الحاقة
Al-Haqqa
That Which Proves the Real
In de naam van God, de Alwelwillende, de Welwillende. Zij die het werkelijke bewaarheidt! Wat is zij die het werkelijke bewaarheidt?
ٮسم الله الرحمں الرحٮم الحاڡه ما الحاڡه
En wie zal jou een idee geven van wat zij is die het werkelijke bewaarheidt?
وما ادرٮك ما الحاڡه
De Thamoed en de Aad hebben het Gebulder ontkend.
كدٮٮ ٮمود وعاد ٮالڡارعه
Wat de Thamoed betreft, zij werden vernietigd door de Overmatige.
ڡاما ٮمود ڡاهلكوا ٮالطاعٮه
En wat de Aad betreft, zij werden vernietigd door een ijskoude, onbeschaamde wind, die Hij tegen hen onderwierp, zeven nachten en acht dagen achtereen,
واما عاد ڡاهلكوا ٮرٮح صرصر عاٮٮه سحرها علٮهم سٮع لٮال وٮمٮٮه اٮام حسوما
zodat jij dit volk op de grond liggend zou hebben gezien, als holle palmstammen.
ڡٮرى الڡوم ڡٮها صرعى كاٮهم اعحار ٮحل حاوٮه
Zie jij daarvan enig overblijfsel?
ڡهل ٮرى لهم مں ٮاڡٮه
En Fir'aun, en zij die aan zijn zijde stonden, en de omgekeerde steden zijn gekomen met de fout; zij waren ongehoorzaam aan de gezant van hun Voogd, en Hij greep hen met een greep die bleef aanzwellen.
وحا ڡرعوں ومں ڡٮله والموٮڡكٮ ٮالحاطٮه ڡعصوا رسول رٮهم ڡاحدهم احده راٮٮه
Toen het water overstroomde, hebben Wij jullie op de ark gedragen, om er voor jullie een herinnering van te maken, en opdat een oor dat oplet haar bewaart.
اٮا لما طعا الما حملٮكم ڡى الحارٮه لٮحعلها لكم ٮدكره وٮعٮها ادں وعٮه
Wanneer in de Hoorn geblazen zal worden met één enkele ademstoot, en de aarde en de bergen opgetild en dan met één slag platgedrukt zullen worden, zal op die dag de Gebeurtenis plaatsvinden, en de hemel zal splijten en op die dag broos zijn, en de Gemachtigde zal zich aan zijn uiteinden bevinden,
ڡادا ٮڡح ڡى الصور ٮڡحه وحده وحملٮ الارص والحٮال ڡدكٮا دكه وحده ڡٮومٮد وڡعٮ الواڡعه واٮسڡٮ السما ڡهى ٮومٮد واهٮه والملك على ارحاٮها
en acht zullen op die dag, boven hen, het Bouwwerk van jouw Voogd dragen. Op die dag zullen jullie blootgesteld worden, en niets van jullie zal verborgen blijven.
وٮحمل عرس رٮك ڡوڡهم ٮومٮد ٮمٮٮه ٮومٮد ٮعرصوں لا ٮحڡى مٮكم حاڡٮه
Wat hem betreft aan wie zijn register in zijn rechterhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: “Neem, lees mijn register!
ڡاما مں اوٮى كٮٮه ٮٮمٮٮه ڡٮڡول هاوم اڡروا كٮٮٮه
Want ik heb vermoed dat ik mijn rekening zou ontmoeten.”
اٮى طٮٮٮ اٮى ملٯ حساٮٮه
Hij zal in een bevredigend bestaan zijn, in een verheven tuin, waarvan de trossen binnen handbereik zullen zijn.
ڡهو ڡى عٮسه راصٮه ڡى حٮه عالٮه ڡطوڡها داٮٮه
“Eet en drink
كلوا واسرٮوا
met smaak, om wat jullie voorheen hebben gedaan, in de voorbije dagen.”
هٮٮا ٮما اسلڡٮم ڡى الاٮام الحالٮه
En wat hem betreft aan wie zijn register in zijn linkerhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: “Ach, had ik mijn register maar niet ontvangen,
واما مں اوٮى كٮٮه ٮسماله ڡٮڡول ٮلٮٮٮى لم اوٮ كٮٮٮه
en had ik maar geen idee gehad van wat mijn rekening was!
ولم ادر ما حساٮٮه
Was zij maar het definitieve einde geweest! Mijn bezit heeft mij tot niets gediend,
ٮلٮٮها كاٮٮ الڡاصٮه ما اعٮى عٮى مالٮه
mijn gezag is, ver van mij, vernietigd.”
هلك عٮى سلطٮٮه
“Grijp hem, bind hem dan vast, stel hem dan bloot aan de Gloeioven, voer hem dan in een keten waarvan de lengte zeventig el is.
حدوه ڡعلوه ٮم الححٮم صلوه ٮم ڡى سلسله درعها سٮعوں دراعا ڡاسلكوه
Hij geloofde niet in God, de Ontzaglijke, en zette er niet toe aan de behoeftige te voeden.
اٮه كاں لا ٮومں ٮالله العطٮم ولا ٮحص على طعام المسكٮں
Hij heeft dus vandaag hier geen enkele warme vriend, noch ander voedsel dan een smerige vloeistof, die slechts zij eten die in de fout zijn.”
ڡلٮس له الٮوم ههٮا حمٮم ولا طعام الا مں عسلٮں لا ٮاكله الا الحطوں
Nee! Ik zweer bij wat jullie duidelijk zien en wat jullie niet duidelijk zien: dit is voorzeker de uitspraak van een edele gezant, en het is geenszins de uitspraak van een verleidelijke redenaar – jullie geloven maar weinig – noch de uitspraak van een waarzegger.
ڡلا اڡسم ٮما ٮٮصروں وما لا ٮٮصروں اٮه لڡول رسول كرٮم وما هو ٮڡول ساعر ڡلٮلا ما ٮومٮوں ولا ٮڡول كاهں
Hoe weinig herinneren jullie je!
ڡلٮلا ما ٮدكروں
Een neerdaling van de Voogd van alle wezens.
ٮٮرٮل مں رٮ العلمٮں
En als hij over Ons enige uitspraak had gesmeed, hadden Wij van hem genomen van rechts, en hadden Wij hem vervolgens de aorta afgesneden, en niemand van jullie had hem kunnen afschermen.
ولو ٮڡول علٮٮا ٮعص الاڡاوٮل لاحدٮا مٮه ٮالٮمٮں ٮم لڡطعٮا مٮه الوٮٮں ڡما مٮكم مں احد عٮه ححرٮں
En dit is voorzeker een herinnering voor hen die zich behoeden.
واٮه لٮدكره للمٮڡٮں
En Wij weten voorzeker dat er onder jullie lieden zijn die ontkennen.
واٮا لٮعلم اں مٮكم مكدٮٮں
En dit is voorzeker een ontreddering voor hen die verloochenen.
واٮه لحسره على الكڡرٮں
En dit is voorzeker de waarheid van de zekerheid.
واٮه لحٯ الٮڡٮں
Glorifieer dus in de naam van je Voogd, de Ontzaglijke.
ڡسٮح ٮاسم رٮك العطٮم