
فإلهكم إله وحد
Wees dus integer tegenover Hem.
فله أسلموا
En kondig het goede nieuws aan hen die zich buigen, zij wier kernen beven wanneer God in herinnering wordt geroepen, zij die geduldig zijn tegenover wat hun overkomt, zij die het Contact onderhouden, en die uitgeven van datgene waarvan Wij hen hebben voorzien.
وبشر ٱلمخبتين ٱلذين إذا ذكر ٱلله وجلت قلوبهم وٱلصبرين على مآ أصابهم وٱلمقيمي ٱلصلوة ومما رزقنهم ينفقون
En de aangeboden dieren, Wij hebben ervan voor jullie een van de waarneembare bakens van God gemaakt; jullie vinden daarin een goed.
وٱلبدن جعلنها لكم من شعئر ٱلله لكم فيها خير
Roep dus over ze de naam van God in herinnering, terwijl zij uitgelijnd zijn;
فٱذكروا ٱسم ٱلله عليها صوآف
daarna, wanneer hun flanken neerzijgen, eet ervan en voed er degene mee die zich tevredenstelt zonder te vragen en degene die zich aanmeldt.
فإذا وجبت جنوبها فكلوا منها وأطعموا ٱلقانع وٱلمعتر
Zo hebben Wij ze aan jullie onderworpen, misschien zullen jullie dankbaar zijn.
كذلك سخرنها لكم لعلكم تشكرون
Noch hun vlees noch hun bloed valt God toe, maar het is de behoedzaamheid die van jullie komt die Hem toevalt.
لن ينال ٱلله لحومها ولا دمآؤها ولكن يناله ٱلتقوى منكم
Zo heeft Hij ze aan jullie onderworpen, opdat jullie de grootheid van God afkondigen omdat Hij jullie geleid heeft.
كذلك سخرها لكم لتكبروا ٱلله على ما هدىكم
En kondig het goede nieuws aan hen die het goede doen,
وبشر ٱلمحسنين
want God weert ver af van hen die geloofd hebben.
إن ٱلله يدفع عن ٱلذين ءامنوا
God houdt van geen groot verrader, groot verloochenaar.
إن ٱلله لا يحب كل خوان كفور
Toestemming is gegeven aan hen die men bevecht, omdat zij onrecht hebben ondergaan –
أذن للذين يقتلون بأنهم ظلموا
en God is voorzeker in staat hen te helpen –
وإن ٱلله على نصرهم لقدير
zij die uit hun woningen zijn verdreven zonder recht, om geen andere reden dan dat zij zeiden: “Onze Voogd is God.”
ٱلذين أخرجوا من ديرهم بغير حق إلآ أن يقولوا ربنا ٱلله
En als God de mensen niet de een door de ander afweerde, zouden kluizen, synagogen, plaatsen van het Contact en plaatsen van neerwerping waar de naam van God overvloedig in herinnering wordt geroepen, gesloopt worden.
ولولا دفع ٱلله ٱلناس بعضهم ببعض لهدمت صومع وبيع وصلوت ومسجد يذكر فيها ٱسم ٱلله كثيرا
En God zal voorzeker helpen wie Hem helpt –
ولينصرن ٱلله من ينصره
God is voorzeker de Sterke, de Almachtige –
إن ٱلله لقوي عزيز
zij die, als Wij hen op de aarde inplanten, het Contact onderhouden, de zuivere vrijgevigheid geven, bevelen wat erkend is en verbieden wat afgekeurd is.
ٱلذين إن مكنهم في ٱلأرض أقاموا ٱلصلوة وءاتوا ٱلزكوة وأمروا بٱلمعروف ونهوا عن ٱلمنكر
En aan God komt de afloop van de zaken toe.
ولله عقبة ٱلأمور
En als zij jou ontkennen, hebben vóór hen het volk van Noeh, de Aad, de Thamoed, het volk van Ibrahim, het volk van Loet en de metgezellen van Madjan reeds ontkend –
وإن يكذبوك فقد كذبت قبلهم قوم نوح وعاد وثمود وقوم إبرهيم وقوم لوط وأصحب مدين
en ook Moesa werd ontkend.
وكذب موسى
Ik heb toen respijt verleend aan hen die verloochenden, en Ik heb hen daarna gegrepen:
فأمليت للكفرين ثم أخذتهم
en hoe was Mijn afkeuring!
فكيف كان نكير
Hoeveel steden heb Ik vernietigd terwijl zij onrecht begingen: zij zijn thans leeg ondanks hun gebouwen, met een waterpunt waaruit niemand meer put en een hoog paleis!
فكأين من قرية أهلكنها وهي ظالمة فهي خاوية على عروشها وبئر معطلة وقصر مشيد
Hebben zij dan de aarde niet doorkruist, opdat zij kernen zouden hebben om mee te redeneren, of oren om mee te horen?
أفلم يسيروا في ٱلأرض فتكون لهم قلوب يعقلون بهآ أو ءاذان يسمعون بها
Want niet het gezichtsvermogen wordt blind, maar wel de kernen die in de borsten zijn.
فإنها لا تعمى ٱلأبصر ولكن تعمى ٱلقلوب ٱلتي في ٱلصدور
En zij vragen jou de pijn te verhaasten,
ويستعجلونك بٱلعذاب
terwijl God nooit tekort zal schieten in Zijn belofte,
ولن يخلف ٱلله وعده
want een dag bij jouw Voogd is gelijk aan duizend jaar van die welke zij tellen.
وإن يوما عند ربك كألف سنة مما تعدون
Aan hoeveel steden heb Ik respijt verleend terwijl zij onrecht begingen, alvorens ze te grijpen –
وكأين من قرية أمليت لها وهي ظالمة ثم أخذتها
en tot Mij is de bestemming.
وإلى ٱلمصير
Zeg: “O mensen, ik ben voor jullie slechts een uitdrukkelijke waarschuwer.”
قل يأيها ٱلناس إنمآ أنا لكم نذير مبين
Zij die geloofd hebben en de deugdelijke werken hebben verricht, zullen een vergeving en een gulle leeftocht hebben.
فٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت لهم مغفرة ورزق كريم
En zij die zich tegen Onze tekenen hebben ingespannen om te trachten Ons te dwarsbomen, dezen zijn de metgezellen van de Gloeioven.
وٱلذين سعوا في ءايتنا معجزين أولئك أصحب ٱلجحيم
En Wij hebben vóór jou geen enkele gezant en geen enkele berichtgever gezonden zonder dat, wanneer hij een wens formuleerde, de Afleider er iets in wierp. Dan schrijft God over wat de Afleider werpt, daarna maakt Hij Zijn tekenen onaantastbaar – God is Alwetend, Wijs – om van wat de Afleider werpt een beproeving te maken voor hen wier kernen ziek zijn en hen wier kernen verhard zijn.
ومآ أرسلنا من قبلك من رسول ولا نبي إلآ إذا تمنى ألقى ٱلشيطن في أمنيته فينسخ ٱلله ما يلقي ٱلشيطن ثم يحكم ٱلله ءايته وٱلله عليم حكيم ليجعل ما يلقي ٱلشيطن فتنة للذين في قلوبهم مرض وٱلقاسية قلوبهم
En voorzeker zijn de onrechtvaardigen in een verre breuk.
وإن ٱلظلمين لفي شقاق بعيد
En opdat zij aan wie het weten gegeven is weten dat dit de waarheid is, afkomstig van jouw Voogd, dat zij erin geloven, en dat hun kernen zich ervoor buigen.
وليعلم ٱلذين أوتوا ٱلعلم أنه ٱلحق من ربك فيؤمنوا به فتخبت له قلوبهم
En voorzeker leidt God hen die geloofd hebben naar een rechtlijnig pad.
وإن ٱلله لهاد ٱلذين ءامنوا إلى صرط مستقيم
En zij die verloochenen zullen niet ophouden erover in controverse te zijn totdat het Uur onverhoeds tot hen komt, of de pijn van een onvruchtbare dag tot hen komt.
ولا يزال ٱلذين كفروا في مرية منه حتى تأتيهم ٱلساعة بغتة أو يأتيهم عذاب يوم عقيم
Op die dag is het koningschap aan God.
ٱلملك يومئذ لله
Hij zal tussen hen oordelen.
يحكم بينهم
Zij die geloofd zullen hebben en de deugdelijke werken verricht zullen hebben, zullen in de tuinen van de weldaad zijn.
فٱلذين ءامنوا وعملوا ٱلصلحت في جنت ٱلنعيم
En zij die Onze tekenen verloochend en ontkend zullen hebben, dezen zullen een verlagende pijn hebben.
وٱلذين كفروا وكذبوا بايتنا فأولئك لهم عذاب مهين
En zij die op de weg van God geëmigreerd zijn, en daarna gedood werden of gestorven zijn, God zal hen voorzeker voorzien van een schone leeftocht.
وٱلذين هاجروا في سبيل ٱلله ثم قتلوا أو ماتوا ليرزقنهم ٱلله رزقا حسنا
En voorzeker is God de voortreffelijkste van de voorzieners.
وإن ٱلله لهو خير ٱلرزقين
Voorzeker zal Hij hen doen binnengaan in een ingang waarmee zij tevreden zullen zijn.
ليدخلنهم مدخلا يرضونه
En voorzeker is God Alwetend, Lankmoedig.
وإن ٱلله لعليم حليم
Dat is het.
ذلك
En wie met gelijke munt terugbetaalt, naar de exacte maat van wat men hem heeft laten ondergaan, en daarna een afpersing ondergaat, God zal hem voorzeker helpen.
ومن عاقب بمثل ما عوقب به ثم بغي عليه لينصرنه ٱلله
God is voorzeker Degene die kwijtscheldt, Zeer Vergevensgezind.
إن ٱلله لعفو غفور
Dat, omdat God de nacht doet doordringen in de dag en de dag doet doordringen in de nacht, en omdat God de Alhorende, de Alziende is.
ذلك بأن ٱلله يولج ٱليل في ٱلنهار ويولج ٱلنهار في ٱليل وأن ٱلله سميع بصير
Dat, omdat God de Waarheid is, en dat wat jullie buiten Hem aanroepen het valse is, en omdat God de Allerhoogste, de Grote is.
ذلك بأن ٱلله هو ٱلحق وأن ما يدعون من دونه هو ٱلبطل وأن ٱلله هو ٱلعلي ٱلكبير
Heb je niet gezien dat God uit de hemel een water doet neerdalen, en dat de aarde dan groenend wordt?
ألم تر أن ٱلله أنزل من ٱلسمآء مآء فتصبح ٱلأرض مخضرة
Want God is Subtiel, Intiem Kenner.
إن ٱلله لطيف خبير
Aan Hem behoort toe wat in de hemelen is en wat op de aarde is.
له ما في ٱلسموت وما في ٱلأرض
En voorzeker is God de Rijke, de Lofwaardige.
وإن ٱلله لهو ٱلغني ٱلحميد
Heb je niet gezien dat God aan jullie onderworpen heeft wat op de aarde is, en het vaartuig dat op zee vaart op Zijn bevel?
ألم تر أن ٱلله سخر لكم ما في ٱلأرض وٱلفلك تجري في ٱلبحر بأمره
En Hij houdt de hemel vast opdat hij niet op de aarde instort, tenzij met Zijn verlof.
ويمسك ٱلسمآء أن تقع على ٱلأرض إلا بإذنه
God is voorzeker, jegens de mensen, vol goedheid, Welwillend.
إن ٱلله بٱلناس لرءوف رحيم
En Hij is het die jullie heeft doen leven, daarna jullie zal doen sterven,
وهو ٱلذي أحياكم ثم يميتكم
daarna jullie het leven zal teruggeven.
ثم يحييكم
De mens is voorzeker een groot verloochenaar.
إن ٱلإنسن لكفور
Aan elke gemeenschap hebben Wij een weldadige praktijk toegewezen, die zij toepast.
لكل أمة جعلنا منسكا هم ناسكوه
Laten zij je hierover dus niet betwisten,
فلا ينزعنك في ٱلأمر
en roep op tot jouw Voogd,
وٱدع إلى ربك
want je bent voorzeker op een rechtlijnige leiding.
إنك لعلى هدى مستقيم
En als zij met je debatteren, zeg: “God kent wat jullie doen beter.
وإن جدلوك فقل ٱلله أعلم بما تعملون
God zal tussen jullie oordelen, op de Dag van het Verschijnen, over datgene waarin jullie uiteenliepen.”
ٱلله يحكم بينكم يوم ٱلقيمة فيما كنتم فيه تختلفون
Weet je niet dat God weet wat in de hemel en op de aarde is?
ألم تعلم أن ٱلله يعلم ما في ٱلسمآء وٱلأرض
Dat staat in een register:
إن ذلك في كتب
dat is gewis gemakkelijk voor God.
إن ذلك على ٱلله يسير
En zij gehoorzamen, buiten God, aan datgene waarvoor Hij geen enkel gezag heeft doen neerdalen en waarvan zij geen enkel weten hebben.
ويعبدون من دون ٱلله ما لم ينزل به سلطنا وما ليس لهم به علم
En de onrechtvaardigen hebben geen enkele hulp.
وما للظلمين من نصير
En wanneer Onze tekenen hun voorgedragen worden, duidelijk, herken je de afkeuring op de gezichten van hen die verloochenen; zij staan op het punt zich met geweld te keren tegen hen die hun Onze tekenen voordragen.
وإذا تتلى عليهم ءايتنا بينت تعرف في وجوه ٱلذين كفروا ٱلمنكر يكادون يسطون بٱلذين يتلون عليهم ءايتنا
Zeg: “Zal ik jullie berichten van iets ergers dan dat?
قل أفأنبئكم بشر من ذلكم
Het Vuur, dat God beloofd heeft aan hen die verloochenen –
ٱلنار وعدها ٱلله ٱلذين كفروا
en wat een afschuwelijke bestemming!”
وبئس ٱلمصير
O mensen! Een voorbeeld wordt vermenigvuldigd, luister er dus naar:
يأيها ٱلناس ضرب مثل فٱستمعوا له
zij die jullie buiten God aanroepen zullen nooit een vlieg scheppen, ook al zouden zij zich hiervoor verenigen.
إن ٱلذين تدعون من دون ٱلله لن يخلقوا ذبابا ولو ٱجتمعوا له
En als de vlieg hun iets ontnam, zouden zij het niet van haar kunnen terugkrijgen.
وإن يسلبهم ٱلذباب شيا لا يستنقذوه منه
Zwak is de verzoeker, evenzeer als de verzochte!
ضعف ٱلطالب وٱلمطلوب
Zij hebben God niet naar Zijn juiste maat gemeten.
ما قدروا ٱلله حق قدره
Voorzeker is God de Sterke, de Almachtige.
إن ٱلله لقوي عزيز
God kiest gezanten onder de Gemachtigden en onder de mensen,
ٱلله يصطفي من ٱلملئكة رسلا ومن ٱلناس
want God is de Alhorende, de Alziende.
إن ٱلله سميع بصير
Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is.
يعلم ما بين أيديهم وما خلفهم
En tot God keren alle zaken terug.
وإلى ٱلله ترجع ٱلأمور
O jullie die geloofd hebben! Kniel, werp jullie neer, gehoorzaam jullie Voogd, en doe het goede, misschien zullen jullie slagen.
يأيها ٱلذين ءامنوا ٱركعوا وٱسجدوا وٱعبدوا ربكم وٱفعلوا ٱلخير لعلكم تفلحون
En strijd voor God met de strijd die Hem toekomt.
وجهدوا في ٱلله حق جهاده
Hij is het die jullie heeft verkoren,
هو ٱجتبىكم
en Hij heeft jullie in de Wet geen enkele belemmering opgelegd –
وما جعل عليكم في ٱلدين من حرج
de leer van jullie vader Ibrahim.
ملة أبيكم إبرهيم
Hij is het die jullie de integeren heeft genoemd, voorheen en hierin, opdat de gezant getuige tegen jullie zij, en jullie getuigen tegen de mensen zijn.
هو سمىكم ٱلمسلمين من قبل وفي هذا ليكون ٱلرسول شهيدا عليكم وتكونوا شهدآء على ٱلناس
Onderhoud dus het Contact, en geef de zuivere vrijgevigheid,
فأقيموا ٱلصلوة وءاتوا ٱلزكوة
en houd jullie stevig vast aan God:
وٱعتصموا بٱلله
Hij is jullie naaste Garant –
هو مولىكم
wat een uitstekende Garant,
فنعم ٱلمولى
en wat een uitstekende Helper!
ونعم ٱلنصير